Rhodos: het begin

Een wekker die afloopt om twee uur, nee, dat is het toch niet, geloof me. Maar ik had er een uur of drie slaap op zitten, en voelde me best oké. De heren sleepten de valiezen naar beneden, we staken er de toiletzakken en de elektronica nog in, en dat was dat: om 2.25 uur stonden we netjes klaar voor het luchthavenvervoer.

Alleen… Die had er precies niet zoveel zin in. Om vijf over half drie begonnen we ons zorgen te maken, vijf minuten later begon Bart te bellen. Ha ja, het debacle van twee jaar geleden in gedachten… Enfin, die mens is opgedoken met twintig minuten vertraging. Nu ja, we werden opgehaald om half drie voor een vlucht om 6.20 uur, dat ging dus wel meevallen, dacht ik zo, meer dan drie uur op voorhand. Wel, dat bleek dus ook niet het geval te zijn. Hij kwam met zo’n busje voor acht personen met een aanhangkarretje achter voor de bagage. Bleek dat we eerst nog naar Sint-Amandsberg reden om daar een koppel op te halen, en dan nog naar de Offerlaan voor nog een extra dame. Dat resulteerde in een propvol busje, waarbij ik – vooraan wegens wagenziekte – pas mijn gordel kon vastklikken als die dame – al even rondkontig als ik – even op één bil ging zitten, en omgekeerd. Heel erg oncomfortabel, eigenlijk. En het zorgde er ook voor dat we pas om kwart over vier op de luchthaven waren…
Lesson learned: de volgende keer niét meer aanklikken dat we gerust willen delen met iemand.

Enfin, op de luchthaven waren we eigenlijk nét voor de grote drukte, zo bleek: op een kwartier hadden we onze bagage afgegeven, en na ons vormde zich al snel een gigantische file. Ook de douanecontrole duurde niet veel langer dan een kwartiertje, zodat het rond vijf uur was tegen dat we eigenlijk gewoon binnen waren. Mijn rug vond het welletjes en die van Wolf ook, zodat Bart gewoon betaald heeft voor de lounge. Alleen… blijkbaar is er nogal een verschil in kwaliteit tussen business lounge en deze lounge. Het ontbijt was er dik in orde, maar de zeteltjes waren oud en geplekt, en er waren niet bepaald ligplaatsen, waar Bart (en Wolf en ik) eigenlijk op gerekend hadden. Ik heb dan maar mijn handdoek – die met die reden was meegenomen in de handbagage – op de grond gelegd en me een half uurtje plat op de rug gelegd, zodat ik er weer even tegen kon.

Rond zes uur zijn we beginnen wandelen richting vliegtuig: net niet de allerlaatste gate, ik denk dat we een kwartier onderweg waren!
Enfin, vliegtuig op, proberen slapen, een houding gezocht die niet al te pijnlijk was, en eigenlijk het best wel overleefd. Ik was wat ongemakkelijk bij het landen, maar het viel nog mee… En het vliegtuig zelf was al heerlijk Grieks ^^ Deel twee van de reis was dus ook geen probleem, nu nog in het hotel geraken. De bagageafhandeling was blijkbaar op zijn Grieks en nogal chaotisch, waardoor het ook wel even duurde. Erg vond ik dat niet: ik had me netjes aan de zijkant tegen de muur op mijn handdoekje gelegd, met een kussentje dat Merel blijkbaar mee had, en ik lag daar best wel goed.

Een klein half uurtje bus bracht ons naar La Marquise, en ik moet zeggen: meer dan dik in orde! We konden nog niet onmiddellijk naar de kamer, maar konden wel meteen gaan eten, en ook dat was meer dan goed genoeg, want we waren tegen dan allemaal uitgehongerd. Ha ja, we hadden wel ontbeten rond vijf uur in de lounge, dan een *insert Schots accent* second breakfast op het vliegtuig, maar dat was ook rond zeven uur, en intussen waren we al één uur. De kinderen stortten zich op het buffet voor pizza, frietjes en lamsvlees, Bart en ik gingen rustig rondneuzen en namen een beetje vanalles. Het is echt wel dikke luxe, dit buffet.

En dan de kamer… Ik heb eerst even een veto ingeroepen om ook maar iets aan te raken, zodat ik foto’s kon nemen voor alles gigantisch overhoop werd gezet. En ja, best tevreden van het geheel! Er is één minpunt, denk ik: het bed van de jongens is eigenlijk een slaapbank, en de matras is niet in orde, vind ik. We gaan morgen zien, en desnoods een andere matras vragen. Maar geniet rustig mee van de kamer (en dit is niet om te stoefen maar vooral om de schoonmoeder een grondig idee te geven, nieuwsgierig als ze is)

Een apart bed voor Merel beneden, met de slaapbank voor de jongens, een eigen badkamer met douche en toilet, een tafel, en vooral dus een eigen zwembad. Boven hebben we een luxueuze kamer met extra zeteltje, bureau, grote badkamer met douche én bad en eigen toilet, en een gezellig balkon. Excellente keuze van mijn lief ^^

Bij aankomst stond er een gekoelde fles schuimwijn, een klein flesje rode wijn, en een groot bord gekoeld fruit. Héérlijk!

Het duurde overigens geen drie minuten of Wolf had al een zwembroek aan en zat in dat zwembad. De valiezen zijn nog nooit zó snel uitgeleegd en alles in de kasten gelegd :-p De andere twee deden er toch wel twee minuten langer over, en ook Bart ging vrij snel het zwembad in. Ik heb me er maar aan gewaagd nadat ik eerst een uurtje had gelegen, en dan nog heel erg voorzichtig. Maar het deed wel deugd, ja.

Om half vier zaten we allemaal eventjes uit te puffen, kwestie van een beetje moe te zijn… En was een vieruurtje in de vorm van een ijsje, een drankje en een koekje best wel welkom.

En daarna? Meer chillen, spelletje spelen, en tegen zeven uur gaan eten.

Merel en Kobe vielen quasi in slaap tijdens het eten, en zijn onmiddellijk, zelfs zonder dessert, terug naar de kamer gegaan. Wolf ging hen iets later achterna, terwijl Bart en ik nog even snel een Pokemon Go! raid gingen doen hier op het terrein.

Toen we rond half negen op de kamer kwamen, lag Merel al diep, diep in slaap, ging Kobe ook al bijna slapen, en deed Wolf nog een kort avondplonsje. Tegen half tien sliep ook hij, en om tien uur was het zelfs voor Bart en mij al welletjes…

En dat was dus dat, voor dag één. Volgende verslagen worden niet zo uitgebreid, hoor!

Dagje aan zee

Wolf moest tegen half elf in het Zeepreventorium zijn, en aangezien Kobe op kamp is, moest Merel uiteraard mee. We gingen er dan maar meteen een dagje aan zee van maken, ook al zijn we beiden niet zo zo van dat zand en al.
Maar we laadden handdoeken, zonnecrème, een emmertje met wat spulletjes en voor elk een boek in mijn bommashopper – de bolderkar is nog steeds niet gerepareerd – en reden fluks naar de kust. Voor een ijsje was het nog te vroeg, en dus gooiden we Wolf af met een dikke knuffel, en reden naar ons vaste plekje in De Haan, zijnde de straat van de ijsjes. Wonder boven wonder hadden we er zelfs nog een parkeerplekje!
En, ik mag dan een grote sloddervos zijn, maar eigenlijk ben ik ook wel best praktisch: we haalden de twee campingstoelen die vast in mijn koffer resideren, ook boven, samen met een grote grote paraplu. We waren van plan om ons kleine parasolletje mee te nemen, maar dat heeft onlangs eens de geest gegeven.

Een en ander zorgde ervoor dat we ons perfect konden installeren op het strand.

Na een dik uur hielden we het voor bekeken, laadden alles weer in in de bommashopper, en ploegden ons een weg door het hete zand naar de Mano, ons favoriete restaurantje aldaar. Het was er pokkedruk, maar het blijft me gigantisch verbazen: binnen de tien minuten staat je bestelling op tafel, en het is echt niet dat het opgewarmde of verslenste kost is, geloof me. Die hebben daar een ongelofelijk efficiënte keuken, heb ik zo de indruk.

En voor de prijs hoef je het niet te laten: ik geloof dat ik geen 10 euro betaal voor een kinderspaghetti, kinderpannenkoek en een drankje voor Merel. En mijn uitgebreide salade kost er iets van een 15.

We gooiden daarna de spullen in de koffer, reden naar Oostende, en gingen daar in de Vuurtorenwijk geocachen. Alleen, dat viel een beetje tegen. De eerste, op de dijk, vonden we niet. De tweede, aan een grote muur, helaas ook niet, ook al stonden we er samen met nog een familie te zoeken. Die familie kwamen we dan tegen bij nummer drie, en die wisten ons alsnog te melden waar we nummer twee konden vinden. Het zal echter voor een volgende keer zijn, want nummer drie lag in de duinen, de bloedhete, snikhete duinen, en Merel zag het totaal niet meer zitten. We waren ook niet de enige: die andere familie heeft hem ook niet gevonden. Bon, Merel en ik baanden ons opnieuw een weg door het gloeiende zand en het duingras tot we weer op de dijk uitkwamen, en toch nog eventjes zochten bij nummer 1. En jawel, deze keer hadden we hem vlotjes in handen, en snap ik nog niet hoe het kan dat we hem de eerste keer niet vonden.

We stapten in de auto, dronken elk een halve liter water, en ik lokte Merel in de val door iets verderop aan de haven te stoppen voor nog een cache (of twee), wat ze dan wel weer volledig zag zitten. Het is toch echt een stadsmeisje, die dochter van me.

En voor de curieuzeneuzen: er zat een geocache in het ronde Europese teken op de laatste foto. Je kan rechtstaan in de vis, en dan kan je dat ding eruitschuiven, en achteraan is er een blikje ingeschoven. De max!

En toen reden we naar huis, waarbij we in de auto al meteen afspraken dat Merel eerst mocht douchen om de zonnecrème en het zand van zich af te spoelen, en dat ik me dan daarna kon opfrissen en klaarmaken voor het concert vanavond.
Zij smeerde overigens ook mijn boterhammetjes, de lieverd, zodat ik om zes uur de fiets kon opspringen om naar de Brabantdam te fietsen.

Ik snap al bijna niet meer dat ik dat vroeger automatisch met de auto deed. Kieken dat ik was!

Zeeuwse zichten

Ook al is het vakantie, het is de laatste tijd best druk geweest. Vooral het gebrek aan regelmaat speelt mij dan parten.

Omdat Bart dit weekend verhuisweekend heeft met Wijs – ze gaan van de Voorhavenlaan naar de Foreestelaan, dubbel zoveel plaats – moest Merel met mij mee naar De Haan om Wolf op te halen. Niet dat dat zo erg was, maar bon. We pikten hem op, en gingen prompt een ijsje halen bij de Australian, zoals de traditie intussen vereist.

Daarna gingen we nog een paar caches doen in Oostende, maar een paar vonden we niet. Drie stuks gelukkig wel ^^

Maar ’s avonds had ik zin om alleen te zijn en uit te waaien. Allez ja, Wolf zou meer dan welkom geweest zijn, maar zijn rug staat dat nog niet toe, en dus laadde ik rond 20.00 uur de fiets in de auto en reed naar Westdorpe, net over de grens met Zelzate.Ik was er zeker van dat ik daar niet echt veel volk zou tegenkomen, en dat was nog een understatement.

Ik fietste daar doorheen de prachtige polders, zag prachtige weidse zichten, merkte hoe de ondergaande zon alles in een gouden gloed baadde, en haalde liefst 30 caches op. Oh, en fietste tot het stikkedonker was, dat ook.

Helemaal zen nu.

Een mama-dochterdagje

Tsja, als ge er niet aan denkt dat de bibliotheek op  11 juli gesloten kan zijn, dan staat ge blijkbaar voor een verrassing.
Traditiegetrouw sluiten alle Gentse bibliotheken tijdens de Gentse Feesten, en dat wist ik wel, maar we dachten dat we woensdag nog tijd gingen hebben. Dinsdagavond waren we het rats vergeten, en er waren boeken die dringend binnen moesten, en we wilden ook nog boeken lenen om mee te nemen naar Rhodos.
Woensdag dus. Niet dus. En we konden ook niet meer de dringende boeken in de boekenschuif steken, want onze bib hier in Wondelgem is maar open op dinsdag, woensdag en zaterdag, en dan zouden die pas geregistreerd worden op 31 juli, wanneer de bib hier weer opent.
Gelukkig kan je sinds kort je boeken in gelijk welk Gents filiaal uitlenen en in gelijk welk Gents filiaal terugbrengen. Merel en ik gingen dus maar naar de hoofdbibliotheek, die wél nog open was vandaag.

Enfin, het was half twaalf tegen dat we aanzetten, met het idee om dan maar eerst ergens rond de Zuid iets te eten, en dan naar de bib te gaan. Maar toen we aan het rijden waren, zei ik tegen Merel dat we eigenlijk niet zo ver waren van papa’s nieuwe kantoor dat ze nog steeds niet gezien had. Wij dus eerst naar daar, waar ik haar de hele toer van het gebouw gaf, en ze even de diva mocht uithangen op het terras.

Tegen dat we er buiten waren, was het half twee en zagen we allebei blauw van de honger. We zijn dan maar in de buurt iets gaan zoeken, en verzeilden op het terras van de Montmartre aan de De Pintelaan. Aanrader? Goh, het eten was lekker, maar het duurde vrij lang, en de bediening was bij momenten ronduit arrogant. Bij mijn salade moest normaal gezien brood komen, en toen ik het vroeg nadat de salade toch al eventjes geserveerd was, kreeg ik een snerend antwoord: “Ja, ik ging dat nét brengen, het is nogal druk, voor moest ge dat niet gezien hebben.” Helaas, geen brood… Ik kon het niet laten om er bij het afrekenen toch een opmerking over te maken tegen de bazin, waarop ze haar werknemer een soortement standje gaf, maar de rekening toch maar mooi de rekening liet, en die was naar de dure kant. Tsja.

Enfin, we reden fluks naar de parking van de Zuid, en gingen quasi meteen naar de bib. Ha ja, rondlopen met die zware boeken, dat is het toch niet. Merel keek haar ogen uit in de Krook: de kinderafdeling is er minstens even groot als de hele wijkafdeling hier in Wondelgem! Al snel had ze een paar nieuwe boeken voor zichzelf, en terwijl ik er een paar uitzocht voor Kobe, installeerde ze zich met trots in een van de leeshoekjes, of hoe moet je zoiets noemen?

Daarna liepen we wat rond in het winkelcentrum van de Zuid, al is het tegenwoordig meer H&M en een paar andere winkels. Veel vonden we er niet echt, tenzij dan een coole nieuwe boekentas met emoticons voor haar. Ze is het roze van Frozen wat ontgroeid, en de rits van die boekentas werkte ook niet meer zo goed…
Maar uiteraard was er wel tijd voor een ijsje: zo hoort dat, in de zomer.

We zijn nog wel eventjes de Smatch binnengelopen om brood en vooral een grote fles water: in dit weer zou ne mens van minder dorst krijgen!

Tegen vijf uur waren we thuis: meer dan lang genoeg, tijd om even wat af te koelen en daarna me klaar te maken voor de generale repetitie van Djiezes!, al meteen in de Protestantse kerk tegenover het Glazen Straatje. Ik kijk ernaar uit!

De Haan en Bredene

Awel, het was echt fijn om gisterenavond Wolf nog thuis te hebben, en te zien hoe hij deze morgen nog aan het spelen en onnozel doen was met Merel en Kobe.
Tegen half elf zijn we in de auto gestapt, en we waren er ietsje te laat – hij moest binnen zijn om half twaalf – omdat er nog file stond wegens een ongeluk in Jabbeke. Niet dat ze moeilijk deden, gelukkig maar.
Ik ging in en rond Bredene nog wat caches zoeken: eentje die de teloorgang van de oude architectuur aankaartte, eentje in een compleet verloren hoekje bos, eentje (een earth cache) die me wees op het bestaan van fossiele duinen, en dan nog twee losse.

Tegen een uur of twee stond ik weer thuis met een stevige honger, op tijd om nog wat was op te vouwen en dat soort onzin, en dan om acht uur opnieuw op het koor te staan. Ha ja, repetitie voor onzen Djiezes natuurlijk. De repetitie van morgen is verzet naar donderdag: voetbal, weetuwel? Tsja…

Zomerse zondag

Zondag, en dus cachedag met mijn pa. Maar eigenlijk was het gewoon te warm om lang rond te lopen in de zon, en daarbij, om twee uur moesten we mijn allerliefste, maar ook vuile dochter ophalen aan het station. Ze was blij ons terug te zien, maar blijkbaar ook behoorlijk moe. Môh, wie had dat gedacht…

We dropten haar in de douche, lieten haar daarna spelen met Wolf, Kobe en Arwen, en ik ging met ons pa op stap. Bart was gisteren al de hele tijd op zijn nieuwe kantoor, want dit weekend is de grote verhuis. Alle bureaus moeten voorzien zijn van bureaulampen die nog volledig in elkaar moeten gezet worden, en alle schermen moeten van hun vaste poot af en gemonteerd worden op een beweegbare arm. Bart had er al bleinen van op zijn vingers.

Ons pa was bijzonder curieus en ik ook, en dus reden we naar dat nieuwe kantoor. We kregen de volledige rondleiding mét deskundige uitleg, en waren allebei serieus onder de indruk. En ik zwol van trots, dat ook. Da’s wel degelijk mijne vent die dat allemaal doet he!

Eerst waren we langs de Offerlaan gepasseerd om daar een cache op te pikken en aan mijn vader het executieoord te laten zien. Hij kende dat helemaal niet…

Na ons bezoekje aan het kantoor reden we naar de Peperbus op de Isabellakaai om ook daar naar een cache te zoeken. Ik had er al eens gestaan, maar toen niks gevonden. Ook vandaag leek het een vruchteloze speurtocht te worden, maar dankzij een hulplijntje naar een bevriende cacher hadden we hem alsnog in handen. Aansluitend begaven we ons naar de Coupure om er een van mijn caches te herstellen. Die was losgetrokken door iemand die niet gezien had dat hij moest draaien, en dus foetsie.
Ik toonde ons pa meteen ook even de oude sluis daar, het sluiswachtershuisje, én het mooie monument voor de Joodse oorlogsslachtoffers.

Toen was het welletjes, ook al vrij laat, en reden we naar huis. Aangezien het al voorbij etenstijd was, vroeg ik ons pa maar meteen om te blijven eten, en dat aanvaardde hij met graagte. We posteerden de tafel in de schaduw, en dat was doenbaar.

Tegen negen uur brachten Wolf en ik Arwen naar huis, en reden we via Vinderhoute terug om daar in de vallei van de Oude Kale, jawel, nog een cache te zoeken in de prachtige velden. We genoten allebei van de invallende schemering, de frisse lucht, en de heerlijke zomerse geuren.

Een mooie afsluiter voor een typische zondag.

Koordag

Als je een productie brengt op de Gentse Feesten, dan moet daar aan gewerkt worden ook natuurlijk. Het leeuwendeel ligt bij de poppenspelers die de Gentse tekst brengen, en wij, wij hebben in de voorbije maanden tal van liedjes ingestudeerd om daaruit dan een keuze te kunnen brengen.
We zingen in het Engels, Duits, Nederlands, Latijn en … Gents. Jawel. Sommige liederen hebben we dus voorzien van een eigen Gentse tekst, en ik heb me ook bezig gehouden om er eentje om te zetten. Niet gemakkelijk, maar wel leuk.
Vandaag hadden we een eerste repetitiedag – 10.00 uur tot 16.00 uur – om eens samen met de poppenspelers de tekst door te nemen en er de muziek naadloos aan toe te voegen. Ilse, een van onze sopranen, speelt piano, en er is een accordeonist en een contrabassist. Stefaan, onze voorzitter, is de Gentsche verteller.
Onze eigen dirigent Geert is helaas met vakantie, maar we hebben een excellente vervanger in de persoon van Siewald, een jonge conservatoriumstudent. De eerste keer dat we hem zagen, hield ik mijn hart vast: wat was dat, jong? Zo’n onzekere jonge houterige hark…
Maar die gast is enorm gegroeid en doet dat schitterend, echt waar. Hij mag ons nog met iets hardere hand leiden, maar verder doet hij het echt prima. Nooit gedacht.

Enfin, er was muziek, goed gezelschap, heerlijke lasagne als middageten, en ik had cake gebakken voor bij de koffie. Dat laatste zegt wel iets over hoe ik me voel in de groep: ik zou het bij Cantabile of zelfs Furiant nooit overwogen hebben.

Enfin, fijne maar lastige dag gehad.

Kobes, caches en confituur. En ook wel voetbal, ja.

Blijkbaar was het iets te veel voor Kobe de voorbije dagen: wellicht de warmte? In elk geval voelde hij zich gisterenavond niet zo lekker, heeft ook niet gegeten, en datzelfde geldt voor deze morgen en deze middag. Tot zover de plannen om samen naar ’t stad te fietsen en daar iets te eten. Goh ja, de vakantie is nog lang…

Ik wilde echter nog aardbeienconfituur maken, maar vond al een paar weken geen confituuraardbeitjes. Tsja. Op algemeen aanraden ben ik naar Ertvelde Tervenen gereden, toch wel een eindje weg, maar als ik dat kon combineren met cachen, waarom ook niet? Ik baande me een weg door de mais – die blaren snijden nog serieus! – sloeg wat tengels plat, en vond vier caches op toch wel hele mooie plekjes.

De aardbeitjes stonden niet goedkoop – 2.5 euro per bakje – maar waren echt wel topkwaliteit. Ik heb ze ’s avonds tijdens de match – ne mens moet toch iets doen, nee? – gesneden en in de pauze verwerkt tot confituur. Mooi meegenomen, en bijzonder lekker. En Kobe, die voelde zich een pak beter en speelde vlotjes een grote omelet binnen. Oef.