Apple Watch

Mijn fitbit heeft het nog maar eens begeven. Allez ja, het ding werkt wel nog, maar het scherm is weer helemaal flou geworden, ondanks het feit dat hij waterdicht zou moeten zijn. De twee vorige edities hadden dat ook, en ik heb het er een beetje mee gehad.

Wat ik ongelofelijk fijn vond aan dat ding, is dat het me liet weten wanneer ik gebeld werd, want mijn telefoon staat standaard op stil. Ook berichtjes kon ik op die manier zien. Tenminste… als hij wilde meewerken. Want wat ik de laatste tijd ook probeerde, die functie werkt niet meer, en dan wordt het meteen een pak minder interessant.

Nu had Bart nog een oude Apple Watch in zijn schuif liggen. Hijzelf had destijds de nieuwe versie gekregen en de oude lag dus opzij. Wolf wilde die niet meteen dragen omdat dat voor een gast van zeventien nogal patserig overkomt, en eigenlijk draagt hij ook niet graag een uurwerk.

Ik dacht: “Goh, laat ik het eens proberen, dat ding telt ook stappen en zo, en wie weet kom ik er wel nog mee overeen. En het ligt hier toch maar te liggen.”

Awel, ik ben vooral een kieken dat ik dat ding een jaar heb laten liggen. Ik ben zo iemand die nooit weet waar haar gsm ligt, en ik kan dus oppakken met die watch en dan op zoek gaan naar mijn telefoon terwijl ik, als een FBI-agent, met mijn uurwerk praat. Het ding laat me dus uiteraard weten wanneer ik gebeld word, maar stuurt ook berichtjes door van messenger en Whatsapp en zo. Uiteraard telt het stappen en zit er zo’n bewegingsapp op, maar ook het instant weerbericht en dergelijke.

En – ik heb het nog maar één keertje gedaan, maar bon – midden in een les moest ik iets googlen maar ik had geen zin om op mijn bord een aparte google op te starten, en dus vroeg ik aan mijn uurwerk hoeveel meter dunne darm een mens heeft. Altijd fijn om dat meteen te kunnen aflezen. (En ja, het ging over het geluid dat je darmen maken, een mooi Grieks woord, borborigme.)

En dan kan je bijvoorbeeld ook onmiddellijk je agenda raadplegen en andere dommigheden.

Enfin, een dikke aanrader dus. Iets wat ik al veel eerder had moeten beginnen gebruiken. Ik zou er zelf het geld niet aan geven – die dingen zijn pokkeduur – maar het is echt wel handig, yup. Sorry, fitbit!

Lectuur: “The Disorderly Knights” (Lymond Chronicles #3) van Dorothy Dunnet

Wat. Een. Boek.

Yup, ik ben meer en meer fan van Dorothy Dunnet, en zeker van haar Lymond Chronicles. Nee, ze leest niet als een trein, zeker niet als je het vergelijkt met pakweg Jim Butcher of Ben Aaronovitch. Daarvoor zitten er veel te veel rare wendingen, ongewone vergelijkingen en totaal vreemde woorden in haar taal: zelfs de Oxford English Dictionary herkent ze belange niet allemaal. Maar er zitten pareltjes tussen, zoals bijvoorbeeld een hearth claith dat je maar verstaat als je 1. het luidop zegt 2. Nederlands kan. Blijkbaar iets dat honderden jaren geleden wel nog gebruikt werd, en zo zit het vol.

Het zorgt ervoor dat ik dubbel zo lang lees aan één boek van haar als aan een gemiddeld ander boek, dat heb ik al vast kunnen stellen. Maar eigenlijk is dat gewoon een verlenging van het leesplezier.

Francis Crawford of Lymond, niet langer Master of Culter maar wel Comte de Sévigny, verzeilt deze keer op missie in Malta waar hij in een bloedige oorlog terechtkomt tussen de Hospitaalridders van Sint-Johannes van Jeruzalem en de Turken. Dunnet weet het bij momenten ongewoon spannend te maken, en ergens is het zelfs jammer dat je weet dat Lymond zelf het hoe dan ook zal overleven omdat er anders geen zes boeken kunnen zijn. Ze maakt er echter totaal geen punt van om hem extreem te laten afzien en sympathieke nevenpersonages zonder meer af te maken. Veel hilarische passages zitten er hier niet in, maar wel des te meer diepgaande psychologische analyses, prachtige nieuwe personages, twijfel, verrukking…

Als lezer weet je eigenlijk niet meer of je nu wel of niet mee moet voelen met Lymond. Hij is ongelofelijk intelligent, knap, charmant, maar ook bij momenten gewetenloos, wreed en vooral arrogant. En toch, toch blijkt hij altijd het morele gelijk te halen, ook al is de weg ernaartoe niet altijd even… rooskleurig. En toch zou je hem met open armen en een gezonde dosis achterdocht ontvangen.

Na Malta en vooral ook een heftige belegering in Tripoli komt hij terug naar Schotland om daar een eliteleger op te richten dat hij wil verhuren. Maar tegelijk blijft hij moeilijkheden rond zich opstapelen en blijkt hij vooral een aartsvijand in zijn onmiddellijke omgeving te hebben opgenomen. Pas doorheen het boek wordt je duidelijk wie dat is, wat die persoon al allemaal heeft ondernomen en vooral wat Lymond daartegen in stelling heeft gebracht.

De spanning druipt ervan af, en “eind goed al goed” is niet bepaald een frase die je vlotjes met Dunnet in verband brengt, zo blijkt. Altijd is er nevenschade, zijn er betreurenswaardige doden, is er onherstelbare emotionele beschadiging.

Maar net dat heeft ervoor gezorgd dat ik zowel donderdagavond als vrijdagavond tot half drie heb liggen lezen in mijn bed. Het is vakantie, ik kan het me permitteren, maar by Jove, ik doe dat lang niet voor elk boek.

Lectuur: “Queens’ Play” (The Lymond Chronicles #2) van Dorothy Dunnet

Schreef ik over boek 1 van de Lymond Chronicles nog dat ik moeite had om erin te geraken, dan was dit aansluitende boek helemaal geen probleem.

Let op: spoiler voor boek 1!

We zitten ietsje verder en Lymond is helemaal gerehabiliteerd, zij het nog niet helemaal genezen. Mary de Guise, the Queen Dowager vraagt hem om haar dochter in Frankrijk te beschermen: Mary Queen of Scots is zeven jaar oud en verloofd met de Franse Dauphin. Om die reden verblijft ze aan het Franse hof. Maar er zijn heel veel partijen die er baat zouden bij hebben om haar uit de weg te ruimen: jaloerse troonpretendenten, Ierse verzetsstrijders die de oorlog tussen Engeland en Frankrijk opnieuw willen zien oplaaien, Engelsen die haar liever willen zien trouwen met de Engelse kroonprins en, als dat niet kan, haar nog liever dood willen…

Francis stemt toe, maar dan wel in een vermomming, wat ronduit hilarische slapstick oplevert. Aan de andere kant zit er ook iets diep tragisch in zijn dekmantel: wie is de echte Lymond? De edelman die in alles zijn rigide zelfbeheersing behoudt, gewapend met scherpe tong, of de ollave Thady Boy die alle remmingen loslaat en het hele Franse hof op stelten zet?

Tegelijk blijft er de onderstroom van intrige: wie is degene die de aanslagen op de kleine Mary pleegt? En kan Lymond haar wel beschermen?

Meer ga ik hier niet zeggen zonder de plot weg te geven, maar waar Lymond in het eerste boek bijzonder koud, hard en bij momenten onsympathiek overkomt, laat de auteur hem hier al vaker zijn menselijke kantjes blootgeven. Pas op, hij blijft mensen gebruiken zoals het hem uitkomt, ruïneert levens, springt achteloos om met gevoelens, maar deze keer weet je als lezer dat hij zich daar maar al te goed van bewust is, maar oordeelt dat zijn principes en doelen belangrijker zijn dan emoties.

Je krijgt dan ook vaak intense discussies tussen Lymond en zijn vrienden, waarin zij hem uiteindelijk ook bevestigen: “You did the right thing”. Al is ‘vrienden’ misschien wel een groot woord: Lymond laat zich vooral bewonderen, laat mensen verliefd worden op hem, laat hen zich opofferen voor hem, maar houdt zelf altijd afstand en geeft zich emotioneel niet bloot. Hij is en blijft alleen, een welbewuste zij het eenzame keuze.

Dunnet heeft het aantal citaten gevoelig teruggeschroefd, al blijft het leuk om dingen te herkennen. Zo vraagt iemand spottend over Lymond of hij, stomdronken, eigenlijk nog wel leeft, waarop de ander antwoordt: “Vivit et est vitae nescius ipse suae”, een citaatje uit Ovidius Tristia I 3, iets wat ik met mijn leerlingen lees.
Deze keer komt er ook een vleug Gaelic bij, maar het meeste kan je echt wel uit de context afleiden.

Een boek, niet voor de snelle, oppervlakkige lezers, maar voor wie wel graag eens een kluifje heeft. Schitterend qua intrige, ingebed in historische realiteit, met ongelofelijk veel spanning – ik heb vannacht doorgelezen tot half drie – en een stevige portie psychologie. En, jawel, de nodige slapstick bij momenten.

Valt het op dat ik dit boek graag gelezen heb?

Bos ’t Ename

Vakantie en dus tijd voor geocaching. Véronique is gelukkig dezelfde mening toegedaan, afspreken was dus vrij makkelijk. Het weer is ander paar mouwen deze ‘kerstvakantie’, maar voor vandaag zag het er redelijk uit, en dus trokken we erop uit.

Ik had een fijn rondje gevonden in Ename, een kwartiertje van Ronse, in een bos, natuurgebied, Scheldevallei en uiteindelijk ook de abdij van Ename. Tegen twee uur bevonden we ons op een redelijk onverwachte parking middenin een woonwijk en, jawel, in de zon.

We kletsten, zochten geocaches, kletsten nog meer, aten een koekje op een zalig bankje, tetterden nog wat, namen foto’s, en vonden uiteindelijk ook de bonus.

En toen vonden we dat we eigenlijk ook nog wel even naar de abdij konden gaan kijken: een aparte losse cache én een labcaches van vijf stadia en een bonus. De parking daarvan is totaal niet aangeduid, maar bon, met wat moeite bevonden we ons toch aan de grondvesten van de abdij en het Provinciaal Archeologisch Museum.

Véro had een thermosfles hete kersenthee mee en cakejes, en daar op een bankje, in de zon, met een snelle mokke, beaamden we beiden dat het leven bij momenten nog zo slecht niet is.

Enfin, zeer, zeer aangename middag gehad. Voor herhaling vatbaar, dus.

Scrapbooking

Merel was al een tijdje aan het knutselen geslagen met kaartjes en zo, en ze kwam me een pagina tonen die ze gemaakt had als vakantie-agenda, zo heel netjes overzichtelijk met kleuren en vakjes.

Meteen introduceerde ik haar in het concept scrapbooking en kreeg ze mijn bullet journal, iets wat ik een aantal jaren geleden gekregen had van Bart in de hoop mijn chaotische geest een beetje meer onder controle te krijgen, maar wat aan geen kanten werkt voor mij, integendeel, ik word er zenuwachtig van.

Er staan allerlei voorbeelden in van leuke kadertjes, titels, grafiekjes, en de blaadjes zelf hebben heel lichte puntjes zodat je perfect rechte lijnen kan trekken en dergelijke. Merel was meteen door het dolle heen: ze zag het helemaal zitten!

Ze ging meteen aan de slag en maakte al een paar pagina’s met het materiaal dat ze had. Woensdag reden we dan ook even tot aan de Action om er extra materiaal te halen, zoals stickertjes en vooral heel veel soorten washi tape.

Helaas doen we nu echt vrijwel niks, zodat er ook niks te scrapbooken valt, zoals bv de impressie en het toegangsticketje van een museum of zo. Ze maakt dan maar moodboards, zoals je hierboven kan zien. Eentje voor pasen, eentje in grijstinten, eentje voor een zeemeermin en een zomerimpressie.

En toen zat ze zonder inspiratie en deed ik haar een kort nonsensgedichtje aan de hand, en ging ze nog voor de herfst en de liefde ook.

Intussen is er weer papier voor zo’n heel klein fotoprintertje dat je rechtstreeks op je telefoon aansluit en kan ze ook daarmee aan de slag.

Ik heb echt wel het gevoel dat ons dochter een nieuwe hobby heeft ^^

 

Tochtje door Ronse

Het zijn geen Pasens meer zoals vroeger, zoveel is duidelijk. Vorig jaar “vierden” we nog Pasen achter de computer met Barts ma en broer, en mijn pa bleef braafjes en veilig thuis.

Andere jaren gingen we altijd, op Pasen zelf of op paasmaandag als het op zondag de Ronde was, naar Ronse bij Nelly, die dan een uitgebreide koude schotel of zo voorzag.

Helaas, ook dit jaar werd het eerder iets in mineur: we mogen Nelly maar bezoeken met twee extra bezoekers – Bart is haar knuffelcontact – en die moeten duidelijk boven de 12 zijn. Merel was geen optie, Kobe eigenlijk blijkbaar ook niet, en Wolf was de vorige keer rond nieuwjaar niet mee geweest, de keuze was dus snel gemaakt. Bart, Wolf en ik reden dus vandaag richting Ronse om eerst een kwartiertje te kletsen in de babbelbox. Daarna moest Bart nog een aantal dingen regelen voor zijn moeder, waardoor Wolf en ik een dik uur hadden om in Ronse wat caches te zoeken.

We gingen eerst nog eens op zoek naar de cache die aan een weefmachine zit, maar net zoals in 2016 moesten we het na een kwartier zoeken toch opgeven. Hmpf. Rotding.
Enfin, we deden een letterboxmulti, zagen dat de virtual die we gepland hadden, eigenlijk een hele wandeling was, en deden toen voor het eerst een labcache. Dat is een aparte app, eigenlijk, maar ongelofelijk leuk! Je krijgt een beginpunt en pas als je daar effectief op tien meter afstand bent, opent de app een uitleg en moet je een vraag beantwoorden. Heel vaak gaan labcaches dus om historische uitleg en dergelijke. Als je vraag 1 hebt beantwoord, krijg je toegang tot de tweede locatie, maar ook daar moet je effectief naartoe als je de vraag wil krijgen. Per opgeloste vraag krijg je trouwens een extra op je teller van gevonden caches. Zo gaat het snel, natuurlijk. En blijkbaar hebben de meeste labcaches ook een bonus, een effectief verstopt potje waarvan je de coördinaten maar krijgt als je de volledige labcacheronde hebt opgelost.

Wolf en ik hadden op dat moment niet zo heel veel tijd meer, zodat we de labcache in Ronse met de auto deden: ik reed tot aan de locatie, en van zodra ik de vraag kreeg, sprong Wolf uit de auto om het antwoord te zoeken.

Yup, dat was best wel amusant! Ik ga dat vaker doen, zo’n labcaches.

We pikten Bart om half vijf weer op, reden nog even langs nonkel Staf, en waren op het eind van de middag weer thuis.

Toch jammer dat het zo ver rijden is, he…

De Relieken part 3

Eergisteren was ik al een eind rond Deinze gaan fietsen voor de geocachingreeks De Relieken, vandaag breide ik daar nog een vervolg aan. Dat prachtige weer kan je nu eenmaal niet verloren laten gaan, toch?

Intussen had ik de raadsels die ik nog miste, kunnen oplossen dankzij medecacher Bergloper, en parkeerde ik opnieuw aan de kerk van Poesele. Vol goeie moed – het was alweer na drieën – stapte ik de fiets op, en meteen ook weer af: de ketting lag eraf! Op zich totaal geen probleem – ik kan een ketting met behulp van twee stylo’s of stokjes weer opleggen zonder mijn handen vuil te maken – ware het niet dat mijn ketting volledig in een plastieken omhulsel zit. En dat die kettingbeschermer stevig vastgevezen zat met inbusvijzen. Grr.

Ik keek rond en spotte wat verderop een camionette van een schilder/behanger. Ik daarnaar toe, want de garage stond open en de man in kwestie was effectief aan het behangen. De dame des huizes vertrok net richting kine en kon me niet helpen, maar hij had wel een alaambak bij. Helpen kon hij niet, want al behangend kon hij zich echt niet permitteren zijn handen vuil te maken. Begrijpelijk. Maar ik mocht dus wel het juiste sleuteltje uit zijn werkbak vissen, en ik toog aan het werk. Gene zever: het heeft zeker tien minuten geduurd voor ik die rotbeschermer los kreeg. De ketting zelf lag er op twee seconden weer op, dat wel. Maar die beschermbak terug op zijn plaats krijgen duurde nog eens tien minuten en mijn handen waren pottezwart. Ugh. Gelukkig kon de behanger me wel een vod geven, waarmee ik het ergste van mijn handen kon krijgen. Me binnenlaten kon hij uiteraard niet, zeker zonder de aanwezigheid van de eigenaars. Maar bon, iets over half vier kon ik alsnog op de fiets stappen, iets minder fluitgeneigd dan daarvoor.

Ik fietste doorheen de velden, stapte elke 200 meter af om een cache te zoeken en gelukkig ook te vinden, fietste verder, genoot van het mooie weer, fietste vooral ook langs de vaart, merkte dat die wind toch wel stevig was en dat het uiteindelijk toch wel meer dan frisjes begon te worden, en was blij dat ik tegen zessen terug aan de auto was. Opnieuw heerlijk uitgewaaid, heerlijk ontspannen, en blij dat ik van dat laatste goede weer had genoten.

Van fietsen en andere rommel

Merel is nooit een held geweest in fietsen. Correctie, ze kàn fietsen, maar ze durft gewoon niet. Allez ja, toch tot voor kort. Want ze is veel veranderd de laatste tijd – ik knik richting psycholoog – en heeft veel meer zelfvertrouwen gekregen.

De voorbije dagen heeft ze doorgebracht in het stralende weer bij haar vriendinnetjes in de Lange Velden, met de fiets. Ik ben maandag nog met haar meegereden, heen en terug, net zoals vorige woensdag, en zag dat ze dat prima deed. Op het enige plekje waar ze zich niet zeker voelt, heb ik haar geleerd dat ze beter gewoon afstapt, te voet oversteekt, en dan verder fietst.

Gisteren is ze alleen gegaan, met een heel bang hartje, maar ze heeft dat fantastisch gedaan.

Vandaag wilde ik met haar eerst tot aan de bibliotheek fietsen en daarna helemaal tot in Mariakerke, naar de Action. Ze heeft namelijk een nieuwe hobby, scrapbooken – later daarover meer- en kon dus wat extra knutselspullen gebruiken.

Alles ging prima tot we ongeveer ter hoogte van de Delhaize waren, op een ambetant, druk stuk zonder fietspaden, en toen sloeg ze plots in paniek. Ik was een tiental meter achter haar – vergeet eens uw elektrische fiets aan te zetten, dan geraakt ge geen meter vooruit – en ze was me kwijt. Enfin, een beetje verder gereden, zij al huilend, en dan had ze kramp in haar rechtervoet toen we iets of wat voorbij de Groenestaakstraat waren. Ik probeerde haar te troosten en vroeg haar om nog een klein beetje verder te rijden, zodat we op een bankje konden zitten aan het dienstencentrum. Koppig als haar moeder ging ze dan maar meteen ook de brug over en hadden we een kwartiertje – ook de Action is op afspraak – op een bankje aan ’t veld. En toen kwam het er plots allemaal uit: dat ze zelf naar Lieze was gefietst, maar dat er in het klein straatje een eikel haar omver had getoeterd en had geroepen naar haar, en dat ze helemaal haar kluts was kwijt geweest. Yup. Omdat een klootzak in een ministraatje geen tien seconden langer kan wachten – het straatje is misschien vijftig meter lang – en een meisje van tien op een kleurige fiets per se moet voorbijsteken. Ik wens hem veel jeuk en korte armpjes.

Bon, toen kalmeerde ze helemaal, gingen we vrolijk een ganse bak knutseldinges kopen en fietste ze vrolijk – jawel! – met mij terug via de Lange Velden, langs autoluwe en autovrije straten.

Ze was moe van die tien kilometer, haar poep deed pijn van het zadel, maar eigenlijk heeft ze dat fantastisch gedaan, die dochter van mij. En ja, ik weet dat veel kinderen op hun tiende veel verder fietsen, maar dan hebben ze niet die ongelofelijke onzekerheid van de mijne, en fietsen de ouders wellicht ook zelf meer.

En morgen? Morgen gaat ze wellicht weer op haar eentje naar Lieze of Julie. En steekt ze een denkbeeldige middelvinger op naar idioten in kleine straatjes.