Schilderwerken

Maandag kwam Wolf af met de uitspraak dat hij zijn kamer wilde veranderen: hij is uitgekeken op het blauw en wil schilderen. Zijn meubels had hij zondag al verzet zodat het er al behoorlijk anders uitzag. Nu, je kamer veranderen en herschilderen, dat is vrij normaal voor een puber. Zelf heb ik mijn kamer nooit herschilderd of herbehangen – ik denk dat ik daar te lui voor was – maar regelmatig kreeg alles een andere plaats.

Ik hield mijn hart al vast voor een nieuwe kleur, maar mijn zoon is blijkbaar vrij conservatief: hij wilde het donkere grijs vanuit onze woonkamer en gang. Oh? Prima keuze, misschien ietwat donker, maar bon. Alleen mochten Bart en ik niet mee, want we zijn in quarantaine, en Wolf zelf niet meer. Geen probleem, vond hij: hij sprong fluks op de fiets met een rugzak, een bankkaart en de kleurcode van de verf en kwam wat later thuis met een pot van 72 euro. Hij was zelf eigenlijk ook wel verschoten van de prijs, maar bon.

Ik heb hier ten huize ingesteld dat er tussen twee en vijf geen schermen gebruikt worden, want vooral Kobe zou anders niet van achter zijn computer komen, en dus gingen ze dinsdag aan de slag: afplakken en eerst het blauw een witte laag geven. Die verf had ik gelukkig wel nog staan.

Vervolgens werden ook de twee grote muren aangepakt in het donkergrijs. Merel en Kobe hielpen hun grote broer van ganser harte, ze hadden toch niet veel beters te doen :-p

Nu is het een kwestie van alle plafondranden nog af te plakken en netjes te schilderen en alles in te richten. Hij wil graag ook een nieuwe zwarte sprei voor zijn tweede bed en een hoop kussens in dezelfde kleuren: zwart, grijs en eventueel van dat hele donkere paars. En misschien wel gordijnen. En vinylplaten om aan zijn muur te hangen. En nog een paar andere coole dingen.

Maar dat zal toch moeten wachten tot na de lockdown, vrees ik.

Positief…

Gisteren had ik al de hele dag de corona app op mijn gsm zitten checken: volgens de dokter zou het resultaat van Wolfs test gisteren bekend moeten geweest zijn. Maar blijkbaar is het echt wel druk momenteel.

Bon, deze morgen lieten we Wolf slapen – hij is echt wel ziek, met koorts en keelpijn en koppijn en een algemeen mottig gevoel, zoals een griep – maar Kobe was om acht uur de deur uit. Tien over acht stapten Merel en ik de deur uit om naar school te wandelen, toen mijn gsm eventjes zoemde: de corona app. En jawel, een rood scherm… Zucht.

We keerden om en stapten weer naar binnen, ik belde meteen de school om Kobe op te vangen aan de fietsenstalling en terug te sturen, en ik verwittigde ook Merels school.

En toen begon het circus helemaal: mijn eigen lessen afzeggen en taken en andere oplossingen voorzien, de kine afbellen, de kuisvrouw, de griffie, de kine, de psycholoog… En dan nog de rugby verwittigen, de orthodontist, de grootouders, de ouders van het liefje… Ik heb de hele voormiddag aan de telefoon gehangen.

En tussendoor was er ook nog de huisarts die ons heel klaar en duidelijk uitlegde wat wel en niet kon en wat de verwachtingen nu waren. Respect voor die mensen zeg, echt. Ik zou nu echt niet graag een huisarts zijn, die zijn gewoon overstelpt qua werk en vragen, en vooral routinewerk.

Maar bon. Concreet is Wolf besmettelijk tot vrijdag en mag hij niet buiten tot dan, tenzij hij nog symptomen vertoont, dan is het tot drie dagen na de laatste symptomen. De rest van het gezin echter moet in quarantaine blijven tot tien dagen na het laatste besmettelijke contact. Dat zal vrijdag dus zijn, aangezien we niet van plan zijn hem in zijn kamer op te sluiten. Maar wij zijn dus de pineut tot maandag negen november op die manier. Pas dan mag je er zeker van zijn dat er niemand bijkomend besmet is. Zolang we geen symptomen krijgen, worden wij ook niet getest.

Bon.

Een weekje van thuis uit lessen en taken voorzien, dan een anderhalve week vakantie, en dan zien we wel weer.

Meh.

Niet leuk.

 

Nu dat weer…

Hmmm. Het was mijn dagje niet vandaag, dat geef ik toe.

Ik moest nog bekomen van de stress van gisteren, bleek de verkeerde pagina’s voor mijn eerstes afgedrukt te hebben, de streaming computer voor de leerlingen in quarantaine wilde niet meewerken, en ook bij de zesdes viel een en ander in het water.

Maar vooral: gisteren is Wolf thuisgekomen met de boodschap dat hij zich niet goed voelde. Inderdaad, koorts, mottig, gezwollen keel, hoofdpijn… Ik heb gisteren nog een afspraak bij de dokter geboekt en hem deze morgen laten slapen.

Gelukkig had Bart gekookt deze middag dat ik me daar al niet over hoefde op te jagen. Om half twee zaten we bij de dokter, die eerder een vermoeden had van klierkoorts, maar corona zeker niet kon uitsluiten en dus de test deed. Hopelijk zou de uitslag zondag in de loop van de dag moeten binnenlopen op mijn corona-app, maar het kon ook maandag zijn. In elk geval ging ze bellen zodra ze zelf de uitslag wist en dat was meestal eerder dan de app. Allez bon.

En toen bleek Merels psycholoog zijn afspraak af te bellen, zodat de namiddag wat rustiger werd en ik gewoon Kobe naar zijn fagotles kon brengen. En vooral: in dit zalige weer was er geen sprake van dat de meisjes met de auto naar hun dansles zouden gaan, zodat ik met vijf kuikens achter me en daarachter nog Ann naar de dansles fietste langs heerlijk rustige straten en fietspaden. Ik genoot, echt waar, en het ontspande me eventjes helemaal.

En toen ook Kobe weer thuis was, kon het weekend eindelijk beginnen. Met wel nog wat stress over Wolfs coronatest, maar ach, dat zal wel meevallen zeker?

Luxemburg stad

Nee, ik ben niet zelf naar Luxemburg gegaan vandaag, die eer laat ik aan Wolf. Die had namelijk de eerste competitiematch waar hij zich klaar voor voelde. Dat hij dan maar twee keer drieëneenhalf uur op de bus moest, dat nam hij er met plezier bij.

Al bij al was hij twaalf uur onderweg voor een match van 80 minuten, maar hij zag er zichtbaar tevreden uit. Hij had een goeie match gespeeld, zei hij, 80 minuten op het veld gestaan in de positie van flanker, nr. 7. Hij is misschien niet zwaar genoeg voor het pack, maar aan de andere kant is hij sterk en vooral zeer wendbaar. In het begin, vertelde hij, durfde hij niet zo goed: probeer maar eens een kerel van bijna 2 meter te tackelen! De vorige match die hij speelde, leverde hem na 20 minuten een zwaar verstuikte voet op, je zou van minder bang zijn. Maar na een tijdje verdween zijn angst en is hij er vol voor gegaan. Het heeft hem schouderklopjes van de rest van het team – de meesten een jaar ouder en meer ervaring, want Wolf heeft door blessures al heel veel gemist – opgeleverd en de terugrit heeft hem dan ook vrienden bezorgd.

Ik vermoed dat hij dat een beetje nodig had: na alle rug- en rugbyperikelen was zijn zelfzekerheid een beetje weg. Maar bon, hij is terug, hij speelt vol overgave en hij doet dat niet slecht.

Een bespreking van de match is trouwens hier te vinden, in het Luxemburgse nieuws.

Schaken

In 2016 waren mijn vader en Wolf beginnen schaken. Intussen was dat compleet stilgevallen, geen idee eigenlijk waarom.

Maar vorige zondag waren ze er plots weer over begonnen, en vandaag hadden grootvader en kleinzoon een schaak-date. Opa moest wat vroeger komen, had Wolf gezegd, en dus zaten ze tegen elf uur al aan de keukentafel met opa’s zestig jaar geleden zelfgemaakt bord.

Er werd gesakkerd en gediscussieerd, maar er werd vooral deftig gespeeld. En ik heb het gevoel dat ze er allebei intens van genoten. Wolf keek er in elk geval al naar uit: hij heeft zijn opa écht graag en vond het leuk dat ze op die manier ook samen iets konden doen.

En volgende week? Opnieuw diezelfde afspraak om te spelen. Persoonlijk vind ik dat de max.

Nu de rug weer…

Ik had ernaar uitgekeken om deze avond zoonlief naar het sportkamp in Nieuwpoort te brengen. Zijn kamp met zijn vier beste maten in Slovenië is door de corona in het water gevallen, jammer genoeg. Gelukkig hadden ze dan hier nog vijf dagen een golfsurfkamp met internaat in Westende kunnen boeken, met hun vijven. Het is wel niet hetzelfde, maar het zal hopelijk ook dikke fun zijn.

We hadden gepland om hem met zijn allen te brengen en er meteen een avondje zee van te maken: iets eten, een wandeling op het strand, de zon zien ondergaan, beetje afkoelen…

Helaas, de rug gooit gemeen roet in het eten. Ik lig alweer de hele dag in de zetel. Hmpf. Deze keer heb ik geen aanwijsbare oorzaak, ik heb niks speciaals gedaan, niks geforceerd of zo. Ik hoop maar dat het snel weer overgaat. Meestal duurt dat een dag of vijf, maar het kan ook langer zijn, zoals de tien dagen in de vakantie van 2018…

En voor zover ik me herinner, was de laatste serieuze keer november 2018

Zucht. Diepe zucht.

Vakantiejob

Vorig jaar had Wolf een paar dagen een job, zijnde het zeer fysieke opruimen van een scheepswerf. Hij zag af…

Dit jaar had Bart hem aangeboden om drie weken de receptie te doen op het kantoor van Duke&Grace, een absoluut niét fysieke job dus. Wolf zag dat helemaal zitten, maar door een misverstand werd het uiteindelijk enkel de namiddag, behalve op dinsdag. Enfin, elke dag in de voorbije drie weken zat Wolf dus aan het onthaal: telefoons opnemen en doorgeven, boodschappen aannemen, voor koffie zorgen, de afwasmachines in gang zetten, dat soort kleine dingen. Aangezien het sowieso vakantie is en dus een pak minder druk, heeft hij er zich eigenlijk vooral verveeld, zegt hij. Maar hij had de Switch mee en kon vrolijk zijn spelletje spelen. En zijn Frans oefenen, dat ook ^^

Vandaag hadden Merel en ik het plan opgevat om hem op zijn laatste dag in de namiddag een bezoekje te brengen, maar doordat Bruno hier vandaag was om de computers te bouwen, hebben we hem zo lang mogelijk laten meedoen en heb ik hem dan maar gebracht met de auto. Het is toch veel te warm om te fietsen…

Hij leidde ons rond en Merel mocht eventjes zijn headset aandoen.

Geen idee hoeveel hij nu verdiend heeft, maar hij was er wel ernstig mee bezig, dik in orde dus.

En daarna gingen Merel en ik lekker afkoelen in het zwembad:

Heerlijk toch, die vakantie?

Beugel

Jawel, Wolf heeft sinds deze morgen zijn beugel. Ik was aan het lesgeven en Bart kon zich wel vrijmaken, maar Wolf wilde liever alleen gaan: we gingen toch niet mee binnen mogen, zei hij, en daar had hij wel een punt. Enfin, tegen half elf stond hij per fiets in Mariakerke, tegen half twaalf was hij terug, een beugel rijker en een 700 euro armer.

Eerst deed het niet echt veel pijn, zei hij: het trok wat aan zijn tanden, maar niet zo veel meer dan dat. Tegen ’s avonds was het al anders: toen deed gans zijn mond pijn. Nog niet zijn lippen, die zullen ook nog wel openliggen, maar zijn tanden zelf, want daar zit behoorlijk wat spanning op nu.

We hebben voor zacht eten gezorgd: puree, yoghurt, zachte madeleintjes, en ik had echt bij momenten medelijden met hem. Zijn uitspraak is ook een klein beetje veranderd, maar dat komt wel weer goed.

Enfin, het is even op de tanden bijten (pun intended) maar daarna gaan zijn schots-en-scheve tanden eindelijk ook netjes recht staan, en daar heeft hij het echt wel voor over.