Fitbit Alta

Het had wat voeten in de aarde, maar eind december had ik eindelijk mijn nieuwe fitbit in handen. Fitbit? Ja, zo’n polsbandje dat je stappen telt en je slaappatroon meet. Met mijn Flex was eigenlijk niks mis, maar ik miste een uurwerk. Beide tegelijk dragen is niet aangenaam, en ja, ik heb wel een gsm, maar als ik aan het lesgeven ben, ligt dat ding meestal een eind verder op mijn bureau.

Bizar genoeg moest ik in de omschrijving van de verschillende soorten Fitbit serieus zoeken naar dat fameuze uurwerk: overal hadden ze de mond vol over stappentellers, afgelegde kilometers, alarmtoestanden, bij sommige modellen zelfs hartslagmeters, maar dat uurwerk? Daarvoor moest je al echt goed in de technische specificaties zoeken, terwijl dat net voor me de selling proposition was. Mja.

Maar ik heb dus mijn Alta, en die is een pak mooier dan het vorige type dat ik had, en in mijn geval lekker paars :-p

IMG_8539

En ja, bij een dubbel tikje op het schermpje of een flukse polsbeweging zie ik hoe laat het is. Een bijkomend tikje geeft me mijn aantal stappen, afgelegde kilometers, en meer van dat soort dingen die je apart kan instellen. Zo zoemt het ding even als ik om tien voor het uur nog niet aan 250 stappen zit dat uur. Dan geeft het me tien minuten om alsnog in beweging te komen. Ideaal voor als ik weer eens te lang achter mijn computer blijf plakken.

Wat ik ook de max vind – hoe onnozel kan het zijn, zeg! – is dat, als ik actief ben, er een bloempje op het scherm lijkt te groeien. Bij rust is het een schattig klein knopje, hoe actiever, hoe groter de bloem. En heel actief = een dansende bloem, waar Merel prompt de slappe lach van kreeg. En ja, ne mens doet dus extra stappen om dat bloempje te zien. Maar je hoeft dat niet in te stellen, je kan ook gewoon kiezen voor de datum. Of enkel het uur.

IMG_8540

Maar er is blijkbaar meer, iets waar ik niet eens echt op gelet had. Als ik een smsje krijg, stuurt hij die boodschap naar de fitbit, en zie ik de afzender en de boodschap, na een kort trillen. Maar wat ook bijzonder handig is, en wat ik dus niet wist: als ik gebeld word, trilt de fitbit, en staat de naam van de beller op mijn scherm. Ideaal voor mij, want mijn telefoon staat altijd op stil, en ik merk dan ook pas achteraf dat ik gebeld ben. Ik heb zo al een paar telefoontjes gewoon op tijd kunnen aannemen.

Enfin, ik ben dus bijzonder tevreden, eigenlijk feitelijk. Ik zie het meer als een uurwerk dat me meteen ook extraatjes geeft. En het ziet er gewoon uit als een armband.

Ikke blij. (En nee, ik heb hem niet gekregen, ik heb hem gewoon betaald.)

Oh, en wie wil, kan mijn Flex krijgen. Gewoon een stappenteller met een fijn online dashboard. Geef me een goeie reden waarom hij voor jou zou zijn. Sorry, het ding is al doorgegeven!

Niet bepaald van een leien dakje…

We stonden op om acht uur, aten nog bijzonder rustig, en begonnen rond negen uur in te pakken. We zijn het intussen wel zo’n beetje gewoon natuurlijk.

De kinderen pakten ook zichzelf goed in, zetten de bagage een voor een op de slee – bagage op de slee, Merel erachter om ze vast te houden, Wolf trekken, en Kobe ernaast om alles toch nog in goede banen te leiden – en gingen zo telkens naar beneden om de spullen in de auto te zetten.

Halverwege wilde ik eventjes helpen om iets op de slee te zetten, trok ik een paar croques aan, en liep naar buiten. En toen viel de voordeur in het slot, en stonden we daar. De kinderen hadden gelukkig hun jassen aan, maar ik stond er in een T-shirt, en bij -10° is dat niet ideaal te noemen. Gelukkig had ik net de zak met mijn kleren vast, en griste ik er snel een dikke gilet uit, maar dan nog. Wolf had gelukkig wel de autosleutels vast: in het ergste geval reden we terug naar Leuven om daar de reservesleutel te halen. Maar een gigantische chance: de buren waren thuis, en die hadden ook een reservesleutel! Een beetje onderkoeld en gigantisch opgelucht kon ik terug naar binnen, en deden we verder.

Tegen half twaalf was alles ingeladen en opgekuist, en trokken we de deur bewust achter ons dicht. Vrolijk gingen we naar de auto, krabden de vensters ijsvrij, en… De auto wilde niet meer starten. Nikske. Tsja, mijn auto is natuurlijk ook geen -10° gewoon, en staat zo goed als altijd in de garage.

De oude buurman haalde er een externe batterij van een van zijn tractoren bij, en we probeerden te starten, maar helaas. Bizar, eigenlijk. Hij wilde zijn zus bellen die een garage heeft, maar ik heb gratis Ford Assistance, dus dat was eigenlijk nogal onnozel. Bon, na een telefoon van een kwartier ging er iemand langskomen. Alleen… Er was blijkbaar maar één iemand voor de provincie Luik, en de wachttijd was ongeveer twee uur. Tsja.

Wij dus terug naar binnen, gewapend met een doos koekjes, want intussen was het al twaalf uur gepasseerd. Binnen zaten we lekker warm, keken de kinderen tv, en zat ik wat te lezen. En na nog geen uur ging mijn telefoon: dat hij al beneden aan de auto stond, en of ik niet kon afkomen. Ik repte me naar beneden, de man nam een batterij, en… Blijkbaar zat de min van de batterij niet op de logische plaats waar wij de kabels aan hadden gehangen, maar een pak dieper, onder een pak kabels. Kon niet missen, dus, dat de auto niet had willen starten. Ik bedankte de man, gaf de oude buurman drie dikke zoenen – zijn dag was goed, denk ik – en vijf minuten later waren we vrolijk op weg naar Eupen.

We vonden nog een prima restaurantje dat ons om kwart voor twee nog eten wilde serveren, en reden meteen door naar Leuven. Kobe en Merel vielen prompt in slaap, en stapten in Leuven zelfs niet uit om bij Ellen de sleutel af te geven.

Om half zes, zo net na donkeren, reed ik onze eigen garage binnen, en Bart stond ons al op te wachten. Hij beweerde dat hij ons echt gemist had, dat het huis te leeg was deze keer, terwijl hij anders serieus kan genieten van de rust.

En wij, wij leegden alles aan sneltempo uit, en kropen lekker samen in de zetel.

Oef.

Sleeën bij Reinhardstein.

Het is onvoorstelbaar hoe onproductief de voormiddagen hier in Waimes wel zijn, maar aan de andere kant: dat is net de charme van vakantie, dat er geen druk is om productief te zijn: geen kamers die moeten opgeruimd worden, was die moet geplooid worden, of schoolwerk dat moet ingehaald worden. Niks moet. De kinderen waren prachtig aan het spelen, ik zat rustig te lezen, en zo werd het middag voor we het goed en wel beseften.

Rond de middag maakten we er een zaak van, en reden naar Robertville om er frietjes te gaan eten in een van de beste frietkoten die er zijn, uitgebaat door een stel Vlamingen. Voor ons viertjes bestelden we twee medium pakjes friet met nog wat randdingen erbij, en daar hadden we genoeg mee. En bleek er veel sneeuw te liggen naast de parking ^^

IMG_8176

We hadden nog even getwijfeld of we de wandeling naar boven zouden doen van aan de dam van Robertville, maar dat leek ons met mijn laars toch niet zo’n goed idee, en dus waren we naar de parking gereden. Op een volledig besneeuwd weggetje met een serieuze hellingsgraad. Ik hield mijn hart al vast voor de terugweg, maar gelukkig was dat nergens voor nodig.

We wandelden en gleden – al dan niet met slee – tot aan het kasteel, zagen dat het mooi was, en stelden ook vast dat de wandeling die ik in gedachten had naar een geocache, absoluut ondoenbaar was in die aangevroren sneeuw. Volgende keer beter dus.

We glibberden terug naar boven, en zagen toen dat er mensen aan het sleeën waren in de weide naast de parking. Op nen-ik-en-nen-gij zaten mijn drie speelvogels ook de wei in, en ik denk dat we er ongeveer een klein uur gebleven zijn. Zelfs ik ben naar beneden gegaan op de slee.

De hoop om in de verse sneeuw alsnog naar boven te geraken op de oprit, werd snel de kop ingedrukt, helaas. We zijn dan maar weer bij de vriendelijke gebuur blijven staan, en die maakte daar totaal geen punt van. Gelukkig maar.

IMG_8218

Eigenlijk waren we snel terug thuis, maar het was welletjes geweest. We hebben ons allemaal lekker in het huisje verschanst onder een dekentje, en daar intens van genoten.

Zalig, zo vakantie…

 

Van sneeuw, besneeuwde venen en groene valleien.

Deze morgen stonden we op met een gans vers sneeuwtapijt, dat eigenlijk al quasi meteen aan het smelten was. Bizar eigenlijk, het was nochtans maar 1° buiten. Tegen elf uur waren we allemaal ingepakt en stonden we buiten om een sneeuwman te maken, en wat voor een!

img_8135

Aansluitend, met natte handschoenen en blozende kaken, reden we naar de Mont Rigi om daar te eten. Tradities zijn er om in ere te houden, en het eten is er ook echt lekker. Het uitzicht op de tuin en de venen was trouwens prachtig. Terwijl we er zaten, begon het nog eens stevig te sneeuwen: adembenemend mooi. De jongens hielden een sneeuwballengevecht, en we liepen nog even tot aan de rand van de venen, waar we de bevroren laag water van de takken plukten, alsof het een gewei was.

We reden voorbij de Mont Rigi, naar Jalhay en zo naar de Gileppe. En daar, tot onze grote verbazing, had het niet of nauwelijks gesneeuwd en lag alles groen. We liepen tot aan de gigantische toren die er staat, namen de lift tot boven, daarna helemaal tot beneden, liepen over de dam tot aan de reusachtige leeuw, en wandelden dan terug om een geocache op te pikken en van het uitzicht te genieten.

Daarna reden we terug via Jalhay, alwaar we een mini-multicache vonden, een toertje rond de kerk. Leuk gedaan! We sprongen binnen bij de bakker, en reden daarna weer sneeuwwaarts. De twee jongsten waren koud en moe, zeiden ze, en het begon te schemeren, dus reden we naar huis. En effectief, op de achterbank zaten ze alletwee diep te slapen.

Terug thuis namen de kleintjes een uitgebreid bad om op te warmen en proper te worden, ik hing alle doorweekte handschoenen netjes te drogen, en Wolf installeerde zich met Netflix. Na het eten vloog Merel in bed, en keken wij drie nog naar Red. Enfin, Kobe maar gedeeltelijk, want ook hij moest dringend gaan slapen. Hij is sowieso morgen om zeven uur wakker, hij kan dan verder kijken 🙂

En intussen zit ik hier nog op mijn eentje te genieten van de stilte, en is het buiten hard aan het sneeuwen. Onze sporen van vandaag zijn volledig uitgewist, en het ziet ernaar uit dat er morgen een stevig pak zal liggen. Blij dat we onze auto beneden hebben laten staan, ook al konden we bij het thuiskomen wellicht wel boven geraken.

Ik denk dat ik maar eens met mijn boek in mijn bedje kruip: lekker warm en gezellig, en ik ben eigenlijk ook wel moe van al dat buiten lopen en sneeuw spelen…

Een pracht van een dag!

We stonden laat op – enfin, Wolf en ik toch, de twee kleintjes waren al van 7 uur naar tv aan ’t kijken of spelletjes aan het spelen – ontbeten, lummelden wat rond, speelden nog wat buiten in de sneeuw en vertrokken rond half twaalf naar Bütgenbach. Daar zochten we even naar onze favoriete pizzeria, aten er alweer fantastische pizza voor geen geld,

en reden toen wat verder om een geocache te gaan zoeken. Ik verzeker het u, da’s nog niet evident in de sneeuw! De eerste vonden we dan ook niet, maar wel een metalen haakje in een boom. Dat zou wel eens een restant kunnen zijn, we hebben alvast de cachelegger gecontacteerd. Maar de omgeving was wel prachtig.

We liepen naar beneden, en zagen het prachtige bevroren en besneeuwde meer van Bütgenbach. De jongens hebben er zelfs heel voorzichtig een stukje op gelopen, ze hadden dan ook hun laarzen aan.

We reden wat verderop naar een ander plekje langs het meer, waar we veel te ver zochten naar een tweede cache, die nochtans op een heel simpel plaatsje lag. Een even mooie wandeling, eigenlijk.

En toen wilden we gewoon verder rond het meer, op het zelfde type weg, met dezelfde grootte en codering, een volgende cache oppikken. En bleek die weg plots niet gestrooid of geruimd te zijn. Zucht. Maar wel ongelofelijk mooi…

img_8134

We reden verder tot aan de cacheplaats, en zagen daar dat er een auto blijkbaar de volgende helling niet was opgeraakt, en dat een lokale jager hen had geholpen. Ik sprak de man aan – Duits, Frans en zelfs Vlaams – en die zei dat we zonder winterbanden verderop in de problemen zouden komen, en dat we beter zouden terugrijden, een klein baantje links inslaan, en zo verder tot op een wel geruimde weg. We hebben die raad dan maar gevolgd, en kwamen zonder problemen waar we moesten zijn: terug in Bütgenbach aan de Carrefour. We deden inkopen, ik liet de kinderen elk een vieruurtje kiezen, en tegen vijven waren we terug aan ons huisje.

En wat ik gevreesd had, was ook zo: we geraakten de helling van de oprit niet meer op, ondanks verschillende pogingen. Ik ben dan maar bij de oude buurman langsgegaan, die een zeer grote binnenplaats heeft, en heb hem gevraagd of we bij hem mochten parkeren. Na een uitleg in het Duits – de man kon amper Frans – en een babbel van een kwartier was het geen enkel probleem, en konden we daar rustig blijven staan. Oef! Maar zijn reactie was er een van ongeloof, vermengd met leedvermaak om zoveel domheid: “Keine Schneereifen?” Enfin…

En dus aten we een vieruurtje, krulden ons op in de zetel, en genoten van de warmte in het huisje.

Vakantie…