Moereloere

Dinsdagavond met mijn ouders naar de Moereloere geweest, en er het volgende artikel voor Gent Blogt bij geschreven (ze kwamen er niet uit of het in het Nederlands of het Gents moest, vandaar dat het allebei is).

Oas ge nen echte Genteneire zijt, en ge leeft al langer of dat er nen computer in ui uis stoat, tons kende de Moereloere. Margrietse, Oswald, Fred, en vroeger uuk nog Michel en Rik (en ‘k vergete der nog nen nest) ên joaren oan een stuk elke Fieste in ‘t Museetse gespeeld, en doarachter uuk nog in nen uup prochezoalen overal te velde. Tien joar geleen zijn ze dermee gestopt, ‘t wier tevele en te lange. Kanne da goe verstoan.

Moar nui ân Margrietse, Oswald en Fred der were goeste in gekrege, en z’ên tuupe me Jo Decaluwe een compiloase gemokt. ‘k Verschote wel een beetse oas ek zagge daddet nui in ‘t Tinnenpot es, en niemier in ‘t Museetse, moar alla ja, tons emme tenminste gien natte voeten niemier oas ‘t were nen drache nationale doet.
Deissendag zij ‘k mee mijn èwers goan kèke, en ‘k zagge daddet goe woas. Sommigste van de liedses oak joaren geleên al gezien, moar dadden besan nie, want ze zijn nog even goe. En de sketchkes? Awel, da’s gelijk of altijd: ‘uit het leven gegrepen’, lijk of da Oswald da zuu schuune kan zegge. Simonne, getrèwd me Richard, vertelt over ulder vakanse op nen camping oan de Côte d’ Azur, of wa dan ze tegengekomen zijn me ulder otootse in de Beekse Bergen in Olland. Of ge ziet oe dat den chef van Richard komt eten, en da zezij tevele ee gedronke…

‘k E van uure waaien daddet de loatste kier zuu zijn da ze spelen: ‘k en wete nie of dat er nog koarten zijn, moar moeste kik van ui zijn, ‘k zoe ne kier belle, want ‘t is de moeite weird. Zeker wete!

Moereloere Moereloere

Moereloere, het is jarenlang een van de vaste waarden geweest in het Gentse, en dan meer bepaald op de Gentse Feesten. De voorstellingen van deze Gentse cabaretgroep op het binnenplein van het Museetse (Het Huis van Alijn) waren legendarisch, net zoals het paniekerige vluchten midden in een voorstelling als het weer eens begon te stortregenen.

Jarenlang hebben Margriet, Oswald, Rik, Michel en vele anderen het beste van zichzelf gegeven. Tien jaar geleden hebben ze echter de lier aan de wilgen gehangen en er een punt achter gezet, tot grote spijt van velen in het publiek.

Dit jaar zijn echter drie van de vaste leden van vroeger, met name Margriet Bruggeman, Oswald Versyp en Fred Praet, opnieuw samengekomen om onder leiding van Jo Decaluwe een compilatie in elkaar te boksen. Ze zijn verhuisd van buiten naar binnen, dat wel: ik moet toegeven dat ik even vreemd opkeek toen het in de Tinnenpot bleek te zijn. De sfeer is daardoor een beetje anders, maar toen ik het midden in de voorstelling buiten hoorde stortregenen, was ik daar niet echt rouwig om.

Moereloere brengt, zoals altijd, een mix van tekst en muziek, van lollen en ernstiger momenten, maar eigenlijk altijd bijzonder herkenbaar en levensecht. Het eerste stukje is zelfs schrijnend: een oudere man zit op café, en vertelt daar aan de fictieve cafébaas dat hij ontslagen is na 24 jaar trouwe dienst: “den dienst van de carrosserie wordt gotomatiseerd, en de goeie weirkmensen worden vervange door azuu van die robotses… ”

Het overgrote deel van de sketches speelt zich echter af bij Simonne en Richard, een koppel met een tienerdochter Lucrèce. Of Simonne nu aan de telefoon vertelt van de uitstap naar de Beekse Bergen, of het heeft over de campingvakantie, je lacht je tranen. De chef van Richard komt eten en Simonne heeft teveel gedronken, of ze vertelt hoe haar vent aan het worstelen is met een nieuwe kleerkast van de Weba… Het geheel wordt doorspekt met liedjes, al dan niet komisch.

De enige voorwaarde om de voorstelling te kunnen volgen, is een basiskennis van het Gents, aangezien alles in een sappig Gents wordt gebracht. Amper één stuk wordt door Versyp in een of ander Meetjeslands dialect gebracht. Een doorgewinterde Limburger zal dus met grote ogen en niet-begrijpende blik zitten kijken, maar het aanwezige publiek zat dinsdag toch te smullen van de woordgrapjes. Echte Genteneirs dus, mijn gedacht!

Boombal

Een artikeltje dat ik geschreven heb voor Gent Blogt:

Gewapend met een vriendin en gemakkelijke schoenen laveerde ik gisteren doorheen het volk naar het Baudelopark.

Het Baudelopark, al sinds jaar en dag het rustige toevluchtsoord van de alternatieve medemens: er staan veel drankkiosken, er is de Spiegeltent, er is de circusvloer, en er is een podium met houten dansvloer. En daarrond? Gras (of toch iets wat daarvoor doorgaat als het de kans krijgt te recupereren na de feesten) dat, naarmate de avond vordert, steeds meer gevuld is met de liggende soortgenoot, in diverse stadia van dronkenschap en/of andere roes.

Waarvoor het Baudelopark al altijd gekend staat, is het dansen. Er is niet voor niets een goeie houten dansvloer natuurlijk: de hele dag door worden er diverse dansinitiaties gegeven, gaande van hiphop over salsa tot tango en bollywood.

’s Avonds staat het park sinds een paar jaar garant voor het boombal. Ja, dat wordt wel degelijk op zijn Vlaams uitgesproken, het gaat immers om oerdegelijke folk. Diverse dansen worden er aan elkaar geregen door het balorkest van dienst, en de dansvloer staat overvol met enthousiastelingen die er al dan niet een chaos van maken. De leeftijden lopen ook enorm uiteen: het merendeel van de dansers bestaat uit twintigers, maar er staan evengoed oudere koppels tussen als frisse jongedames van niet meer dan vijftien.

Gisterenavond werd er ten dans gespeeld door KV Express, de groep rond Urban Trad-accordeoniste Sophie Cavez. Met Urban Trad geeft ze concerten, maar ze kreeg er meer en meer zin in om de mensen echt te zien dansen op haar vrolijke muziek. Samen met bassist (6-snarige bas, jawel) Cédric Waterschoot en percussionist Fred Malempre had ze er gisteren duidelijk goesting in: de mazurka volgde op de an dro, de wals in vijf tijden werd gevolgd door een polska, enzoverder. En het publiek? Dat zag dat het goed was, en ging in dichte drommen aan het dansen.

En dat is een beetje het nadeel van het boombal op deze feesten: het krijgt teveel succes. Als je de dansen een beetje kent, krijg je het soms op de zenuwen van de sukkelende nieuwelingen die vol goeie bedoelingen proberen te volgen, maar daardoor het danspatroon grondig verstoren. Of door het feit dat je amper ademruimte hebt. Ik ben een paar keer met een reidans in het publiek verzeild, of moest afhaken omdat er meer op mijn tenen werd getrapt dan ernaast. Let wel, er zal geen onvertogen woord vallen, de sfeer is meer dan gemoedelijk, en iedereen danst met een grote glimlach. Maar makkelijk is het niet.

Leuk? Dat wel. Uiteraard. Of we zouden niet blijven gaan, en samen met ons de honderden andere geestdriftige folkies. Laat je niet tegenhouden door het feit dat je er niks van kent: de meeste dansen zijn op een minuutje uitgelegd, en je wordt netjes op sleeptouw genomen door de anderen. Plezier verzekerd!

Aquatopia

Een filmpje in Aqautopia: de eerste halve minuut zie je de kinderen zich amuseren in het ballenbad, de rest van het filmpje is gericht op het grote aquarium met de haaien. Enjoy!

Drache nationale en andere dingen

De kinderen hadden zich gisteren zo goed geamuseerd dat ik vandaag opnieuw naar de feesten wilde met hen. Ook nu parkeerden we bij papa, en gingen we te voet (en per buggy) naar de Trommelstraat. Daar waren we netjes op tijd om de eerste voorstelling bij te wonen: Discomaria van Compagnie des Fils et des Mains. Een franstalige dame (die heel hard haar best deed om sommige dingen in het Nederlands te zeggen) was van kruidenierswinkel naar poppentheater geswitched, en liet haar poppen op verschillende soorten muziek dansen, terwijl zijzelf en haar hondje commentaar gaven. In het filmpje hieronder had ze een kind op het podium gevraagd, waarop Wolf prompt naar voor liep. Hij moest gaan zitten en kreeg een nepviool in de handen geduwd, met het bijgaande resultaat.

Toen waren we zowat gekookt in de brandende zon, maar was er geen plaatsje in de schaduw meer vrij. Gelukkig begonnen er net wat wolkjes te komen, zodat we rustig konden blijven zitten voor de volgende voorstelling: ‘Girovago et Rondella’ van Circo Poetico, een Italiaanse familiegroep. Dit was half poppentheater, half circusvoorstelling, met jongleren, unicycle, muziek, maar ook een dansend minipopje, vader met trucs op een omgegord paard enzovoort. In het onderstaande filmpje ging de moeder het publiek in met een ‘echte krokodil’.

Helaas, op het einde van de voorstelling waren de kleine witte wolkjes al uitgegroeid tot stevige onweerswolken. Waar de eerste kleine druppeltjes nog welkom waren, ontaardde het snel in een echte drache nationale, ofte een stortbui van een half uur. Wij gingen schuilen bij de regie (waarvoor nog eens dank, Veerle) met de regenjassen aan, en aten rustig een ijsje.

Na nog een glimp van Momo the monkey waren we tegen kwart over zes thuis, en na een badje en een boterham werd het muisstil op de jongenskamer. Ze waren allebei doodop, denk ik.

Ik ben nog met de tram tot aan het Gravensteen gegaan en zat om half acht in het theater Tinnenpot, naar de Moereloere. Daarover trouwens later nog wel meer 🙂

Het vuurwerk, waar ik eigenlijk echt wel naartoe wilde, zag ik niet meer zitten. Ik en trams, het zal nooit goed komen, denk ik.

Europees Figurentheatercentrum

Vandaag was een lastige dag, vooral voor de kinderen. De voormiddag was niks speciaals, dat niet, maar de namiddag des te meer. Ik heb Kobe namelijk wakker gemaakt om kwart voor vier, heb de jongens respectievelijk appel en kersen gegeven, en ben met hen naar de Gentse Feesten gereden. Gelukkig heb ik parking (soms) bij Bart op kantoor, zodat ik me daar tenminste al niet dood moet naar zoeken.

Via de Veldstraat (en de Australian icecream – ik kan nog niet geloven dat Kobe de zijne opkreeg) ging het naar de Trommelstraat in het Patershol, alwaar het Europees Figurentheatercentrum gevestigd is. Op het binnenplein hebben we nog de twee laatste voorstellingen van de dag meegepikt:  Systaim d’art (BE) met  “Kami en Kamu” en Cie Le Funambule (BE) met  “Déchets sans frontières”. De eerste was woordenloos, en liet twee grote latexpoppen elkaar besnuffelen en betasten en, toen de ene een vlek die niet afging, had op haar schoen, ook natgieten met water. Ik vond het niet echt bijzonder, en Kobe had schrik van de ‘spoken’, terwijl Wolf vond dat het precies zombies waren.
De tweede voorstelling was in het Frans, duidelijk tekst (en liedjes-) gericht en speelde zich af op een vuilnisbelt, alwaar een melkfles een revue oprichtte tussen het andere vuil. Acrobatische brikpakjes, verliefde colablikjes, een bananenschil op zoek naar de composthoop, en meer van die heerlijke onzin. De kinderen vonden het mooi, ook al verstonden ze er niks van.

Daarna ging het gezwind naar huis want het was al na zevenen, en een pak frietjes later lagen ze tegen half negen in bed. Oef.

En ben ik nog met Annelies naar het boombal geweest, waar ik me ook prima heb geamuseerd en een paar dansen heb geleerd.

Al bij al een fijne dag 🙂

Moet er nog zand zijn?

Deze middag ben ik de jongens gaan ophalen bij mijn ouders. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik gisterenavond, ook al zat ik helemaal alleen, gewoon thuis ben gebleven omdat ik te moe was om pap te zeggen. Deze morgen heb ik meteen ook geslapen tot half tien. Daarna heb ik wel nog duchtig gebruik gemaakt van mijn kinderloze momenten en heb ik verder dingen geïnstalleerd.

Toen ik bij mijn ouders aankwam, waren de kinderen wel enthousiast om me te zien, maar waren ze vooral wild over de zandbak. Mijn ouders hebben namelijk een grote zandbak beneden in de tuin. Heel vroeger was het een hondenhok, maar toen ik vier was, kwam er een nieuw groot hondenhok achteraan in de tuin, en was er dus een ruimte van twee op twee, met een muur aan de achterkant en kleine muurtjes met hek aan de zijkanten en een dak, die vrij nutteloos was geworden. Mijn pa vond er toen niet beter op dan aan de voorkant een stevige houten plank te zetten, en dan ettelijke zakken (het waren ettelijke kruiwagens zelfs) zand erin te kieperen.
Ik weet niet hoeveel uren mijn broer en ik in die zandbak hebben doorgebracht. Naar mijn gevoel leefden we er de ganse zomer in. We haalden emmers water uit de regenput, en bouwden de meest grandioze forten, knikkerbanen, wildwatertoestanden, en wat je je eigenlijk maar kan indenken.
Ik weet dat we niet verondersteld werden om op eigen houtje terug naar boven te gaan (de leefruimtes zijn op het eerste, beneden is er garage en kantoor), we moesten ons uitkleden, roepen, en dan droeg mijn pa ons, elk onder een arm, de trap op, rechtstreeks het bad binnen. Dat was de enige manier om het alomtegenwoordige zand nog een beetje binnen de perken te houden.

Al die herinneringen kwamen me vandaag weer voor de geest, toen ik de jongens zag en hen (en mijn ouders) hoorde beschrijven wat ze allemaal gedaan hebben. Er zijn tunnels gegraven, liters water verbruikt, en ganse zandfeesten gehouden. Wolfs kleren van gisteren bleven op eigen houtje rechtstaan, met dank aan de kilo’s zand die er nog aan plakken. In zowat het hele huis knisperde het onder je voeten. Maar de gezichten van de gasten: onbetaalbaar! Ik moest en zou meekomen naar de zandbak, en ze toonden me wat ze gebouwd hadden. Wolfs blinkeblauwe ogen schitterden, hij genoot nog na.

Dank u, ma en pa. Die zandbak, dat wordt een familieherinnering. Voor hopelijk nog heel lang.

Oostende

We hebben het weekend in Oostende doorgebracht, met de Citypass van de toeristische dienst aldaar. De kinderen hebben ervan genoten, maar zijn stikkapot nu.

Een uitgebreid verslag krijg je later, wanneer ik weer een deftige PC heb, want ik haat typen op een laptop, mijn pols en elleboog vinden het niet bepaald fijn.

Enne… het huis ziet er vreemd uit, zo zonder plafond.

Constantia et labore

Dit weekend viel mijn oog op de volgende column in De Standaard, van de hand van Steven De Foer. Het kan niet meer ‘right up my alley’ zijn, ofte, misschien beter, ‘meis moribus’.

RARE JONGENS — Nadat Bart Somers stante pede mea culpa had geslagen over dit annus horribilis, reed Bart De Wever linea recta naar de tv-studio’s om er veni, vidi, vici te zeggen. Zijn magnum opus was geschreven, hij dronk een ad fundum.

De vaste eindredacteur van de cultuurpagina’s zal nogal geknarsetand hebben bij het lezen van deze openingszinnen. Hij houdt niet van Latijnse citaten: hij vindt ze snobistisch, omdat niet iedereen ze begrijpt, en schrapt ze vaak manu militari uit teksten. Dat hij de aanhef van dit stukje toch in extenso heeft laten staan, bewijst nochtans dat deze dode taal vaak springlevend en perfect begrijpelijk is voor bona fide Vlamingen.

En dat zal in de nabije toekomst zeker niet veranderen, nu de coolste politicus van het moment sine ira et studio Latijnse citaten loopt rond te strooien, naar het voorbeeld van zijn grote idool Julius Caesar. Constantia et labore, begon Bart De Wever zijn overwinningsspeech zondag. (Als ik hem goed verstaan heb in het geroezemoes, vertaalde hij het zinnetje verkeerdelijk als ‘volharding en arbeid’ en niet als ‘mét volharding en arbeid’, alsof labore geen ablatief is. Maar laat ons daar niet over muggenziften of de eindredacteur krijgt een angina pectoris. En bovendien: errare humanum est, ook voor een politicus.)

De jongste maanden valt ook zonder De Wever moeilijk te ontkennen dat het Latijn aan een renaissance bezig is. Zelfs in kringen die niet meteen als intellectuele bastions bekendstaan, zoals de voetballerij. De Anderlechtspits Jonathan Legear tatoeëerde vini, vidi, vici op zijn arm (‘van de wijn, ik zag en ik overwon’). Aanvankelijk werd aangenomen dat dit een schrijffout was, vini in plaats van het gebruikelijke veni. Sinds zijn botsing, op de terugweg van dancing Carré na de verloren bekerfinale, weten we dat Legear inderdaad soms zijn overwinning in de wijn zoekt. Op zijn andere arm laat hij nu victus, potus, laesus (‘overwonnen, beschonken, gewond’) tatoeëren. Waarbij het mooie is dat als hij zich nogmaals vergist en vectus, potus, laesus schrijft, het óók klopt (‘rijdend, beschonken, gewond’). Een grapje dat er in de kleedkamer van RSCA zeker goed in zal gaan.

Want dat Legear niet de enige voetballende Latinist is, bewijst a fortiori ook het spandoek, onlangs te zien op de Beerschottribune, met het opschrift Tene quod bene, ‘behoud wat goed is’. Dat was volgens insiders een boodschap aan het clubbestuur dat het gedaan moet zijn met ieder jaar de beste spelers te verkopen aan de meestbiedende. We hebben het hier over dezelfde spionkop die ‘joden’ als scheldnaam gebruikt en die toen Beerschot tegen het (Afrikaans getinte) SK Beveren speelde een pluchen slingeraap door het stadion gooide. Fijnzinnig volk kortom. Maar wel Latijn gebruiken, want Latijn is cool. Het zou me niet verbazen, in het licht van de enquête van deze week, dat op de kleedkamers van eersteklasseclubs een bordje hangt met cave hominem, ‘pas op voor de homo’.

Als u nog niet overtuigd bent dat Latijn op korte tijd sterk gedemocratiseerd is, weet dan dat een ijverige leraar onlangs een Latijnse versie van het ad nauseam op de radio gedraaide ‘Mia’ van – horresco referens, ‘ik huiver als ik eraan denk’- Gorki heeft opgenomen. Zelfs kinderen die geen Latijnse volgen, spreken dankzij Harry Potter een mondje potjeslatijn mee: ze weten dat Draco dormiens numquam titillandus (de wapenspreuk van Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus-Pocus) ‘kietel nooit een slapende draak’ betekent.

Ik vind het wel iets hebben. In plaats van dat eeuwige Engels dat onze taal inpalmt, zouden we allemaal eens wat vaker moeten teruggrijpen naar dat statige historierijke Latijn. Zodat verliefde mensen niet langer het lichtjes onnozele maar onder de jeugd populaire ‘NWLY’ (‘never wanna lose you’) sms’en, maar wel nil nequit amor (‘liefde kan alles’). Dat heeft toch veel meer decorum?

Als krant zouden wij het voorbeeld moeten geven. Neem nu de verkiezingen van vorige zondag, de stembusslag waarin behalve CD&V en N-VA alle partijen hun wonden likten. ‘Triomf voor Peeters en De Wever’ kopte De Standaard maandag, en hoewel dat aardig de verkiezingen samenvatte, is het toch een gemiste kans. Hoeveel stijlvoller en prikkelender zou Rari nantes in gurgite vasto niet zijn geweest, ‘hier en daar houdt er één zich drijvend in het geweldige diep’? Wat zegt u, snobistisch? Denken dat je betere titels kunt verzinnen dan Vergilius, dát is pas snobistisch.

Ceterum censeo Carthaginem esse delendam. Dat moet u maar eens googelen, als het u niets zegt.

Steven De Foer schrijft tweewekelijks over wat hem opviel in cultuur en media.

Jammer dat het schooljaar gedaan is, of het werd verplichte lectuur voor mijn leerlingen. Op kopie, met uitgeblokte vertalingen, dat spreekt :-p

Chocoladefondue

Om de veertien dagen speel ik met zes vrienden op woensdag een tafelrollenspel, Call of Cthulhu.

Gisteren was onze game master echter niet te vinden: hij antwoordde niet op mail, zijn GSM stond op voicemail… Alleen moest Anthony, bij wie we gingen spelen, wel stilaan weten of hij knabbels moest voorzien. Drank had hij in huis. Ik twijfelde, maar toen hij het woord ‘chocoladefondue’ liet vallen, was voor mij de kogel door de kerk: we gingen spelen!

Afhankelijk of de GM nog opdaagde, konden we dan Cthulhu spelen, en anders gingen we er gewoon een spelletjesavond van maken. Ik had Carcassonne mee (na anderhalf jaar nog steeds in de verpakking), en Kim die spelletjes verzamelt, had onder andere Macchiavelli mee. Die beide spelletjes hebben we dus gespeeld, met veel plezier overigens.

En Anthony had dus zijn chocoladefondue op tafel gezet, en ons overigens nog dik verwend ook: er waren verse gehalveerde aardbeien, stukjes heerlijk zoete ananas, appel, meloen, dikke druiven (die er uitzagen als kleine pruimpjes) en zelfs nonnenbillen. We hebben het niet eens opgekregen, en ik heb nochtans flink mijn best gedaan.

Ik denk dat ik ook zo’n ding wil. Of nee. Toch maar niet. Want dat komt gewoonweg niet meer goed dan :-p

Fox in a box

fox

Laat me even het concept uitleggen.

Je hebt al tijden geleden met vrienden afgesproken dat ze vrijdagavond komen eten bij jullie. Het was alweer veel te lang geleden, want jullie hebben het allemaal zo vreselijk druk en zo.
Nu blijk je intussen die bewuste vrijdagnamiddag nog een vergadering te hebben waar je niet onderuit kan. Geen tijd dus om boodschappen te doen. Ha ja, want je kookt echt wel graag, maar alleen met echte deftige verse ingrediënten. Wat nu?

Op restaurant gaan? Da’s niet hetzelfde, niet die ongedwongen sfeer waarbij de jongens onderuitgezakt in de zetel liggen te kletsen over de laatste nieuwe Mac en jij op je pantoffels rondhost.

Traiteur laten komen? Nah, da’s ook zo stom. En pizza’s, dan kan je meteen rechtstreeks aan je vrienden zeggen dat je geen moeite wil doen voor hen…

Wel, dan heb je meteen het ideale concept: Fox in a Box! Je kiest op de website de menu die je wil klaarmaken, en op de gewenste dag wordt netjes een doos afgeleverd, met alles erop en eraan. Kraakverse ingrediënten, voorgesneden en verpakt, met een prima handleiding (of recept, zo je wil). Alles zit in de doos: pakjes boter, flesjes olijfolie, voorgesneden verse kruiden, eventueel zelfs handschoenen en touwtjes voor een rollade. Het enige wat je nog nodig hebt, is een keuken en peper en zout. Geen geloop meer naar de winkel, geen oeverloos snijden en afwegen, dat is al allemaal gebeurd. Het enige wat je moet doen, is het effectieve koken. Je kotert de heren uit de zetel, zet iedereen aan tafel met een glas wijn, doet de ene persoon het vlees peperen, laat de andere het eiwit kloppen, en zelf leg je meteen de coquilles in de pan. Succes gegarandeerd, en 100% stressvrij. Je kan gerust zelf meekletsen en van je glas nippen, en je schotelt je vrienden een topmaaltijd voor zonder gedoe.

Persoonlijk zie ik maar één nadeel: het is niet echt milieuvriendelijk wegens het grote aantal potten en potjes, maar het is dan ook niet alsof je elke dag gaat foxen.

Bon, waarom nu die uitleg? Wel, Fox is al een tijdje op de markt, en was een beetje in zijn gat gebeten door het feit dat een aantal sterrenchefs nu met hetzelfde concept op de markt komen, hetzij dan enkel op bepaalde dagen. Daarom werden twee keer acht personen uitgenodigd om te foxen en dan daarover te bloggen. Bij deze dus :-p

Dinsdagavond werden daarom in Zottegem netjes zes zwarte auto’s naast elkaar geparkeerd, evenveel elektronische speeltjes te voorschijn gehaald, en gingen zeven girl geeks het concept uitproberen. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat Bart en ik al eerder hadden gefoxt (oudejaarsavond 2007, met de kinderen) en dat toen bijzonder goed hadden bevonden.
Fox en zijn vrouw waren zelf aanwezig, en hadden voor een verrassing gezorgd: champagne, door de gastvrouw te sabreren met een echte vossensabel! Monica was er niet gerust in, maar bijzonder opgetogen met het resultaat.

Even later gingen zij door en verkasten wij naar de keuken, waar de dozen vakkundig werden opengemaakt.

Bij deze het enige echte uitpakfilmpje: kan je meteen ook zien wat er precies in zo’n doos zit.


Uiteindelijk hadden we als voorgerecht gekaramelliseerde sint-jacobsvruchten met beetgare paksoi en een saus van limoen, gegarneerd met bieslook. Yup, zelfs de bieslook zit er versneden bij in een potje.

Als hoofdgerecht was er rollade van ossenhaas, ingewreven met een kruidenmengeling, aangebakken in de pan en gegaard in de oven, met verse frietjes, panzanella, en een heerlijke soort mayonaise, opgewerkt met versgeklopt eiwit. Lekker!

Het nagerecht was gewoon pure fun: kleine vuurvaste potjes crème brûlée, een goeie dosis bruine suiker, grappa, en lucifers. Ja, zelfs die zijn voorzien. We hebben dus aan tafel zitten flamberen, en dat geeft effectief wel een goeie brûlée :-p

Enfin, het was een schitterende avond, niet alleen door het exquise voedsel, maar ook door het gezelschap. Zeven dames onder elkaar, dat kón niet anders dan fout gaan qua gespreksonderwerpen :-p

Bedankt, Monica, Clo, Sofie (en Lola), Saskia, Sofie en Imke!