Lectuur: “The Ringed Castle” (Lymond Chronicles #5) van Dorothy Dunnet

Van boek 3 uit deze reeks was ik helemaal ondersteboven: wow! Lag het nu daaraan dat mijn verwachtingen extreem hoog gespannen bleven?

Deze ‘Ringed Castle’ vond ik net iets minder goed dan de vorige, al blijft de hele reeks wel op een onvoorstelbare hoogte staan.

(Let op, lichte spoilers!)

Lymond is weggeraakt uit Turkije, maar waar de rest van zijn gezelschap terugkeert naar Europa, gaat hij meteen richting Rusland. Dat is een onontgonnen terrein voor iemand met zijn capaciteiten en zo hoeft hij ook zijn familie niet onder ogen te komen.

In Rusland slaagt hij erin, met een aantal van zijn officieren uit St. Mary’s, zich op te werken tot de absolute generaal van de Russische strijdmachten, de Voevoda Bolshoia. Zoiets kan je niet zonder de nodige genadeloosheid, gewetenloosheid en keihard optreden, en Lymond wordt van zijn hardste kant geportretteerd. Hij kan ook moeilijk anders, in een land dat geregeerd wordt door een zeer onvoorspelbare tsaar en waarin de hele mentaliteit grondig verschilt van de Europese. Gelukkig is er Güzel, zijn Turkse maîtresse die hem een soort thuishaven aanbiedt en die het hele Russische avontuur voor hem geregeld heeft. Hier en daar wordt pijnlijk duidelijk dat hij wel degelijk nog een menselijke kant heeft.

Lymond heeft dan ook geen enkele ambitie om terug te keren naar Schotland of Frankrijk, laat staan Engeland, ook al wordt een groot deel van het verhaal gespendeerd aan de Muskovy Company, de Engelse handelsorganisatie die een permanente handelsroute wil oprichten tussen Engeland en Moskou. En dan vindt de tsaar dat Lymond zijn handelsbelangen in eigen persoon moet verdedigen in Engeland. Dik tegen zijn zin aanvaardt Lymond die commissie – hij kan moeilijk weigeren – en dan loopt het grondig, maar echt grondig mis.

Dunnet schetst een prachtig Moskou met alweer enkele bijzonder spannende scènes – die slederace! – en knap uitgewerkte personages, maar toch… Het verslavende van Pawn in Frankincense is net is minder. Er komt ook een pak meer politiek aan te pas en lange discussies.  Nog steeds is Lymond zelf geen point of view maar blijven we hem en de hele situatie zien door de ogen van zijn medestanders.

Ook Lymonds personage wordt iets meer gedefinieerd, zeker door het aangaan en het daaropvolgende verlies van bepaalde vriendschappen, de band met zijn familie…

Nog steeds ongelofelijk het lezen waard, maar in vergelijking met de vorige wat mij betreft toch net iets minder.

Tuinkist

Wolf was vrij categoriek vorige week, toen de kinderen samen de garage en het tuinhuis aanpakten: de tuinkussens moesten een andere plaats krijgen, bij voorkeur in een kist in de tuin.

Ik gaf hem geen ongelijk: momenteel liggen ze in de garage, en liggen ze in de weg als ik met mijn fiets moet passeren. Maar vooral: het is een ongelofelijk gedoe om ze binnen en buiten te leggen, en ik kan het zelf niet, ik moet telkens een beroep doen op de huisgenoten.

Gisteren sommeerde ik Kobe om mee een kist te halen in de Brico, of om op zijn minst toch eens te gaan kijken. Jawel, een exemplaar dat nét groot genoeg was, kon onze goedkeuring wegdragen en werd dan ook prompt door Kobe en een zeer bereidwillige medewerker van de Brico zelf weggedragen naar de auto. 130 euro armer en een half uurtje gepuzzel van Kobe later, stond er een kist te pronken in de tuin. De kussens kunnen er nét in, want we hadden de buitenafmetingen gerekend en niet gezien dat er binnenin een boord was van 5 cm rondom. Ach ja, het lukt.

En toen zag Merel de kist, gevuld met zalige zachte kussens, op een lekker warm plekje, en heeft ze ze meteen, zoals een heuse kat betaamt, geadopteerd als chill plekje. Als in: je gooit er een van de kussens uit, neemt je gsm mee, en installeert je in de kist met het deksel half dicht. Warm, zacht, afgezonderd en perfect van grootte.

Ik was haar meteen een uurtje kwijt, jawel.

Maar ik moet het toegeven: ’t is wel een gemak, die kist.

Haven 7.5: Baken

Het zijn barre tijden voor het larpen, tegenwoordig, zoals voor zovele dingen. Maar larpen, dat kan je op quasi geen enkele manier coronaproof uitvoeren. Ik bedoel maar: op de grote evenementen zijn er ongeveer 150 mensen op een relatief kleine oppervlakte die samen in een herberg zitten, in grote slaapzalen slapen – van die scoutsdingen met stapelbedden per twee naast elkaar – eten in grote eetzalen en op tijd en stond stevig met elkaar op de – latex – vuist gaan, close combat en vaak full contact. En dat vermijden, tsja, dan heb je geen larp meer.

Larpen is dus al meer dan een jaar – wat zeg ik, anderhalf jaar – geschrapt, en het ziet er niet naar uit dat het binnenkort weer zal mogen. Meh.

In december was er nog een online Aether, deze keer ging het om een heuse Haven. Jawel, compleet met volledige setting, figuranten, en zes verhalen waarin je telkens met zes spelers een probleem moest zien op te lossen, eigenlijk zoals je op een evenement een missie gaat doen met een groep van zes.

Ik had gekozen voor het onderzoeken van een ruîne van een vorige beschaving, iets waarin ik intussen een beetje een expert ben geworden en zowat de enige, naast mijn medevossen, die de taal kan begrijpen.

Ik heb eigenlijk een zeer amusante avond gehad, en het leuke is dat je dingen kan doen die je in het echt niet kan waarmaken, zoals bijvoorbeeld aangevallen worden door een honderdtal kurkdroge mummies, en die dan in brand steken. En dan er eentje van die brandend op mijn staf spietsen en daarmee een mumakil doen, zijnde van links naar rechts zwieren – die dingen wegen niks – en er de rest mee omverkegelen en in brand steken.

Na het avontuur zijn we nog aan een virtueel kampvuur beland, met toch wel nog wat spelers, en zijn we zoals in het echt tot vier uur blijven kletsen. Net echt.

Yup.

Ik miste de koude voeten, de rook van het vuur in mijn kleren, en de doorgegeven fles mede – dat laatste komt nu ook wellicht nooit meer terug – maar verder was het wel right in them feels.

Ik mis het larpen zo keihard, maat…

Nieuw geocachevriendje?

Telkens wanneer een van je eigen caches gelogd wordt – gevonden of niet gevonden – krijg je als eigenaar een mailtje. Ik lees die meestal cursorisch, maar de “niet gevonden” logjes bekijk ik wel grondiger, al was het maar om er zeker van te zijn dat die al dan niet weg zou zijn.
Nu kreeg ik vandaag dus een bericht van een mij onbekende cacher dat ze de multi aan de kerk van Wondelgem – een oude cache die ik niet gelegd heb, maar wel overgenomen heb van de originele legger die inmiddels verhuisd is – niet had gevonden. Ze had de juiste coördinaten berekend, maar op ground zero had ze niks gevonden. Ik stuurde een berichtje terug met de vraag of ze er nog was, want dat is minder dan een kilometer van mijn deur, en anders kwam ik rap eens kijken.
Ze antwoordde dat ze vlakbij woonde, dat ze nu aan het koken was, maar dat ze sebiet wel even tot aan den Dries wilde komen. Enfin, een dik kwartier later stonden we beiden aan de cachelocatie om vast te stellen dat hij effectief pootjes had gekregen. Ik had een nieuw potje mee, liet haar tekenen en stopte het weg.
En toen fietste ik nog met haar mee tot aan haar deur en bleven we, welja, twee uur staan kletsen.
Ik denk dat ik iemand gevonden heb om in de buurt mee te gaan cachen, zo af en toe. Wijs mens. Een pak jonger dan ik, dat wel, maar een hele vlotte.
Yupyup.

Gerickrolled

Jawel, het bestaat nog steeds: rickrollen.

Wikipedia zegt: “Rickroll is een internetmeme, die ontstaan is in 2007.

Rickrollen gebeurt door een ander een link te geven en de indruk te wekken dat daar iets interessants te vinden is. Maar in werkelijkheid leidt de link naar de muziekvideo Never Gonna Give You Up van Rick Astley. De grap begon in 2007, toen mensen die op het internetforum 4chan op een link naar een trailer van Grand Theft Auto IV klikten doorgelinkt werden naar de video van Rick Astley op YouTube.”

Vorig jaar tijdens de lockdown probeerden mijn leerlingen me af en toe te rickrollen, maar dat is ze eigenlijk nooit gelukt.

Nu, deze week komt Kobe met zijn fagot bij mij: “Mama, mama, luister eens? Ik kan iets dat je wijs gaat vinden.”

Vol goeie wil, zoals een goede moeder betaamt, zeg ik: “Ja liefje? Laat maar horen?”

Waarop mijn allerliefste engeltje met een grote grijns – voor zover je kan grijnzen met een fagotboccaal in je mond – “Never gonna give you up” begint te spelen.

Gerickrolled in mijn eigen badkamer op fagot. Dat kan dus blijkbaar ook.

Zucht.

Lectuur: “Pawn in Frankincense” (The Lymond Chronicles #4) van Dorothy Dunnet

Holy. Fuck.

Ik weet het, ik val in herhaling, maar die boeken van Dorothy Dunnet worden alleen maar beter. Ik heb net boek vier uit, en ik ben gewoon van mijn sokken geblazen. Wat een rollercoaster!

Of zoals Bart zei: “Ge hebt precies gewoon stress door die boeken, of wa?” Eigenlijk wel. Ze zijn bij momenten zo ongelofelijk spannend dat het bijna pijn doet.

Boek vier gaat naadloos verder waar boek drie eindigde – minor spoiler alert – met dezelfde grote vijand en dezelfde genadeloze race tegen de tijd. Alleen speelt alles zich hier nu af in de Oosterse wereld, voor een groot stuk zelfs in Constantinopel met een bijzonder hoge invloed van de islam. De citaten komen dan ook voor een groot stuk uit de Koran, maar zijn sinds het eerste boek een pak geminderd. Opnieuw moet Francis Crawford of Lymond and Sevigny al zijn intelligentie aanboren, samen met de fysieke paraatheid van een afgetrainde twintiger, om de situatie het hoofd te bieden.

Ook hier wordt stevig wat gesneuveld, kreeg ik zelfs tranen in de ogen – dat schaakspel! Maar man, dat schaakspel! – en wordt Lymond niet gespaard. Wordt hij sympathieker? Hmmm, niet echt, denk ik. Maar hij wordt wel menselijker en menselijker, met meer twijfels en problemen, en je begint langzamerhand inzicht te krijgen in zijn psyche.

Want dat is me pas nu opgevallen: het verhaal wordt altijd door de ogen van iemand anders gezien, je ziet het nooit vanuit Lymonds standpunt. Vaak is dat het standpunt van Jerott Blyth, zijn trouwe… aanhanger? Vriend? Volgeling? Voor mij is dat een van de sympathiekste personages en het was fijn om zijn gedachten en twijfels te kunnen volgen.

Wie deze keer ook een grote rol speelt, is de jonge Philippa die al in de vorige boeken opduikt maar nu veel meer op de voorgrond treedt en een stevig stuk van de plot op zich neemt. Het is mooi om haar te zien ontwikkelen tot een uitgediept personage dat toch trouw blijft aan de initiële karaktertekening.

En die plot, man, die plot… Het is onwaarschijnlijk hoe Dunnet die plot kan blijven balanceren tussen razend spannend, ongelofelijk poëtisch en soms pure slapstick. Tegelijk moet je er echt je gedachten blijven bij houden, want het zit bij momenten bijzonder ingewikkeld in elkaar. Soms gaat ze ook met opzet heel traag: op bijvoorbeeld een van de spannender momenten, wanneer het gezelschap het Seraglio betreedt, krijg je uitgebreide beschrijvingen van de omgeving, net om het wat langer te laten duren en dus de spanning op te drijven.  En telkens als je denkt dat ze toch ergens een steekje heeft laten vallen, dat er ergens een los eindje overblijft, blijkt dat later toch weer opgeraapt en vastgeknoopt te worden.

Ik weet nu waar Martin de inspiratie van zijn Game of Thrones heeft gehaald, zij het minder briljant. Dit overtreft gans GoT mijlenver, alleen al omdat het zich in een historische wereld afspeelt en dus geen nood heeft aan fantastische of magische elementen om het spannend te houden.

Ik weet dat ik vaak lovend ben over boeken, maar ik blijk alleen maar betere en betere te lezen. En zeggen dat ik bij boek 1 van deze reeks 200 bladzijden nodig heb gehad om over mijn twijfel heen te geraken. Zucht.

Labcaches in Gent

De hele vakantie hebben we eigenlijk niks samen gedaan: ofwel was het weer niet oké, ofwel hadden ze geen goesting, ofwel waren ze ergens anders naartoe. En dat laatste geldt dan voor Wolf en Merel, want Kobe woont achter zijn computer als een hibernerende holenbeer.

Maar bon, vandaag kreeg ik Merel toch mee richting ’t stad, op voorwaarde dat we met de auto zouden gaan: fietsen én wandelen, dat zou er te veel aan zijn.

Bon, geocaching.com heeft iets nieuws, zijnde labcaches: je gaat naar een aangeduide locatie, en zodra je dichter dan tien meter bent, krijg je een vraag. Wanneer je die kan beantwoorden, heb je een ‘cache’ en krijg je extra uitleg. In veel gevallen is dat een stuk van een coördinaat om dan een fysieke bonus te berekenen. Wolf en ik hadden onze eerste in Ronse gedaan, en toen had ik gezien dat er ook twee van die labcaches in Gent lagen. Merel en ik dus geparkeerd aan ’t Prinsenhof om daar de eerste van de twee labcaches te beginnen, die ons naar De Gekroonde Hoofden voerde, Jacob Van Artevelde, Willem aan de Reep en tenslotte Lieven Bauwens. Best aangenaam, al was het vrij koud.

Maar toen waren we allebei moe en wilden we terugkeren. Bleken de tussenpunten van de tweede labcache toch wel op onze route terug naar de auto te liggen zeker? We hebben die dan ook maar meegenomen: de kathedraal, ’t belfort, ’t Schippershuis, de Groentemarkt en ’t Veerleplein. Allez hup! En tussendoor, na de warme wafel, ook nog een ijsje in mijn dochter gestopt, want die kan echt serieus hangry zijn. Oh, en een nieuwe T-shirt voor haar waarvoor ze gewoon liep te dansen.
Alleen de bonussen hebben we niet meer gezocht: die lagen vrij ver en Merel moest intussen nogal dringend naar ’t toilet. Kan gebeuren.

Wij dus naar huis na een echt fijne middag. Mijn dochter en ik, dat klikt wel, ja.

Namiddagje Gwen

Wanneer Gwen me een berichtje stuurt met de vraag of we geen zin hebben om koffie te komen drinken op haar terras, dan twijfel ik daar geen minuut over!

Merel maakte nog een luiewijvenvlaai, ik deed nog snel boodschappen voor Marleen, en kwart voor vier zat ik bij Gwen buiten op haar terras. Het blijft vreemd, elkaar zo geen deftige begroeting te kunnen geven of niet binnen te lopen in huis, maar dit deed op zich ook al gigantisch veel deugd.

We dronken thee, aten vlaai, de meisjes speelden vooral op de trampoline en Gwen en ik kletsten eindelijk nog eens bij. En nee, we hebben het niet gehad over Latijn, Grieks en onderwijsvernieuwing, echt niet. Wel hebben we over zowat alle andere onderwerpen nog eens bijgepraat: ouders, broers, gezondheid, kinders, scholen, vakanties, enfin ja, ge snapt het wel.

Ik vond het eigenlijk doodjammer dat we om zes uur weg moesten, maar ik had met mijn broer om zeven uur afgesproken in Zomergem en ik wilde die niet in de steek laten.

Echt, ik ben zo ongelofelijk blij dat we tenminste buiten nog kunnen afspreken. Ik ben geen sociaal mens van nature, maar zo af en toe eens iemand zien, dat doet toch deugd.