Dode lupa – levende lupa?

Dinsdag, tijdens mijn voorlaatste les van dit jaar, ben ik gigantisch lomp geweest. Blijkbaar stond mijn geliefkoosde beeld van de lupa – de wolvin van Rome, met die twee baby’s eronder – iets meer naar voor op mijn lessenaar dan anders. ’t Is niet alsof er veel plaats over is in die schoendoos van mij.

Ik zwier met een gigantisch enthousiasme de zijflap van mijn bord open, en jawel, met een grote zwier knalt mijn lupa tegen de grond. Het marmeren voetstuk is quasi niet beschadigd, maar de wolvin zelf, in een soort gegoten kunststof, is in gruzelementen. De leerlingen zijn ijverig beginnen zoeken naar alle brokstukjes, maar ik was er echt het hart van in. Mijn pracht van een lelijk beest, zomaar aan diggelen!

Ik heb ze mee naar huis genomen, heb alles in elkaar gepuzzeld en beetje bij beetje aan elkaar gezet. Ik heb nog wat schilfertjes links en rechts over, maar al bij al valt het best goed mee. Ze is wat fragieler nu, en iets meer gehavend, maar bon, ze is weer toonbaar. Oef. Ik had het eigenlijk niet durven hopen.

Korda on tour

Anderhalve week na Omen, en het kriebelt nog steeds. Toen ik vorige week donderdag op mijn FB schreef dat ik op mijn eentje op café zat – een koffie in de Labath tijdens Merels blokfluitles – had Wim geantwoord dat hij gerust wilde afkomen. Mind you, die woont in Balen, op anderhalf uur rijden zonder verkeer. Donderdagavond tijdens de spits? Dik twee uur.

Geen goed idee dus, want ik had ’s avonds ook nog koorrepetitie. Maar ik vond het wel een bijzonder fijn idee, en dus spraken we af dat hij vandaag ging langskomen om gezellig iets te drinken. En hij mocht gerust nog andere Korda meebrengen, mochten die willen. En jawel, na dik twee uur in de auto stonden hier, iets over achten, Wim, Mathias en Lorenzo.

Het werd een gezellige avond van kletsen over Omen, de Korda, larp in het algemeen, maar ook andere dingen. Er werd geschaakt, er werd bier gedronken, er werd gelachen, en rond middernacht reden ze terug naar huis, anderhalf uur.

Goed zot, zeg ik u, maar wel zalig. Een hele fijne avond gehad.

Vriendschap

Eigenlijk ken ik Koen niet echt zo goed. Al een paar jaar een larpvriend, ja, en het klikt wel tussen ons. Hij is net als ik een taalfreak, maar is gedesillusioneerd uit het onderwijs gestapt en werkt nu in de Colruyt. Als rekkenvuller.

De paar keer dat we samen hebben gespeeld, was het meestal hard tegen onzacht. Maar ergens begrepen we elkaar altijd al. Toen hij door een diepe depressie ging, hield ik hem vanop een afstandje in het oog. Met hier en daar eens een vraagje aan zijn maten, of het wel ging. En behoorlijk bezorgd om zijn alcoholgebruik, dat ook, toen het toch wel erg de verkeerde kant begon op te gaan.

Koen is ook Eriks beste vriend. Je weet wel, Erik, die gigantisch fijne larpkerel die eind juni besloot om er een eind aan te maken. Toen ik het hoorde, gingen mijn eerste gedachten uit naar Eriks ex, de moeder van zijn dochter. En toen naar Koen. Met een dikke godverdomme.
Het was einde schooljaar, een te drukke periode voor mij om veel contact op te nemen, maar ik wist dat ze elkaar goed omringden, daar in Antwerpen. En dat Koen daar nood aan ging hebben. Uiteraard.

Toen ik op de dag van Eriks afscheidsdienst – de dienst zelf miste ik door andere verplichtingen – in The Cauldron kwam, werd ik langs alle kanten vastgepakt door larpvrienden, die even erg in zak en as zaten. En kwamen er meteen ook verschillende mensen naar me toe: “Koen zit binnen. Ga naar hem toe.” Wat ik uiteraard ook deed. We pakten elkaar vast, woordeloos, en bleven zo’n vijf volle minuten zo staan, denk ik. En toen grabbelde hij iets uit zijn binnenzak. “Hier. Lees mijn tekst.” Dat deed ik, terwijl hij in stilte naast mij voor zich uit zat te staren. Ik gaf hem de tekst terug, veegde mijn tranen weg, en knikte. Meer niet.

Later die avond hebben we nog gepraat, en ik heb hem uiteindelijk naar huis gevoerd. Ik wilde niet dat hij op dat moment nog een uur op een troosteloze bus moest zitten.

Gisterenavond ben ik bij hem gaan eten. Iets wat we eigenlijk al heel lang eens gingen doen, nog lang voor Erik. Het werd een aangename avond met vooral veel gepraat over muziek en literatuur. De verwachte huilpartijen bleven uit, ook al hebben we het onderwerp niet gemeden. Maar het werd een bijzonder gemoedelijke avond, alsof ik hem al jaren door en door ken.

En Koen kookt ook niet onverdienstelijk, al had ik de tarte tatin thuis in de ijskast laten staan. Goed bezig.

Nee, ik ga Koen niet wekelijks of zelfs niet maandelijks zien, dat weet ik. Dat weet hij ook. Maar als hij het vraagt, zal ik er staan. Want die connectie, die is er wel. Die zal er wellicht ook altijd wel blijven.

Vriendschap, het is iets raars. Toch?

Vergeetkop

Die Kobe van mij, die gaat zijn eigen hoofd nog eens vergeten. Da’s trouwens een uitspraak van mijn ouders over mij, de appel is dus niet ver van de boom gevallen.

Op maandag begin ik maar met lesgeven om tien over tien, en Bart had Merel meegenomen om af te zetten, zodat ik om acht uur netjes in mijn zetel lag met een kop koffie en mijn computer.

Tot om kwart over acht plots de deur openvliegt – ik verschiet me dood – en een hijgende Kobe zonder een woord uitleg de trap opstormt. Hij was blijkbaar zijn turngerief vergeten, had zich dat gerealiseerd aan het einde van de Lange Velden, was toen in volle vaart teruggefietst en hoopte nu maar dat de bus naar de sporthal ietsje te laat ging zijn, zodat hij nog mee kon in plaats van twee uur in de studie te zitten.

Ik heb een wenkbrauw opgetrokken, vooral mezelf herkend, eigenlijk feitelijk, en heb dan maar de auto genomen om hem alsnog net op tijd op school af te gooien. Met de fiets had hij het niet gehaald, dat wisten we beiden.

Dankbare Kobe, oogrollende mama. Dat hij chance heeft dat ik hem graag zie, dat mormel.

Koppelingsgebied Langerbrugge

Een koppelingsgebied, dat is blijkbaar een overgangszone tussen haven en dorpen,  waar bewoners, werknemers en bezoekers zich kunnen ontspannen, wandelen  en fietsen. Allez, dat is toch hoe ze het hier in de Gentse haven noemen, want hier hebben we er wel zo’n paar. Je zou ze ook gewoon parken langs de haven kunnen noemen.

Dit jaar is er een mooi stukje groen bijgekomen in Langerbrugge, het dorp naast Wondelgem. Om daar de aandacht op te trekken, zijn er vijf caches gekomen in dit gebied. Vandaag was het misschien wat frisjes, maar ons pa en ik hebben ons rond een uur of vier opgepakt en zijn er gaan cachen. Een beetje te laat vertrokken om goed te zijn, zo bleek, want we zijn niet rondgeraakt voor het te donker werd. De laatste twee caches hebben we dus maar zo gelaten.

Maar we hadden er toen wel een prachtige wandeling op zitten. Enerzijds heb je wel de oude energiecentrale en de papierfabriek, maar tegelijk is er prachtig moerasriet, een site van de oude Velodroom, en eigenlijk gewoon mooie wandelpaden, deels zelfs met vlonderpad. Een aanrader, dat vond ook ons pa. En dus wacht ik nu tot het nog eens mooi weer is op een zondag, zodat we dat rondje kunnen afwerken.