Een nieuwe traditie?
Vorige week ging ik lunchen met Véronique op donderdag, en dat was ons beiden zo goed bevallen dat we dat deze week gewoon herhaalden.
Waar we vorige week in het STAM zaten, gingen we nu naar het KASK café, een voor mij nobele onbekende. Wel, het is me gigantisch goed meegevallen! Het aanbod is er vooral vegetarisch/veganistisch, maar je kan er evengoed lekker vlees krijgen, en dat voor zeer weinig geld. Je schuift gewoon aan aan de toog, bestelt wat je wil, betaalt, wacht even, en voilà .
Binnen is het ruim en licht, met veel hout, en buiten is er een zeer fijn, groot terras, waar het zalig zitten was. Het hipstergehalte is misschien vrij groot, maar wat had je anders verwacht van een kunsthogeschool?
En de prijzen? 5 euro voor een groot broodje, het kraantjeswater kregen we er gratis bij.
Achteraf lieten we ons ook nog een koffie en een royale portie tiramisu welgevallen, en we zagen dat het goed was! Yup, ik denk dat we hier nog terugkomen, ja.
366 – 17 september 2020 – KASK café
Lectuur: “Persuasion” van Jane Austen
Jawel, ik blijf verder lezen aan mijn BBC-lijst, zeker als het om negentiende-eeuwse literatuur gaat. Want ja, ik hou echt wel van dat oer-Engelse kostuumdramagedoe.
En daar valt Persuasion wel opnieuw onder, zou je kunnen zeggen. Eigenlijk is dit chick-lit – wijvenliteratuur, voor mijn pa en schoonma – maar dan op literair niveau. Het hoofdpersonage, Anne, heeft destijds een verloving afgebroken omdat de man in kwestie niet goed genoeg zou zijn voor haar qua status. Intussen is ze 27, heeft haar snobistische vader zijn grote landgoed moeten verhuren omdat hij in geldnood zit, en is zij nog steeds vrijgezel, zonder goede vooruitzichten. Via een hoop omwegen komt ze opnieuw in contact met haar vroegere verloofde, Wenthworth en na de nodige perikelen – is hij niet verliefd op een ander? Zou mr. Elliot geen betere partij zijn? Maar is mr. Elliot wel wie hij beweert te zijn? En waarom is Wenthworth plots zo bezorgd om Louisa? – komt het uiteindelijk toch nog allemaal goed. Qua thematiek is dit misschien een stationsromannetje, maar qua uitwerking niet.
Romantiek dus, maar van de bovenste plank. Het wordt niet voor niks gezien als een klassieker en eindigt steevast hoog in alle lijstjes van favoriete boeken. En ik, ik heb ervan genoten, ja.
Mons eructans
In het tweede jaar Latijn lezen we de eerste helft van het jaar altijd heel uitgebreid over de Vesuvius, en daaraan gekoppeld alles over het dagelijkse leven.
Lukas had daarop een vulkaantje meegebracht, het omgekeerde effect van zo’n sneeuwbalding. Ik was meteen verkocht: zo zalig zeg!
Hij dacht dat het uit de Action kwam en ik was meteen gaan kijken, maar helaas. Het bleek uiteindelijk uit de Flying Tiger te komen, en in het weekend was Lucca, een van mijn andere tweedes, daar gepasseerd en had me eentje meegenomen. Drie euro, jawel.
En dus ben ik vandaag zo content als een katjen met mijn eigen kleine vulkaantje. Geef toe, toch zalig om naar te (blijven) kijken?
Ballonvaart
Bart heeft soms van die geniale ideeën, zoals dat weekendje Pairi Daiza of die boottocht op de Leie.
Een ander idee dat eigenlijk al lang op onze bucketlist stond, was een ballonvaart. Hij had gezocht en gevonden en geboekt voor twee weken geleden, maar toen was het aan het regenen. Gelukkig maar, want toen was de rug écht nog niet goed genoeg om mee te gaan.
Vandaag was ik aan het twijfelen: zou dat wel lukken, anderhalf uur in zo’n mand? Maar bon, ik kon maar gaan kijken zeker? Om vijf uur stapten we in de auto, een grote zak met picknick en een tweede grote zak met pulls en jassen mee. Afspraaklocatie was een veld vlak naast parking 2 van domein Puyenbroeck, naast het zwembad. Daar is een “ballonopstijgveld”, I kid you not. Het staat zelfs zo aangegeven met een plakkaatje, en er zijn die avond maar liefst 13 ballonnen vertrokken.
We hebben even staan kijken hoe de zonen van onze vaarder opgestegen zijn met een ballon voor 12 personen – aka. de “bus” – en als laatste zijn wij zelf vertrokken, een uurtje na aankomst. Heel erg vond ik dat niet, want ik vond het een machtig zicht om al de rest te zien vertrekken. Eigenlijk gaat dat verbazingwekkend snel. Het grootste stuk is de mand, de ballon zelf is een pak kleiner als hij opgevouwen is. Het is een kwestie van uitladen, mand vastmaken aan de ballon, ballon openvouwen, blazers aanzetten en ballon opblazen. En dan, als hij redelijk wat gevuld is met koude lucht, de brander aanzetten. Dan is het nog een kwestie van minuten voor het ding zich volledig opricht. Wijs! De jongens hebben dan ook volop geholpen.
Intussen stegen rondom ons de andere ballonnen op, machtig om zien.
Met enige moeite klauterde ik de mand in – dat is redelijk hoog, maar heeft gelukkig voldoende gaten om je voeten in te zetten – en weg waren we. Ook dat is verbazingwekkend snel, en vooral compleet schokvrij en vooral glijdend. En toen was het vooral genieten. Tot onze verbazing was het op een kilometer hoogte niet kouder dan aan de grond. We hadden ook ongelofelijk veel geluk met het weer: geen wolkje te zien, en een heldere lucht. We vlogen over Moerbeke en de E34, zagen de monding van de Oosterschelde en de haven van Antwerpen en keken onze ogen uit.
Ik genóót! Echt, ik vond dit ongelofelijk zalig! Ik had een vouwstoeltje mee in de mand – die was voor acht personen dus groot genoeg – maar ik heb het eigenlijk vrijwel niet gebruikt: de rand van de mand is ideaal om op te leunen, je kan ook perfect tegen de rand leunen en je zag gewoon niks als je zat. En dat laatste, dat is magisch. Je gaat aan een 8 kilometer per uur, de hoogte bepaalt de vaarder. Het hoogste was net geen kilometer, maar op een bepaald moment gingen we ook door de boomtoppen.
En de landing? Bij de ballon van zijn ene zoon landen lukte net niet, we waren iets meer naar rechts afgedreven, maar toen zagen we een wei waarop een ander team was geland – zij waren vroeger vertrokken en hadden zelfs al volledig ingepakt – dat teken deed. Onze vaarder gooide een lijn uit, zij trokken de ballon naar het midden van de wei en met een paar bumpjes stonden we aan de grond. En vooral: die mannen – vijf jonge gasten – wisten perfect hoe lastig het kan zijn om zo’n ballon op te vouwen en staken gewoon een handje toe. Binnen het kwartier zaten mand en ballon alweer op de aanhangwagen, verbazingwekkend!
Een taxirit later stonden we weer op de parking, tegen half tien waren we thuis.
Wat een ervaring! Héérlijk! Dus ja, ik zou dit graag opnieuw doen, en dan bij voorkeur – als de wind meezit – iemand met verschillende startlocaties al naargelang de wind, zodat we over Gent kunnen vliegen.
Ik heb eindelijk een vervoersmiddel gevonden waarop ik niet de minste zweem van reisziekte heb gevoeld. Alleen dat het niet zo praktisch is om mee naar uw werk te gaan, bijvoorbeeld.
366 – 13 september 2020 – hoog in de lucht
Lectuur: de “Shattered Sea Trilogy” van Joe Abercrombie
Wie de moeite doet om mijn boekbesprekingen hier te lezen, weet dat ik enorme fan ben van Joe Abercrombie. Zijn werelden zijn à f, zijn personages geen clichés en zijn taalgebruik heerlijk barok maar net niet té.
Na zijn First Law trilogie en een aantal losse boeken in diezelfde wereld, las ik nu zijn Shattered Sea trilogie. Ik heb met opzet wat gewacht en andere dingen tussendoor gelezen om des te meer te kunnen genieten van zijn schrijfsels.
En jawel, ook hier heb ik me van de eerste tot de laatste letter geamuseerd. De setting deed me gigantisch denken aan die van de Broken Empire trilogie van Mark Lawrence, maar ik weet niet wie er eerst was. Ook hier zit je in een post-apocalyptische wereld, maar dan ettelijke eeuwen in de toekomst, waar de mens zich na een nucleaire catastrofe opnieuw een laagje beschaving heeft weten te geven en opnieuw met zwaard en schild in de middeleeuwen waant. Ook hier zijn nog restanten van de vroegere steden, wolkenkrabbers en hier en daar zelfs elektriciteit, maar dan wel in vrijwel ontoegankelijk gebied wegens de hoge radioactiviteit. Iemand heeft vuurwapens gevonden, en dat wordt dan als magie gezien. De vroegere beschaving wordt toegeschreven aan elfen en is, goh, een mengeling tussen verboden kennis en religie.
Maar dat is in feite achtergrond: het verhaal is, zoals zo vaak, het relaas van een hoofdpersonage dat zijn weg zoekt en uiteindelijk een belangrijke rol speelt in de strijd tussen verschillende rijken en koningen, in min of meer een vikingsetting.
In boek één, Half a King, gaat het om een jongeman die tegen wil en dank eerst koning wordt en dan raadgever van de volgende koning. In boek twee, Half a World, speelt datzelfde personage nog wel een rol maar meer op de achtergrond. We krijgen nu eerder de focus op een meisje dat eigenlijk een stevige vechter is, maar wel in een samenleving opgroeit waar vrouwen ondergeschikt horen te zijn. En boek drie, Half a War, laat dan het vervolg van het verhaal zien vanuit zowel het standpunt van een piepjonge koningin in diezelfde mannenwereld als van een jonge krijger die merkt dat het macho verwachtingspatroon voor krijgers toch niet is wat hij wil.
Abercrombies wereld is, zoals altijd, schitterend uitgewerkt. De middeleeuwen, waar hij zijn wereld aan spiegelt, zijn notoir vrouwonvriendelijk, maar telkens weer slaagt hij erin sterke vrouwelijke personages neer te zetten die zich ondanks alles toch weten te handhaven in die wereld, terwijl ze toch niet ongeloofwaardig worden. Ook zijn mannelijke personages zijn niet eenduidig maar zitten vol met twijfels, angsten en emoties.
Yup. Ook deze trilogie heeft het voor mij nog maar eens bevestigd: ik ben onvoorwaardelijk fan van Joe Abercrombie.
366 – 11 september 2020 – dansmeisjes
Donderdagse lunch
Op donderdag moet ik maar twee uurtjes lesgeven – van 9.20 uur tot 11.00 uur met dan nog een uur permanentie erna. Dat zorgt ervoor dat ik om 12.05 uur de school kan verlaten.
Véronique heeft op donderdag ook maar twee uurtjes les, maar helaas voor haar liggen die niet zo fijn: een uurtje van 11.15 uur tot 12.05 uur en dan van 13.50 uur tot 14.40 uur. Ze komt ervoor speciaal uit Ronse en is zowat haar hele dag kwijt. Ze hoopt dan ook dat met het nieuwe lesrooster in oktober die twee uurtjes weggewerkt zullen worden.
Ik, daarentegen, vind die twee uurtjes met die lange middagpauze eigenlijk helemaal niet erg: dan kunnen we samen lunchen! Om half één stond ik dus aan het STAMcafé, niet ver van haar school, en zat zij al prinsheerlijk op mij te wachten op het terras.
Ik at er toch wel zeer lekkere garnaalkroketten met een slaatje, en zag dat het meer dan goed was.
Ik gun Véronique van harte een verplaatsing minder, maar zelf vond ik het eigenlijk wel zalig, zo’n donderdagse lunch.







