Lectuur: “The Heroes” van Joe Abercrombie

Zoals ik hier al zei, ben ik enorme fan geworden van Abercrombie. Die mens schrijft schitterend, met een rauwe dosis realisme en een gezond gevoel voor humor. Zwarte humor, dat wel. Zoals ik eerder al schreef: “Dit is geen wereld met knappe prinsessen, stoere helden en cleane gevechten, dit is een harde, grimmige wereld waar mensen dood gaan aan steekwonden, waar gekermd en gebloed wordt en de wereld geen mooie plaats is, waar mensen verraden worden en ieder voor zijn eigen gewin gaat.”

En als het verhaal zich dan nog afspeelt in een oorlog met enkele personages die ook al in The First Law trilogie voorkwamen, dan is het al helemaal grauw. Maar ik persoonlijk vind dit zijn beste boek tot nog toe. Een plot die eigenlijk heel eenvoudig samen te vatten is: een zinloze oorlog met een zinloze veldslag om een betekenisloze heuvel. Maar de personages zijn zó raak, zó knap uitgewerkt dat je hoe dan ook meeleeft. Uiteraard zit je nog in een middeleeuwse setting met zelfs een klein vleugje magie, maar eigenlijk speelt dat nauwelijks een rol.

Een aanrader? Zeker en vast!

Scouts

Bart had geen zin om vandaag te koken en had al op voorhand gereserveerd in de Mub’Art onder het MSK. Mij hoorde je niet klagen, want het is daar altijd dik in orde. Ik ging dus ons pa ophalen en reed meteen naar ginder. Geen idee wat er te doen was in het SMAK, maar we hadden wel enige moeite om er parkeerplaats te vinden.
Het eten zelf was, zoals altijd, zeer verzorgd en eigenlijk ook vrij snel. Maar goed ook, want zowel Kobe als Merel moesten nog naar de scouts om twee uur. Wolf eigenlijk ook, maar met zijn kapotte voet gaat dat nu een beetje moeilijk.

Hij is trouwens veranderd van scoutsafdeling, en is sinds dit jaar ingeschreven in Evergem. Hij vond niet echt aansluiting meer bij zijn takgenoten hier in Wondelgem, en ginder heeft hij twee van zijn beste maten. Kobe is intussen veranderd van school, tot Wolfs grote spijt, en zo zien ze elkaar tenminste nog.

En ach, die drie kilometer per fiets, daar gaat hij niet dood van. Als hij kan fietsen tenminste, want nu lukt dat natuurlijk niet. Mama taxi to the rescue dan maar weer, zeker? Ach, ’t is dat we ze zo graag zien, meneer…

Lectuur: “Little Women” van Louisa May Alcott

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Het volgende boek werd dus “Little Women” van Alcott, een boek waar ik eigenlijk nog nooit van gehoord had. Het is intussen verschillende keren verfilmd, soms zelfs in moderne settings. Tsja…

Ik moet eerlijk toegeven: het lag me niet zo, en tegelijk wilde ik toch steeds verder lezen. Hoezo? Wel, het boek valt onder “didactische roman”, een boek dat dus een morele les wil meegeven, en dat laatste ligt er nogal dik op, vond ik. Voortdurend zijn er verwijzingen naar de bijbel en hoe jonge meisjes eigenlijk hun leven zouden moeten leiden, geduldig en ijverig zijn, bescheiden, lief, dat soort dingen… Aan de andere kant mogen de personages ook ambitieus zijn, non-conformistisch, een eigen persoonlijkheid ontwikkelen…

Afbeeldingsresultaat voor little women book

Het gaat dus over een gezin van vier dochters met de moeder, terwijl vader het grootste deel van de tijd nog in de oorlog zit. Ze zijn niet bepaald rijk, maar maken er het beste van en zijn duidelijk welopgevoed, met de juiste connecties in de hogere kringen. De morele waarschuwingen zitten in het verhaal verweven, en toch, toch… Toch leef je mee met de vier meisjes, hun wel en wee, hun kleine besognes en grote ambities, hun verdriet, hun verliefdheden… Het verhaal is geschreven in de tijd van lange jurken, hoge hoeden, lange reizen doorheen Europa, soirées en theekransjes, in een welstellend Amerika, en ook dat laatste is verfrissend: de Amerikaanse opvattingen zijn behoorlijk anders dan die van pakweg Engeland of Frankrijk.

Vond ik het een goed boek? Goh, ik weet het eigenlijk niet. Ja en nee. Het morele gezaag werkte soms danig op mijn zenuwen, maar het verhaal zelf is eigenlijk gewoon heerlijk, meeslepend en bijzonder echt. Het zorgt dus ook tijdens het lezen zelf voor die tweespalt, en dat maakt het niet altijd makkelijk.

Dit was de vakantie van 2019

Vaak heb ik op het einde van de grote vakantie het gevoel dat ik niks gedaan heb en dat die vakantie voorbij is gevlogen. Nu, dat vliegen, ja, dat was ook deze keer het geval, maar ik heb wel enorm veel gedaan. Het is eigenlijk mijn meest sociale vakantie sinds jaren, en ik denk dat dat vooral aan mijn sterke carpe diem-gevoel ligt: ik moet meepakken wat ik kan nu de rug het nog min of meer doet. Het kan echt elk moment gedaan zijn, dat ik in een rolstoel verzeil. Memento mori, als het ware. En dus heb ik een prachtige vakantie achter de rug. Eivol, dat ook.

we zetten een zwembad op en het zat meteen vol pubers
ik trok met Gwen naar Brussel voor het Certaminacomité
ik ging met Véronique en de kinderen geocachen in Moerbeke
met Bart ging ik voor het eerst naar Gent Jazz en ik zag dat het goed was
ik nam afscheid van een fijne larpvriend
we gingen eten met Barts familie om Jeroom te gedenken
ik reed naar Herentals voor Kobes GEJOkamp en ging meteen ook geocachen
ik kreeg een pràchtige introductie in Antwerpen van Philip
ik ging nog eens cachen in Moerbeke met Véronique, met andere kinderen
ik spendeerde een weekendje in Dordrecht met de Vossen
… en ging er ook geocachen
ik ging met Sandra en de kinderen zwemmen in de Rozenbroeken
en de volgende dag kwam Feija bij ons zwemmen
mijn lief nam me mee naar Oak
we trokken een middagje naar ’t stad en het Design Museum
en ik ging eten met een vriendin die ik in jaren niet meer had gezien
ik ging zowaar naar Tomorrowland!
kinderloos, en dus met mijn lief naar de Gentse Feesten
en opnieuw naar de GF, met jonge larpvrienden deze keer
het was bloedheet – lang leve het zwembad
maar de gerbils overleefden de hitte niet
mijn lief en ik fietsten met Merel door de haven
Wolf en ik gingen naar een feestje in Balen
Mathias kwam een dagje naar Gent
Ik ging met Merel cachen in de halve regen
ook Poppy kwam in het zwembad ploeteren
we reden naar mijn oma
ons pa kwam eindelijk weer eten op zondag
ik ging geocachen in Balen
Robbe kwam zetelhangen in de tuin
we gingen vliegenmeppen in de bib
ik spendeerde een zalige dag met Véronique in Sint-Niklaas
en ging uitgebreid fietsen en cachen in Hyfte
we gingen met zijn allen naar Center Parcs
alwaar ik uiteraard ook ging geocachen
Merels vriendinnetjes kwamen slapen
ik ging koffieleuten bij Vallery
en rondhangen in Gentbrugge
uiteraard gingen we ook naar de vijver
we hielden de jaarlijkse picknick in het Middelheim
ons pa moest naar de audioloog
en ik ging met de kinderen cachen in Ronse bij Véronique
Barts fiets werd gestolen én teruggevonden
ons pa moest naar zijn dokters
en ik moest een dag naar school
ik zat een dag tussen heerlijke Latinofielen
ik ging naar een begrafenis

en dat was dat. Bijna elke dag sociale interactie, dat is bijzonder ongewoon voor me. Maar het heeft me wel deugd gedaan. Het was een vakantie om in te kaderen.

Nu ben ik echter wel blij dat de gewone dagelijkse routine er opnieuw is. En ja, zelfs in mijn 25ste lesjaar doe ik het nog steeds bijzonder graag. Dik in orde!

Ronsische omzwervingen

Véronique, mijn uitgangs-, theater-, geocache- en GIFTmaatje, is toch wel verhuisd naar Ronse zeker? Het is haar van harte gegund, zeker sinds ik foto’s gezien had van haar huis ginder: een pareltje van art déco met een hele fijne tuin en vooral ook heel veel plaats. De rit naar Gent heeft ze ervoor over.

Wij wilden het huis eens bekijken en vooral ook nog eens samen gaan geocachen met haar dochter en plusdochter, twee bijzonder fijne dames. Vandaag stonden we daarom rond kwart voor elf bij Omaly. Ha ja, we kunnen toch moeilijk naar Ronse gaan en niet eens binnenspringen bij mijn schoonmoeder, of wa? Die was verbaasd om ons te zien, maar vond het precies toch niet erg.

Tegen half twaalf stonden we dan bij Véronique en Peter, en de foto’s doen het huis eigenlijk nog onrecht aan. Ze heeft een zeer grote kelder, een ruime living, een apart salon, een ingerichte keuken, vier kamers, twee badkamers én daarboven eigenlijk nog een studio waar je perfect een AirBNB of zo kan van maken. Echt, man, zo’n huis zeg! En dan ook nog een mooie aangelegde tuin met open veranda, twee terrassen (waarvan eentje onder een pergola van blauwe regen en druivelaar) en een vijver. Ik kan perfect begrijpen dat ze daar gaan wonen is!

We aten pizza en gingen daarna een rondje geocachen in een oude spoorwegbedding, een prachtige wandeling eigenlijk. Zelfs de oudste zoon ging mee, maar de flessen water die hij mee had genomen, waren al na een half uur op: pokkeheet zeg! Zolang we in de schaduw liepen, viel het best mee, maar zodra je in de volle zon kwam, zweetten we ons te pletter. Het tochtje duurde twee uur, en dat was meer dan lang genoeg. Véro nam de foto’s…

We moesten daarna nog ergens zijn, dus vrij vroeg reden we eigenlijk al naar huis, zodat Kobe en Merel nog een snel afkoelend plonsje konden placeren. Een gerief, jong, zo’n zwembadje.

 

Picknick in het Middelheim

Ik probeer er een traditie van te maken, die picknick in het Middelheimpark of Middelheimmuseum, ’t is maar hoe je het noemt. Twee jaar geleden was er behoorlijk wat volk, vorig jaar viel dat een beetje tegen.

Ook dit jaar had veel volk beloofd om langs te komen, maar toen puntje bij paaltje kwam, waren we maar met een handvol. Niet dat dat erg was: het werd een zeer gezellige en aangename bedoening, dik in orde! Jonas en Annelies waren er met de vier kinderen, Babeth en Mario waren er, en Dave en Veerle.

Er werd veel getetterd, veel gegeten en door de kinderen eigenlijk ook veel gespeeld. Voor een keer hebben we eigenlijk zelfs niet rondgewandeld: het was er nogal warm, zou je kunnen stellen.

Het zorgde er ook voor dat we tegen zessen terug waren en dat de kinderen meteen in het zwembad plonsden. Duh.

Maar alweer een dag vol sociale interactie, stel u voor! En volgend jaar opnieuw, zeker weten.

 

De vijver

Dit jaar waren we nog niet aan de vijver geraakt, en dat zou zonde zijn mocht het niet lukken. Nu, Wolf had me al gevraagd of hij soms eens met Arwen daar mocht gaan picknicken, zo met zijn tweetjes, lekker romantisch omdat ze al twee jaar samen waren.

Ik had ingestemd, en ook Marc en Annemie maakten daar geen probleem van. Maar zo veel hete vrije dagen gingen we nu ook weer niet hebben, dus gingen de kinderen en ik deze namiddag wel achterkomen. Wolf was daar niet onverdeeld gelukkig mee, maar het feit dat hij zo wel vervoer kreeg, maakte veel goed. Bart zette de twee tortels tegen half twaalf af, tegen half drie pikte ik ons pa op, en iets later waren ook wij aan de vijver.

We waren nog niet goed en wel uitgestapt, of Marc stond er al met zijn amper vier dagen, mega schattige ezeltje. Oordeel vooral zelf.

De kinderen gingen prompt het water in, ik installeerde ons, en ik zette me vooral honderduit te kletsen met de gastheer en gastvrouwe, die ik al ken sinds mijn geboorte. De vijver ken ik eigenlijk ook al even lang. En uiteraard nam ik foto’s, dat hoort zo.

We kregen nog een ganse zak pruimpjes mee, een doosje braambessen, drie krappen blauwe druifjes en drie dikke courgettes. Machtig, toch?

Enfin, een zalige middag, voorwaar.

Lectuur: Jean Le Flambeur

k ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na “His Dark Materials” van die lijst dook ik opnieuw in de science-fiction, al zetten sommige van mijn vrienden deze ook gewoon onder fantasy. Het gaat om de reeks rond Jean Le Flambeur, drie boeken van de Finse auteur Hannu Rajaniemi. Het universum waarin dit afspeelt, is blijkbaar een verre, verre toekomst, waarin de aarde eigenlijk een voetnoot is en de mens maar één van de vele soorten.

Het verhaal draait rond, u raadt het al, Jean Le Flambeur, een gentleman-dief die bevrijd wordt uit een gevangenis om er dan als tegenprestatie iets te gaan stelen voor een soort goddelijk wezen om daarmee dan datzelfde universum te redden. Of zoiets. De plot is vreselijk ingewikkeld, mensen zijn eigenlijk een verzameling gedachten en herinneringen die je kan digitaliseren en dus naar wens in een lichaam dumpen. Ze zijn op die manier ook onsterfelijk, maar kunnen zich in duizenden tegelijk verdelen, gogols genaamd. Transhumanisme, mind-uploading maar daarnaast ook het delen van een lichaam tegen betaling, gevangenissen die experimenteren met het steeds opnieuw doden van zijn gevangenen, … Steden zijn kunstmatig gevormd, bewegen zich voort op grote poten om de hitte van de zon  te vermijden en dat soort dingen. U ziet het, science fiction maar met een compleet bijeengefantaseerde wereld.

Rajaniemi is doctor in de fysica, en dat is wel duidelijk: hij speelt met termen als neutrino’s, quantumteleportatie, Higgsdeeltjes, Planckruimte, Hawkingdrive enzoverder, en dat maakt het soms echt wel moeilijk om te lezen. Af en toe heb ik bij zijn wetenschappelijke uitleg afgehaakt, en af en toe heb ik ook een stuk herlezen omdat ik niet meteen helemaal mee was.

Maar zijn het goeie boeken? Welzeker. Rajaniemi heeft prijzen behaald met zijn eerste boek, en ik snap dat wel: het is compleet vernieuwend en verfrissend en de plot zit ingenieus in elkaar. Maar lichte strandlectuur is het niet, neem dat van me aan.

Laatste dag in Zeeland

Wolf en Arwen waren al rond half acht op, want ze hadden beloofd om samen om croissants te gaan, en dat deden ze dan ook. De wachtrij was lang, zeiden ze: allemaal papa’s met de krant en de koeken ^^
Bart was intussen gaan lopen en had meteen ook de auto’s gehaald, zodat vooral ook zijn elektrische een beetje kon opladen.
We ontbeten, ruimden geroutineerd op en waren zowaar klaar om half tien. Iets over tien stonden we in de Action Factory voor een rondje minigolf, maar dan wel ene in steampunkstijl, met transportbanden, pneumatische toestanden, wegschietende balletjes en dat soort dingen. Amusant! Zeker als je dan nog wint ook, iets wat me nog nooit overkomen was :-p

Daarna namen we afscheid van het park en reden naar de zee. Allez ja, de immensen Brouwersdam, want iedereen had intussen blijkbaar alweer honger. En ja, die Beach Bar is dik in orde, ook ’s middags.

En toen was het tijd om te vliegeren. Echt te vliegeren, net zoals massa’s mensen op het strand, overigens. En die stuntvlieger, dat is wat wennen, maar dat ding is fantastisch om mee te spelen. Vooral Wolf vloog ermee, maar ook Kobe en Arwen probeerden af en toe. Kobe had vooral zijn zelfgemaakte vlieger, en Merel vloog met de kleurrijke.

Toen gingen ze met zijn vijven even tot aan het water zelf – het strand is daar altijd immens breed, behalve bij springtij – en ik ging languit in het zand liggen, mét een vlieger uiteraard.

En toen wilden zij nog een eind verder vliegeren terwijl Bart en ik voor een koffie gingen.

Bart reed al naar huis, en ik ging nog met de kinderen de cache aan de overkant van de straat, rond het Inspiratiepunt Grevelingen, oppikken. En toen waren ze moe, blijkbaar.

Tegen half zes kon ik Arwen gaan afzetten, tegen half zeven zat ik ook zelf in mijn eigen vertrouwde zeteltje. Een heerlijke vakantie gehad, maar het doet toch deugd om terug thuis te zijn ook. Hehe.

Geocaching rond het Grevelingenmeer en andere dinges

Bart was gelukkig al terug, maar deze voormiddag was er niet echt veel animo om veel te doen. Enfin, ik had alweer geen zittend gat en wilde in de buurt een paar caches oppikken met de auto. Wolf en Arwen zagen dat volledig zitten, alleen waren we weer eens te laat weg: het was tien over elf tegen dat we in de auto zaten. We reden naar Zierikzee, richting Ouddorp en vonden inderdaad een paar mooie caches. Eentje was niet te doen: de boom waar de cache zou moeten zitten, zat vol met grote agressieve mieren die ook meteen beten. Ugh!

Tegen kwart over twaalf waren we terug in het huisje, aten boterhammen en om een uur stonden we in de Action Factory: we hadden voor de vier kinderen een hoogteparcours in blacklight geboekt, iets waar ze zich compleet in het zweet mee werkten en doodop van waren. Tsja…

We konden dan wel niks anders dan iets drinken op het terras van het centrum, maar daar werd Arwen geterroriseerd door een meeuw en wij door de eerste regendruppels.

We liepen met zijn allen terug naar het huisje, de kinderen gingen nog even relaxen voor ze met papa gingen zwemmen, en ik nam mijn regenjas, mijn spullen en ging geocachen.
Nog een chance dat ik die regenjas mee had, want voor het goeie weer hoefde ik het niet te doen. Maar ik vond prachtig verzorgde caches van De Duintoppers, een cacheteam dat echt wel moeite steekt in zijn caches. Knap!
Eentje lag aan het einde van een soortement dammetje, en daarop lag het vol met krabbenbotjes en restanten: de meeuwen laten hun gevangen krabben op de stenen vallen zodat die openspringen en ze ze kunnen opeten.

Ik reed richting Oostdorp en verzeilde er op een oude verschansing: mooi!

Ik ging tot aan Goedereede en begon toen langzaam terug te keren, want a) het begon al rond zes uur te draaien b) het begon toch wel harder te regenen, ja. In totaal  15 caches vandaag, niet slecht.

In het terugrijden begon het echt wel te regenen, wat me deed bellen naar Bart: we hadden afgesproken om in één van de strandpaviljoens te gaan eten, en als ik dan toch met de auto was, kon ik hen evengoed aan de ingang van het park ophalen en met de auto gaan, want het is toch wel een kwartiertje wandelen.

Ideale timing, want ze waren zich net aan het afdrogen en waren dus in de buurt van de ingang. Ik heb hen opgepikt en we zijn gezellig gaan eten in een hele fijne surfbar: surfshop, de inrichting is zomers en het personeel zijn duidelijk zelf allemaal surfers, ook in die stijl gekleed. Hele fijne sfeer, en lekker eten.

We reden terug naar het park, wandelden naar ons huisje, en vonden het welletjes voor vandaag.