Druk dagje…

Half negen, en ik had al Bart naar kantoor en de kinderen naar school gebracht, boodschappen gedaan, huis opgeruimd, kaartjes opgehangen, en zat al aan de koffie. Sommige dagen beginnen gewoon productief.

Ergens kriebelde het ook om naar school te gaan, want daar waren ze bezig met een Warmathon. Achteraf gezien heb ik ook echt wat gemist, hoorde ik van de collega’s, en zag ik op de foto’s. Maar ik wist dat, als ik ’s middags nog naar school wilde gaan voor het etentje en het afscheid van Machtelt, ik een keuze moest maken: beide ging echt niet lukken.

Ik bleef dus braafjes in de zetel en zorgde voor een lasagne in de oven want Wolf had maar les tot half een en kwam daarna naar huis met Arwen. Ik kwam ze tegen, handje in handje, toen ik richting school vertrok, en ze zagen er zó schattig uit…

Op school was er het obligate uitgebreide koud buffet, maar best wel lekker. Het deed ook deugd om de collega’s eens terug te zien, en vooral ook de speech te horen die Marleen had voorbereid. Maar tegen half vier was mijn pijp toch alweer grondig uit, en was ik blij dat ik kon gaan liggen. Enfin ja, voor heel eventjes, want Kobe moest uiteraard nog naar de fagotles. En daarna vertrokken we richting Deinze, voor een zeer gezellig verjaardagsfeestje van Marne.

Maar toen we tegen half tien thuis waren, was het welletjes geweest.

Fawlty Towers

Een of twee keer per jaar lukt het om te lunchen met Annick. Af en toe komt ze wel koffie drinken, maar lunchen, dat mag al eens ietsje specialer zijn. Het Boneryck en de Koe-Vert heb ik intussen al een beetje gezien, ook al is het er keer op keer lekker.

En dus vroeg hij me wat hij zou aanraden. “Goh”, zei hij, “probeer anders de Chateaubriand in Doornzele ne keer?” Ik kende het restaurant van naam, en hijzelf had er deze zomer lekker gegeten op het terras buiten. Zone 09 gaf het zelfs een uitmuntend en had het bekroond met een Gouden Vork. Daar konden we dus niet mee misdoen, vonden we, ook al was het ietsje duurder.

Wij dus naar Doornzele, en het moet gezegd: het kasteeltje is echt wel een mooi gebouw, en blijkbaar ook een hotel.

Het was kwart voor één, en er waren nog twee andere tafeltjes bezet. Ze gingen die avond sluiten voor vakantie, vertelde de gerant ons, maar we waren uiteraard nog meer dan welkom. We bekeken het menu, en dat zag er prima uit, alleen… Annick is allergisch voor schaaldieren, en bij het voorgerecht – een stukje lotte – zat een bisque van garnalen. Geen enkel probleem, verzekerde de gerant ons, dat konden ze gewoon weglaten. Dik in orde.

We kletsten wat, en al gauw verscheen een zeer lekker soepje, iets met pompoen en gember. Voor mij zaten er garnaaltjes in, voor Annick uiteraard niet.

Even later kregen we van de ober elk een heel mooi voorgerecht.

IMG_1099

Alleen… beide borden zagen er identiek uit. Ik vroeg meteen aan de jongen:

– “Zitten daar garnalen in?
– “Neenee, mevrouw, dat is zonder garnalen!”
– “En die bisque dan?”
– “Ha ja, daar zitten wel garnalen in!”

Ik zweeg en bleef hem vragend aankijken. Waarop hij me aankeek met een blik als van een koe die naar een trein keek: niet-begrijpend en leeg.

Waarop de gerant kwam aangestoven, Annicks bord meegriste en zich verontschuldigde. Dat daar inderdaad garnalen in zaten, en dat ze meteen een ander bord gingen maken. Juist ja. Ik heb het mijne dan maar leeggegeten, en daarna kwam ook Annicks voorgerecht eraan. Zonder garnalen, met nog extra excuses. Dat die jongen er bij het hapje nog aan gedacht had, en blijkbaar bij het voorgerecht niet meer, en dat hij dat ook niet snapte, maar dat die jongen een leercontract was en niet van de snuggerste.

Annick en ik roloogden even naar elkaar, eigenlijk al bijna meer gegeneerd door de nogal bizarre excuses dan door het voorval op zich.

Helaas waren wij intussen nog de enige klanten, en vond de jongen het blijkbaar nodig om al de andere tafels te beginnen afruimen: eerst de glazen, dan het bestek, dan de tafelkleedjes… Zelfs de plaats naast ons moest er meteen al aan geloven, terwijl wij nog zaten te eten (aan een tafeltje van drie). Het gerammel was niet meteen het aangenaamste, moet ik toegeven, zeker niet toen de gerant vrolijk begon mee te doen, en ze een conversatie begonnen te houden doorheen de hele zaal…

Enfin, het hoofdgerecht kwam eraan: een vol au vent op gedeconstrueerde wijze: lekker, maar de saus mocht wat meer pit hebben, ze was nogal flauwtjes.

IMG_1102

We begonnen te eten, maar al gauw stelde ik vast dat de aangekondigde patatjes er niet bij waren. Tiens. En er werden precies ook geen aanstalten gemaakt om er te brengen. Halverwege de maaltijd maakte ik dus vrij luid de opmerking tegen Annick dat ik het raar vond dat daar niks extra bij was van patatjes of rijst of zo. Een paar minuten later kwam effectief de gerant er weer aan, met de excuses dat ze inderdaad de aardappelkroketjes waren vergeten, en dat die er nog aankwamen. En jawel, eigenlijk net voordat we klaar waren, kwam hij af met een ganse schaal aardappelbolletjes, en begon hij verwoed onze borden te vullen, in plaats van ons zelf de hoeveelheid te laten bepalen. Zó verwoed, overigens, dat er een bolletje van zijn lepel rolde. Geen probleem, zo bleek, fluks schepte hij het van de blanke tafel op, terug de kom in, en meteen in mijn bord. Hmm… En ondertussen volgenden uiteraard nog maar eens uitgebreide excuses.

Intussen werd de zaal verder opgeruimd, en werd er zowaar zelfs al met tafels geschoven. Toen de gerant nog eens langskwam met verontschuldigingen, voerde hij aan dat het feit dat ze gingen sluiten geen excuus mocht zijn, maar dat ze eerst om vier uur nog een receptie hadden voor 60 man. “Ha ja”, merkte ik op, “dat hebben we al gemerkt aan het vele opruimlawaai…” Waarop hij beloofde dat ze even gingen wachten en het stil gingen houden.

Intussen was het voor Annick en mezelf welletjes: het was er intussen zelfs ronduit ongezellig met al het opruimen, en de gladde excuses hoefden niet voortdurend herhaald te worden.

Toen de gerant kwam afruimen, bood hij ons een koffie of thee van het huis aan, maar die sloegen we beleefd af: het was genoeg geweest, en ik wilde dan liever gewoon thuis koffie drinken, in alle rust. Of hij dan echt niks voor ons kon doen, vroeg hij? Goh ja, misschien iets afdoen van de rekening, dacht ik, maar dat wilde ik voor de dooie dood niet gezegd hebben, zo trots waren we wel. Nogmaals excuses, en mocht hij ons echt niks aanbieden? Echt niet?

We vroegen gewoon de rekening, en die kregen we ook: 26 euro per persoon voor het eten, 4,50 euro per halve liter water. Zonder korting. De rekening werd gebracht in een mooi houten doosje met een assortiment snoepjes erin. Annick nam er een koffiespek uit (die met die arabier op), en dat had de gerant gezien: “Ahhh!” riep hij uit, “toch nog iéts waarmee ik u een plezier kan doen!” Hij liep naar de kast, haalde daar een ganse doos van die snoepen uit, grabbelde een ganse poot, en dumpte die heel onceremonieel in Annicks sacoche. En terwijl ik mijn portefeuille weg stak, volgde ook bij mij een ganse poot van die snoepen. En ik lust die geeneens…

Enfin, wij zijn buitengekomen, naar de auto gestapt, en beginnen gieren van ’t lachen… Wat was me dat, zeg? Verborgen camera? Sorry voor Alles?

Soit, het kan best zijn dat het restaurant een goeie naam heeft, met positieve besprekingen en zelfs een Gouden Vork, maar ik denk niet dat ik hier nog terug kom. Allez, misschien eens op het terras in de zomer. Iedereen kan wel eens een off-day hebben, maar dan nog.

Man man man…

Gelukkig was thuis de koffie heel lekker, met de juiste ingrediënten, en in alle rust. Oef.

Verlengd

We hadden een afspraak met dr. Harth om 8.40 uur in het Jan Palfijn. Omdat ik de vorige keer zo veel last had gehad om te zitten, had de verpleegster voorgesteld om een vroege afspraak te maken, dan hoefden we niet zo lang te wachten. Juist ja.

Het was tien voor tien vooraleer we binnen konden, maar bon.

De dokter luisterde aandachtig, haalde er nog eens de foto’s bij, toonde nog wat extra details, en verzekerde me dat mijn ruggengraat niet verder zou glijden, maar dat er wellicht nog wel van die bijzonder pijnlijke episodes zouden komen. Hij vond het ook nog te vroeg om al een operatie te overwegen, zeker omdat er nog steeds progressie is, en schreef me meteen nog thuis tot eind januari.

Hmpf. Maar de film gisteren alleen al bewees overduidelijk dat het niet zou lukken om terug les te geven, het lukt gewoon nog echt niet.

Zucht.

Ik heb er nog steeds geen idee van of het ooit weer zal lukken. Bij momenten is het om moedeloos van te worden. Maar bon, de boer, hij ploegde voort, zeker?

Fillem

Toen ik hoorde dat onze tweede en derde graad, zoals elk jaar na de kerstexamens, naar de film gingen, had ik terloops tegen Peggy, onze personeelsverantwoordelijke, gezegd dat ze me gerust mocht inschakelen, mocht er een tekort aan begeleiders zijn. Ze waarschuwde me wel dat ik nog steeds officieel in ziekteverlof ben, en dat ik dus niet verzekerd ben, mocht ik iets tegenkomen. Maar dat zou ik, mocht ik gewoon naar de film gaan, ook niet zijn.

En jawel, een ingeschakelde collega had op hetzelfde moment ook klassenraad in een andere school, en dus nam ik zijn plaats in. Ik had wel aan de verantwoordelijke laten weten dat ik niet echt op voorhand ging aankomen omdat ik wilde vermijden dat ik lang ging moeten rechtstaan, maar dat ik gerust wilde patrouilleren tijdens de film zelf. Mijn reputatie gaat me vooraf, en in mijn bijzijn durven ze toch geen kik geven. Waar ik helaas niet aan gedacht had, was dat ze aan het werken zijn aan de Kapiteinstraat, en dat de omleiding voor nogal wat problemen zorgt. Als in: een kwartier aanschuiven. Ik was dus een kwartier te laat, maar was toch nog net op tijd voor de film zelf.

En daar moest ik tot mijn scha en schande vaststellen dat het me niet lukt om twee uur in een cinemazetel te zitten. Echt niet. Ik  heb rondgelopen, gepatrouilleerd, rechtgestaan, tegen de muur geleund, opnieuw gezeten… En alles nog eens opnieuw.

Zucht.

En de film? Battle of the sexes, over de tennisster Billie Jean King en haar wedstrijd tegen Bobby Riggs. Niet slecht, maar ook niet wow. Tsja…

Gevecht met epische proporties

Om kwart over tien deze morgen had ik een afspraak bij de tandarts: de vermaledijde, gebarsten, pijnlijke en intussen ook behoorlijk dure kies moest eruit. Ik had aan Saar, de tandarts, gevraagd of ze het zag zitten om hem te trekken, wel wetende dat het ding zeker en vast in stukken ging breken en voor moeilijkheden zorgen. “Ja hoor” had ze me verzekerd, “daar ben ik intussen behoorlijk ervaren en handig in geworden”. Een tandarts die van aanpakken weet, liever dat dan een stomatoloog te moeten inschakelen.

Enfin, zij mij verdoofd, en meteen kreeg ik ook al een waarschuwing: het zou geen pijn doen, maar wel verschrikkelijk kraken, en ook bloeden. Euh ja, dat had ik ook verwacht?

Ik zat eerlijk gezegd best op mijn gemak, want inderdaad, pijn deed het niet. Het ene stuk tand na het andere kwam eruit, maar die laatste wortel, die was van de recalcitrante soort. Volgens Saar zat hij los, maar had ze er geen pak op. Maar geen nood, hij ging en zou en moest eruit, daar moest ik niet aan twijfelen.

Wel… Saar ging zitten, stond recht, ging weer zitten, greep een andere tang, nog een andere, spoot alles nog eens schoon, depte, blies, bekeek alles van rechts onderaan, links boven, deed de stoel naar boven, weer naar beneden, weer naar boven, grabbelde nog een andere tang, trok, wrong, wrikte, wriemelde, keek van links onderaan, rechts bovenaan… en had het laatste stuk eindelijk mee! Ze nam voor de zekerheid nog even een röntgenfotootje om zeker geen botsplinters te laten zitten, depte alles nog eens schoon, stak er een bloedstelpend watje in, en zuchtte diep van opluchting. Meer dan een half uur had het geduurd, dat gevecht.

IMG_1078

“Oh”, merkte ze fijntjes op, “ik zou toch even in de spiegel kijken en een doekje nemen, moest ik van u zijn, want ik vrees dat ik u een beetje vuil heb gemaakt”. Euh… Ik zat onder het bloed, zo bleek.

Enfin, de tand is eruit, maar ik vermoed wel dat de pijn nog zal komen. Zoals zij aan dat bot heeft gewrikt, kan het niet anders dan dat mijn halve mond eigenlijk een blauwe plek is.

Meh.