Alarm!

Gisterenmiddag kwart over twaalf ging plots ons pa’s persoonsalarm af. Hij heeft zo’n Zembro armband, een duur ding, maar het heeft bij deze wel zijn nut bewezen. Ik belde namelijk onmiddellijk naar het ding, en hoorde gestommel en de stem van Jeroen. Het was deze keer dus geen vals alarm, helaas. Ik kreeg te horen dat ons pa blijkbaar die nacht rond half drie iets gekregen had, naar eigen zeggen een CVA (cerebraal vasculair accident, ofte een trombose) maar hij had ons niet willen storen en had dus niet verwittigd. Pas nu, nu hij naar ’t toilet moest en Jeroens bureau dicht was, had hij zijn armband gebruikt. Hij kan namelijk niet rechtstaan wegens ongelofelijk duizelig en misselijk, maar was die nacht wel al op handen en voeten naar de wc gekropen. Kwestie van vooral niet koppig te zijn. Zucht.
Het kritisch moment was dus al voorbij, want je hebt vier uur de tijd voor bepaalde noodmedicatie. Hij was heel helder, maar wel heel erg duizelig, en raakte niet recht. Hij wilde absoluut niet naar het ziekenhuis, maar wilde gewoon slapen. We hebben hem dat dan maar laten doen, na wat discussie. Hij ging door de brandweer uit zijn kamer moeten gehaald worden, en dan met de ambulance weggevoerd worden, maar zoals gezegd, het was toch al te laat voor medicatie. Jeroen is wel om de paar uur gaan kijken, en Delphine heeft op een bepaald moment Alexander gestuurd met wat soep en beschuiten, maar ons pa wilde niet direct iets eten. Hij wilde vooral slapen: het is al de derde keer dat hij zoiets heeft, en de vorige keren is dat binnen de 24 zo goed als volledig opgeklaard. Tsja, toen was er natuurlijk wel nog ons ma die hem in de gaten hield, maar bon.

Deze voormiddag was ik tegen elven bij hem, en heb ik hem dan voor de keus gesteld: ofwel zich aankleden en meegaan met mij naar Wondelgem, of met de ambulance richting spoed. Hij heeft zich dan met veel moeite en geduld aangekleed, en is dan maar meegekomen. Nu ben ik er tenminste wat geruster in: hij is niet alleen, is continu onder toezicht, en hij blijft hier vannacht ook slapen.

Al heeft hij tot mijn grote verbazing wel gevraagd om effectief zijn valiesje mee te nemen, om eventueel morgen toch naar de spoed te gaan, want de duizeligheid neemt niet af. Hij kan dus niet zelfstandig stappen, want hij zou gewoon omvallen. Hmmm. We zien dan morgen wel weer. Ik moet examentoezicht doen, maar Bart blijft thuis tot een uur of elf, en tegen dan zou Kobe al thuis moeten zijn van zijn examen. Na het middageten evalueren we dan wel zijn toestand. Voor één nachtje kan hij hier wel blijven, maar hij kan hier niet blijven wonen, daarvoor is ons huis te onpraktisch voor hem, en daarbij, ik zou stapelzot worden, denk ik.

Wordt vervolgd.

Swinging X-Mas

Dat we er lang naartoe gewerkt hebben, en dat het ook serieus de moeite was!

Ik bedoel dan ons kerstconcert samen met Fa.Si.Nant, het andere koor van Geert Soenen, en een heuse big band. Dat laatste was eens iets anders, swingende kerstmuziek in jazzakkoorden. Niet gemakkelijk, en om eerlijk te zijn, ook niet altijd even mooi. Maar da’s een persoonlijke mening natuurlijk.

Het had enige voeten in de aarde omdat de big band nu niet bepaald goed voorbereid was, maar het resultaat mocht er zijn!

De Christus Koningkerk zat goed vol, de sfeer was er, en de muziek ook! Eerst zong Cantandum vier liederen van Gjeilo, bijna close harmony. Dan kwam Fa.Si.Nant met versterking van ons voor een paar klassiekers, en na de pauze was er dan A Christmas Cantata van Nils Lindberg, met de big band. Heel apart, en blijkbaar sterk gesmaakt door het publiek. Bart nam een paar filmpjes,

Het doet toch ferm deugd, zo zingen.

Getekende zeeslangen

Om het voor mezelf wat plezanter te maken, maar ook omdat ze op die manier tonen of ze hun tekst begrepen hebben, heb ik mijn vijfdes op hun examen een stukje doen tekenen. Ja ik weet het, ik heb een slecht karakter.

Het gaat over het paard van Troje, en hoe de priester Laocoön, als hij durft twijfelen aan de goede bedoelingen van de Grieken met dat paard, verscheurd wordt door twee enorme zeeslangen. De tekst van Vergilius gaat als volgt:

Ecce autem gemini a Tenedo tranquilla per alta
(horresco referens) immensis orbibus angues
incumbunt pelago pariterque ad litora tendunt;
pectora quorum inter fluctus arrecta iubaeque
sanguineae superant undas; pars cetera pontum
pone legit, sinuatque immensa volumine terga.
Fit sonitus spumante salo; iamque arva tenebant,
ardentesque oculos suffecti sanguine et igni,
sibila lambebant linguis vibrantibus ora.

Mijn eigen vertaling: “En kijk, daar kwamen echter uit de richting van Tenedos over de kalme zee (ik krijg nog koude rillingen bij de gedachte alleen al) twee slangen in enorme kronkels. Ze stortten zich in de zee, en trokken zij aan zij naar de kust. Hun tussen de golven opgerichte borst en hun bloedrode kammen staken boven het zeeoppervlak uit; de rest van hun lijf streek achteraan over de zee, en deed hun enorme ruggen kronkelen in een bocht; je kon het geluid horen in het schuimen van de zee. En reeds bereikten ze de kust, en hun brandende ogen waren doorlopen met bloed en vuur. Ze likten met hun trillende tongen hun sissende muilen.”

Opdracht: teken minstens één beest. Ik wilde dus zien: een kam, een uit het water opgerichte borst, rode vlammende ogen, een tong, en een lijf dat achteraan kronkelde over het wateroppervlak.

Juist ja. Ik heb me een breuk gelachen met sommige van de amechtige meelwormen die ik gekregen heb, maar dat maakte niet uit voor hun punten: het is per slot van rekening Latijn, en geen tekenles. Ik heb dat trouwens in 2012 ook al eens gedaan, en toen kreeg ik dit.

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.

Ter vergelijking: dit is het voorbeeld dat ik aan bord zet:

Rusthuis

Nee, niet voor mij, al is mijn lijf iets van 85 jaar, maar wel voor ons pa. Ons pa is uiteraard nog prima en zeer bij de pinken, maar er is die Parkinson…

Ik had er hem al veel eerder over gesproken, en hij was ermee akkoord: we gingen eens langsgaan bij het rusthuis in Zomergem om te horen hoe of wat, en hoe het zat met de wachtlijst en hoe dat allemaal in zijn werk ging.

Bon, een vriendelijke dame heeft ons alles uitgelegd en ons pa officieel aangemeld. Dat betekent enkel dat hij in het systeem zit, niet dat hij op de wachtlijst staat. Daarvoor is hij nog veel te goed: hij scoort positief op alle zorgvragen, en was het niet geweest van zijn parkinson, ze zouden hem zelfs nog niet willen aanmelden hebben. Serieus zeg… Nu, het rusthuis in Zomergem is dan ook wel bijzonder populair: er zijn momenteel zo’n 180 actieve wachtenden voor hem… Die lijst kan soms snel gaan, omdat er mensen sterven, of een andere plek hebben gevonden of zo, maar het kan ook twee jaar duren voordat je ook effectief binnen geraakt. Hmpf.

Nu, met wat chance duurt het nog jàren voor we zoiets nodig hebben natuurlijk. En als we zien dat hij het wat moeilijker krijgt thuis, laten we hem op de actieve lijst zetten. En dan zien we nog.

Tsja. Heavy dinges.

Gaan spelen bij een vriendje!

Ik mocht van mezelf vandaag gaan spelen bij een vriendinnetje als mijn vijfdes verbeterd waren. Keigoeie motivatie, geloof me!

Want tegen een uur of drie stond ik in Aaigem bij Sophie, mijn vriendin van in het lager middelbaar, die vorige week geopereerd werd aan haar galblaas. Ik had een taartje mee, en we dronken goeie koffie en hadden nog veel betere babbels.

Blijkbaar ligt haar huis te midden van een ganse cacheroute, en dus duffelden we ons stevig in en gingen een cache een tiental meter verder oppikken. Dat vond ze zo amusant dat we nog eentje verder gingen zoeken. En daarna nog eentje, en dan nog eentje een pad in aan een bosrand. Ze was daar zelfs nog nooit geweest, en dat amper op een paar minuten van haar deur. Cachen, een topbezigheid!

Toen was het intussen zo donker geworden dat het gewoon niet meer lukte om verder te doen, en daarbij, het was ook welletjes voor Sophie, die eigenlijk ook een bronchitis heeft.  Maar ik had een ongelofelijk ontspannende, aangename namiddag met mijn vroegere bestie, en ik zie het helemaal zitten om morgen weer lekker verder te verbeteren.