Vakantiegevoel
Er zijn weinig dingen die bij mij zo’n vakantiegevoel oproepen als buiten ontbijten.
Merel maakt er dan wel iets van met een yoghurtje en zelfgemaakte aardbeiengelei en zo’n dingen. Eigenlijk kunnen we dat in België niet vaak doen, ’s ochtends is het vaak nog te fris. Maar gisteren, in die hitte…
En dan had ze in de namiddag ijscrème gemaakt als vieruurtje. Nee, het ijs was niet zelf gemaakt, maar er zaten wel perzikjes onder en een heerlijke ’topping’.
Awel, het zijn zo van die dingen die me een vakantiegevoel geven. Ik geniet.
Lectuur: “Warbreaker” van Brandon Sanderson
De premisse van dit boek – twee zussen die toevallig prinsessen zijn, een van hen die moet trouwen met een God Koning, een mindere god die niet bepaald fan is van zijn job, een onsterfelijke die de in het verleden gemaakte fouten probeert recht te zetten – lijkt redelijk onvolwassen, maar is het allesbehalve.
Sanderson heeft andermaal een volledig universum opgezet, eentje waarin Adem en Kleur een hoofdrol spelen. Elke persoon heeft één Adem, maar die kan je, als je dat wil, ook doorgeven. Het leven verliest wat kleur, maar verder heeft dat niet zoveel consequenties. Echter, wie 50 Adems verzamelt, bereikt de Eerste Hoogte en ziet daardoor zoveel meer: kleuren, geluiden, levensvormen… Wanneer je nog hoger klimt – en dus een fabelachtige rijkdom in Adems verzamelt – kan je ook Wekken: met je adem dode materie heel even tot leven wekken en dingen voor je laten doen.
Het hoeft geen betoog dat Sanderson opnieuw voluit gaat in deze wereld. Waar de Mistborn Trilogy 1 en 2 veel meer vaart heeft, gaat Sanderson hier bedachtzamer te werk, trager, meer filosofisch. Het zorgt ervoor dat zijn redeneringen soms moeilijk te volgen zijn, dat het boek trager leest, maar opnieuw zit zijn wereld én zijn plot meesterlijk in elkaar. De wrange humor die een van zijn personages ten toon spreidt, ligt me niet altijd, maar past wonderwel in het verhaal.
Het is een duidelijk afgesloten verhaal dat echter ruimte laat voor een vervolg. Of meerdere. Alleen, Sanderson heeft al zo veel werelden die elk om een vervolg schreeuwen. Nog een geluk dat de man zo snel schrijft…
Watou
Ik zeg dat eigenlijk al jaren, dat ik naar Watou wil, en dat is er nog nooit van gekomen. Tot nu, dankzij mijn lieve echtgenoot.
Bart had het ontbijt ook geboekt en dat was dan ook meer dan in orde.
Tegen half elf zaten we op de (elektrische) fiets richting Watou, een achttal kilometer door een idyllisch landschap met het beste weer dat je je maar kan voorstellen: zon en wolkjes, 24°, een zacht briesje. Fantastisch gewoon!
We begonnen op de markt aan een aantal kunstinstallaties, reden dan wat verder om er nog enkele te bekijken, en ik was blij dat we met de fiets waren, om eerlijk te zijn. Mijn rechtervoet doet de laatste tijd behoorlijk veel pijn, ik vermoed dat er nu ook daar een hielspoor is gevormd, met dus fascitis plantaris als gevolg. Bon, de afspraak bij de orthopedist ligt vast, maar dat neemt niet weg dat die fiets best wel dik oké was.
We gingen iets eten in Poperinge zelf, fietsten toen nog naar twee meer afgelegen installaties, en reden toen verder naar het kasteel Lovie, waar ook nog enkele kunstwerken waren én heel fijne arduinocaches. Alleen had ik voor die laatste niet echt tijd meer, zodat ik er maar eentje heb gedaan. Dat is helemaal niet erg, ik heb dan een reden om terug te komen.
Bart en ik genoten van de fietstocht, maar opnieuw was het voor hem welletjes, zodat hij recht naar het hotel fietste en ik in Poperinge zelf nog een paar losse caches opviste met het laatste restje batterij van mijn fiets.
En ja, ik had zonnecrème mee maar er niet echt bij stilgestaan om me in te smeren. Niet wreed slim natuurlijk, al deed het gelukkig geen zeer.
We aten opnieuw in het restaurant maar deze keer à la carte, niet opnieuw de menu van gisteren. De kalfszwezerik was succulent, geloof me.
Bart ging terug naar de kamer, ik ging nog eventjes tot in het park wandelen om daar uiteindelijk de cache van de speurtocht van gisteren op te pikken, die had ik gisterenavond nog uitgerekend.
Al bij al een prachtige, vermoeiende dag gehad. Héérlijk!
365 – 16 juli 2022 – zomer in Watou
Poperinge
Oorspronkelijk gingen Bart en ik een citytrip naar Berlijn doen, zoals we al eerder naar bv. Londen, Kopenhagen, Bordeaux en Frankfurt hebben gedaan. Maar er stonden enkele praktische bezwaren in de weg, zodat de plannen werden afgeblazen.
In de plaats boekte Bart voor ons een weekendje Poperinge. “Poperinge???” hoor ik u denken. Jawel, dat zeer charmante stadje naast kunstendorp Watou. Aaaah. Yup, datte.
Deze namiddag laadden we onze spullen in de auto, zetten de fietsen stevig vast op de bagagedrager en tegen vier uur zaten we in een knap, oud maar deftig gemoderniseerd hotel, hotel Recour.
Bon, geïnstalleerd en wel was het tijd voor een koffie. En een extraatje, waarbij ik het lokale ijs toch niet kon versmaden, toch?
Bart vroeg of ik dan zo geen wandeling van een half uur of zo had… Euh… Er was een knappe multicache met een hoop vragen – noem het gerust speurtocht – doorheen de stad, en ik heb hem die dan maar voorgesteld, maar dat kwam toch blijkbaar eerder een uur uit. Ach ja… We hebben nu wel het hele stadje doorkruist en zowat alles gezien wat er te zien valt, vermoed ik, en intussen een reeks labcaches gehaald, dat ook.
Voor het laatste stuk passeerden we opnieuw aan ons hotel en was het welletjes geweest voor Bart, waardoor ik dan maar even de fiets op ging en de laatste vragen ging oplossen.
Daardoor ben ik in het Baron Frimoutpark verzeild, een bijzonder aangenaam park, mag ik wel zeggen.
Enfin, tegen kwart over zeven was ik terug op ons kamer, iets voor acht zaten we beneden aan tafel in een klassiek, maar eigenlijk bijzonder goed restaurant dat bij het hotel hoort, restaurant Pegasus. Meer dan dik in orde…
En toen was het meer dan welletjes en zijn we in ons bed gekropen: simpelweg de trap op, en dat was ferm gemakkelijk!
365 – 15 juli 2022 – Poperings ijs met hoppekaramel
Lectuur: “Elantris” van Brandon Sanderson
Dit is alweer een stevig boek van bijna 700 bladzijden, eentje waarvan ik het doodjammer vind dat er maar één van is, maar waarvan ik de subtitel “Elantris 1” zeer hoopgevend vind.
Ja, Brandon Sanderson is een van mijn favoriete fantasy auteurs, je moet zijn naam hier maar even in de zoekbalk ingeven. Ook met Elantris is hij erin geslaagd een volledig nieuwe wereld te scheppen met eigen accenten, een eigen magie, een eigen geschiedenis. Blijkbaar was de stad Elantris ooit een prachtige, onvergelijkbare stad, draaiend op magie en met een speciaal soort magiërs: gewone mensen werden plots wakker met extra krachten en konden dan in Elantris gaan wonen. Tot het plots fout ging en de hele stad verwerd tot een soort zombieland, met de Elantrianen die niet konden sterven maar elk pijntje – stoot maar eens je teen – bleven voelen tot ze uiteindelijk gek werden van pijn en angst.
En dan krijg je binnen dat kader natuurlijk opnieuw een knap verhaal, een goeie plot, politieke intriges, een sterke vrouwenfiguur, de nefaste invloed van religie… Het zijn intussen wel vertrouwde ingrediënten, dat wel, maar telkens weer op een nieuwe manier gebracht. Ik ben eigenlijk vooral pokkejaloers op die mens zijn fantasie en zijn vertelkracht, en ik kijk reikhalzend uit naar deel twee.








