Gelijkheid en gelijkwaardigheid

Bart is een speciaal geval. Zo richt hij niet alleen bedrijven op, hij schrijft ook graag – en goed. Zo stond er op vijf april een opiniestuk van hem in De Tijd. Ik geef het u hier even mee, omdat ik trots op hem ben, maar ook wel omdat ik vind dat hij gelijk heeft. Dat heeft hij meestal, die man van mij.

’s Morgens breng ik mijn kinderen met de auto naar school – en iedere keer komt weer die vraag: wie van de jongens mag vooraan naast mij zitten?

Wolf is groter dan 1m35, en hoeft niet meer in een stoeltje of verhoogje te zitten; Kobe is jonger en kleiner dus voor hem heb ik achteraan een verhoogstoel geïnstalleerd. Eigenlijk is er geen discussie: Kobe zit achteraan, Wolf zit vooraan. Nochtans zie ik mijn beide zonen even graag…

Ik zou voor volledige gelijkheid tussen de twee kunnen gaan. Ze kunnen beiden vooraan in die éne zetel zitten – waardoor ze alletwee ongemakkelijk en onveilig zitten. Of ik zou ze beiden achteraan kunnen plaatsen, waardoor geen van beide op de ‘coole’ plaats vooraan kan zitten en die ongebruikt blijft.

Maar Kobe weet dat hij nu nog niet oud (en groot) genoeg is om vooraan te zitten; hij weet ook dat als hij wat ouder zal zijn, hij dan wél vooraan kan zitten. Wolf weet dat hij nu door zijn leeftijd altijd vooraan zit, maar dat van zodra Kobe oud genoeg is, er regelmatig afgewisseld zal worden tussen beide.

In onze hang naar inclusie en politiek correct denken zijn we in onze maatschappij het verschil tussen gelijkheid en gelijkwaardigheid vergeten. Iedereen is gelijkwaardig, maar niet iedereen moet gelijk behandeld worden. Als je iedereen probeert exact gelijk te behandelen, belandt iedereen op de achterbank – dan nivelleren we, zelfs niet naar de laagste gemene deler, maar naar de laagst mogelijke optie. Als we het idee van gelijkheid voor iedereen tot het extreme doortrekken, belanden we in een dictatuur van afgunst: “ik mag niet vooraan zitten, dus moet iedereen achteraan zitten”.

Omgaan met diversiteit doe je niet door alle verschillen weg te halen en te verstoppen; wel door die verschillen te accepteren en er mee om te gaan. Nivelleren is juist diversiteit niét respecteren, dat is er eerder van weglopen. Gelijkwaardigheid betekent dat we accepteren en omarmen dat we in een winkel, aan een overheidsloket, soms bediend worden door iemand met een kruisje aan een ketting, soms door iemand met een hoofddoek, en soms door iemand met een regenboog-tshirt. Doorslaan in foute ‘gelijkheid’ is weghalen en verbieden van elk kruisje, elke hoofddoek, elk t-shirt.

Gelijkwaardigheid is accepteren dat op dit moment onze beste Belgische artiest de franstalige Stromae is – en dus ook accepteren dat ons Rode Duivels lied in het Frans is. Dan moet je niet proberen een politiek correcte meertalige song te maken; dat wordt onvermijdelijk een draak en is het equivalent van mijn twee zonen die beiden ongemakkelijk en onveilig op de voorbank zitten. Proberen zo’n franstalig liedje te verbieden is nivelleren naar het onderste niveau: iedereen op de achterbank.

Dat begrip voor gelijkwaardigheid moeten we m.i. al van jongsaf, zelf en in het onderwijs, aan onze kinderen meegeven. We moeten ze leren omgaan met diversiteit, en laten zien dat iedereen gelijkwaardig is maar dat verschillen mogelijk en goed zijn. Dat iedereen naar eigen vermogen en capaciteiten moet geholpen en gerespecteerd worden.

We kunnen nog jaren blijven doorbomen over ondernemerschap, en dat het nemen van risico’s niet in onze Belgische volksaard zit. Maar als we van jongsaf aanleren dat iedereen gelijk is, hoe kunnen we hen dan leren omgaan met risico’s? Waarom zou iemand risico’s nemen als het eindresultaat toch genivelleerd wordt?

Kobe weet dat hij groter moet zijn om vooraan te kunnen zitten – dat is voor hem vaak ook een motivatie om te sporten en zijn groentjes op te eten. Als hij sowieso vooraan zou zitten, dan neem ik die motivatie weg. Idem als ik ook Wolf achteraan zou zetten om beiden ‘gelijk’ te kunnen behandelen.

Ik wil dat mijn kinderen op een gezonde manier leren omgaan met diversiteit, ook als dat in hun nadeel is. Maar liefst zo dat het hen motiveert om zelf beter te worden en te streven naar excellentie, niet naar de middelmaat; met respect voor iedereen die anders is.

In het licht van de komende verkiezingen, wou ik dat ik een politieke partij vond die op zo’n manier over diversiteit durft nadenken. Ik vind ze voorlopig niet.

 

Het artikel vind je hier op zijn blog.

Eenentwintig

Eenentwintig jaar lang al mag ik hem de mijne noemen. Een even lange periode als die zonder hem, maar ik kan me die eerste eenentwintig jaar niet meer voorstellen. Wíl ze me eigenlijk ook niet eens meer voorstellen.

Mijn liefste.

Van mij.

Jawel.

 

Oudere man

Vandaag kan ik weer vier dagen lang zeggen dat ik met een oudere man getrouwd ben. En vooral: kan hij vier dagen lang zeggen dat hij een groen blaadje in zijn bed heeft.

Was het maar waar, van dat groene blaadje…

In elk geval: gelukkige verjaardag, mijn liefste!

Ziek

En nu is Bart ziek, en redelijk serieus ook. Hij was de voorbije dagen al niet in optima forma, maar vandaag is hij geveld. Koorts, mottig, en de hele nacht overgeven, helaas. Hij klaagt er ook over dat hij keelpijn heeft, en dus ga ik morgen de dokter laten komen, om zeker te zijn dat het toch ook geen keelontsteking is, zoals bij mij.

Ik denk dat het een stevige buikgriep is. Hij is in elk geval behoorlijk ellendig, den duts.

Trots

Ik weet wel dat het bon ton is om op zijn kap te zitten, en dat hij wellicht nogal arrogant kan overkomen, maar ik ben trots op mijn ventje, als hij om 6.40u in De Ochtend op Radio 1 zit, en dan ’s avonds nog naar Brussel kletst om daar in Reyers Laat zijn opwachting te maken.

Het zijn lange dagen, op die manier.

En hij mag dan misschien wel graag in de media komen, en vooral ook weten hoe hij ze bespeelt, maar hij werkt er hard genoeg voor ook. Zes jaar geleden bestond zijn bedrijf uit twee man, hijzelf inbegrepen. Nu zijn ze met rond de zestig. De eerste die zegt dat hij niks doet voor de economie, mag zelf eens werkgever worden van zestig man, op zes jaar tijd.

En ja, daar ben ik trots op, ja. Dat is wel de mijnen, hé!