Resultaten!

Eigenlijk heb ik het er nog niet over gehad, maar… De kinderen hebben schitterende cijfers gehaald! Allez ja, bij Kobe niet helemaal schitterend, maar zeker ook niet slecht.

Merel had een prachtig rapport: allemaal in de 80, en zelfs in de 90 voor biologie, Engels en wiskunde. Alleen Nederlands was eind de 70, maar daar eindigde ze nog bij de allerhoogsten.

Wolf kreeg ook zijn punten, en jawel, gewoonweg eerste zit. Ik ben bijzonder blij voor hem, want daardoor kan hij dus zonder zorgen naar alle competities van UGent Racing.

Kobe had zich vooral gefocust op zijn twee vakken van vorig jaar, analyse en chemie, zodat hij van de dreiging van de Knip vanaf is. Voor wie dat niet weet: De Knip bestaat sinds een paar jaar, en zegt dat je vier zittijden krijgt om te slagen voor al je vakken van het eerste jaar. Lukt dat niet, dan moet je stoppen met deze richting en kan je deze in geen enkele universiteit in België nog volgen. Hij was voor deze vakken vorig jaar dus niet geslaagd, en kreeg dus dit jaar nog twee kansen. Hij heeft die gegrepen, want hij wilde vooral niet de stress in augustus om er dan zeker door te moeten zijn. En ja, dit is echt de studierichting die hij wil doen en die hem ook ligt. Het zorgde er ook voor dat zijn examenrooster niet optimaal was: de dag na analyse had hij datawetenschap, en dat is er ook aan te merken, want dat vak had hij eigenlijk niet bekeken. Dat hij misschien in het jaar daarvoor kan werken, dat was blijkbaar in hem niet opgekomen. Soit.

In totaal heeft hij nu dus vijf herexamens, waarvan twee negens, een zeven, een vijf en zelfs een vier. Hijzelf vindt het een haalbare kaart, en ik zou dat de max vinden, maar bon, we zien wel. Hij is al bij al niet slecht bezig, voor zo’n warhoofd. En ja, hij is er ook in gegroeid.

Ik ben in elk geval blij dat hij er al door is voor het eerste jaar en voor meer dan de helft van het tweede jaar.

Yup. Toch wel trots op mijn kinderen.

De Twaalfde Man

Merel heeft al behoorlijk lang last van haar voeten. Als in: eigenlijk zo goed als altijd al. De orthopedist had haar steunzolen voorgeschreven, maar die doen duidelijk niet voldoende. Als ze lang stapt, of zelfs maar langer dan een kwartier moet rechtstaan, doen die voeten pijn, en schieten ze vaak ook in een gemene kramp. Ik moet regelmatig haar voeten masseren, en dan voel ik die pees in haar voetzool keihard staan.

Tijd voor grondigere maatregelen dus. Wolf was destijds met goed gevolg naar een podoloog en multidisciplinair centrum geweest en was daar heel tevreden van, en dus gingen Merel en ik daar ook naartoe.

De podoloog van dienst keek en zette Merel meteen op een loopband, wandelend en lopend, en filmde dat.

Resultaat: het was zeer duidelijk te zien hoe ze haar heupen draait, hoe haar knieën naar binnen staan als ze loopt, en hoe haar voeten doorzakken. De middenvoet is te soepel, waardoor die doorzakt en haar benen niet langer in een rechte lijn van 180° staan, maar wel een hoek van 164° vormen. En dat zorgt dan weer voor een overbelaste pees die te hard moet werken en dus in een kramp schiet.

Knap en duidelijk om te zien, iets wat de orthopedist gewoon negeerde. Tsja.

Volgende week om steunzolen die een pak hoger en steviger zijn dan wat ze nu heeft, en dat zou het beoogde soelaas moeten brengen, zodat ze weer kan stappen, lopen en rechtstaan als een normale vijftienjarige.

Toonmoment voor Merel: een toneelstuk

Merel volgt al sinds enkele jaren Woord en Dramalab aan de muziekacademie in Evergem, sinds dit jaar ook met een nieuwe leerkracht. Ze waren met vijf, een van het groepje is gestopt, en nu zijn er dus nog Lieze, Poppy en Olivia, en die komen blijkbaar wel goed overeen.

Gisteren brachten ze voor ons een wel degelijk bestaand toneelstuk, van zo’n 40 minuten, maar oorspronkelijk met een rol of tien. Die hebben ze dus zelf gereduceerd naar vier, met de nodige aanpassingen en toegevingen.

Het was bij momenten chaotisch, maar dat was ook de bedoeling: ze willen een toneelstuk brengen maar komen tot de constatatie dat ze er geen hebben. En dan gaan ze over tot alle mogelijke wanhopige en drastische maatregelen om toch iets op de planken te brengen, compleet met dansje en al. Yup, het was eigenlijk best goed, en Merel heeft wel een natuurlijke flair als ze op een podium staat.

Best wel trots op mijn jonkie, jazeker.

Japan – dag 4: meer Tokyo

Om negen uur zaten we aan het ontbijt, om iets over tien waren we alweer onderweg naar het station. Jammer genoeg was het intussen aan het regenen, en dat zou nog wel even zo blijven.

De bedoeling was om nog voor de middag in de tempel van Edo te zijn, de oude stad van Tokyo. Alleen ging het van kwaad naar erger met Merels hoest en gesnotter, totdat ze er bij zat te huilen. We besloten om een apotheker te zoeken, maar ook hier bleven we maar zoeken tot we vaststelden dat die zich binnen in het station bevond, in de betalende zone. En daar bleken we dan eerst bij de dokter langs te moeten gaan, wat we dan maar deden, met de nodige wachttijd. Merel blijkt niet alleen een stevige zware verkoudheid te hebben, maar ook een lichte oorontsteking. Viraal of bacterieel kon hij niet vaststellen, en de vlucht zal er geen goed aan gedaan hebben, zodat hij haar antibiotica voorschreef, een middel tegen de hoest en een middel tegen het slijm. En nu maar hopen dat dat helpt…

We trokken alvast naar Asakusa met de grote Senso-Ji tempel, maar eerst gingen we ramen eten in een van de grote ketens. Euh… Het was er klein, pokkewarm en een half uur aanschuiven, met een gevoel van een fastfoodtent. Maar de ramen waren wel lekker.

En toen stonden we in het hart van het oude Tokyo, Edo dus, samen met een miljoen andere toeristen, waarvan een deel zich de moeite en het geld had gespendeerd om traditionele kleding te huren, Mooi, maar druk! We kochten er good luck charms, snoven de wierook op, en zagen dat het mooi was én een toeristenval.

Bon, een eind verder opnieuw de metro op, en nog wat verder de autonome trein die grotendeels op een eigen spoor in de lucht rijdt, wat zorgt voor knappe uitzichten op de eindeloze gebouwenzee die Tokyo is. We stapten uit aan een bekend punt met het gigantische Gundambeeld, en met een gigantisch winkelcentrum, waar de kinderen gingen shoppen en Bart en ik een koffietje dronken en ik uiteraard ook nog wel een geocache of twee meepikte.

En toen nog maar eens een minuut of twintig op die luchttrein, naar Teamlabs, een soortement instagram ervaringsding. Pokkedruk, maar dat is niks nieuws in Tokyo. En voor een deel tot aan je knieën in het water. Het meeste vond ik nu niet zo speciaal, maar wel de bewegende hangende orchideeënzee. Prachtig…

Bon, naar buiten, terug de trein op, en dan switchen naar een gewone metro. Euh… Het was intussen kwart over zeven, maar die trein zat stampvol, en dat is letterlijk te nemen: je werd geduwd en gestampt. Arwen kreeg het Spaans benauwd zodat we de volgende halte meteen zijn uitgestapt, in een zakendistrict, leek het. Wolf vond online een goed aangeprezen conveyor belt sushi op 12 minuten stappen, en daar gingen we dus naartoe. Online allemaal goed en wel, ter plekke vonden we het niet. Wij binnen in zo’n Mediamarkt-achtig iets, en blijkbaar zat dat restaurant daarboven op het zevende. En toen was er ook nog een wachtrij van een half uur, maar ergens anders ging het niet minder druk zijn, en we bleven dus wachten. Wel, het was de moeite waard. Zelden zo’n zottekot gezien, om eerlijk te zijn. Superdruk, superluid en super de max! Je bestelt iets met een aanraakschermpje voor je neus, wacht enkele minuten en het komt netjes voor je neus aan via die lopende band, met geluidssignaaltje en al. Wat een machine! Superveel en superlekker gegeten, en voor ongeveer 50 euro voor ons zes. En geloof me, Kobe deed het concept eer aan!

En toen was het voor iedereen welletjes. We spoorden naar huis, de kinderen gingen nog even rariteiten opsnorren in de 7/11, en dat was dat voor vandaag.

Eigenlijk hebben we nauwelijks iets gezien van de miljoenenstad Tokyo. We zijn pompaf, hebben de nodige kilometertjes op de teller, en toch… Ik denk dat je hier makkelijk een maand kan doorbrengen en nog niet alle interessante dingen gezien hebt. Tsja. Maar we hebben een klein smaakje van Tokyo te pakken.

18.000 stappen, btw.

Merel maakt pannenkoeken

Sinds gisteren ben ik ziek. Het zat er al aan te komen zaterdagavond: ik ben vroeger van de Vampire naar huis gekomen wegens barstende koppijn, en ik had nochtans al paracetamol genomen.

Gisteren was ik helemaal futloos en slap, en ik voelde me mottig. Echt koorts had ik niet, maar ik heb ook niet snel koorts, en als ik er dan heb, dan is het meestal gemeend. Vandaag heb ik me ook op school ziek gemeld: het ging gewoonweg niet. Griep, veronderstel ik, zoals de halve bevolking.

Maar het is Lichtmis, en de traditie wil dat er dan pannenkoeken gebakken worden. Ik had tegen Merel gezegd dat het dit jaar eens niet ging zijn, want dat ik me echt niet goed genoeg voelde om pannenkoeken te staan bakken. “Geen probleem”, had ze gezegd, “dan bak ik toch gewoon pannenkoeken? Je moet me gewoon een recept geven.”

Dat werd een Meuzie, en tegen half zeven stond mijn dochter hier gezwind pannenkoeken te bakken voor ons tweetjes. Ha ja, want Bart is daar zo gelijk niet zot van, die houdt niet zo van zoete dingen ’s avonds.

Het is zo gelijk wel een gemak in huis, zo’n vijftienjarige dochter. En die pannenkoeken, die hebben gesmaakt!

tToneel: “Locomotief”

Jawel, intussen al het vierde jaar op rij speelt Merel mee met het schooltoneel. Ze repeteerde elke woensdag van 12.45 uur tot 15.00 uur en dan in de vakantie ook nog een hele week, de eerste week na de vakantie ook nog elke dag na school tot een uur of zes,  en dan was er vorige week een voorstelling op vrijdagavond, eentje op zaterdagavond en een in de zondagnamiddag. Ze was doodop, maar ze vindt het de max, en daar draait het toch om.

Wij gingen met zijn allen vanavond kijken, naar de laatste voorstelling dus. Voor de schoolwebsite schreef ik het volgende:

tToneel editie 23: van een huzarenstukje gesproken!

Net als vorig jaar waagden regisseurs Mira Bryssinck en Fred Libert zich aan die opgave: samen met 50 leerlingen repeteerden ze elke woensdagmiddag tussen 12.45 uur en 15.00 uur, en dan nog een hele week in de kerstvakantie. En het resultaat mocht er meer dan zijn, vonden ook duidelijk alle toeschouwers.

“Er was eens een dag die begon
Zoals dagen doorgaans begonnen.
Tot een bericht alles veranderde.
Niemand weet iets en iedereen heeft alles gezien.
Of niemand weet iets en iedereen zag alles.
Wat banaal was, wordt belangrijk,
wat belangrijk is wordt banaal.
Gesprekken lijken niet te eindigen
en het stopcontact is steeds zoek.
Kan je iemand verdenken van iets wat mogelijks (niet) gebeurt?”

Het werd meteen al in het begin duidelijk – voor zover de titel dat al niet was – waar we ons bevonden: in een treinwagon. En daarin zat een behoorlijk bont allegaartje: een familie met drie kinderen, twee mensen op weg naar een sollicitatie, een groep scouts, drie dieven die koper wilden stelen maar per ongeluk op de rijdende trein zaten, een koppeltje, een would-be songwriter die het best op de trein kan schrijven, twee toeristen, een hipster die vooral een stopcontact zocht, een hopeloos irritante luide beller, enkele wandelaars, drie uitgeputte feestbeesten en zelfs een oude oma met haar rollator. Oh, en uiteraard ook de treinbestuurder en twee conducteurs. Voeg daar nog twee vertellers aan toe, en twee toevallig aanwezige rechercheurs, en je hebt het ideale scenario voor een whodunit. Met dit verschil dat er gewoon een aankondiging kwam dat er die dag een moord zou gepleegd worden op de trein, dat iedereen in een halve paniek schoot en dat beide detectives al aan de slag konden nog voordat de moord werkelijk werd gepleegd.

Iedereen bedanken die meegeholpen heeft om dit stuk op poten te zetten, zou ons hier te ver leiden, maar drie namen springen er compleet boven uit: Febe De Clercq, Karel Uyttenhove en Joke Van Bossche zijn de drie leerkrachten die hun schouders onder dit evenement hebben gezet, elke woensdag aanwezig waren, alles in goede banen hebben geleid en dan ook terecht meer dan trots op zichzelf, hun toneelspelers en het hele team mogen zijn.

Alle foto’s van het stuk kan u hier in ons archief terugvinden.

 

Verjaardagsfeestje

God wat ben ik blij dat er geen verjaardagsfeestjes meer zijn zoals in de lagere school! Dat zou sowieso niet cool zijn, maar vooral: geen gedoe! Meestal, zodra er hier meer dan drie kleuters in huis waren, keken we al na tien minuten naar elkaar van “Help! Hoe lang duurt dit nog?” Gigantisch veel respect voor kleuterjuffen en lagereschoolleerkrachten.

Maar vandaag had Merel dus haar ‘feestje’. Concreet betekende dat dat haar drie beste vriendinnen hier tegen half vier present tekenden, dat er cadeautjes werden geopend – ze kennen haar zó goed: juweeltjes, nagellak en boekenbonnen – en dat ik hen tegen kwart voor vijf in de bowling van O’Leary’s afzette. Ik had voor twee uur gereserveerd en betaald, en Merel kreeg ook gewoon mijn bankkaart voor hapjes en drankjes. En dat was dat, en man, wat was ik blij! De geluidsniveaus zijn zowat die van een indoor speeltuin, ik had al koppijn na enkele minuten en was meteen overprikkeld.

En tegen half acht ging ik vier zeer tevreden jongedames ophalen, niet meer via de ondergrondse parking – 1.60 euro voor 20 minuten, ne mens zou voor minder gewoon bovengronds blijven stationeren – maar gewoon aan de ingang. Nog wat later werd er eentje bij ons thuis opgehaald en fietste de rest naar huis, en zag ik mijn Merel stralen. Beetje moe, dat wel, maar wel stralend.

En daarvoor haal ik met àlle plezier mijn bankkaart boven.