Doodgewone zondag

Hehe, eindelijk weer eens een normale zondag! Een zondag waarbij er was werd gedraaid, ik mijn pa ging ophalen tegen half twaalf en hij dus gewoon bij ons aan tafel zat. En het eten gelukkig lekker vond. En daarna koffie dronk, en mijn blog las, en de kousen sorteerde en opvouwde.

Het doet echt deugd dat hij gewoon terug… normaal is. Echt.

Tegen een uur of vijf bracht ik hem terug naar huis, met twee maaltijden netjes ingepakt en een croissant voor vanavond. Zo hoort dat.

Oh, en we reden nog langs het kasteel van Lovendegem waar Guido donderdag een nieuwe cache had gelegd, en we waren zowaar de tweede om hem te vinden! Komt dat tegen!

In elk geval: een goeie dosis normaliteit, want voor een chaotische geest als de mijne niet slecht is.

Geo-art: 55 op een dag!

Man, soms doet zot zijn toch geen zeer…

In de zomermaanden doet het team achter de geocaching website altijd een soortement wedstrijd. Je kan er niet echt iets mee winnen, zoals nooit bij het geocachen, maar je kan er “souvenirs”, virtuele beloningen voor krijgen. Deze zomer ging het om Mystery in the Museum, waarbij je bepaalde caches moest loggen om een aantal gestolen juwelen en dergelijke te krijgen. Gisteren had ik de laatste saffier gevonden, en ik dacht dat ik er dan wel was. Juist ja. Krijg ik de boodschap dat de enige taak die me nog restte, was dat ik nog 35 caches moest loggen. Oh, en het spel loopt morgen af. Ah. Right.

Gelukkig had ik een week of twee geleden al een hele mooie geo-art DRAAK zitten oplossen: dan vormt de cachelegger een woord of tekening met allemaal raadsels, en als je het antwoord juist hebt, krijg je de plek waar je de cache kan vinden. Deze vormde een toertje van zo’n 25 kilometer doorheen Oostakker-Desteldonk en omstreken, met een totaal van 55 caches.

Ik stak tegen een uur of drie de fiets in de koffer en reed naar het startpunt, met het idee er 35 te doen.  Maar toen was ik gigantisch goed bezig en had ik nog geen zin om te stoppen. En ging ik er 40 doen. En toen waren het er maar 15 meer, en was het ook zo onnozel om te stoppen, toch? De laatste vijf waren er eigenlijk te veel aan, moet ik toegeven. Het fietsen is niks, het is het elke keer op en af stappen, die zware fiets tegen een boom moeten zetten of in het gras leggen, en telkens weer aanzetten dat het lastig maakte.

En… Ik heb de stommiteit gemaakt om te denken dat twee stukken landwegel wel gingen verbonden zijn met elkaar, waardoor ik uiteindelijk een weide ben doorgefietst, met die zware fiets twee grachten ben overgestoken, een gans eind tussen de rand van een maisveld en een gracht ben geploeterd door het hoge gras en de struiken, en onder een prikkeldraad door ben gekropen met fiets en al. Ugh. Geen goed idee.

Maar de tocht zelf was prachtig, ik heb intens genoten, heb mijn fles water kunnen laten vullen door een gepensioneerde die zijn tuin aan het sproeien was, en was klaar rond half negen. Yep, meer dan vijf uur op de fiets, ge moet goed zot zijn. I know.

(Maar ik heb toch maar lekker 55 caches gehaald vandaag!)

Lectuur: “His dark materials” van Philip Pullman

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na de intense Matthew Swift boeken kwam ik bij de klassieker “His Dark Materials” van Pullman, en het zei me totaal niks. Alleen de tekening van de eerste cover – want het gaat hier om een reeks van drie boeken – deed vaag een belletje rinkelen: een meisje op de rug van een gepantserde ijsbeer.

Ik begon dus te lezen in “The Golden Compass” en stelde vast dat het blijkbaar om de avonturen van een meisje van een jaar of tien ging, in een steampunkwereld. Was ik van mijn sokken geblazen? Euh, niet echt, nee. Het was een fantasyverhaal, met pratende dieren, zeppelins, steampunktoestanden, alternatieve werelden, maar ik heb, om eerlijk te zijn, al betere fantasy gelezen.  Ook al betere allegorieën over hoe de mensheid de wereld om zeep aan het helpen is, of betere coming-of-age verhalen.

Ik heb toch de andere twee boeken ook gelezen, want als ik ergens aan begin, wil ik ook weten hoe het afloopt. Maar nee, het was niet alsof ik hier begeesterd in de zetel zat te lezen overdag, terwijl dat wel het geval is met andere verhalen.

Mja.

Het kan helemaal aan mij liggen, maar nee, voor mij haalt het belange niet het niveau van de andere klassiekers die ik hier al heb gelezen.

Geocachen in Balen

In de Gentse Feesten en vorige week had ik Mathias kennis laten maken met Gent, nu was het tijd dat ik eens ging kijken in Balen. Niet dat dat nu bepaald een grootstad is, maar de natuur is er wel prachtig.

Tegen kwart over twee stond ik bij Mathias en Wim, en iets later stonden we achter zijn huis in Scheps, een natuurgebied met moerassen – heuse, echte, gevaarlijke, ik-zink-weg-en-ben-een-beetje-dood-moerassen – en vlonderpaden, poelen, vijvers, en blijkbaar ook een kapel, een Lourdesgrotje én een waterput van Sint-Odrada. De natuur is er inderdaad prachtig.

We gingen daarna naar Picknick eiland, een heus eiland met twee picknicktafels en drie palen voor hangmatten, om er gewoon rustig te zitten, te praten en te chillen. Mijn rug was de jongens dankbaar.

Ze lieten me ook nog de lokale visvijver – zonder vis – zien, en daarna reden we naar de andere kant van Balen voor een rondje geocachen, het rondje Natte Voeten, langs een kanaal en daarna langs de Nete, waar het soms inderdaad echt wel modderig en drassig lag. In de andere seizoenen kom je er niet door zonder rubberlaarzen, het was nu soms zelfs uitkijken en rondspringen.

Tegen zevenen stonden we weer bij Mathias thuis om even op te frissen – ik zweette als een bunzing – Stijn ook nog op te pikken, en dan naar Geel in het Aards Hof iets te eten.

Tegen elf uur zat ik in de auto richting Gent, klaarwakker, en dus pikte ik langs de baan in en rond Geel nog vijf extra losse caches op. Tegen half twee was ik uiteindelijk thuis, na een ideale, relaxte vakantiedag.

Heerlijk toch?

Deftige dames in het zwembad

Vandaag hadden we niet meteen iets gepland. Goh ja, misschien dat ik vandaag dan wel al die caches in Oostakker ging ophalen.

Maar plots stond daar tegen half twaalf Poppy met haar mama: of ze mocht komen spelen. Natuurlijk datte!

Tegen twee uur waren de meisjes zich volop aan het amuseren, en bleken ze deftige dames te zijn die wel wilden poseren voor een fotoshoot.

Nog iets later zaten beide dames in het zwembad, terwijl het eigenlijk toch niet meteen zo warm was, toch? Dat kon hen blijkbaar niet deren.

Merel had meteen een zalige namiddag, Kobe deed een paar après-kamp dutjes, en Wolf, ja, die hing op zijn kamer zoals alleen een puber dat kan.

Vakantie dus ^^

Van Italiaans eten, geocachen en kampterugkeerders.

Kobe was nog op kamp, Wolf zat bij vrienden, en dus zijn Bart, Merel en ik lekker Italiaans gaan eten. Als in: deftig Italiaans, geen Bolognese of pizza’s.

Dik in orde.

Daarna wilden Merel en ik nog een geocachetochtje doen, maar helaas, al na een paar caches begon het te druppelen en zijn we maar op onze stappen teruggekeerd. Jammer, want het was eigenlijk wel een hele mooie wandeling. We doen de rest wel een volgende keer!

En tegen half zes stonden we met ons drietjes – Wolf was ook mee – aan het station om Kobe op te halen van zijn kamp. Eindelijk, we hebben hem allemaal serieus gemist. Hij was vrolijk en bruin en moe, en vooral ook een wasbeer van totem. Zijn beschrijving was er trouwens knal op, ik moest echt lachen. Knap gedaan van de leiding.

En nu zijn dus alle drie mijn kuikens weer netjes thuis, en dat doet deugd. Ik mag dan graag mijn eigen ding doen, mijn moederinstinct blijft sterk.

Luie wandeling in Gent

Merel en ik hadden het plan opgevat om deze namiddag samen te gaan fietsen en te geocachen in Oostakker: ik heb er een serie van 55 raadsels opgelost, goed voor zo’n 20 kilometer.

Tegen de avond ging Mathias dan langskomen: hij had afgesproken om in de namiddag iets te gaan drinken met een meisje uit Evergem, en aangezien hij in Balen woont, zo’n 110 kilometer verder, ging hij hier dan wel komen crashen.

Maar bon, plannen veranderen duidelijk:  zij ging hem uiteindelijk hier om zeven uur ophalen, maar hij had geen zin om thuis te zitten en was dan al maar afgekomen naar hier. Geen enkel probleem: hij heeft eerst helpen was vouwen, en dan zijn Merel, Mathias en ik naar ’t stad gereden, naar de bibliotheek van De Krook. Merels boeken waren uit, maar de wijkfilialen zijn nog gesloten tot de tweede week van augustus.

Meteen hebben we er een fijne, lange wandeling door ’t stad van gemaakt, op zoek naar een ijsje. Walpoortstraat naar beneden, Kouter, en dan naar de Veldstraat, naar de Australian. Dicht. Geen nood, verder gewandeld naar de Korenmarkt, naar de Damass. Dicht. Hmmm.
Verder naar de ijsjes op de hoek van de Graslei, maar daar hadden ze geen aardbeienijs voor Merel. Mja. Door de Jan Breydelstraat naar Julie’s House dan maar, voor een stukje taart. Drie keer raden: dicht.
Verder gewandeld door ’t Patershol, richting Vrijdagmarkt, en jawel, daar op de hoek aan het Grootkanonplein waren er ijsjes, en nog goeie ook! Ha!

We zijn dan ook maar iets gaan drinken op een terrasje, en zijn dan via ’t Grafittistraatje en de Reep langs de Vlaanderenstraat terug gewandeld. Mathias was buiten de Gentse Feesten nog nooit in Gent geweest en vond het best wel een openbaring. Missie geslaagd!

Uiteindelijk is hij dan nog dat meisje tegen acht uur bij haar gaan ophalen in Evergem. Plannen veranderen, maar da’s niet altijd slecht ^^

Fietstocht door de Gentse haven

Gisteren was ik ook van de hele dag niet buiten geweest: veel te warm en te tam. Maar tegen ’s avonds was het heerlijk aan het afkoelen, nog zo’n 24°, en dus nodigde ik Bart en Merel uit voor een fietstochtje. Waarheen? Goh, ik vond het veer van Langerbrugge wel ne keer wijs. We zijn dan maar voor een fietstocht door de haven gegaan, iets wat strikt genomen niet mag, denk ik. Foert, het zijn Gentse Feesten voor iets.

We vertrokken langs het kerkhof van Wondelgem, over een pad tot langs de Ringvaart, verder tot Meulesteebrug, langs de Weba en dan links de haven zelf in. Wijs om zien, en heel veel mooie industriële zichten. Dwars het havengebied door, en dan op het veer. Half weggewaaid daar, maar nog steeds helemaal niet koud.

Dan opnieuw langs het water richting huis, afgeslagen naar de Ringvaart, over Evergem brug, en 17 kilometer en anderhalf uur – nogal wat verlet gehad met het veer – waren we terug. Helemaal verfrist en uitgewaaid. Zalig!

Onder vrienden

Ik had al op de mini gezegd dat de Korda boys welkom waren op de Gentse Feesten, met alle plezier. En dat ze dan ook gerust mochten blijven slapen, zeker als ze hun fiets meebrachten, want parkeren tijdens de GF is niet, euh, ideaal.

Koen kwam zeker ook al, Mathias en Wim ook, en ook Michael zag het volledig zitten. De rest moest helaas werken, en de weekends waren geen optie wegens vorige zondag Tomorrowland en nu zaterdag feestje van Michael.

Toen puntje bij paaltje kwam, kwamen ze uiteindelijk al tegen de middag: Koen met Lorres grotere auto mét fiets, en Wim en Mathias met de camionette, ook met een fiets. Michael was zo zot om in dit weer anderhalf uur op de moto te kruipen, maar bon.

Er was quiche, en er was vooral ook ons zwembad, dat met die 38° verschrikkelijk goed gebruikt is. Zalig gewoon!

Tegen vier uur was er verse fruitsla, versgedraaid ijs en vlaai die Merel nog snel gemaakt had. Dik in orde!

Tegen kwart voor zeven zaten we allemaal op de fiets, tegen kwart na zeven hadden de heren al een gratis Duvel in handen. Nog wat later zaten we in Café Belfort om iets te eten, en daarna hebben we gewoon rondgelopen en zowat alles eens bekeken. Tegen half elf zijn we op Polé Polé verzeild, waar rond een uur of elf Wolf werd weggekaapt door een paar bevallige dames van de scouts.

Om half een konden we vrolijk terug fietsen, en we zijn nog blijven napraten (en afkoelen) op ons terras tot zo’n half drie, schat ik.

Fantastisch chille dag, eigenlijk, bijzonder aangenaam. Fijne gasten, die larpers.

Een blij weerzien met een oude vriendin

Ann had ik eigenlijk al in jaren niet meer gezien. Als in: vijfentwintig jaar. Nee, strikt genomen is dat niet waar: ze is me ongelofelijk uit de nood komen helpen op een absoluut crisismoment, toen Vic begraven werd en Bart in het ziekenhuis lag na een knieoperatie. Zij is toen spontaan ingegaan op een oproep op mijn Facebook en komen babysitten. Ja, dat was in 2015, en ik had beloofd om dan samen eens te gaan eten als bedankje. Dat was er, tot mijn grote schaamte, nog nooit van gekomen.

Maar de laatste tijd waren we weer vaker aan het kletsen op Facebook, en eigenlijk waren we in mijn studententijd echt wel goeie vriendinnen. Man, samen hebben we toch serieus wat uitgestoken…

Bon, het was een kwestie van de koe bij de horens te vatten en er een datum op te plakken, en gisteren pikte ik haar dus op bij haar thuis in Sint-Denijs, om dan samen naar Chaflo te rijden in Destelbergen.

Vreemd, maar het was alsof we elkaar vorige maand nog spraken. We tetterden honderduit, giechelden als twee bakvissen, ook al waren ze de wijn vergeten, en genoten.

Oh, en het eten was bijzonder lekker ook.

Anneke, deze keer gaan we geen twintig jaar wachten. Dit was veel te leuk!