Bizar recept: corned beef met prei

Ik vermoed dat de meesten nog nooit corned beef gegeten hebben, en ik begrijp dat best :-p Vlees uit blik, het spreekt me ook niet echt aan.

Nochtans heeft mijn ma er een schitterend recept mee, waarmee ze gegarandeerd scoort, zeker bij de kinderen. Ik maak het af en toe ook eens klaar, en zowel de kinderen als Bart en ikzelf eten ons behoorlijk rond. Moeilijk is het niet, alleen soms een beetje vreemd. Het resultaat, als het op je bord ligt, ziet er ook niet bepaald smakelijk uit, maar dat is zo met de meeste ovenschotels met gehakt en dergelijke. En toch moet je het eens proberen: een aanrader!

Benodigdheden (voor 6 personen)

– twee grote dozen corned beef, te vinden bij de zwanworstjes en zo

cornedbeef
– prei + witte saus (of diepvriesprei-in-de-room, nog zo makkelijk)
– puree
– peper
– paneermeel
– kluitje boter

* Neem een grote ovenschotel, doe de dozen corned beef open met het bijhorende sleuteltje (let op dat je je niet snijdt, die randen zijn gigantisch scherp!) en snijd de inhoud in grote stukken.

cornedbeef2

* Zet dit even in de oven onder de grill, tot het vlees ‘smelt’ en je het heel makkelijk kan platdrukken met een vork. Let wel op dat het niet te lang onder de grill staat, want dan droogt het uit. Zorg dat je een mooi laagje krijgt.

cornedbeef3

* Maak een stevige puree (niet te slap), en verdeel die over het vlees, zodat je een mooi tweede laagje krijgt. Doe er geen zout bij, het vlees is meer dan zout genoeg.

puree

* Maak prei in de witte saus (of open een zak of doosje diepvriesprei-in-de-room) en verdeel dit over de puree, zodat je opnieuw een mooi laagje krijgt.

prei

* Strooi er kwistig paneermeel over, en voeg hier en daar een krulletje boter toe.

paneermeel

* Schuif alles in een voorverwarmde oven (200°) en zet na een paar minuutjes nog even de grill aan, zodat je een mooi korstje krijgt.

cornedbeefklaar

Smakelijk!

Wolf wilde met plezier tonen hoe lekker het eigenlijk wel is!

cbwolf

cbwolf2

(Oh, enne… toen Bart daarnet thuiskwam, vroeg hij met glinsterende ogen of hij er ook een beetje van mocht. Ik zei uiteraard ja, maar blijkbaar hebben we verschillende definities van “een beetje”: ik ging er donderdag met de kinderen nog van eten, en toen was de schotel vrijwel leeg :-p )

Gynaecoloog en andere dokters

Deze namiddag had ik een afspraak bij de gynaecoloog. Gelukkig maar, gezien alle problemen van de laatste dagen.

Hij luisterde minzaam naar mijn relaas, keurde de ijzerpillen en de diuretica van de huisdokter goed, maar vond dat er nu wel drastischer middelen nodig waren. Voor de constipatie gingen alleen nog de grote middelen werken, verklaarde hij: ik moet naar de materniteit van het ziekenhuis gaan, en daar een lavement vragen. Hij had even gevoeld, en verklaarde dat de hele darm vol zat met kleine kasseisteentjes. Allez gij.

Met de baby was alles gelukkig prima in orde: perfect op schema, goed beweeglijk, en dat soort dingen.

Het ijzertekort en de bijhorende vermoeidheid was een groter probleem, zei hij. De pillen zorgen duidelijk voor de constipatie, en moet ik dus stopzetten. In de plaats daarvan raadde hij me vloeibaar ijzer aan, en toen ik sprak van inspuitingen, knikte hij. Want hij schudde in eerste instantie nogal zijn hoofd toen hij hoorde dat ik op 1 september wilde beginnen werken. “Maar madammeke, vergeet dat maar, dat gaat niet lukken.” Juist ja. Tot hij mijn vastberadenheid zag. De spuiten gaan in elk geval een steviger effect hebben, en hopelijk lukt het tegen dan wel.

Ik ben dus nog deze namiddag langsgeweest bij de huisarts, en dat is echt een bijoux van een mens! Enfin, de hele groepspraktijk eigenlijk, het maakt niet uit bij wie van de drie je verzeilt. Ik belde naar Tim, en die zei me onmiddellijk een voorschrift te komen halen, dan naar de apotheker te gaan (mijn vaste apotheker is met vakantie, of ik had het zo wel meegekregen en achteraf het voorschrift gebracht)  en dan terug te komen voor de spuit. Ik had dus niet eens geld bij toen ik bij hem kwam, en hem te binnen viel dat hij nog ampullen in stock had. Ik heb meteen de spuit gekregen, en zijn rekeningnummer om het geld over te schrijven. Op twintig minuten stond ik weer thuis.

Nu maar hopen dat het effect van dat ijzer snel inkickt, en dan woensdag gaan sterven op een toilet in het ziekenhuis. Liever daar dan hier, want daar is er nog omkadering voor moest het verkeerd gaan :-p

Frankrijk: de terugweg

Om half negen, onder een stralend blauwe hemel, zaten we in de auto om te vertrekken. Geef toe, niet mis qua uur, he? Het eerste stuk naar Autun kenden we intussen vrij goed, en ging ook probleemloos. Het tweede stuk, tussen Autun en Beaune, duurde een klein uur, en was nogal kronkelig. Helaas, we zullen het geweten hebben.

Kobe meldde plots dat hij zich niet lekker vond, en een paar kilometer verder stonden we in de graskant zijn kleren te vervangen en de auto schoon te maken, jawel. Daarna ging het beter, ook al omdat we al vrij snel op de autostrade zaten, en ook heel geregeld gestopt hebben. We hoopten om tegen de middag in Metz te zijn, maar dat haalden we net niet. We zijn dan maar naar centrum Nancy gereden, om daar aan de Place Stanislaz in een Grand Cafe iets te eten. Het was intussen pokkewarm, we zweetten ons te pletter. Dat, in combinatie met mijn instant food coma, zorgde ervoor dat we niet rondgekeken hebben in Nancy, maar meteen weer doorgereden zijn. De tussenstop had ons wel twee uur gekost, en samen met het feit dat de hele auto al na tien minuten lag te slapen (gelukkig had Bart een stevige koffie gedronken) zorgde dat ervoor dat er geen stop meer in Metz kwam.

De kinderen hebben zich andermaal voorbeeldig gedragen, maar we zijn dan ook geregeld gestopt om even de benen te strekken of wat meloen te eten.

Tegen zeven uur waren we thuis, in een netjes proper gekuist huis, en met contente dieren. Meer moet dat toch niet zijn?

Frankrijk: dag zeven

Deze morgen zijn we opgestaan bij een stralende zon 🙂 Eindelijk, zou ik zo zeggen. De hemel was diepblauw boven de beboste heuvels, en al rond negen uur konden de ramen wijd open.

De voormiddag hebben we weer bijzonder lui doorgebracht met tv, spelletjes en boekjes. Tegen half twaalf hebben we ons opgepakt en zijn door de hitte (toch een 32 graden) naar Autun gereden om daar te eten en boodschappen te doen. Om veel rond te lopen was het eigenlijk veel te warm. Wel een groot contrast met maandag, toen we in de miezerige regen bij 14 graden naar de kathedraal zijn gaan kijken.
We hebben gegeten in pure vakantiestemming: op een groot terras aan een rustige, typisch Franse straat, onder enorme parasols, en met bijzonder lekker eten. De kinderen hadden een kindermenu, en gelukkig eens niet de obligate kipvingers met frieten, junkfood eerste klas. Ze kregen elk een mooi stukje gebakken witte vis, met verse bladspinazie en gemengde groentjes, stijl ratatouille. Bart ging voor een steak met foie gras, en ik had een groot bord met tien kikkerbillen in de roomsaus. Helaas waren de enige groenten daarbij de kruiden, maar ik heb dan wat van de kinderen hun groenten gegeten, en dat was ook meer dan ok. Ik kreeg de kikkerbillen niet eens op, en ze waren nochtans bijzonder lekker 🙂 Aangezien ik nog steeds niet naar toilet kan gaan, kan ik ook nauwelijks eten: een dessert heb ik dan ook aan de mannen overgelaten, en zelf alles afgeslagen.

Aangezien iedereen last had van de hitte, hebben we niet verder rondgelopen, maar zijn we nog snel een paar boodschappen gaan doen (probeer maar eens brood te vinden dat geen stokbrood is), en daarna naar het huisje teruggekeerd voor een deftige siësta.

Tegen vijf uur zijn we dan naar het zwembadje gegaan, al had Jeroen ons gewaarschuwd dat het behoorlijk koud was. En yup, we moesten hem gelijk geven: Bart is er eventjes ingesprongen en er vrijwel meteen weer uitgegaan, ik ben er maar heel langzaam ingegaan, maar de kinderen hebben behoorlijk gespeeld. Tegen zes uur was Wolf aan het klappertanden en zagen zijn lippen lichtjes blauw, en hebben we ze maar onder een hete douche gezet.

Al bij al weer een hele fijne dag met een echt vakantiegevoel. Blij dat we alsnog besloten hebben toch tot morgenvroeg te blijven. Maar de valiezen zijn alweer gepakt, alles staat al klaar in de mate van het mogelijke, zodat we deze keer wél vroeg kunnen vertrekken en misschien nog het nieuwe museum in Metz kunnen meepikken. We zien morgen wel hoe het loopt.

Frankrijk, dag zes

Oef. Het gaat gelukkig al een heel pak beter dan gisteren, ik zit zelfs pijnloos te typen op het terras, terwijl Bart binnen is gebleven in ons huisje, bij de slapende kinderen.

Deze morgen was de rug inderdaad al wat beter, maar zeker nog niet ideaal. De Lansoÿl (het parrafinemedicijn) heeft nog totaal geen effect, maar kom. Ik heb ontbeten met een groot glas fruitsap en alle medicatie, meer kreeg ik niet door mijn keel. Verder heb ik opnieuw veel gelegen deze voormiddag, terwijl de kinderen speelden, en Bart aan Wolf leerde hoe hij moest zwartepieten (of Pijke Zot spelen, zoals wij het eigenlijk noemen). Buiten zag het er eerst weer bijzonder grijs uit, maar geleidelijk klaarde het op. Vlak voor de middag (Bart was de spaghetti al aan het opwarmen) moest ik plots richting toilet crossen, helaas niet voor het gewenste effect: in een paar serieuze gulpen kwam alle fruitsap en water er weer uit. Hmm. Op het eerste zicht niet zo goed dus, maarre… Mijn rug was plots weer in orde, en ik voelde me zelfs behoorlijk ok! Hehe, eindelijk!

Bart had intussen het vaste voornemen opgevat om morgen al naar huis te gaan: dan kon ik rustig thuis in mijn eigen bed ziek zijn, en waren er bekende dokters bij de hand en zo. Dat overgeven had hem helemaal bezorgd gemaakt. Soit, ik voelde me echt beter, alleen kon ik nog steeds nauwelijks eten: een hap of vijf spaghetti volstond al ruimschoots, en het appeltaartje in de namiddag hebben de jongens onder elkaar verdeeld. Kobe was intussen hondemoe, en deed een stevige middagdut tot half vier, en zelf heb ik ook wel een uur of twee geslapen. Daarna heb ik mee gekaart, en voelde ik me echt wel ok. Toen Kobe wakker werd, scheen de zon volop, was het echt warm buiten, en wilde ik graag nog op uitstap naar Le Lac de Settons, op een half uurtje rijden. Jeroen (de gastheer) had gezegd dat je er ook kon zwemmen, dat er verschillende kleine strandjes waren, en dus overtuigde ik Bart om het zwemgerei mee te nemen. Hij had sowieso wat overtuiging nodig, want hij vond het een compleet onzinnig idee om nog op stap te gaan.

Een half uurtje rijden later door het prachtige natuurreservaat kwamen we effectief aan het water: een enorm meer, omzoomd door weelderige bossen. We vonden een parkeerplaatsje aan een klein keienstrandje (man, wat waren die keien scherp zeg! Mijn voeten doen er nog zeer van) waar nog een andere familie aan het spelen was, en de kinderen gingen meteen pootjebaden. Het water was lang zo koud niet als gedacht, en iets later hadden de jongens en ik onze zwembroeken aan, en werd er druk gespeeld. Kobe had nog wel wat watervrees, maar amuseerde zich blijkbaar toch. Bart bleef op de oever staan kijken, volledig gekleed, tot en met zijn schoenen. We mochten zelfs even een rubberbootje lenen van de andere familie, wat Wolf uiteraard super vond.

Tegen iets na zessen waren we weer thuis, en was Bart overtuigd om alsnog een dag te blijven, en pas zondag naar huis te gaan, zoals gepland.

Als nu nog die parrafine zou willen werken, komt het misschien nog wel goed 🙂

Frankrijk, dag 5

Vannacht was een moeilijke nacht, omdat ik me niet kon omdraaien zonder wakker te worden van de pijn. Toch had ik de indruk dat het al een pak beter ging: ik kon min of meer pijnloos ‘lopen’, al zij het nog compleet scheef. Ik heb me de hele morgen nog bijzonder koest gehouden, boek nummer twee (Der Erwählte van Thomas Mann) uitgelezen, terwijl de kinderen speelden en tekenden, Wolf een gigantische dominomuur maakte, en Bart om boodschappen reed en spaghetti maakte.

Na de middag zijn we richting Bribacte gereden: de grootste Gallische stad in de eerste eeuw voor Christus, hoofdstad van de Haedui (welbekend onder mijn leerlingen, lang leve Caesar). Nu is er een museum, en zijn er voortdurend opgravingen te zien. Het ligt op de hoogste heuvel van de Morvan (817 m) en je hebt er prachtige vergezichten. Veel is er daarnaast helaas niet te zien, maar het was mooi weer (25 graden en af en toe dikke wolken) en we hebben rondgelopen. Gelukkig was er een busjesdienst van beneden naar boven en terug, want dat zou ik niet gehaald hebben. Ik was dan ook kapot na de wandeling, en ben, zodra we thuiskwamen, opnieuw gaan platliggen.

Ik denk dat de rugpijn ook voor een deel veroorzaakt wordt door serieuze constipatie: het is al een week geleden dat ik nog eens deftig mijn ding heb kunnen doen. Ik eet dan ook nog nauwelijks, en ben alweer vermagerd. Bart is deze morgen langs de plaatselijke apotheker gereden, en ik heb een jello-achtige substantie meegekregen, zijnde pure paraffine. Veel meer mag en kan ik niet nemen zonder doktersadvies, zwanger zijnde. Maar dit is ook niet houdbaar.

Pff. En toch doet de vakantie wel deugd.

Frankrijk, dag 4

Hmpf. Heel erg hmpf zelfs.

Vandaag was het plan om een rustige voormiddag door te brengen, vroeg te eten, en dan te vertrekken naar Bribacte, een grote Gallische site hier niet zo ver van. Deel één van het plan ging prima: de hele voormiddag is er rustig gespeeld, geknuffeld en gekletst. Bart begon rond half twaalf aan het eten, terwijl ik de kinderen douchte. Nog steeds volgens plan, dus. En toen, bij het aankleden, wilde ik iets in de vuilbak gooien, en schoot het in mijn rug. Ik jammerde het uit, en viel. Bart is komen aanspurten, heeft me geholpen plat op mijn rug te gaan liggen, en dat was dat. Helaas.

Met moeite heb ik iets van kleren aangekregen, ben ik tot aan de tafel gestrompeld om te eten, en ben ik daarna gewoon plat in mijn bed gaan liggen. Zucht. Tot zover de plannen voor vandaag, maar bon, het is toch alweer grauw buiten, met motregen…

Ik heb de hele middag platgelegen, heb meteen mijn boek uitgelezen (‘Henry & June’ van Anaïs Nin) en vooral niet te veel bewogen. Bart heeft de kinderen beziggehouden, en is uiteindelijk met hen naar Autun naar de supermarkt gereden, want we hadden pampers nodig en die hebben ze niet hier in het dorp.

Nu ben ik met veel moeite van het huisje naar het hoofdterras gestrompeld, en als ik zit, valt de pijn wel mee. Maar ik ben wel serieus bezorgd voor de rest van de vakantie. Morgen zou het – deze keer effectief – goed weer worden, en ik kan met moeite gaan. Ik ga vanavond die rug goed warm houden, en vooral me koest houden. En hopen en bidden dat het tegen morgen over is…

Frankrijk, dag 2 en 3

Gisteren zijn we effectief naar Autun gegaan, hebben ginder gegeten en zijn dan wat gaan rondlopen in de motregen. Het was amper 15 graden, een zielige dag dus. We hebben de kathedraal gezien, zijn gaan rondlopen in het oude stadsdeel, en hebben daarna een warenhuis gezocht. Rond vier uur waren we alweer thuis en heeft Kobe nog geslapen. Vandaag ging beter zijn, maar het is nog steeds bewolkt, 23 graden, dat wel. We zijn eigenlijk niet eens buiten geweest: een rustige voormiddag met spelletjes, gekookt, stevige middagdut, en nu zijn de kinderen hier buiten aan het terras aan het tekenen en vliegers aan het maken, terwijl wij even online gaan. Er is echt een grote algemene tuin met glijbaan, speelhuisje, trampoline, grasveld… We zitten onder een grote plataan aan een van de teak tafels, en ja, het geeft toch wel het vakantiegevoel. Het is hier vooral heel erg rustig, en erg weinig te doen, zodat zelfs Bart tot rust komt. Alleen jammer dat het te koud is voor het zwembad, maar hopelijk komt dat nog. Er is ons alvast beter weer beloofd. Ik ben benieuwd.

Parkje aan de Gentseaardeweg

Toen ik een paar weken geleden aan het Vanbeverenplein in Wondelgem moest zijn, nam ik een ietwat ongewone weg terug naar huis, en stootte ik op een allercharmantst parkje aan de Gentseaardeweg. Ik had het nooit eerder gezien, en de kinderen waren er meteen weg van.

De speeltuin is niet meteen alledaags: er zijn geen glijbanen, geen schommels en geen gewone klimrekken. Er zijn wel twee grote heuvels opgeworpen, waarop alle mogelijke klimtuigen staan opgesteld: grote palen met uitsparingen om de voeten te zetten, klimnetten, hangtouwen, een wiebelbalk… Wolf, zes jaar, was er meteen weg van, en legde het behendigheidsparcours meerdere keren af. Voor Kobe, net drie geworden, is het nog wat te moeilijk, maar met de hulp van mama lukt het toch ook aardig. Toch vond hij de speelvissen in de zandvlakte tussen de twee heuvels nog het leukste, samen met het vlot dat daarin ligt: ideaal om de fantasie te laten werken, zo bleek.

Ik zat er al een tijdje op één van de balken, toen een buurtbewoner met zijn hondje een praatje kwam maken. Vroeger stond er een meer conventioneel speeltuintje, vertelde hij, meer gericht naar kleine kinderen, maar aangezien er vandalisme was, en er vooral jongeren kwamen rondhangen, hebben ze het omgebouwd. Helaas zijn toen ook de zitbanken verdwenen, die vooral bij de oudere bevolking zeer populair waren. En als je nu met je kleinkinderen komt, waar moet je dan in hemelsnaam zitten? Ik moest hem gelijk geven, ik had me zelf ook op een van de speeltuigen gezet.

Toen ik een opmerking maakte over het feit dat er zo goed als niks van afval in het zand lag, lachte hij schamper: dat was niet omdat de mensen plotseling zoveel gemeenschapszin hadden, maar wel omdat een negentigjarige uit een van de aanpalende huizen vrijwel elke dag zijn toertje deed, en al het afval verzamelde. Chapeau!

Hij vond het wel jammer (en hij echt niet alleen, mijn kinderen ook) dat de heuvels en de zijkanten van het parkje zo overwoekerd waren met brandnetels. Er waren mooi begaanbare paadjes, maar bepaalde balken waren niet meer bruikbaar door de netels. Vorig jaar had hij een mailtje gestuurd en waren ze het komen maaien, vertelde hij.

Intussen zag ik de een na de ander passeren met zijn hond op het belendende grasveld, soms zelfs hele groepjes wandelaars. En hadden die allemaal een zakje mee om het gevoeg van hun huisdier op te ruimen? Was het maar waar… Ik heb de kinderen dan ook moeten verbieden om op het grasveld te lopen: dat was gewoon een uitgebreid hondentoilet, helaas, en niet geschikt als speelweide.

Toen ik thuis kwam, heb ik via GentInfo (09/210.10.10) naar de groendienst van de stad gebeld, en de netels gemeld. Onze huisfotograaf van Gentblogt is twee dagen later foto’s gaan nemen, en jawel, de netels waren netjes verdwenen. Ik denk dat ik één dezer nog eens met de kinderen tot daar fiets: het ziet er weer helemaal bespeelbaar uit!

Dit artikel is eerder al verschenen op Gentblogt, en daar kan je dan ook meteen de foto’s zien van onze onvolprezen fotograaf Max.

Frankrijk, here we are!

Gisterenmorgen hebben Bart en ik de valiezen gepakt – ik had daar vrijdag de fut niet voor – en iets voor tien uur zijn we vertrokken richting Frankrijk. De rit heeft ons, door file, stortregens en gigantische omleidingen (sta maar eens vlak voor Luik om dan toch nog naar Namen gestuurd te worden) bijzonder veel tijd gekost: we zijn alleen af en toe gestopt om te eten en zo, en we waren er toch pas om half negen. Die stomme GPS (die we gelukkig pas gevolgd hebben vanaf Dijon) heeft ons de scenic routes getoond, niet de snelste weg, vermoed ik. De kinderen hebben zich wel voorbeeldig gedragen, geen enkele keer gezaagd of zo. Ze lagen pas om half tien in bed, stikkapot (ik een half uurtje later) maar zijn nu wel weer helemaal vrolijk.

Deze morgen was het aan het gieten. We hebben dan maar per auto boodschappen gedaan in het kruideniertje in het dorp, zelf gekookt, gespeeld, ik zowel ’s voormiddags als ’s namiddags nog een paar uur geslapen, en dan een mooie wandeling gemaakt langs het riviertje achter ons huisje. Tegen dan kwam de zon al af en toe piepen.

Morgen schijnt er een koude, natte dag te komen, daarna wordt het beter, tot 26 graden zelfs. Ik zit op het terras van het hoofdgebouw (toch geen wifi in ons huisje, grmbl) terwijl Bart aan het voetballen is met de jongens. Er is een zwembad(je), een trampoline, een glijbaan met zandbakje en zo, en eigenlijk een mooi groot domein. En zoals gezegd, een riviertje langs ons huisje. Zalig!

Straks gaan we de kinderen brood geven en in bed steken. Die hebben het echt lastig om ’s avonds nog warm te eten. De table d’hote is trouwens toch maar om half negen, veel te laat voor hen. Morgen gaan wellicht naar Autun, daar rondlopen, iets eten ’s middags en zo. We zien wel.

Ik ben alleen nog zo vreselijk moe… Ik heb niet de indruk dat het al echt betert, helaas, zelfs van een simpel wandelingetje ben ik doodop.

Nu, we zien wel, ook voor Bart is het een uitrustvakantie, en de kinderen hebben sowieso nog geen boodschap aan lange wandelingen.