Op weg naar Sorrento

Dat het toch pokkevroeg is, zo opstaan om vijf uur als ge dat niet gewoon zijt…

Maar bon, iedereen was toch wakker en om zes uur werden we opgehaald door een taxibusje, zodat we iets voor zeven in de vertrekhal stonden. Het inchecken ging wonderwel vlot zodat er echt nog meer dan tijd genoeg was om rustig te ontbijten.

Ook de douane ging bijzonder snel – alleen Wolfs deo werd in beslag genomen wegens te groot voor handbagage – en toen zaten we nog een uur aan de gate. En het is niet alsof dat echt goeie stoelen zijn, maar kom.

De vlucht viel al bij al mee: echt misselijk werd ik gelukkig niet, en zelfs de lange taxirit van Napels naar Sorrento vormde geen probleem, tot mijn grote verbazing. Het eerste stuk is namelijk wel autostrade, maar ter hoogte van Pompeii ga je eerst naar een relatief grote baan door verscheidene tunnels, maar daarna moet je echt door kleine dorpskerntjes en zo, en het laatste stuk was zonder meer file. Ugh.

Maar het Hilton ligt bijzonder prominent in Sorrento, halverwege de heuvel, en het uitzicht is ongemeen prachtig. Ze noemen de Vesuvius hier “De Koning” en ik snap dat wel: hij is ongelofelijk dominant over de hele Baai van Napels. Je gaat hier nog stapels Vesuviusfoto’s zien passeren, sorry!

We checkten in, maar enkel de kamer van de kinderen was al beschikbaar.

We aten dan maar iets kleins aan het zwembad, zagen dat de kamers meer dan in orde waren, en ik deed prompt een stevige tuk. Dat reizen, en dan bedoel ik echt de verplaatsing, is echt niks voor mij.

De kinderen, die overigens hun eigen kamer op een andere verdieping hebben, gingen intussen zwemmen, Bart zat in de executive lounge boven op het terras, en het leven was best mooi.

En om half acht zaten we opnieuw op een terras, maar dan dat van het inhuizige restaurant. Relatief weinig keuze en niet meteen gerechten waar we allemaal wild van werden, maar toch… Het was er zeer aangenaam zitten.

En dan tegen half tien waren we opnieuw boven, waarbij Bart en ik nog rustig op ons balkon zaten tegen een achtergrond van lichtjes die weerspiegeld werden in de baai, en het donkere silhouet van il Vesuvio.

Yup.

Het is hier wel oké, me dunkt.

Rammstein: zo zot als een deur

Lieven – kotgenoot geweest van Bart en mijn concertmaatje – had al tickets voor ons in 2020, maar toen kwam die pandemie daar precies zo’n klein beetje tussen. Tsja. We kennen het verhaal.

Vandaag ging ik hem rond half zes oppikken, samen met zijn fiets, en in Oostende parkeerden we op een vrijwel onbekend parkingetje waar zo goed als altijd plaats is en fietsten we vrolijk vier kilometer tot in de buurt van het terrein. Ik had schrik dat die fietsparking ver van het terrein zelf ging liggen, maar dat bleek amper vijf minuten wandelen.

Eenmaal binnen probeerde ik met wat moeite Benny te bereiken: die is local stage manager, hij is dus de verantwoordelijke voor het hele podium van die mannen. Zijn zus is back stage manager en zijn ma, een gepensioneerd naaister, deed zowaar de wardrobe. Een en ander hield voor ons in dat hij ons, samen met Vallery en Eddy, binnenloodste in de Golden Circle, ook wel Feuer Zone genoemd. Hij kon gelukkig ook het grootste deel van de show bij ons blijven staan, aangezien zijn werk op dat moment eigenlijk min of meer gedaan was.

Het betekende dat we echt wel dicht bij het podium stonden, maar we bleven achteraan in die zone, zodat we ruimte hadden en ik, zolang de show nog niet begonnen was, gewoon op mijn gat kon gaan zitten om mijn voet te sparen.

En toen, toen begon de waanzin. Die mannen zijn ronduit geschift, mijn innerlijke pyromaan stond te jubelen! Benny vertelde dat die mannen na elke show minstens een aantal eerstegraads brandwonden hebben, en dat geloof ik grif. Alle stage hands hebben ook brandwerende pakken aan, en de zanger zit volledig ingepakt, behalve zijn handen en gezicht, en dat zit onder een laag schmink en as zodat je de brandwerende zalf niet ziet. Idem voor de twee gitaristen. De bassist stond dan wel weer in bloot bovenlijf, maar die staat een eind meer naar achter, op het podium van de drummer.

In ieder geval konden we, telkens de vlammen aangingen, ook de hitte voelen. Ik kan me goed voorstellen dat je op de eerste rijen je wenkbrauwen verschroeit, zoals het verhaal gaat. Onderstaand filmpje is eentje dat Jeroen genomen heeft van heel wat verderop.

Wij stonden heel wat dichter en hebben dus ook wel een paar deftige foto’s.

Was het dus de moeite? Jazeker! Ik hou sowieso van de muziek, maar de show is fenomenaal. En voor het geval dat dat niet duidelijk was: die mannen zijn zo zot als een deur!

Picknick in het Middelheimpark, editie 5

Ik durf stellen dat het intussen een traditie is, die zomerse picknick in het Middelheimpark.

In 2017 was dat voor de eerste keer het geval, en toen waren we redelijk op den bots met een man of twintig en liepen we ook rond om het beeldenpark zelf te zien.
In 2018 hadden we het door omstandigheden moeten uitstellen naar eind augustus en waren er behalve ons nog vier anderen. Maar gezellig werd het wel.
Editie 2019 was door eerder slecht weer opnieuw eind augustus, maar toen waren we toch weer met achttien in totaal ^^

In 2020 was er, om bekende redenen, geen picknick, maar vorig jaar, in 2021, kon het eigenlijk net, aangezien het buiten was en we ons in kleinere groepen hadden opgedeeld. Er was zowaar, kinderen inbegrepen, 48 man toen.

Dit jaar wilde ik het niet op de 21ste juli leggen wegens Gentse Feesten – waar we toch niet naartoe zijn gegaan – maar gewoon in het overgangsweekend, en dat bleek niet zo’n goeie keuze omdat er al mensen aan het vertrekken waren naar Conquest of Mythodea dat eigenlijk pas volgend weekend is. Tsja…

Ik dacht dat we met hooguit een man of tien gingen zijn. maar dat bleek volledig verkeerd gedacht: we kwamen al een hoop volk tegen op de parking, er bleken al mensen te zitten, en er bleven nog druppelsgewijs mensen toekomen. Al bij al waren we, kinderen inbegrepen, met 36 man, en het was andermaal dik gezellig.

We zijn na een tijdje met een aantal gaan rondlopen om een labcache op te lossen en zo een aantal extra kunstwerken te zien. Het blijft daar echt knap.

En ik heb van veel mensen een bedanking gekregen dat ik het opnieuw ‘georganiseerd’ had. Alsof daar veel werk aan is: gewoon een evenement aanmaken op Facebook en dan delen ^^

En ja, ze vroegen ook om het volgend jaar ook zeker te doen. Een traditie, als het ware.

Geocachen in Gavere

Rond Gavere ligt er een prachtige geocacheroute van een cache of 80: de reeks rond de hondjes Scott & Whisky. Vorig jaar in augustus had ik er daar al een reeks van gedaan, samen met Véronique.

Vandaag vroeg ik Kobe om mijn fiets op de drager te zetten, en tegen half vier stond ik in Eke: enkele losse caches en de labcache aldaar, en dan over de brug richting Gavere via Semmerzake, dorpen waar ik nog nooit geweest was. Semmerzake heeft overigens een kerk die duidelijk door dezelfde architect is ontworpen als die van Zomergem…
Gavere blijkt ook een stuk groter dan gedacht en ook over een eigen labcache te beschikken.

Het was tegen achten tegen dat ik thuis was, maar dit is vakantie…

Geocachen in de vallei van de Oude Kale

Vandaag had Wolf gevraagd of ik na zijn rijles Arwen misschien wilde ophalen: haar vader kon niet rijden en ik had daar misschien wel tijd voor, toch?

“Tuurlijk”, had ik gezegd, “maar dan moet je wel even mee een geocache ophalen die opa en ik al twee keer niet gevonden hebben.” We konden inderdaad evengoed langs Merendree rijden. Ik liet hem de keuze of we dat in het doorgaan of terugkeren zouden doen, en hij koos resoluut voor het terugkeren: eigenlijk cachen ze allebei wel graag, als we daar de tijd voor hebben.

Bon, aan de vermaledijde boom waar ik al twee keer tevergeefs staan zoeken had, had ik deze keer dus de veel jongere en dus veel lenigere, en ook iets grotere zoon mee, én een klein vouwstapje. Een eerste inspectie leverde ook nu niks op. Toen Wolf echter dat stapje pakte en keek hoe hij dat stabiel kon neerpoten, bleek de cache gewoon in het hoge gras te liggen! Moh! En ik had wel de onmiddellijke omgeving van de boom en de gracht afgezocht, maar niet dat gras. Enfin, cache gevonden en terug op zijn plaats gelegd.

En toen zijn we nog verder gewandeld naar twee volgende caches die wat meer aan de Oude Kale zelf lagen. Voor de laatste was ik maar wat blij dat ik Wolf mee had, want die had gesloten schoenen en een lange broek aan – tegenover mijn sandalen – en kon zich dus een weg banen door de metershoge tengels. Wel schoon uitzicht…

Enfin, happy me: drie nieuwe caches waaronder een weerbarstige, en een fijne wandeling met mijn zoon en diens lief van een uurtje of zo. Een geslaagde namiddag, mag ik wel stellen.

Dinnerdate met Gwen

Eigenlijk gingen we eerder al iets eten, maar toen was er een miscommunicatie en moesten we het annuleren. Kan gebeuren.

Vandaag – de maandag na de Gentse Feesten, geen sinecure – had ik plaats gevonden in Bassin, in de Bassijnstraat in Gentbrugge, niet ver van Gwen dus. Zij was wel met de fiets, ik had voor de zekerheid toch maar de auto genomen wegens de regendreiging, en het is ook een half uur fietsen voor mij.

Het restaurantje is klein, om niet te zeggen piepklein en je zit ook echt wel dicht op elkaar, maar het eten was zeer lekker en eigenlijk was het er ook echt wel gezellig zitten. Echt goedkoop is het niet, maar nu ook weer niet overdreven.

We hebben opnieuw honderduit zitten kletsen, zoals dat hoort, en ik denk dat voor een keertje het woord Latijn zelfs niet gevallen is. We hebben het totaal niet over werk gehad, over leerplannen of lesroosters of eindtermen, we waren allebei duidelijk in vakantiemodus, gelukkig maar.

Het deed eigenlijk vooral ook nog eens deugd. Zoals ik al eerder zei: veel mensen wil ik eigenlijk nog steeds niet zien, maar voor sommigen maak ik met plezier een uitzondering.

Eén namiddagje Gentse Feesten

Ja, meer hoefde voor ons echt niet. De Gentse Feesten waren gewoon te druk. Te warm. Te veel mensen. Gewoon… te.

Ik had er al geen zin in om ’s avonds te gaan, ook al waren er een paar dingen die ik wel wilde zien. Ik had eigenlijk ook meer naar MiraMiro willen gaan, en naar het Puppetbuskers festival, maar ook daar kon ik me niet voor samenrapen. En daarbij, het was ook wel pokkewarm.

Maar vandaag gingen Merel en ik alsnog de fiets op rond een uur of drie, zodat we mooi op tijd waren voor de voorstelling van vier uur in het Augustijnenklooster. De voorstelling van Compagnia To Mateixa was… poëtisch en mooi, maar had eigenlijk weinig tot geen inhoud. Het deed zeer steampunkig aan met klokpoppen en dergelijke. Het heette misschien wel Cabineta de Curiosidades, het was meer een circus waarbij een oudere pop goocheltrucs deed, een andere pop koorddanste en een reeks klokhoofdjes zowaar de cancan dansten. Veel vaart zat er niet in, maar het was wel mooi om naar te kijken.

We hadden er honger van gekregen en vooral Merel genoot van de gigantische ijscoupe die ze kreeg, kijk maar naar de foto van de dag.

Er liep trouwens een knappe tentoonstelling van quiltkunstwerken – ja, ik kan het niet anders noemen – waar we nog even een kijkje gaan zijn nemen.

Daarna hebben we nog wat rondgelopen, even stilgestaan bij het GEJO straatorkestje – Kobe zit op scoutskamp want anders was hij er ook wel geweest – en bij een knappe poppenspeelster, maar tegen zeven uur was ons beider pijp uit. Ja, Camille speelde om 20.00 uur maar dat zagen we niet meer zitten: te moe, te warm, te druk.

Wij dus terug naar huis gefietst met de nodige buit van de Hema, en dat was dat.

Nee, de Gentse Feesten: heel jammer, maar niet meer voor ons.