Veel wil Merel op dit moment niet doen met haar mama – ik vermoed dat dat niet strookt met haar puber zijn momenteel – maar ze zag een dagje MSK wel helemaal zitten. Geen moderne kunst – het SMAK wilde ze duidelijk niet – maar wel bij voorkeur impressionisme, fauvisme, zelfs barok.
Na het middageten trokken mijn dochter en ik dus richting de Heuvelpoort, liepen twee uur rond en zagen dat het goed was. Zeer goed, zelfs. Sommige werken vond ze maar niks, andere vond ze prachtig. En ik, ik nam, zoals altijd, weer veel te veel foto’s.
Er hing zelfs een schilderij dat ik onmiddellijk herkende als onze eigen Wondelgemse kerk. Merel vond dat raar, dat ik dat herkende…
Vandaar reden we naar Gentbrugge, naar de Torfs, want Merel moest nieuwe schoenen hebben en ons pa nieuwe pantoffels. Jammer genoeg vonden we onderweg ook geen leuk terras – Gent is gewoon dood na de Gentse Feesten – en dus reden we maar gewoon naar huis, waar per definitie goeie koffie, lekkere koekjes en een deftige zetel met een wifiverbinding op ons wachtten.
Het zag er rond half negen nog helemaal bewolkt uit, maar tegen tien uur was het al netjes opgeklaard.
Opnieuw sliepen we vrij lang, waardoor het toch na elven was voordat we neerzaten bij Coffeelicious. We bestelden scones, een kaneelkoek en eenstapel pancakes, deelden alles door drie, en hadden eigenlijk nog te veel. Tsja.
Daarna hadden we nog even de tijd om in Biblis binnen te lopen, het enige winkeltje in Dordt waar ik altijd wel eens binnen wil, en waar ik het dan ook nooit kan laten om iets te kopen. Het is een waar kleurfestijn, en ik vond er een jumpsuit in fijne kleuren, en ook Mireille vond er twee broeken. Maar daardoor moest Sabrina zich nog reppen om Hanneke op te halen, die met een busje aan de Grote Kerk werd afgezet met haar rolstoel.
We gingen nog heel even meezingen met het grote koor, gingen daarna een stukje luisteren in de volle zon naar een goeie Muse-covergroep, passeerden alsnog langs Sengers omdat die paarse ring in mijn hoofd bleef spoken en ik het veel geld vond maar het gelukkig ook wel kan missen, en passeerden toen langs een winkeltje met goeie ijskoffie’s en speciale ijsthee.
Tegen kwart na vier waren we in het Hof, de locatie waar destijds de eerste Staten-Generaal doorging, en waar nu een klassiek orkest speelde met een vriend van Sabrina op de hobo. Ja, het was de moeite, ik moet dringend ook thuis eens luisteren naar de negende van Dvorak.
We liepen weer helemaal terug naar de andere kant – ik met Hannekes rolstoel, Sabrina met mijn rolwagentje waarin vooral ook mijn stoel zat – en gingen heerlijk Italiaans eten, iets wat Hanneke echt nog wel eens wou doen, want een kleine 50 jaar eerder had ze dat ook al gedaan met Bas, haar ex-echtgenoot. Het duurde lang, echt lang, maar het was ook wel bijzonder lekker, ja. En we waren eigenlijk allemaal vooral blij dat we zaten.
We gingen daarna al terug richting het huisje, met het idee dat we wel nog zouden zien wat we gingen tegenkomen onderweg, en dat bleek eerst vooral Margriets huis te zijn, waar we rustig gingen zitten voor een babbel. Ook Kevin was er toegekomen met zijn gevolg, en toen zeiden die dat ze graag nog een optreden van een Aretha Franklin Tribute wilden zien. Alleen was dat weer helemaal de andere kant op, aan de Grote Kerk. Hanneke zag daar geen graten in, maar in een rolstoel snapte ik dat best. Sabrina, Mireille en ik waren echter doodop. We namen afscheid van Han en gingen rustig richting huis, met hier en daar nog een kijkje naar een speciaal plekje en nog even tot aan het Groothoofd.
Tegen half tien waren we thuis, kwamen nog even tot rust op het balkon, gingen naar boven en kregen toen een mega slappe lach terwijl we al in bed lagen. Daarvoor moet ge allemaal al boven de vijftig zijn, toch?
Enfin, alweer een zalige, heerlijke dag. Eerlijk? Dit was de beste editie van Big Rivers die we al gehad hebben.
Soit, we aten er eerst verse, nog warme appeltaart als ontbijt, en later, toen ook Margriet en Ingrid bij ons kwamen zitten, ook effectief nog een tosti – when in Rome…– of een broodje. En ja, het was er zeer, zeer aangenaam zitten.
We liepen verder door de Dordrechtse straten, passeerden, helaas voor mijn bankrekening, yay voor mezelf – bij de Senger juwelier en keken onze ogen uit. Die hebben acht vitrines in de belangrijkste winkelstraat van Dordrecht, met museumkwaliteit: ze verkopen nieuwe dingen, maar vooral ook antieke juwelen: kettingen, ringen, broches, haarspelden, cameeën, you name it. Overal staat een uitleg bij, en de prijzen gaan tot vlot boven de 4000 euro. Ik snap dat wel, er zitten zalige dingen tussen. Ik verlekkerde me op een pracht van een paarse ring, maar 165 euro vond ik te veel, zeker omdat ik hem nog moet laten vergroten. Ik ging dan maar voor een prachtig paar rood met zilveren oorringen.
We liepen verder tot aan het huisje, deden daar even een tukje, tegen half zes werd Hanneke afgezet door haar zoon, en trokken we richting Margriets huis om daar te eten. Ook zij heeft een pracht van een beschermde eenpersoonswoning in het centrum, met een winkel op de gelijkvloerse verdieping, maar een eigen ingang/hal voor zichzelf: daar had ze een tafel met allerhande hapjes en brood klaargezet, een koelkastje en een koelbox vol drank, en een resem stoelen buiten. We installeerden ons, voelden ons vooral zeer welkom en genoten.
Ingrid had er trouwens een fijn filmpje van:
Ik moest ook lachen met alle slogans aan de WC-blok, netjes in de kleuren van Big Rivers:
Van daaruit trokken we met zijn allen richting de Grote Kerk voor een optreden van een Doe Maar covergroep, enfin, eigenlijk alle mogelijke Nederlandstalige hits. We raakten de rest wel kwijt, maar dat was niet zo erg. Wij gingen er vrolijk bij zitten op ons favoriete grasveldje, met poffertjes en een stroopwafel, want zo hoort dat.
We deden uiteraard ook van trappetjesfoto, want ook dat hoort nu eenmaal zo, dat is de Vossentrap in Dordrecht.
En ondertussen maakten Margriet, Ingrid en al de rest een filmpje, speciaal voor ons, terwijl wij dat aan de andere kant van de kerk aan het meezingen waren.
Toen gingen we stilaan richting huis, waarbij we nog de fijne covergroep Skeftum meepikten op de Grote Markt, en waarbij ik ongelofelijk blij was dat we al de hele tijd mijn vissersstoel hadden meegesleept.
Maar toen was het echt, echt welletjes, en gingen we naar huis. Kevin, die we bij die covergroep hadden gevonden, kwam zijn ma dan rond elf uur ophalen.
Zelfs een theetje hoefde voor mij niet meer: mijn bed was meer dan voldoende. Maar wat een dag!
Bart moest vandaag in Ede zijn, tussen Arnhem en Utrecht, voor een podcast. Hij had gevraagd of ik geen zin had om mee te komen, en daar zei ik geen nee tegen: het is bijna drie uur rijden, maar twintig minuten verder zit je in Otterlo, meer bepaald in het Kröller-Müller museum, en voor zover ik me herinnerde, heeft dat een prachtige collectie. Meteen kon hij me in het terugrijden afgooien in Dordrecht, voor Big Rivers. Normaal gezien zou ik vrijdag zelf rijden en dan Mireille oppikken, maar mijn auto is nog steeds in de garage, helaas, ik heb dus geen vervoer. Ik had de trein kunnen nemen of iets anders proberen verzinnen, zoals het huren van een auto, maar een van de logische routes van Otterlo naar huis is via Dordrecht, en wie ben ik dan om moeilijk te doen?
Rond negen uur vertrokken we, kwart voor twaalf stonden we op de markt in Ede, nog wat later genoten we allebei van een fijne salade en had ik al wat labcaches gevonden. Tsja…
Iets voor drie waren we in Otterlo. Wat een prachtig museum, wat een collectie! Ik heb veel te veel foto’s genomen, maar bon, het is mijn blog :-p
Voor de beeldentuin deed Barts voet te veel pijn, dus liepen we daar niet echt rond.
Het zorgde er wel voor dat ik netjes tegen zessen in Dordrecht was, wat ervoor zorgde dat ik mee kon eten – Sabrina had heerlijk gekookt met gnocchi en soep en salades – en dat ik vooral ook mee kon op het bootje. Maar dat is voor een volgende blogpost.
Om een of andere reden had Bart aan Merel beloofd dat we nog eens sushi gingen eten. Ze is daar zot van, en wij zeggen daar zo gelijk ook geen nee tegen. Ze mocht zelfs kiezen: aan huis laten komen of op restaurant.
In dit zalige weer reden we gisterenavond dus met de fiets naar de Korenmarkt, want de Twilight Sushi daar heeft, zover we al kunnen uittesten hebben, de beste Dragon Eye rolls die er zijn. Kobe is op kamp, maar Wolf zat al de hele dag in de loods voor UGent Racing, dus niet echt ver. Sushi is zijn ding niet, maar die Dragon Eyes kan hij wel smaken, en hij mocht gerust ook kiezen voor teriyaki of zo. Hij kwam dus ook vrolijk aangefietst daar op de Korenmarkt.
En zo zaten wij gisterenavond dus met zijn viertjes op een heerlijk terrasje midden in ’t stad voor een sushiboot met extra Dragon Eye rolls, zomaar, omdat het kon. En omdat het vakantie is. En zomer. En lekker weer. En vrijdag.
Ik fietste daarna nog even verder om een cache te vervangen en om op ’t appartement de planten water te geven. En ik zag dat het goed was.
Gisteren, na het gedoe met ons pa, kon ik alsnog richting Nederland vertrekken. Rond kwart na vier pikte ik Mireille op ter hoogte van Kemzeke, en daarna gingen we vrolijk in de file rond Antwerpen staan. Zodoende was het effectief zes uur tegen dat we onze auto op het vertrouwde plekje bij Hanneke konden parkeren. Rebel, haar poes, kwam ons al meteen tegemoet.
Binnen werden we bijzonder hartelijk verwelkomd door zowel Hanneke als Sabrina: die kwam uitgebreid koken voor ons viertjes en gastvrouw spelen. Met Hanneke gaat het namelijk niet zo goed, en dat is een understatement. We wisten dat uiteraard al een tijdje, maar hadden nog volop genoten op Big Rivers vorige zomer. Maar Mireille en ik wilden dolgraag Hanneke nog eens zien, en we wisten allemaal dat dit perfect de laatste keer kon zijn. We hebben het onderwerp ook niet geschuwd: Hanneke liet ons een pracht van een nummer horen dat ze op haar uitvaart wilde laten afspelen, Sabrina las ons haar speech voor, en Han had net haar Marla-jurk – uit onze favoriete larp Poort – gewassen om daarin begraven te worden.
Het deed niet akelig of vreemd, maar hard en intens was het bij momenten wel, ja. Dat weerhield ons er niet van om extra hard te genieten. Sabrina had een heerlijke, bijzonder uitgebreide chili klaargemaakt, en ik wist dus echt niet dat ik chili lekker kon vinden – ze had er speciaal voor mij de bonen uit gelaten. Maar die waren er dus als extraatje, net zoals de nacho’s met gesmolten kaas, en de guacamole, en de paprika’s en al. Serieus, veel te veel gegeten eigenlijk.
Daarna werd er rustig gechilld in de zetel, zaten we te kletsen, tot er een berichtje van Leon binnenkwam, Hannekes zoon die enkele straten verderop in dezelfde wijk woont: de bevers waren actief! Jawel, die hele wijk is via kanaaltjes en watertjes verbonden met de Biesbosch, een groot natuurgebied naast Dordrecht, en die bevers hebben er niets beters op gevonden dan een burcht te beginnen bouwen daar tussen de huizen.
Wij dus allemaal een vestje aan en naar buiten, naar de bevers. Maar zo wijs!
Eentje zwom wat verderop – er is daar een fijn pad aan deze kant zodat je kan meevolgen – en ging daar vrolijk in een tuin een stuk struik afknagen om die dan naar zijn burcht te slepen. Als die mensen niet op tijd een soort afsluiting voorzien, hebben ze binnen de kortste keren geen tuin meer…
En wij, wij stonden daar als gekken te kijken en te filmen. Serieus, daarvoor moet ge veertien dagen in Canada zitten om geen enkele bever te spotten, en dan gewoon in Dordrecht tussen de huizen hen te zien zwemmen.
We keerden op onze stappen terug, en Hanneke ging rond half tien slapen, het was genoeg geweest. Wij bleven nog even zitten praten, tot Mireille en ik richting de logeerkamer gingen en Sabrina ging overnachten bij haar zoon wat verderop.
Wat later aten we bij wijze van middageten Mireilles zeer geslaagde applecrumble, en nog wat later verklaarde Hanneke dat het welletjes was. Mireille en ik waren sowieso al bijzonder opgetogen dat we hadden kunnen overnachten en op die manier wat extra tijd met ons vieren hadden kunnen doorbrengen.
We namen hartelijk afscheid en spraken meteen ook af voor Big Rivers in juli. Hoop, nietwaar.
Maar het was prachtig weer, en ook al kan Mireille niet echt veel – long covid with a vengeance – rustig wandelen zit er gelukkig nog wel in. We gingen eerst naar het Sterrenburgpark voor vijf labcaches.
En toen zagen we dat er een ongeluk was gebeurd op de autostrade ergens in de buurt van Zwijndrecht en dat we daar twee uur zouden stilstaan, en dus kozen we voor nog een extra wandeling in de Biesbosch, met uiteraard ook nog enkele labcaches. Wat een prachtig, muisstil natuurgebied zeg! Heerlijk gewoon, zeker in die zon…
En toen bleek het bijna half zeven, stond er nog steeds behoorlijk wat file, en kregen we een hongertje. De bistro aan dat Sterrenburgpark had er zeer behoorlijk uit gezien, zodat we daar iets gingen eten: zeer ruime porties voor weinig geld, zo hoort dat.
Het resultaat was dat we rustig zonder file naar huis konden rijden, Mireille werd opgepikt door Arend, en ik tegen tien uur, helemaal uitgerust en opgeladen, terug thuis was.
Vossenweekendjes – al is het tijdens de week – ik ga dat gigantisch missen. En dat niet alleen.
De koffie is er prima, maar van suiker hadden ze precies nog nooit gehoord. Ik kreeg dan gewoon een mini kannetje mee met wat suikersiroop in, want wie doet er nu suiker in een koffie? Gwen had gemberthee gevraagd en kreeg dus gewoon heet water met wat stukken gember in. Allemaal mooi en wel, maar dat geeft een behoorlijk slap aftreksel, om eerlijk te zijn. Toen ze ging vragen of ze daar een zakje gewone thee bij kon krijgen, hoorden ze het donderen in Keulen. Gewone thee? Een zakje? Dat hadden ze helemaal niet.
Toch was het er best aangenaam zitten, toen we eenmaal nog een lepel hadden gekregen om te roeren en het dienstertje haar euro was gevallen dat een koekje ook wel aangenaam is om erbij te serveren. Misschien was het gewoon haar dagje niet, dat kan ook natuurlijk.
Maar Gwen en ik zaten er wel meer dan twee uur genoeglijk te kletsen over de dingen des levens, onderwijl nippend aan onze drankjes. Wat ik zeer aangenaam vond, is dat er geen muziek was – misschien was ze dat ook vergeten? – en pas later hele zachte, rustige muziek, iets waar je probleemloos overheen kon praten en wat dus niet stoorde. Maar ik zal wel oud zijn, denk ik dan.
Enfin, een rustige middag in fijn gezelschap, dat is dus echt vakantie.
Vakantie, en dus tijd om met Gwen te gaan eten, zo is dat nu eenmaal.
Ze had haar oog laten vallen op een gezellig restaurantje, Ce’s Arts, tegenover het Lyceum, waar ze regelmatig met de fiets passeert en dat haar opgevallen was.
Kwart voor acht – we waren eerst even langs het appartement gepasseerd, ze wilde het graag eens zien – tekenden we present in een bijzonder gezellig interieur, met nota bene een knappe oud-leerling van haar als onze ober. Het is er niet goedkoop, maar het niveau was wel de moeite.
Je hebt er voorgerechtjes om te delen, en dan losse hoofdgerechten. Gwen en ik zagen een stevig hoofdgerecht niet zitten, zo laat op de avond, dus vroegen we of we een aantal van die voorgerechtjes mochten nemen als maaltijd. Dat kon, al wilden ze daar geen gewoonte van maken.
Uiteraard gingen we eerst voor een aperitief, en aangezien die voornamelijk met wodka waren, kon ik zelfs eentje met alcohol nemen, zijnde een Pornstar Martini. Die was voortreffelijk.
We gingen voor een garnaalkroket elk, ik nam er de foie gras mi-cuit bij, Gwen de vongole, en we deelden nog de chicken tikka massala, al heb ik daar bijzonder weinig van gegeten, want dat lukte niet meer.
Ik ben de rest gewoon vergeten fotograferen, want we waren zo aan het opgaan in ons gesprek en in ons eten. Het was echt lekker, maar jammer genoeg hebben we de helft van de kip laten staan. Tsja… En dan had ik echt nog te veel gegeten, ik was achteraf wat misselijk.
De rekening? 113.5 euro voor ons twee, met nog een fles water en een theetje erbij. Maar we vonden het dus echt wel een aanrader, ik ga het ook doorgeven aan Bart als lunchadres.