Eindelijk bij Vallery

Vallery heeft, geloof ik, al een half jaar een nieuwe keuken. Allez, een ganse verbouwing eigenlijk: de achterbouw is aangepast, ze heeft een nieuw buitenvenster, toilet en vooral keuken. De max. Doordat de vensters quasi helemaal openschuiven, lijkt het alsof haar woonkamer veel groter is geworden, en de tuin is ook veel toegankelijker. Zalig.

Alleen was ik er nog steeds niet geraakt, wat ze me langzamerhand bijna kwalijk begon te nemen. Begrijpelijk.

Vandaag heb ik dus Merel achter op de fiets gezet – allez, eigenlijk klimt ze er zelf op omdat ik haar absoluut niet kan tillen – en ben ik met Kobe tot bij haar in Sint-Amandsberg gefietst. Een hele mooie fietstocht eigenlijk, via het fietspad door de nieuwe wijk in Wondelgem, over de spoorwegbrug naar Meulestee, en dan langs het water verder tot aan de Koopvaardijlaan en de Dampoort.

Bij Vallery zetten wij ons te kletsen, terwijl de kinderen ook samen een paar spelletjes speelden.

Tegen een uur of vijf reden we richting stad om een geocache van een vers dekseltje te voorzien en vooral ook een ijsje te eten. Ha ja, want dat hoort zo.

Vakantiejob

Yep, Wolf doet een paar dagen van vakantiejob. Hij helpt op een bootwerf – die mens heeft het gehad met alles en doekt zijn gezond bedrijf met vijf werknemers op – containers vullen en alles opruimen, samen met zijn beste maat Kobe. Hij komt doodmoe en pottezwart thuis.

Spierpijn, zere voeten, zere armen, het hoort er allemaal bij. En kapotte schoenen blijkbaar ook. Gisteren kwam hij thuis dat zijn bottienen, die hij gebruikt voor de scouts, het begeven hadden. Tsja. En daarna reed hij naar een andere maat om daar te blijven slapen, want op woensdag moet hij niet werken.

Deze namiddag, toen het meneer beliefde om naar huis te komen, zijn we dan maar nieuwe schoenen gaan halen, van een steviger merk. Oh, en meteen ook een nieuw spelletje voor de Switch voor Kobes verjaardag, dat ook.

Morgen en overmorgen moet Wolf weer gaan werken: om acht uur moet hij in Belzele staan, en hij zucht erover. Volgend jaar, zegt hij, gaat hij vroeger een job zoeken, iets dat vooral minder fysiek is. Mja.

’t Zal me benieuwen :-p

Cake met wortel en speculoos

Ik had deze namiddag afgesproken om koffie te gaan drinken bij Charlotte en Thomas en vooral hun stralende baby Athena te gaan begroeten. Zo geschiedde, en het werd vakkundig vastgesteld dat het inderdaad een pracht van een baby is, een ode aan de godin waardig.

We kletsten honderduit, dronken koffie en aten cake. Niet zomaar cake, nee, ik had er deze namiddag nog met Merel gebakken, zodat ik met een nog warme cake kwam aanzetten bij Charlotte.

Hij werd geproefd en goedgekeurd, het was op aanraden van Chantal, mijn kuisvrouw.

Het recept vond ik terug op Njam, maar ik heb er, zoals bij al mijn cakes, nog een scheut melk aan toegevoegd. Dat maakt de cake net iets smeuïger, iets minder droog. Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee!

Oh, en blijkbaar is het verplicht om er de mop van de worteltjestaart bij te vertellen. *rolt met ogen*

Ingrediënten

400 gr zelfrijzende bloem
4 eieren
100 gr blonde kandijsuiker
100 gr griessuiker
200 gr boter
200 gr fijngeraspte wortelen
200 gr fijngemalen speculaas

Bereiden:

Klop de boter samen met de twee soorten suiker tot een romige massa, voeg er een voor een de eieren aan toe onder voortdurend kloppen.

Meng de zelfrijzende bloem onder het beslag en spatel er tot slot de fijn geraspte wortelen onder.

Vet een cakevorm in met wat gesmolten boter en bestrooi met een beetje griessuiker, klop de overtollige suiker uit de vorm.

Lepel een laag van het cakebeslag over de bodem van de bakvorm en bestrooi met wat fijngemalen speculaas, herhaal dit tot het beslag en de speculaas zijn opgewerkt. Haal een mes door het beslag om de cake mooi te ‘marmeren’.

Verwarm de oven voor op 170°C en bak de cake in circa 40 minuten af in het midden van de oven. Controleer of de cake gaar is door er met een mes of breinaald in te prikken, wanneer er geen beslag meer blijft aankleven is de cake gaar.

Laat de cake afkoelen op een rooster.

Vriendinnetjesdrama

Zucht. Soms is het moeilijk om goed te doen bij negenjarigen…

Sandra, de mama van Feija, moest weg deze namiddag en had gevraagd of Feija hier dan mocht komen spelen. Natuurlijk kan dat, het is niet de eerste keer deze vakantie en dan verveelt Merel zich ook niet.

Merel had ook al verschillende keren gevraagd of Lieze hier mocht blijven slapen, en Els had geantwoord dat vandaag de ideale gelegenheid zou zijn. Dik in orde. Ik had er meteen bij gedacht dat Feija dan misschien ook kon blijven slapen. Merel vond het geweldig, maar ik had het moeten weten toen Els daarop nogal aarzelend reageerde: zij had op Liezes verjaardagsfeestje opgemerkt dat het soms wel botste tussen die drie samen. Merel + Lieze = BFF, Merel + Feija = schitterend, Feija + Lieze = lukt ook wonderwel. De drie samen? Tsja… Ik had dat echter niet door, dus.

Ze speelden geheim agent en amuseerden zich kostelijk. Tot Merel huilend beneden kwam: Feija vond alles wat Lieze voorstelde, stom, en precies ook omgekeerd.

Enfin, even gepraat, gedreigd met het feit dat ik Feija naar huis ging sturen, en het lukte wel weer.

Tot het iets voor het eten weer tot een uitbarsting kwam, waarbij Feija naar huis wilde, Lieze naar huis wilde en ze alle drie aan het huilen waren. Vooral Merel was er het hart van in: haar twee beste vriendinnetjes…

Enfin, ik had zelfs al Sandra gebeld toen het toch nog uitgepraat geraakte en ze toch allebei gingen blijven slapen. En toen waren er pannenkoeken en daarna keken ze samen naar de tekenfilmversie van The Grinch.

Maar toen moest het slapen nog komen… Ze sliepen alle drie samen in het grote bed van Wolf en mochten van mij nog blijven tetteren tot half tien.
Alleen… we hoorden voortdurend eentje naar toilet gaan, en dat bleek Feija te zijn die bang was in die vreemde kamer. Bart is een paar keer naar boven gegaan, en tegen half elf heb ik Merel voorgesteld dat zij in haar eigen bed ging slapen, wat ze met veel plezier deed want ze had nog geen oog dicht gedaan.
Toen Bart en ik gingen slapen, deed ik zoals afgesproken het licht in de gang uit. Vijf minuten later was Feija aan het huilen: ze was bang. Gelukkig had LIeze een slaapmaskertje mee, want toen moest er een lichtje aan.
Een half uur later begon Feija plots luidop te huilen, waardoor ook Lieze natuurlijk weer wakker was. Ze was nog bang en ze wilde naar huis. Ik kon Sandra moeilijk bellen na middernacht, liet het grote licht branden in de kamer en kreeg Feija toch nog rustig. Enfin, dat was gelukkig dat.
Maar een rustige avond/nacht kan je het niet noemen, nee.

Laatste dag in Zeeland

Wolf en Arwen waren al rond half acht op, want ze hadden beloofd om samen om croissants te gaan, en dat deden ze dan ook. De wachtrij was lang, zeiden ze: allemaal papa’s met de krant en de koeken ^^
Bart was intussen gaan lopen en had meteen ook de auto’s gehaald, zodat vooral ook zijn elektrische een beetje kon opladen.
We ontbeten, ruimden geroutineerd op en waren zowaar klaar om half tien. Iets over tien stonden we in de Action Factory voor een rondje minigolf, maar dan wel ene in steampunkstijl, met transportbanden, pneumatische toestanden, wegschietende balletjes en dat soort dingen. Amusant! Zeker als je dan nog wint ook, iets wat me nog nooit overkomen was :-p

Daarna namen we afscheid van het park en reden naar de zee. Allez ja, de immensen Brouwersdam, want iedereen had intussen blijkbaar alweer honger. En ja, die Beach Bar is dik in orde, ook ’s middags.

En toen was het tijd om te vliegeren. Echt te vliegeren, net zoals massa’s mensen op het strand, overigens. En die stuntvlieger, dat is wat wennen, maar dat ding is fantastisch om mee te spelen. Vooral Wolf vloog ermee, maar ook Kobe en Arwen probeerden af en toe. Kobe had vooral zijn zelfgemaakte vlieger, en Merel vloog met de kleurrijke.

Toen gingen ze met zijn vijven even tot aan het water zelf – het strand is daar altijd immens breed, behalve bij springtij – en ik ging languit in het zand liggen, mét een vlieger uiteraard.

En toen wilden zij nog een eind verder vliegeren terwijl Bart en ik voor een koffie gingen.

Bart reed al naar huis, en ik ging nog met de kinderen de cache aan de overkant van de straat, rond het Inspiratiepunt Grevelingen, oppikken. En toen waren ze moe, blijkbaar.

Tegen half zes kon ik Arwen gaan afzetten, tegen half zeven zat ik ook zelf in mijn eigen vertrouwde zeteltje. Een heerlijke vakantie gehad, maar het doet toch deugd om terug thuis te zijn ook. Hehe.

Vliegeren en bowlen en wandelen en zwemmen, maar niet tegelijk

Het ging alweer een luie dag worden, als we voort mochten gaan op de ochtend. Gelukkig hadden we wel nog andere plannen: we zijn begonnen met te lunchen in het Grand Café van het centrum: niets speciaals, maar dat hoefde ook niet.

We hadden namelijk om half drie een bowlingbaan geboekt, en hadden dus nog even tijd om tussenin te gaan vliegeren op het kleine strandje van het park zelf. Alleen bleef de wind niet continu waaien, zoals wel vaker als je niet op een echt strand staat. We hadden Kobes zelfgemaakte vlieger mee die eigenlijk fantastisch werkt, en dan nog onze eigen oude vlieger, die we al jaren hebben. Maar Wolf wilde dolgraag een stuntvlieger, zo eentje met twee touwen die je allerlei figuren kan laten maken, en die kreeg hij dan ook. Maar daar vliegeren met dat ding, nee, dat lukte niet.

Tegen half drie stonden we op de bowlingbaan waar de vier kinderen bowlden en Bart Merel af en toe hielp. Het is niks voor mij: ik heb het nooit graag gedaan, en met die rug van mij zou het nu al helemaal om problemen vragen zijn. Maar ik zat erbij, keek ernaar en genoot van hun capriolen.

Daarna keerden we naar het huisje terug, en de kinderen gingen zwemmen, terwijl Bart rustig op zijn eentje wat achterstallige lectuur inhaalde en ik in het gebied achter het park een geocachewandeling ging maken.

Er ligt namelijk een beschermd stukje natuur achter het park, aan de kant van het Grevelingenmeer, en daar lag een wandeling van zo’n drie kilometer waarmee je een cache kunt vinden. Ideaal om nu te doen, al had ik voor de zekerheid wel mijn regenjas mee.

Ik was netjes terug om half zeven, waar ook de kinderen net terug waren en alles al klaar stond voor de grillplaat. Dat is ook zo’n traditie: de laatste avond in Center Parcs doen we altijd zelf zo’n Fun Cooking, en in Nederland is dat bijzonder uitgebreid. We hebben voor vier volwassenen en twee kinderen besteld en hadden nog massa’s over. Je krijgt een grote pot vleessla, 3 stokbroden, een blok bakboter, twee dozen kruidenboter, een grote pot aardappelsla, een grote fles pitasaus en een grote fles cocktailsaus, een potje mayonaise, een molentje met allerhande kruiden, twee bakken sla, twee grote porties gesneden groenten om te bakken en vooral heel veel vlees. Oh, en voor iedereen nog een dessertje en een fles pannenkoekenbeslag.

Ik weet vooral dat Bart morgen thuis nog zal wokken voor iedereen met alle overschot, en dat er nog dingen over zullen zijn. Oef.

Maar bon, alweer een zeer fijne en vooral rustgevende dag. Vakantie dus.