Volière

Een doodgewone zaterdag, en toen zag ik plots op mijn facebookfeed passeren dat Mieke, een soprane die op ons eerste concert van Cantandum heeft meegezongen én daarnaast ook nog eens classica is, haar bachelorconcert zong deze namiddag.

Meteen dacht ik: waarom niet? Kobe moet toch nog een concert bespreken voor zijn MCV+, en dan was dit toch ideaal?

Ik laadde zowel Kobe als Merel in de auto en tufte vrolijk richting Sint-Jacobs om netjes tegen zessen in het conservatorium te zijn.

Het concert zelf was… speciaal, maar op een heel knappe manier. Mieke had als thema vogels genomen, en daar zaten zowel liederen van Schubert tussen als een aantal Russische dingen en iets van Britten. Mooi, oprecht.

En toen waren we met ons drietjes in ’t stad en konden we toch gewoon niet anders dan een ijsje gaan halen. Tsja…

Ankh

Ik speel al twintig jaar – letterlijk – met het idee van een tattoo. Al sinds mijn zestiende denk ik erover, maar het is er gewoon nooit van gekomen. Ik dacht altijd aan een kleine spin onder mijn linker sleutelbeen, maar ne mens moet daar dan werk van maken he.

Maar nu, nu was het tijd voor een andere tatoeage, vond ik. Ook met deze speel ik al een jaar of twee, meer dan genoeg bedenktijd. Een paar weken geleden boekte ik een afspraak in een tattooshop hier in Gent, bij een oud-leerlinge van de school. Het moest en zou vandaag: net vandaag is Els namelijk twee jaar overleden. Mijn larpmaatje Els, met wie ik jarenlang heb samengespeeld en wier symbool de Ankh was.

Wikipedia zegt erover: ” In de oudheid droegen de Egyptenaren de ANKH op afbeeldingen als teken van hun onsterfelijkheid, de sleutel van het eeuwig geluk; wanneer mensen het dragen wordt daarmee aangegeven dat zij deze wereld voor het hiernamaals hebben geruild. Het werd geacht hun bescherming te bieden tegen allerlei gevaren. De hiëroglief in deze vorm betekent ‘leven’. “

Beter kon het niet zijn, toch? Dus heb ik sinds vandaag een kleine tattoo op de binnenkant van mijn rechterpols, als aandenken aan Els, Vic en ons ma. Het symbool van het eeuwig leven, een eeuwig aandenken. Niet dat ik een tattoo nodig heb om aan hen te denken, dat gebeurt zo ook wel, maar toch…

Ik schreef ook het volgende aan Els:

“Elske,

het is twee jaar, verdomme. Twee jaar, en ik verwacht nog altijd commentaar van u op mijn domme opmerkingen. Weet ge, de laatste Omen liep ik efkes verloren bij het vertrek: naar wie moest ik nu bellen om ons een slaapplaatske vrij te houden? Ik lag prima, maar ik miste u in mijn buurt, weet ge. Bij Haven was het nog erger: spelleiding had plaats voor ons vrijgehouden, allemaal samen, en plots deed het gigantisch pijn om alle namen van de Vossen daar te zien staan zonder de uwe daartussen.
Uwe stoel staat nog altijd klaar in ons kamp, beze. Hij wordt nogal vaak ingepikt door de een of andere onverlaat, maar het is wel Katara haar stoel.
Maar weet ge, Stefaan is voor de eerste keer weer meegekomen, en dat deed onnoemelijk veel deugd. Het was soms ook verschrikkelijk moeilijk, vooral voor hem: wij, allemaal samen, zonder u. En elk moment verwachtte ik eigenlijk dat gij daar ook ergens zoudt staan.
Ik vecht trouwens met een stok momenteel. Het Vossenschild als speler, nee, dat nog efkes niet.

Ik mis u, Els. ’t Is soms vreemd, want het is niet alsof we elkaar zelfs maar wekelijks spraken. Maar die gedeelde hobby, die band was toch wel immens sterk. Ik mis mijn sterke Vos aan mijn zijde. Ik mis de gigantische lachbuien, ik mis het onnozel doen, ik mis het vechten zij aan zij.

Wij, beze, wij gaan later samen nog een stevig potje larpen. Liefst op Poort dan nog. Samen met alle Vossen. Beloofd.

Kom hier, da’k u tegen mijne gilet trek.”

Voor jullie. En hopelijk komt daar nog lang niemand anders bij.


De Mensheid

Met Véronique naar het theater is telkens weer een belevenis. Dinsdagnacht – of eigenlijk al woensdagmorgen – stuurde ze me een bericht: “Ga je morgen mee naar NTG? Het zal goed zijn!” Meer heb ik niet nodig, en dus waren we netjes tegen acht uur present op het Sint-Baafsplein.

“De Mensheid” van Grunberg en De Pauw is op zich ook een belevenis, vooral impressionant door de sopraan Claron McFadden. Wat een stem! En een toch wel indrukwekkende tekst.
Josse De Pauw neemt als advocaat de verdediging van de mensheid op zich, een diersoort die het meest van al belasterd en beledigd wordt, en dat is niet fair, vindt hij. Nu ja, vindt schrijver Arnon Grunberg, die, vreemd genoeg, de hele tijd netjes in pak op een vreemdsoortige roeimachine zit te zwoegen zonder een woord te zeggen.

Het geheel wordt opgeluisterd door de muziek van Claron McFadden en pianist Kris Defoort, die vaak zelfs gezongen commentaar geven op wat er gezegd wordt. Die tekst is… vintage Grunberg, zou ik zeggen. Prachtig geschreven, vaak nogal zwaar op de hand, en met schitterende quotes. Twee die ik (min of meer, sorry) onthouden heb, zijn:

“Het zijn alleen maar helden die willen sterven voor hun principes. De meeste helden zijn dan ook dood.”

“Liefde is als een onwerkzame pijnstiller. Ze doet de pijn wel verminderen, maar neemt de oorzaak niet weg. “

En dan… lijkt het alsof De Pauw aan het einde van zijn tekst is, maar dat betekent nog niet het einde van het stuk. Plots komt Grunberg van zijn roeimachine en moeit hij zich als auteur over de manier waarop de tekst gebracht werd. En gaan beide heren dieper in op de betekenis van de tekst, maken ze zelfs ruzie, ontpopt de auteur zich tot een waar acteur en weet De Pauw even van geen hout pijlen maken. Die epiloog is verwarrend, maar tilt het stuk wel naar een hoger niveau.

Al bij al een zeer fijn stuk, als je van teksttheater houdt. En van een glasheldere sopraanstem.

En als je dan nog kan afsluiten met een cocktail… Tsja, dan kan het helemaal niet meer stuk.


Bedankt voor de fijne avond, lieverd!

Een hele fijne bespreking van het stuk vind je overigens ook hier.

Bah humbug

Ik loop al een paar dagen behoorlijk pissed omwille van mijn pa, die erin geslaagd is zich zaterdagavond opnieuw in het ziekenhuis te laten opnemen. Het was gelukkig alleen maar een appelflauwte, veroorzaakt door de hitte, te weinig eten en drinken, en een glas alcohol. Het leek wel een pak erger: hij was lijkbleek en kreeg CPR, voor hij met de ambulance werd weggevoerd. Ik was doodongerust, maar zat dus in Brecht met de jongens. Gelukkig hebben mijn broers voor alles gezorgd.

Deze voormiddag mocht ik hem gaan halen, zei hij. Ik sta daar dus tegen tien uur, blijken de papieren nog niet klaar, en zegt de verpleging dat dat inderdaad standaard maar in de namiddag is. Zucht. Volgens ons pa had de dokter gezegd dat alles nu al klaar ging liggen. Niet bevorderlijk voor het humeur…

Helaas, karma is tegen mij.
Been ik het ziekenhuis uit, schijnt de zon. Eindelijk.
Ik stap in de auto, blijkt het Rammstein te zijn op de radio, wat ik uiteraard keiluid zet.
En dan steekt er nog een eendenmama met 7 kuikentjes de weg over, kweetniehoeschattig.

Hoe kan ik nu slechtgehumeurd blijven? Serieus?

Enfin, ik zal ons pa vanmiddag dan wel gaan halen. Kwestie van bezig te blijven.

Een paar gedachten…

Een paar gedachten:

  • Ik ga het nog leren op mijn oude dag: mijn examens zijn gewoon klaar, en nog voor de deadline!
    Nu even een paar dagen stilte voor de storm. Ik ga eindelijk weer bloggen en lezen ^^
  • Universeel: kinderen die duhuhuhuhuhuh zeggen wanneer ze met hun fietsjes over de kasseien dokkeren. Deed me glimlachen deze morgen, toen ik passeerde op de ochtendwandeling met Merel naar haar school.
  • Eid Mubarak! Ik kreeg een heerlijk hapje terwijl ik op toezicht stond.
  • Egoboost of the day: twee vierdes die op kousenvoeten tot bij mij komen: “Mevrouw, u geeft toch de vijfdes volgend jaar hè? Da’s toch zeker hè? Ja? Goed, dan doen we verder!” Het waren twee grote lummels die in het tweede bij mij hadden gezeten.
  • En telkens weer kijk ik, volautomatisch, verbaasd op wanneer iets over negen niet de stem van Christophe Lambrecht te horen is op Studio Brussel.
  • Los van alle andere verkiezingsonzin ben ik toch nog steeds verdomd blij dat ik in die multiculturele stad Gent woon. Waar blijkbaar de verzuring nog net iets minder hard heeft toegeslagen dan ergens anders. En waar ik mijn medemens nog steeds met net iets meer vertrouwen in de ogen kan kijken. Hartjes, mijn Gent. Verander maar nooit, alsjeblief.
  • Het einde van het schooljaar begint zijn tol te eisen. Merel is doodop.