Voor ons, goh, maandelijks kan ik het niet noemen maar we doen ons best, etentje met Gwen had ze deze keer geluk gehad in Alberte in de Dendermondsesteenweg: ze wilde er al lang eens gaan eten maar had nog nooit een reservatie vastgekregen. Maar een doordeweekse maandag leverde blijkbaar minder problemen op.
Het is duidelijk een hipsterrestaurant: vaste kaart, veel alternatieve dingen, de sfeer van bij je grootmoeder en toch ook weer niet… Het was er goed zitten en het eten was ook echt wel lekker. Het exacte menu weet ik niet meer en kan je ook nergens terugvinden, helaas.
Er zaten veel groenten in, wat zeer aangenaam was. Iets met een risotto, een bouillonsoepje, bijzonder lekkere witte asperges, een visgerecht, vlees en twee desserts. Eigenlijk gewoon te veel gegeten, maar het was inderdaad zeer lekker.
En het fijnste was natuurlijk het gezelschap. Tegenwoordig proberen we echt elke maand af te spreken en leggen we de volgende datum gewoon vast tijdens het eten, maar het lukt niet altijd.
Blij dat deze wel gelukt was, want het was andermaal een zeer fijne avond.
Ik had al getwijfeld of ik naar het concert zou gaan van Fa.Si.Nant, het andere koor van onze dirigent Geert Soenen, omdat het hier in Wondelgem was, en omdat enkele van onze leden ook met hen meezingen. Maar als ik heel eerlijk ben, hou ik niet zo van koormuziek, behalve als ik het zelf mag zingen. Ik had het concert eigenlijk dus al opzij geschoven, tot ik een berichtje kreeg van een vriendin: of ik meeging naar dat concert? Een vriendin van haar zingt mee, en ze dacht meteen aan mij om mee te gaan. Euh… Ja dus?
Bart was zo lief om mijn vader te gaan halen, zodat ik rustig naar dat concert kon gaan.
Was het goed? Ja, op een enkel nummer na. Het was vooral een nostalgische trip, met allerhande Nederlandstalige nummers waarvan ik de meeste quasi woord per woord mee kon zingen: Raymond, Clouseau, Herman Van Veen, An Christie…
Sanderson is, gelukkig voor mij, een echte veelschrijver, maar dan wel op consistent hoog niveau. Ik vermoed dat ook gewoon zijn stijl me echt ligt.
Bon, ik had dus de tot hiertoe verschenen boeken van The Stormlight Archive gelezen met bijzonder veel genoegen, en zag pas dan dat er blijkbaar ook novella’s zijn verschenen, kortere verhalen over een van de nevenpersonages. Pas op, bij Sanderson, die al graag eens een boek van dik over de 1000 pagina’s schrijft, zijn zijn kortverhalen nog steeds 272 bladzijden lang.
Edgedancer gaat effectief over een van de nevenpersonages: Lift is een Knight Radiant tegen wil en dank, en ze is vooral een puberend meisje dat met zichzelf geen blijf weet. Ze weet enkel dat ze onafhankelijk wil zijn, ongebonden en eigenlijk vooral ook jong. Maar dat onafhankelijke wil niet zo lukken als je opgejaagd wordt. Lift gaat dan ook de confrontatie met haar achtervolger aan uit een gevoel van heroïsme, omdat Darkness ook andere ontluikende Knights Radiant uitmoordt.
Op zich is het wel een knap verhaal: het heeft weinig tot geen relevantie met de overkoepelende gebeurtenissen – vandaar ook een 2.5 en geen volwaardig boek – maar geeft wel een mooi inzicht in de ontstaansgeschiedenis van een van de personages en vooral ook wat een impact het zijn van een Knight Radiant heeft. Net daardoor is het ook wel wat vrijblijvender: het verhaal staat op zich, al zal je er geen barst van begrijpen als je niet eerst de eerste twee Stormlight Archive boeken hebt gelezen.
Alweer een pareltje van Sanderson dus, en eentje dat net iets sneller tussendoor leest.
Wel vonden we er een vader en zoon die aan het vissen waren, en ook al begon het net te druppelen, toch gingen pa en ik op zoek.
Hij was wel wat aan het grommelen omdat het toch wel 500 meter was en het pad niet echt effen was, maar ik negeer hem vrolijk want het is zowat de enige manier om hem te doen wandelen. Grommelend of niet.
En als hij eerlijk is, moet hij toegeven dat hij het eigenlijk toch wel leuk vindt…
Zo’n goeie 50 geocaches zelf liggen hebben, dat vraagt wel wat onderhoud, ja. Vandaag was het stralend weer en dus ging ik de fiets op om een heel rondje te herstellen. En een paar nieuwtjes te plaatsen ook, ja.
Ik fietste langs het fietspad van Gaardenier tot Blauw Brugje en fietste nog een heel eind verder tot aan Malem, en dan via de Groene Vallei terug naar huis. Behoorlijk wat kilometertjes, maar man, ik heb genoten!
Bart houdt ervan om me te verrassen. Alleen hou ik niet altijd van verrassingen, en dat weet hij na 26 jaar huwelijk gelukkig wel. Dus stelt hij me gewoon voor voldongen feiten, maar zegt hij die me wel op voorhand.
Nu kreeg ik vorige week dus te horen – er stond al veel langer ‘verrassing’ in onze agenda – dat we vandaag naar Durbuy gingen rijden om er te eten in Wagyu, en dan te gaan slapen in een boomhut.
Say what???
Mijn lief in een boomhut? Dan moest het wel iets speciaals zijn. Ik zocht even op de website en was inderdaad behoorlijk onder de indruk: een design boomhut op tien meter hoogte, met alle comfort en vooral in alle stilte.
Deze ochtend zwaaiden we ons kroost dus uit en reden richting Durbuy. Dat blijft een alleraardigst klein stadje en gigantische toeristenval, maar bon. Met mijn grote bek reed ik de auto gewoon op de parking van het hotel en kreeg zowaar valet service, de eerste keer ooit. Wel wijs! Maar ik denk dat het vooral aan Barts felrode elektrische Mustang lag, maar bon, de auto stond toch maar lekker tussen de chique Mercedessen, BMW’s en Porsches.
Het eten zelf was inderdaad behoorlijk de moeite voor onze innerlijke carnivoor: het vlees was ronduit succulent! Maar een dessertje hoefde dus niet meer, geloof me.
Daarna deden we in het prachtige weer een ommetje doorheen Durbuy, met als hoogtepunt natuurlijk de anticlinaal. De watte? Ja, dat zei ik ook, terwijl ik de cache aldaar zocht. Blijkt het een wreed wijs geologisch fenomeen te zijn.
Enfin, verder doorheen het piepkleine stadje, de labcaches aldaar oplossen en het occasionele verdwaalde potje zoeken.
En toen waren we wel rond, ja. We lieten de auto voorrijden – gnigni – en reden richting Humaine. Alleen wilden we daar nu ook weer niet te vroeg gaan zitten, zodat we eerst nog naar de tweede grootste stad van de provincie Luxemburg reden. Euhm… Marche-en-Famenne blijkt ongeveer ter grootte van Zomergem? En er valt zo een beetje evenveel te zien. Gelukkig viel er nog een labcachereeksje te rapen, of het was helemaal zielig geweest, al smaakte de koffie wel. En mooie beelden, dat ook, ja.
Dus reden we wat later fluks richting onze boomhut. Toen we de bosweg insloegen, viel ook onze telefoon- en internetverbinding weg, een vreemd gevoel, al was het maar omdat ook de GPS eraan was voor de moeite.
Vanaf de parkeerplaats was het nog zo’n kleine tien minuten stappen, en dan valt je mond gewoon open van verbazing.
Het ding is dus niet ecologisch, dat beweren ze ook op geen enkel moment. Het is wel de ideale locatie bij een zombie-aanval: je zit tien meter boven de grond en je trap is uitschuifbaar en klapt daarna weer in. Serieus. De energie is volledig met herlaadbare batterijen, je hebt een beperkte hoeveelheid (warm) water en verwarmen en koken doe je met een houtkacheltje. Met andere woorden: elke dag komt de firma tussen elf en drie de batterijen vervangen door volle exemplaren, de watertank aanvullen, de houtvoorraad stapelen en het campingtoilet – jawel, zo’n chemisch geval – schoonmaken.
Op de benedenvloer is er dus een zetel, een minitafeltje, een minikeuken en een toonbankje. Er staat een houtkacheltje, en aan de achterkant is er een douche en een ingewerkt chemisch toilet.
Met een laddertje ga je naar boven naar het ruime, gezellige bed, met daarnaast een volledig verticale ladder naar een luik dat naar het dakterras gaat. En alles rondomrond bestaat uit ramen, maar gelukkig ook met gordijnen rond het bed, zodat je kan slapen.
Merel had al een hele tijd geleden een uitnodiging gekregen om haar eID te vernieuwen. Allez ja, aan te vragen eigenlijk. We hadden dat wat laten liggen omdat er nog zoveel tijd was, maar toen kregen we een soortement aanmaning. Euh… juist ja. Achteraf bleek overigens dat we ons helemaal niet hadden moeten opjagen, want dat ze haar nieuwe kaart toch maar mag afhalen van zodra ze effectief 12 is geworden.
Aangezien ik afgelopen weekend gaan larpen was, had ik Bart gesommeerd om pasfoto’s te laten maken van haar, want ik had een afspraak op het dienstencentrum maandag na school.
Bon, Merel en ik daar afgesproken: wat vind ik niet terug? De foto’s. Ik had ze nochtans in mijn handen gehad en klaargelegd, maar ik vond ze niet meer terug. Hmpf.
De bijzonder vriendelijke dame nam al Merels vingerafdrukken en dergelijke, vulde alles in, en ik ging een half uur later terugkomen met de foto’s. Als ik ze vond.
Niet dus.
Goed bezig hier. Ik ben er zeker van dat die foto’s gaan uitkomen, alleen geen idee wanneer of waar. Hmpf. We hebben gelukkig wel nog wat tijd…
EDIT: ze lagen op het bankje aan de voordeur onder een van mijn hoedjes. Juist ja.