Die zonnige dagen…

Ik kan zo intens genieten van dat prachtige weer he. Uiteraard was er schoolwerk, maar dat is er altijd, en dat mooie weer niet, hier in ons modderlandje. Ik verbeterde dus wat, installeerde me nota bene in de tuin onder een zonnedoek met mijn laptop, en besloot toen dat ik echt wel de stad in moest. Ik wilde namelijk nog dringend rode sandalen voor onder mijn kleedje op Kobes lentefeest, maar aangezien de rug moeilijk blijft doen, moeten dat platte en verdomde goeie zijn. En nog mijn goesting ook. Ik had al rondgekeken, en was uitgekomen op Mephisto’s, van – houd u vast – 140 euro. Tsja. Wat moet, dat moet, zeker?

Ik ben dus gezwind de elektrische fiets op gestapt en ben naar ’t stad gereden. Eerst naar de Vrijdagsmarkt, want voor een gloednieuwe cache moest ik een foto hebben van Tsjok. En dan in ’t passeren nieuwe cachepotjes opgehaald, en een concealer, en een kleine haardroger voor Wolf, en dan naar de Lakenhalle voor deel twee van die cache, en dan naar de Mephisto. Waar het trouwens niet eens de sandalen werden die ik op het oog had, maar een ander paar. Voor evenveel geld, dat wel, ja. Oh, en dat wapenschild, dat zijn dus geen stalen klootjes, dat blijken kaarsen te zijn. Bummer.

Ik propte alles in de fietstassen, stelde vast dat er nog plaats was voor wat pralines van Chocolou, en laveerde met het fietsje tussen de mensen door. En fietste gezwind weer naar huis, doorheen de stralende zon, nog net niet fluitend. En eigenlijk, waarom niet? De volgende keer fluit ik wel, né.

Thuis werd er nog in het badje rondgeploeterd, zaten we buiten, en vooral: ik heb na het eten – buiten uiteraard – Kobe het vuurkorfje doen uithalen, er één enkele houtblok in aangestoken, en daar samen met hen marshmallows op geroosterd. Alleen doodjammer dat Wolf er niet is, maar bon…

En ’s avonds, nog later, kwam Dirk voor zijn manuscript, en bleven we buiten zitten. Goh, ik ben zó blij met mijn tuin…

Puyenbroek

Vandaag had Kobe verkeerseducatie als voorbereiding op zijn fietsexamen vrijdag. De school had een bus ingelegd, maar die was niet groot genoeg voor alle leerlingen – don’t ask – en dus werden er ouders gevraagd om te voeren. Aangezien ik op maandag geen les geef maar thuis werk, kon ik wel rijden, ja. Om negen uur werden vier jongens dus vakkundig afgegooid, en wilde ik van het prachtige weer – om negen uur was het nog niet te warm, maar wel al heerlijk – gebruik maken om nog een wandelingetje te maken, lees: een geocache op te pikken. Voor een ganse multicache had ik niet de stamina, zo de dag na een larpweekend, maar een relatief korte wandeling van een kilometer of drie moest wel kunnen.

Ik parkeerde aan het molengebouw, en liep langs de oevers van een toch wel redelijk brede waterloop. Schitterend… Nooit geweten trouwens dat vogels op bepaalde momenten zó luid en zó schel kunnen kwetteren dat je er koppijn van krijgt…

Helemaal zen en helemaal blij liep ik terug naar de auto, en besliste toen dat ik eigenlijk nog wel een extra uurtje kon missen – carpe diem, weet je wel – om te gaan geocachen op de terugweg.

Tegen half twaalf was ik weer thuis, klaar om de wereld aan te kunnen. Ik ben toch echt een geluksvogel…

Haven IV

Haven dus, een nieuwe larp voor mij. Heb ik me geamuseerd? Welzeker! Maar toen spelleiding me dat op zaterdag in de vooravond vroeg, moest ik nog antwoorden: “Ja, maar ondanks Haven, eigenlijk”. Door het concept – je komt als vreemd volk toe in een compleet onbekende wereld met compleet andere, onbekende culturen – bleef mijn personage zeer op haar hoede, en legde nauwelijks contact met anderen.
Het hielp natuurlijk niet dat er al twee van mijn volk aanwezig waren, en dat we een eigen kampementje hadden gebouwd, een beetje – logischerwijs – verwijderd van de rest. Héél gezellig, met worstjes op de vuurkorf en al, en fantastisch gezelschap, maar we waren helemaal niet betrokken bij het spel.

Dat veranderde radicaal toen we – oorspronkelijk enkel Mireille en ik, later ook Sabrina en Hanneke erbij – mee de crypte in gingen, doorheen een soort doolhof, dan een tunnelsysteem, om voorbij een stevige golem in een kamer terecht te komen waar in een vreemde taal – het zelf verzonnen Eskhi Ganu – een hoop opnames konden beluisterd worden. En toen werd de linguïst in mij niet alleen wakker, maar begon die zich te verlekkeren. We probeerden zo goed zo kwaad mogelijk een van de acht teksten fonetisch te noteren, om die dan later bij het kampvuur met behulp van een zeer onhandig lexicon te vertalen. Schitterend gedaan, en ik amuseerde me rot!

Ook zondagochtend hebben we in die crypte doorgebracht met de andere zeven teksten. Ik vermoed dat de anderen zich doodverveeld hebben, maar ik vond het zalig! Zelfs toen het bericht kwam dat ze buiten aan de eindbash bezig waren, kon ons dat niet schelen: we deden voort!

Enfin, het volk van de Taoxka ligt me wel, het concept ook, en we bouwen het vooral verder uit. Ik kijk nu al uit naar de volgende Haven. Met àlle Vossen, deze keer.

Haven

Yup, na al die jaren eindelijk nog eens als speler op een larp weekend! Het had wat voeten in de aarde – de vorige kon ik niet mee omwille van de rug, en die daarvoor waren we aan het wachten op Els – maar yup, eindelijk gelukt. Met vier van de zes, maar bon, we hadden een klein kampje, genoten van het goede weer, en zagen er fantastisch uit, toch?

Lente

Mijn tuin is niet groot, maar ik kan er wel intens van genieten. Dus, voor mezelf, de bloemen die er vandaag in bloeien. Meer niet.

Ganda: Triskelion

Vorige week zaterdag zat ik in Destelbergen, want daar was de boekvoorstelling van Ganda 3: Triskelion. Dat is het derde boek van Dirk Willaert waar ik een paar maanden aan een stuk aan zitten verbeteren heb. Yup, niet gewoon proeflezen, maar verbeteren. Hij had me ooit wat Latijns advies gevraagd voor zijn eerste twee boeken – ze gaan over de omgeving van Gent in de bronstijd-ijzertijd-Keltische tijd – en daarom was hij die komen binnensteken. Meteen had hij gevraagd of ik het zag zitten om het derde boek te proeflezen. Ik had toegestemd, en was meteen begonnen aan het eerste boek: Ganda: Iunagos. Hmpf. Na 20 bladzijden heb ik het weggelegd. Niet dat het verhaal op zich niet goed was, dat valt best te pruimen, maar fouten. Foùten! Kromme zinsconstructies, foutieve verwijswoorden in de trant van “het boek die”, “de boerderij dat”, dat soort dingen. Bij de eerste dt-fout was voor mij de maat vol, en kon ik niet verder. Er was nochtans voor veel geld een corrector over gegaan. Dikke verspilling van geld, als je het mij vraagt. Serieus!

Ik heb Dirk toen ook verteld dat ik zijn derde boek wel wilde lezen, maar alleen als ik het dan ook volledig mocht verbeteren: typfouten, spelfouten, constructiefouten, kromme zinnen, enfin, alles. Hij ging daarmee akkoord, en vrijwel elke woensdagavond kwam hij langs en overliepen we het stuk dat ik verbeterd had. Gelukkig is Dirk iemand die prima om kan gaan met kritiek, want die was er wel, en in serieuze mate. Ik heb een groot deel van de fouten – lang niet alle, daar ben ik me zeer van bewust, ik heb er massa’s laten staan door er gewoon over te kijken – verbeterd, zinnen veranderd, stukken geschrapt, en ook hier en daar flagrante fouten tegen de Romeinse geschiedenis eruit gehaald, al waren die eerder zeldzaam: zijn boek is historisch zeer goed onderbouwd.

Vind ik het een goed boek? Bwa… Het probleem is dat het niet evenwichtig is. Aan de ene kant is zijn verhaal op zich wel meeslepend, maar zeer rechtlijnig, zonder echte uitdieping van de personages, weinig gelaagd, en geschreven in korte, simpele – soms echt té simpele – zinnen. Aan de andere kant is zijn taalgebruik dan wel archaïsch te noemen, met veel  “trachten” en dergelijke, en met uitweidingen over historische gebruiken die soms wel interessant zijn, maar niet echt iets bijdragen tot het verhaal.
Voor jongeren is het verhaal op zich prima te lezen, maar die gaan zich verliezen in het taalgebruik, ondanks het lexicon dat achteraan is toegevoegd. Geoefende lezers zullen zich dan weer ergeren aan de simplistische zinsbouw en het oppervlakkige verhaal.

Een aanrader? Zeer zeker voor wie interesse heeft in de geschiedenis van de streek rond Gent ten tijde van Kelten en Romeinen: het is geen droge opsomming van geschiedenis maar een echte historische roman.
Verwacht echter geen hoogstaande literatuur, dat is ook niet de ambitie van Dirk.

Maar ja, wie graag leest, veel leest, en graag afwisselt, zal plezier vinden in deze trilogie. Deel één en twee zijn voorlopig niet meer te krijgen, de vierde druk komt eraan zodra ik ook die manuscripten grondig verbeterd heb. Work in progress.

Griekse Dag

Man, ik heb me gigantisch geamuseerd vandaag! Het was zowaar Griekse Dag in centrum Gent, en ook al geef ik zelf geen Grieks momenteel, mijn collega Lucie kon moeilijk alleen de stadsbus nemen met een kleine veertig leerlingen, toch? Ik stak mijn vijfdes in de studie met een taak, liet ze een uur vroeger naar huis gaan, en gaf ook mijn zesdes de toelating om om twaalf uur naar huis te gaan. Ik heb ze niet horen klagen :-p

Zelf stond ik iets over half acht op de speelplaats, wandelde met de leerlingen naar de Mariakerkse Post, en nam er de lijnbus tot in het centrum. Daar wandelden we tot aan het Sint-Baafshuis (vlak naast de kathedraal) en meldden ons aan. Man, wat een volk! Er waren 1200 mensen, allemaal even enthousiast over Oud-Grieks, en dat voelde fantastisch!

Bon, het verslag over die dag dat ik voor school schreef, met foto’s uiteraard, kan u hier bekijken, compleet met interview voor Radio  1 en een klein interviewtje dat ik zelf van mijn leerlingen moest afnemen. Tsja…

Ik heb dus twee workshops van mijn eigen leerlingen meegemaakt, en ’s middags trok ik naar Sint-Lievens om er heerlijk in de zon te lunchen met mijn bestie Gwen, die zo heel toevallig pedagogisch begeleider Latijn en Grieks voor het GO! is. Daarna liep ik terug naar het Sint-Baafshuis voor een stadswandeling met een officiële gids die ons wees op sporen van de Griekse mythologie in het Gentse stadscentrum. Wijs!

Daarna gingen we allemaal naar de Groenzaal in Sint-Bavo voor de afsluitende finale van de quiz en een speech van Jef Vermassen. En daar voelde ik plots weer stekende pijn in mijn rug, van de soort waardoor ik net niet in paniek sloeg. Ik durfde nog met moeite bewegen, zitten ging niet vlot, en ik moest dus nog terug naar de bushalte, dan de bus, dan te voet tot aan de school, en dan nog de auto in naar de kine. Die had ik, vooruitziend, nog geboekt na de Griekse Dag. Alleen was er zo veel file dat ik de afspraak om half zes niet eens haalde. Geen nood, ik mocht gelukkig ook nog komen om half zeven. En ja, ik werd prompt gesommeerd om het heel rustig aan te doen de rest van de avond.

Allez gij.

Toch wel een beetje een domper op een verder toch wel zalige dag. Als dat tegen dit weekend maar goed komt…