Oudejaarsavond 2023

Wolf ging eerst eten bij zijn vrienden voor Noahs verjaardag en dan richting Arwen, Kobe ging eerst eten bij enkele vrienden van zijn Jinjaar en dan aftellen in de scouts. Dat zorgde ervoor dat enkel Merel nog thuis was.

Aangezien het zondag was en mijn vader hier dus kwam eten, mocht hij van ons met plezier blijven voor de hapjes. Want dat was het plan: geen echt eten, wel alle mogelijke hapjes, warm en koud.

Hij genoot er intens van, want hij had het niet verwacht en zo was het voor hem ook nog een beetje feest.

Tegen acht uur bracht ik hem naar huis, zodat Bart, Merel en ik nog wat konden opruimen, want tegen half elf kwamen Gwen en Erik met beide dochters langs voor dessert en om dan samen te klinken op het nieuwe jaar.

Dat nieuwe jaar werd in elk geval dus feestelijk en in goed gezelschap ingezet, en meer moest dat echt niet zijn. Ik heb er alvast van genoten en het smaakt naar meer.

Gelukkig nieuwjaar iedereen!

Hot Shots quiz in Destelbergen

Eddy had ons uitgenodigd om mee te doen met de Hot Shots quiz in Destelbergen. We = Eddy, Stijn, Nicholas en ik, want Tom deed mee met Ali Chemicali, zijn andere quizploeg die een stuk beter genoteerd staat dan Richard the Turd. Hij was ons al de hele tijd aan het uitdagen, goedsemoeds uiteraard, dat wij spectaculair gingen verliezen. Quod non. Het werd een amusante quiz en we eindigden spannend vijfde, met Ali als derde. Niet slecht dus, helemaal niet slecht. We waren in goede doen, denk ik dan.

En als prijs heb ik een hele fijne roze sjaal meegenomen die ik in een kerstpakje voor Merel heb gestoken, en die ze echt wel leuk vond.

En achteraf, ergens zo rond half één ’s nachts, ben ik nog wat verderop een cacheke gaan zoeken in het donker, kwestie van even uit te waaien na de drukte en het lawaai.

Een dagje Parijs

Mijn lief had een snood plan opgevat: in Parijs, in de Fondation Louis Vuitton, loopt momenteel namelijk een overzichtstentoonstelling van Mark Rothko, iets wat we allebei echt wel graag wilden zien. En waarom dat niet een dagje Parijs?

Om kwart voor acht reden we richting Rijsel, om kwart over negen reden we daar het station uit op de TGV, om kwart over tien stonden we in Paris Gare du Nord. Makkelijker wordt het toch niet?

Ondertussen had Bart wel al een bericht gekregen dat het Centre Pompidou, waar we in de namiddag naartoe wilden, vandaag gesloten was door een vakbondsactie. Meh. Maar achteraf gezien was dat maar best ook, want het zou me absoluut niet gelukt zijn dat er nog bij te nemen, aangezien de rug echt niet optimaal is. Maar bon, ik ging er het beste van maken vandaag, en we gingen wel zien hoe ver de rug wilde meewerken.

We namen de metro (2.10 euro per rit, daar kan je niet voor sukkelen) naar de Sablon en wandelden daar nog een goeie tien minuten naar de Fondation Louis Vuitton, een prachtig bizar gebouw van Frank Gehry. Ik wist overigens niet dat dat zo ver buiten het centrum van Parijs lag, aan de rand van de Bois de Boulogne, nog buiten de Péripherique, zo’n 7 km in vogelvlucht van Hôtel de Ville.

We hadden tickets voor 11.30 uur en hadden verwacht dat we dan zomaar binnen konden lopen. Niet dus: er stond een rij van ettelijke tientallen meters aan te schuiven voor dat uur. Hmpf. Daar had mijn rug niet op gerekend… Maar toen zag ik in de rij mijn collega Sylvie staan! Die hadden tickets voor één uur, maar wilden eerst iets gaan eten. We zijn dan maar van plaats verwisseld, zij zijn langs een andere ingang naar het restaurant gegaan. Maar gelukkig ging na een kwartier de hele rij alsnog vlot binnen: iedereen moest door de scanner, vandaar. Ik snapte ook wel dat er strikt met uren werd gewerkt: het was er druk binnen, maar nog net doenbaar.

Ik leende een vouwstoeltje uit bij de balie, en liet me daarna onderdompelen in de wereld van Rothko. Eerlijk? Ik wist niet goed op voorhand wat ik moest denken van die gekleurde vierkanten, maar dat is ook niet weer te geven op reproductie. Rothko kan namelijk écht wel schilderen, zo bewijzen zijn eerste figuratieve werken. Maar wat hij doet met die “vierkanten en rechthoeken”, dat is… buitengewoon. Hij slaagt erin licht te vangen op een onnavolgbare wijze. Ik heb soms wel tien minuten zitten staren naar een van zijn kleurvlakken en werd helemaal meegevoerd. De moeite, echt waar. Onderstaande foto’s doen de schilderijen dan ook echt geen recht, maar bon.

Toen gingen we nog even buiten op de terrassen van het gebouw lopen, met een prachtig uitzicht over de Bois de Boulogne, en een glimp van de Eiffeltoren.

En toen was het al over half twee en was het op bij mij. Ik moest dringend zitten en eten, en vooral de pijn onder controle proberen houden. We wandelden dus terug richting de Sablon en waaiden daar Le Jardin binnen, een typische Franse brasserie met van die kleine tafeltjes en oogrollende Parijse obers die je het gevoel geven dat je mag blij zijn dat ze je überhaupt willen bedienen.

Na een klein akkefietje met pepersaus en omkiepende borden – later daarover meer – gingen we weer de metro op richting Arts et Métiers, waar we tot mijn grote vreugde in het metrostation verzeilden dat ik vorig jaar gemist had met Merel, en dat ik echt wel wilde zien. Die van Les Tuileries en Le Louvre waren anders ook niet mis. Leuk wat ze met die metrostations allemaal doen.

En ja, ik was blij om in Parijs te zijn.

We liepen naar de galerij waar Stephan Vanfleteren een tentoonstelling heeft – de reden waarom we deze vakantie naar Parijs gekomen zijn en niet ergens in februari of maart – en zagen dat het goed was. Zoals Bart zei: wat Rothko met licht doet in zijn schilderijen, doet Vanfleteren in zijn foto’s.

En toen had ik mijn tweede akkefietje van de dag, iets met een jas over mijn arm en plakletters en maken dat we weg waren en zo. Zoals Bart zei: “Met u kunt ge ook nergens komen…”

Oeps.

We wandelden verder richting Les Halles, gingen een koffietje drinken, zagen dat er in de winkel van Wasted Paris – Wolfs lievelingsmerk – geen halve zak te vinden was, liepen naar het grote hoofd aan Saint-Eustache, en besloten toen om te voet doorheen Parijs richting Gare du Nord te wandelen, via een aantal redelijk Aziatisch en roze geïnspireerde straten. Dat was maar een goeie twee kilometer, maar ik had beter moeten weten: het was net te veel voor mij. Tsja.

Soit, we waren ruim op tijd in Gare du Nord, vonden nog een tafeltje bij de Starbucks en zaten tegen half zeven op de trein, die een kwartiertje later vertrok en tegen kwart voor acht in Rijsel was.

Daar gingen we nog sushi eten en tegen tien uur zaten we moe maar voldaan in onze eigen zetel.

De moeite waard? Jazeker! Doenbaar op één dag? Zeker en vast! Goed voor de rug? Absoluut niet! Maar ben ik blij dat we het gedaan hebben? Volmondig ja.

Geocachen rond Kruisem en Gavere

Gisteren was ik heel even met de fiets wat verderop gereden om twee van mijn geocaches te herstellen, vandaag deed de rug nog altijd niet helemaal wat hij moest doen, maar ik had echt geen zin om in mijn kot te blijven zitten. Het was misschien wat fris, maar het regende alvast niet, en dus nam ik de auto om nog een aantal caches van het rondje Scott & Whisky te doen, de reeks van 80 hondjescaches waar ik al een tijdje mee bezig ben. Ik zag het niet zitten om de fiets te nemen: daar is mijn rug echt niet goed genoeg voor momenteel, en ik wil me sparen voor morgen.

Maar ik reed met de auto van cache naar cache, liep rond, zocht, repareerde er zelfs eentje, en had er immens veel deugd van om nog eens buiten rond te lopen. En twee caches waar Véronique en ik ons steendood hadden staan zoeken, heb ik deze keer wél gevonden, wellicht ook door het gebrek aan bladeren in de winter.

Zestien caches gevonden, twee niet: al bij al niet slecht.

Lectuur: “What Abigail did that summer” (Rivers of London #5.3) van Ben Aaronovitch

In 2020 draaide ik er de volledige reeks “Rivers of London” met veel plezier door, en af en toe zijn er ook novelles, zoals dit exemplaar van 185 pagina’s.

Normaal gezien is het hoofdpersonage Peter Grant, een politieagent en lid van de speciale brigade van magiërs, ook wel de Folly genoemd. In één van de boeken werd het personage van Abigail geïntroduceerd, zijn nichtje, een bijzonder intelligente en vooral rebelse puber die ook magie wil leren, daar alles voor doet, en blijkbaar ook wel aanleg heeft. En met de vossen die in Londen leven, kan praten, dat ook.

En dan blijken er in Hampstead Heath, waar zij woont, regelmatig tieners te verdwijnen voor een paar dagen. Ze komen ongedeerd terug maar kunnen niet verklaren waar ze geweest zijn. Abigail gaat op onderzoek uit, samen met een nieuwe vriend Simon en een hele meute spionerende vossen. En dan wordt het hele verhaal een echt spookhuisverhaal, met alles erop en eraan.

Aaronovitch werkt het verhaal opnieuw mooi uit: zowel het nieuwsgierige, rebelse karakter van Abigail komt naar voor, het typische Londense temperament en de magie. En toch blijft alles realistisch aanvoelen, net omdat die magie niet op de voorgrond treedt. En ja, Aaronovitch weet hoe hij moet schrijven: het verhaal leest als een trein. Zoals gewoonlijk. Yup, een fijn klein tussendoortje.

Lectuur: “The Remains of the Day” van Kazuo Ishiguro

Ik weet dat ik vroeger, jaren geleden, de film heb gezien met Emma Thompson en Anthony Hopkins, en dat ik die prachtig vond. Ik vond het dan ook helemaal niet erg om dit boek uit de BBC-lijst ter hand te nemen.

Wat ik niet wist, is dat het volledig uit het perspectief van Stevens wordt verteld, de butler van Darlington Hall. In 1956 vertrekt hij, na een lange carrière, voor enkele dagen met vakantie in de auto van zijn werkgever, en op die manier denkt hij terug aan zijn leven, zijn carrière en alles wat Darlington heeft betekend in de geschiedenis. Het valt vooral op hoe ongelofelijk formeel Stevens in alles is gebleven, hoe hij zijn eigen persoonlijkheid en zijn emoties altijd heeft onderdrukt ten voordele van zijn professionaliteit, en hoe hij daardoor ook de liefde van zijn leven is misgelopen.


Hoewel het vaak humoristisch is, is het vooral een triest verhaal. Een verhaal van spijt, spijt over de extreme toewijding aan een werkgever die – met de beste bedoelingen weliswaar – bijzonder foute beslissingen rond de tweede wereldoorlog heeft gemaakt, spijt over de manier waarop hij zijn vader moest laten gaan, spijt over de formaliteit die hem altijd heeft tegengehouden zijn gevoelens te uiten tegenover de huishoudster van Darlington Hall, zijn grote liefde.

Tegelijk is het ook een schets van een veranderend Engeland, zoals we dat ook zien in Downton Abbey.

Al bij al een prachtig, ontroerend boek.

Livs verjaardag

Wolf moest studeren, Kobe bleef bij opa en moest nog naar de scouts, maar Merel, Bart en ik reden naar Brussegem voor het verjaardagsfeestje van Liv. Merel vond het wel wat jammer dat er geen cupcakes meer waren om te versieren, maar verder hebben de twee meisjes in Taylor Swift het ideale gespreksonderwerp gevonden.

En er was taart. Veel taart.

Heel lang zijn we niet gebleven, want ons pa zat nog bij ons thuis, maar gezellig was het wel. Nog een gelukkige verjaardag, Liv!

A Taste for Charity

Bart vroeg me een tijdje geleden of ik meeging naar iets in Kortrijk, iets met eten zoals Fourchette, maar dan van de Lions Club Kortrijk en in de Kortrijk Xpo. Hannes Coudenys had hem dat gevraagd, en ik zag dat wel zitten, ja.

IK had eerst wat schrik dat we overdressed gingen zijn, maar in West-Vlaanderen kom je dat niet zo vaak tegen. In het begin zaten we bij Hannes, maar die had vooral zijn medewerkers uitgenodigd, en dus zochten en vonden we een tafeltje wat verderop, tussen de rest van de 1000 aanwezigen.

We hadden elk 20 jetons om te besteden, en dan is het moeilijk om te kiezen wat je wil: het zal er allemaal bijzonder lekker uit. Maar wij kenden er niet meteen mensen, dus we aten relatief snel – je bepaalt ook zelf je tempo omdat je kan gaan aanschuiven waar je wil – en zagen het niet zitten om te wachten tot ze om tien uur met het dessert zouden beginnen. Tegen tien uur zaten wij namelijk alweer in ons eigen zeteltje uit te buiken, met een eigen dessertje. Dik in orde, en eigenlijk wel ne keer wijs om te doen. Merci, Hannes.