Van sneeuw, besneeuwde venen en groene valleien.

Deze morgen stonden we op met een gans vers sneeuwtapijt, dat eigenlijk al quasi meteen aan het smelten was. Bizar eigenlijk, het was nochtans maar 1° buiten. Tegen elf uur waren we allemaal ingepakt en stonden we buiten om een sneeuwman te maken, en wat voor een!

img_8135

Aansluitend, met natte handschoenen en blozende kaken, reden we naar de Mont Rigi om daar te eten. Tradities zijn er om in ere te houden, en het eten is er ook echt lekker. Het uitzicht op de tuin en de venen was trouwens prachtig. Terwijl we er zaten, begon het nog eens stevig te sneeuwen: adembenemend mooi. De jongens hielden een sneeuwballengevecht, en we liepen nog even tot aan de rand van de venen, waar we de bevroren laag water van de takken plukten, alsof het een gewei was.

We reden voorbij de Mont Rigi, naar Jalhay en zo naar de Gileppe. En daar, tot onze grote verbazing, had het niet of nauwelijks gesneeuwd en lag alles groen. We liepen tot aan de gigantische toren die er staat, namen de lift tot boven, daarna helemaal tot beneden, liepen over de dam tot aan de reusachtige leeuw, en wandelden dan terug om een geocache op te pikken en van het uitzicht te genieten.

Daarna reden we terug via Jalhay, alwaar we een mini-multicache vonden, een toertje rond de kerk. Leuk gedaan! We sprongen binnen bij de bakker, en reden daarna weer sneeuwwaarts. De twee jongsten waren koud en moe, zeiden ze, en het begon te schemeren, dus reden we naar huis. En effectief, op de achterbank zaten ze alletwee diep te slapen.

Terug thuis namen de kleintjes een uitgebreid bad om op te warmen en proper te worden, ik hing alle doorweekte handschoenen netjes te drogen, en Wolf installeerde zich met Netflix. Na het eten vloog Merel in bed, en keken wij drie nog naar Red. Enfin, Kobe maar gedeeltelijk, want ook hij moest dringend gaan slapen. Hij is sowieso morgen om zeven uur wakker, hij kan dan verder kijken 🙂

En intussen zit ik hier nog op mijn eentje te genieten van de stilte, en is het buiten hard aan het sneeuwen. Onze sporen van vandaag zijn volledig uitgewist, en het ziet ernaar uit dat er morgen een stevig pak zal liggen. Blij dat we onze auto beneden hebben laten staan, ook al konden we bij het thuiskomen wellicht wel boven geraken.

Ik denk dat ik maar eens met mijn boek in mijn bedje kruip: lekker warm en gezellig, en ik ben eigenlijk ook wel moe van al dat buiten lopen en sneeuw spelen…

Een pracht van een dag!

We stonden laat op – enfin, Wolf en ik toch, de twee kleintjes waren al van 7 uur naar tv aan ’t kijken of spelletjes aan het spelen – ontbeten, lummelden wat rond, speelden nog wat buiten in de sneeuw en vertrokken rond half twaalf naar Bütgenbach. Daar zochten we even naar onze favoriete pizzeria, aten er alweer fantastische pizza voor geen geld,

en reden toen wat verder om een geocache te gaan zoeken. Ik verzeker het u, da’s nog niet evident in de sneeuw! De eerste vonden we dan ook niet, maar wel een metalen haakje in een boom. Dat zou wel eens een restant kunnen zijn, we hebben alvast de cachelegger gecontacteerd. Maar de omgeving was wel prachtig.

We liepen naar beneden, en zagen het prachtige bevroren en besneeuwde meer van Bütgenbach. De jongens hebben er zelfs heel voorzichtig een stukje op gelopen, ze hadden dan ook hun laarzen aan.

We reden wat verderop naar een ander plekje langs het meer, waar we veel te ver zochten naar een tweede cache, die nochtans op een heel simpel plaatsje lag. Een even mooie wandeling, eigenlijk.

En toen wilden we gewoon verder rond het meer, op het zelfde type weg, met dezelfde grootte en codering, een volgende cache oppikken. En bleek die weg plots niet gestrooid of geruimd te zijn. Zucht. Maar wel ongelofelijk mooi…

img_8134

We reden verder tot aan de cacheplaats, en zagen daar dat er een auto blijkbaar de volgende helling niet was opgeraakt, en dat een lokale jager hen had geholpen. Ik sprak de man aan – Duits, Frans en zelfs Vlaams – en die zei dat we zonder winterbanden verderop in de problemen zouden komen, en dat we beter zouden terugrijden, een klein baantje links inslaan, en zo verder tot op een wel geruimde weg. We hebben die raad dan maar gevolgd, en kwamen zonder problemen waar we moesten zijn: terug in Bütgenbach aan de Carrefour. We deden inkopen, ik liet de kinderen elk een vieruurtje kiezen, en tegen vijven waren we terug aan ons huisje.

En wat ik gevreesd had, was ook zo: we geraakten de helling van de oprit niet meer op, ondanks verschillende pogingen. Ik ben dan maar bij de oude buurman langsgegaan, die een zeer grote binnenplaats heeft, en heb hem gevraagd of we bij hem mochten parkeren. Na een uitleg in het Duits – de man kon amper Frans – en een babbel van een kwartier was het geen enkel probleem, en konden we daar rustig blijven staan. Oef! Maar zijn reactie was er een van ongeloof, vermengd met leedvermaak om zoveel domheid: “Keine Schneereifen?” Enfin…

En dus aten we een vieruurtje, krulden ons op in de zetel, en genoten van de warmte in het huisje.

Vakantie…

Op naar de Ardennen

Dat we in de zomer al een paar keer naar Waimes in de Ardennen geweest zijn, dat wist u wellicht al. Mijn nicht heeft daar een tweede huis staan, en dat is ronduit fantastisch! Ze verhuurt het niet, maar we mogen het wel gebruiken, ook al staan al hun spullen daar nog. Dat is des te aangenamer, want dan moet ik geen bakboter meesleuren als ik daar een klein klontje van nodig heb, of een ganse doos koffiefilters, dat soort onzin. We zitten er tussen het kinderspeelgoed, maar da’s eigenlijk nog wel eens leuk. Er staat zelfs een kerstboom…

Nu waren we er nog nooit geweest tijdens de winter. Ellen had al voorgesteld dat we dan ook maar eens een weekendje moesten komen, maar dat was eigenlijk nog nooit praktisch gelukt. En nu bood ze aan om er dus de tweede week van de kerstvakantie te zitten. Zij gingen zelf de eerste week, maar de tweede week moesten ze toch werken… Ik aarzelde eerst, maar zag dat eigenlijk wel zitten. En toen ze plots sneeuw voorspelden, was alle twijfel meteen weg.

Deze morgen zijn we dus onze spullen beginnen inpakken, Bart heeft ze in de auto gezet voor ons – hij gaat niet mee, hij moet werken, en de Ardennen zijn zo zijn ding niet, veel te stil – en tegen kwart over twaalf waren we in Leuven om de sleutel op te pikken. We bleven nog even kletsen, zaten tegen enen in brasserie De Abdijmolen in Abdij van Park, en hadden tegen tweeën ons eten. Een uur wachten voor twee spaghetti’s, een garnaalkroket en een dagschotel, dat is toch wel wat lang, ja.

Enfin, we liepen nog even rond, zochten twee caches in de buurt van de abdij, en reden dan door naar Waimes. Naarmate we verder kwamen, kwam er meer en meer een klein wit laagje. En in Waimes lag er een centimeter of twee-drie: een dun laagje, maar genoeg om de kinderen dolenthousiast te maken. De auto kon niet snel genoeg uitgeladen zijn: ze trokken hun laarzen aan, en gingen spelen in het schemerdonker. Merel was vrij snel weer binnen: het was te koud, en na een half uurtje was ook Kobe er. Maar Wolf, die bleef zich maar amuseren met de slee, de glijschelp en de sneeuw in het algemeen, tot het echt wel donker was. Maar het is wel mooi…

Terugweg door Leuven

Op onze weg terug van de Ardennen wil het al wel eens lukken dat we in de file staan. Om dat te vermijden – er zijn werken op de E40 – wilden we dik voor de spits thuis zijn, ook al omdat we nog het ganse weekend weg zijn ook. Buiten was het toch mistig as hell, en veel was er dus niet te zien.

We ruimden op, kuisten, en waren om kwart over tien warempel al weg. GPS zei kwart voor twaalf in Leuven, dus meer dan tijd genoeg om uitgebreid te lunchen en te geocachen ginder in ’t stad. Helaas…

Hadden we maar de route via Eupen genomen, in plaats van Malmedy: anderhalf uur hebben we voor Verviers in de file gestaan. Gelukkig zijn er dan nog spelletjes en veel onnozeliteiten om te doen in de auto als ge u verveelt. Zoals foto’s trekken van elkaar…

Enfin, tegen kwart over twee waren we in Heverlee, en zijn we gewoon de afhaalPizzaHut daar binnengewaaid, en hebben gegeten in het middenbermparkje daar. Nog nooit een pizza zo snel zien verdwijnen, overigens.

IMG_5726

En daarna? Cachen, uiteraard. We reden naar het Begijnhof, en vonden er naast een mooie cache ook hele mooie straatjes en een kerk.

De spits indachtig pikten we enkel nog een cache op die we vorig jaar in handen hadden gehad, maar blijkbaar niet herkend. Na een bevestiging van de legger zijn we hem nu dus wél gaan loggen, yay!

Een klein beetje file op de ring zorgde nog voor twintig minuten extra, maar al bij al waren we om half vijf thuis, en was om vijf uur alles al netjes uitgepakt en op zijn plaats. We rule. Files niet.

Reinhardstein en natte voeten.

Ze hadden vooral in de namiddag regen voorspeld, dus wilden we van de voormiddag nog iets maken. Na al die jaren wilden we eigenlijk ook de binnenkant van Reinhardstein eens zien, en dus gingen we eindelijk eens voor een rondleiding, om half twaalf. Ze duurt een uur en een kwartier, volgens de brochure, en da’s ideaal om daarna nog snel te koken. Kwart voor één klaar, om één uur thuis, kwart over eten op tafel. Moet kunnen, want rijst koken en volauvent opwarmen. Strak plan.

Wij dus met de auto naar het kasteel, en ondertussen pikten we eerst nog een mysterycache op in het centrum van Robertville, eentje waarvan ik de meerwaarde absoluut niet inzie, maar bon. Daarna reden we verder tot aan een prachtige kapel, verscholen tussen het groen, waar je de gegevens kreeg voor een cache iets verderop. Daar hebben we lang staan zoeken tussen de tengels, maar niks gevonden. Wel een prachtige kapel, dat wel, en daarom mochten de kinderen er van mij zelfs een kaarsje branden. Ze vroegen goed weer voor de namiddag. Juist ja.

We liepen verder – de wandeling is bijna pittiger vanop de parking dan van aan de stuwdam, en zeker minder mooi – en kwamen aan het intussen redelijk vertrouwde kasteel. Een Nederlandstalige gids nam ons op sleeptouw, eerst naar een losse zijtoren en een heel mooi zicht op het kasteel, daarna door het kasteel zelf. Helaas was net de elektriciteit uitgevallen, en was het overal nogal donker, maar eigenlijk droeg dat wel bij tot de sfeer. Alleen jammer dat we nu ook de verzameling kruisbogen niet echt goed zagen.

Het harnas heeft een detail van een slang die een baby redt, en dat is blijkbaar het wapen van Milaan, en ook terug te vinden in het logo van Alfa Romeo. Ne mens leert al eens bij ^^

Lag het nu aan het gebrek aan licht, of aan de vele vragen? Feit is dat we pas rond waren met de rondleiding om kwart over één, en dat we alle vier behoorlijke honger hadden. Intussen was de frituur aan de kerk wél open, en dat maakte de beslissing vrij simpel natuurlijk.

Intussen was het beginnen regenen, en reden we gewoon naar het huisje terug, om daar allemaal rustig te chillen, filmpjes te kijken, te lezen, en dat soort onzin. Maar we moesten nog brood halen en vooral ook een geldautomaat zien te vinden, en dat leidde ons onvermijdelijk naar Waimes, in de gietende regen. Omdat ik toch echt nog iets wou gedaan hebben, besloten we alsnog een tweetal caches te zoeken. We hadden regenlaarzen en regenjassen, dus waarom niet? Een wandeling van een kwartiertje bracht ons midden in de bossen, waar we een grote cache vonden met zelfs twee Travel Bugs.

Mijn laarzen waren door een misverstand niet mee, en Allstars zijn misschien wel fijne schoenen, maar niet meteen waterdicht. Juist ja.

We deden nog een klein ommetje om een cache op te pikken die normaal gezien een prachtig uitzicht beloofde, maar helaas…

IMG_1892

Tegen dan was het half zeven, tijd om naar huis te gaan, op te warmen en te eten.

Maar eigenlijk feitelijk was het toch weer een goeie dag, ondanks het weer.

 

 

Luie maandag, of toch niet helemaal

We stonden op met de wekker, want om half negen bracht ik mijn liefste naar het station van Vielsalm: hij had om twee uur een afspraak in Gent, waar hij niet onderuit kon.

Buiten had het licht gevroren, ik moest mijn ruiten afkrabben, maar het zag er wel prachtig uit, de zon op dat laagje rijm.

Enfin, er werd ontbeten en opgeruimd, tegen tien uur moesten we in principe het huisje verlaten. Ik geef u wat foto’s van het huis mee, helaas niet in zijn propere en opgedekte staat, maar wel na het opruimen. Ons kamer, waar de kinderen sliepen, met een kleine schoendooskamer waar Bart en ik sliepen (en dus rustig konden doorslapen nadat zij wakker waren) en met een eigen badkamer.

Ons ma en pa zaten nog een verdieping hoger, met eerst hun bedden, en in dezelfde heldere ruimte een badkamer. Onder het schuine, lage stuk van het dak, was een kinderspeelkamertje gemaakt, maar de meisjes hebben daar eigenlijk nauwelijks gezeten. Ik kan me voorstellen dat het anders is, als het een gans weekend regent…

Beneden waren er nog twee slaapkamers, een badkamer, twee losse toiletten, een kaartkamertje en een overloopje, naast uiteraard de ruime keuken en de zitkamer. En een lange gang met lage balken :-p maar ongelofelijk veel plaats voor natte laarzen.

Enfin, tegen half elf zaten we in onze respectieve auto’s, en reden we richting Troisponts om nog een wandeling te maken.

We reden door naar Troisponts zelf, maar omdat oma het om half twaalf nog veel te vroeg vond om al op zoek te gaan naar een restaurantje, deden we eerst nog van geocache.

Troisponts was op zich niet veel soeps, maar we vonden er wel een pizzeria, en hadden toch tegen kwart over een ons eten.

Aansluitend namen we afscheid van oma en opa, en reden Roeland en ik nog door naar Remouchamps, om er met de kinderen de prachtige grotten te bekijken. Ik was eigenlijk nog behoorlijk blij dat de oudjes niet mee waren, want al die trappen, dat zou te veel van het goede geweest zijn.

Op de terugweg duurde het niet eens zo lang voor ze op de achterbank lagen te slapen, door alle files heen. Wolf bleef wakker en hield me gezelschap, en tegen acht uur waren we in Wondelgem. Merel wilde zelfs geen eten meer, ik heb haar gewoon van de achterbank geplukt, naar boven gedragen, slaapkleedje aangetrokken, en in bed gelegd. Ze vond dat zalig.

Maar hier thuis was de tafel gedekt, brandden de lichten, waren de gordijnen gesloten, en was het gezellig. En vooral: mijn liefste was er.