Een. Latte. Op. Een. Terrasje!

Kobe moest deze middag voor het eerst weer naar de fysieke fagotles, om drie uur. Aan de Poel, niet in Evergem. Het was wel met mondmasker, aanmelden, handen ontsmetten, voorbij de warmtethermometer, en dan wachten op de binnenkoer tot je ook werd opgehaald door je leerkracht, maar het bleef wel een échte, fysieke les.

En voor mij was het een half uurtje wachten, maar, zoals de Labath het ook zelf stelt: er zijn nog zekerheden. Je mag niet binnen zitten, maar buiten hebben ze een heel fijn terrasje gemaakt, en de bekertjes en zo zijn biologisch afbreekbaar. Ik had totaal geen tijd gehad om te eten – les tot kwart na één en dan nog wat geschilderd in mijn lokaal, tsja – en dus nam ik me er een heerlijk stuk taart bij bij wijze van middageten.

En geloof me: ik heb ervan genóten. Van zomaar een koffie op een terrasje, het voelde gewoon normaal aan.

Lange fietstocht

Ik had eigenlijk de hele dag al rondgelopen en les gegeven, en de rug deed het niet helemaal. En vooral: het was prachtig weer.

Ik ben dan maar op de fiets gesprongen en ben helemaal tot in Ertvelde gefietst, een goeie tien kilometer, om daar een paar caches te vinden. Langs de R4 ligt een heel mooi fietspad, vaak afgescheiden zelfs door een geluidswand of een hoge berm, en verder is het ook gewoon een heel mooi baantje. Ik genoot met volle teugen.

Cache nummer 1 deed me gewoon in de lach schieten: een lange buis met daarin het kleine rolletje. En hoe krijg je dat er dan uit? Wel onderaan kon ik aan een hendeltje trekken, en prompt schoot het rolletje quasi in mijn gezicht.

Cache twee liet zich eerst echt niet vinden, want de tip zei op 1.60 meter, en dus zocht ik ook op die hoogte. Hij hing echter een pak lager, waardoor ik vrijwel een half uur verloor. Maar wel een fijne half uur in een zonnig, fijn bos.

Ik stak de R4 over en dacht dat ik de volgende cache wel kon bereiken via de veldweg die parallel met de R4 liep. Prachtig baantje, zeker omdat iemand er een hoop bloemen had gezaaid, wellicht een zaadbom of zo. Ik reed dus vrolijk de ‘slag’ af, maar helaas, in de buurt van de cache leek ik niet te geraken. Ik kon uiteindelijk wel aan de voet van een windturbine gaan staan, en nog verder aan een prachtig vissersplekje, en na nog een halve kilometer toch nog over het water in de richting van de cache. En dan via een gigantisch hobbelbaantje door mul zand, waarna ik uiteindelijk de fiets heb geparkeerd midden in het veld en te voet ben verder gegaan. En die cache? Die zat bijzonder kunstig verstopt in een prachtige gigantische oude wilg. Ik heb, denk ik, een half uur gezocht tot ik de legger contacteerde en die me een paar hints kon geven zodat ik hem vond. En intussen was de zon zo goed als onder.

Ik moest nog een dikke tien kilometer fietsen en passeerde nog wel een paar mooie plekjes, maar bleef vooral aan de rechterkant van de R4. Ik had de linkerkant geprobeerd, maar op een bepaald moment kan je daar per fiets écht niet verder, zodat ik een tweetal kilometer om mocht rijden. Hmm.

Maar ik was helemaal uitgewaaid en mijn hoofd was helemaal leeggemaakt toen ik tegen half elf thuis kwam. Zalig.

Lectuur: “Red Rising #4 en #5” van Pierce Brown

Ik had hier al beschreven met hoeveel goesting ik de eerste drie boeken van Red Rising had gelezen. Daaruit volgde dan uiteraard ook het vervolg, zijnde boek vier en vijf. Ik kon het niet laten, want eigenlijk had ik beter gewacht tot boek zes ook uit was.

Deze trilogie speelt zich af 10 jaar na het einde van de vorige, en het is intussen, goh, helemaal fout gelopen. Of toch  aan het fout lopen. Over de inhoud mag ik eigenlijk niks zeggen, want dan heb je een hoop spoilers over de eerste drie boeken. Eigenlijk zijn deze boeken gewoon meer van het zelfde, maar gelukkig was dat eerste al steengoed.

Soms vervalt Brown in maniërismen, maar ik vermoed dat dat ook is omdat ik natuurlijk alle vijf de boeken na elkaar lees, wat eigenlijk niet echt de bedoeling is. Bepaalde frases komen terug, bepaalde gevechten zijn meer van het zelfde, en af en toe had ik een beetje een déja vu gevoel. Maar plotgewijs blijft het goed, je wordt nog steeds in het verhaal getrokken en de personages zijn echt meer dan “gewone mens wordt superheld wordt hero”, met diepgang, twijfels, fouten en stommiteiten.

En ja, ik kijk dus vol verwachting uit naar deel zes dat deze trilogie moet afsluiten. En ik vraag me ook wel een beetje af wie het nog allemaal zal overleven…

En misschien begin ik wel de afgeleide reeks te lezen, The Sons of Ares. Of de audioboeken te beluisteren. Of de comics te lezen.

Restaurant

We missen het wel, samen op restaurant gaan. Voor Bart en mij zijn dat onze bijpraatmomentjes. Niet dat we daar thuis eigenlijk geen tijd voor hebben, het is dat we daar in onze dagelijkse routines zitten en daar eigenlijk geen tijd voor maken.

Maar bon, plots zag ik op zaterdagavond een date night verschijnen in mijn agenda. Bart deed er geheimzinnig over en speelde onder één hoedje met zijn dochter. Die zit momenteel helemaal in het restaurantwezen: ze heeft haar restaurantje naast de game room volledig in orde gezet en voorziet ons daar van (meestal nep, maar soms ook echt) voedsel. Zoals een ontbijtje met pannenkoeken, fruit, donut en koffie, en daarna een verse muntthee.

Tegen ’s avonds werd ik gesommeerd me op te kleden, en toen ik beneden kwam, stond de tafel van ons restaurant piekfijn gedekt. Bart was om het eten, blijkbaar in de bistro van Oak, zijnde Door73. Ook onze bediening was top, overigens.

Het eten vond ik overigens duur voor wat het was, maar bon, die mensen moeten ook proberen overleven, en het was echt wel lekker.

Bart heeft de avond samengevat in een heel mooi filmpje:

@netlashDie keer dat we voor datenight op restaurant gingen tijdens lockdown. ##blijfinuwkot ##restaurant ##date ##door73

♬ Make You Mine – PUBLIC

Coronaquizzen

Uiteraard ligt nu ook het quizseizoen stil: ’t is niet alsof we met 200 man samen in een zaal gaan zitten.

Maar…

Ook hier heeft de digitalisering zich doorgezet ^^ Ik heb nu al twee online quizzen gespeeld op deftig niveau, met mijn vaste quizploeg. De ene werd georganiseerd door de mensen van het quizarchief en zat machtig goed in elkaar. Edward was de kapitein en gaf de antwoorden door, de rest van ons stond in verbinding met elkaar via Zoom of Hangouts of Meet of zoiets en kon overleggen, terwijl we allemaal de vragen zagen. En dat waren er wel wat, ja. Knap gedaan!

De andere online quiz was met twee uur vooraf opgenomen vragen, een heus filmpje op youtube dus, waaraan een google form was verbonden die ook maar door één iemand per team kon doorgestuurd worden. Ook hier een fijne formule dus.

Het enige nadeel is dat je hier gigantisch kan zeuren natuurlijk en alles opzoeken, maar ze rekenen op de fair play van de spelers. Al ben ik zeker dat er mensen zullen gespiekt hebben. Tsja.

Ik heb er in elk geval al twee zeer fijne avonden op zitten en kijk al uit naar volgende week vrijdag, 1 mei, voor een volgende editie.

Dik in orde!

De boom in!

Eerlijk? Ik heb het al vaak gedacht maar nog nooit gezegd tegen de kinderen, dat ze de boom in konden. Het duurt lang, die quarantaine, en dan hebben wij, met ons grote huis en fijne tuin, nog totaal geen reden van klagen.

Maar vandaag konden ze ook echt de boom in. Letterlijk. Want vandaag heeft Wolf een soortement touwladder opgehangen in onze krulwilg, wat ervoor zorgde dat ze meteen alle drie de boom in zaten. Eerst Merel, met behulp van haar oudste broer, en daarna beide jongens. En niet zomaar één keer, nee, na het eten kropen ze nog allemaal eens de boom in. En tussendoor ook nog wel een keertje.

Buitenwerk

Onze speeltoren die Wolf en ik een aantal jaren geleden samen hebben gebouwd, wordt eigenlijk niet echt veel meer gebruikt. Bart had al gezegd om hem af te breken, maar dat zag ik niet zitten, en wie weet kan hij over een tiental jaar opnieuw dienst doen.

Maar de lange teut waar de schommels aan hangen, die mocht er wel af, ja: meer plaats en zo. En de houten bak waarin ons brandhout geleverd werd, die zou perfect moeten passen in de ruimte achteraan de toren, zodat we er de blauwe vuilniszakken kunnen inzetten.

Gemakkelijker gezegd dan gedaan: we hebben blijkbaar de vijzen van de schommel nogal stevig vastgedraaid. Maar waar een wil is, is een weg, en stevige armspieren, dat ook. Daarin moet puber Wolf zijn meerdere nog erkennen in zijn moeder: ik mag dan gehandicapt zijn, mijn armspieren zijn nog verdekke in orde!

Enfin, met veel moeite werd het schommelgedeelte losgekoppeld, en de houten bak, die kregen de jongens niet op zijn plaats. Hij kan er op zich wel staan, maar om hem erin te krijgen, da’s een ander paar mouwen. Maar ze toonden zich de waardige zonen van hun koppige vader, en toen ik terugkwam van de boodschappen van Marleen, zat het ding – minus één plank – zowaar op zijn plaats!

Om de namiddag af te sluiten, fietste ik nog even naar Evergem: daar moest ik nog een nieuwe cache steken, en het was ideaal fietsweer. Ik genoot, zeker toen ik de zonsondergang zag. En geen kat op straat…