Geocaching in Moerbeke, deel twee

Gisteren was Wolf er niet – die is die ochtend voor tien dagen op scoutskamp vertrokken – en Kobe zit ook nog altijd op GEJOkamp, maar Merel en ik waren er wel, en we kregen in de namiddag het lieftallige gezelschap van Véronique, Léonore en Sophia, de dochter van Véroniques vriend. Ook Sophia heeft vorig jaar met ons gegeocached en was daar bijzonder enthousiast over.

Met vijf vrouwen in de wagen reden we opnieuw naar Moerbeke om er de drie overgebleven caches van vorige week en de bonus daarvan te zoeken. In het passeren hadden we nog een aantal losse caches mee. En het cafeetje met gezellig terras dat de vorige keer gesloten was, was nu wel open. Véronique trakteerde ons prompt op een drankje en een pannenkoek of wafel. Heerlijk.

Daarna sloegen we een ganse reeks caches over om Rondje Terwest te lopen, eentje van drie kilometer en zes caches. Euh, we deden er wel twee uur over omdat we gigantisch lang staan zoeken hebben bij eentje, en we waren het eigenlijk moe, maar bon, we hebben ze wel allemaal gevonden!

En langs de weg naar huis zagen we toch wel het vreemdste van de dag:

Geen idee hoe of wat. Bizar.

Fijne dag met vrouwen onder elkaar. Hehe.

Omdat ik van je hou.

Drieëntwintig jaar geleden nam jij me in je armen, en dansten we met gesloten ogen op deze muziek op de dansvloer, helemaal alleen, terwijl er vlot 200 man stond te kijken.
Maar dat, mijn lief, kon me niet deren. Want jij, jij bent nog steeds mijn alles. Omdat ik van je hou.

Voor mijn oud-leerlingen…

Elk jaar opnieuw sta ik met verwonderde blik te kijken naar onze leerlingen die afzwaaien.  Prachtige jongvolwassenen, de ene al wat volwassener dan de andere, die met een grote glimlach onze school de rug toekeren.

Ik weet dat ze nog vaak aan ons terug zullen denken en ons zelfs nog zullen missen, maar voor hen is het een deur die ze achter zich dichttrekken.

Wij, de leraars, wij kijken van op onze stoeltjes toe, wij glimlachen en zien dat het goed is. We denken terug aan die kleintjes die zes – voor sommigen zeven – jaar geleden hier aarzelend en verlegen binnenkwamen en zich onzeker een weg moesten zoeken doorheen het gebouw en het schoolleven.

En nu, nu blaken ze allemaal van zelfvertrouwen, zien ze er stralend uit, en voelen ze zich als een vis in het water.

Over een paar maanden zullen ze aarzelend, ietwat verlegen en vooral onzeker zich opnieuw een weg moeten zoeken door een nieuw gebouw, een nieuw schoolleven. Maar wat zijn ze veranderd die afgelopen zes jaar! Wat een bagage hebben ze meegekregen, wat een andere manier om in het leven te staan!

Wij, wij blijven achter. Dat is wat we doen. We krijgen hen binnen, we vormen hen, leren hen leven, en geven hen door, terug de wijde wereld in. En elke keer weer doet dat een beetje pijn. Geloof me, vraag het aan elke leraar, en die zal dat bevestigen. Want we zien hen graag. Elk op zijn eigen manier. Wanneer je hen dan moet afgeven, dan doet dat iets met je.  Elk jaar opnieuw is dat een afscheid.

Maar we laten hen met alle liefde, met heel ons hart weer los. Vergeten doen we niet, en dat is niet erg. Want we weten dat het goed komt, met die jonge gasten.

Het ga jullie goed, lieverds. En denk nog eens aan ons, wil je?

Introductie Antwerpen

Eind mei, na het concert van Anouk, had Philip vastgesteld dat ik écht wel geen bal kende van Antwerpen, als ik zelfs bij het zien van de voetgangerstunnel verbaasd uit de lucht viel. Ja, ik wist dat die bestond, nee, ik had die nog nooit gezien. En ik wist al helemaal niet dat dat ding zo’n megaliften had.

We spraken toen af dat hij me vandaag een rondleiding voor beginners zou geven in Antwerpen. Ik had meteen voorgesteld om de fiets mee te brengen, want dan kan je veel meer zien. Hij had dan ook minutieus alles voorbereid, een hele route uitgestippeld en me vooral de architecturale parels laten zien, zoals ik aangegeven had.

Het begon al goed: ik vond de park&ride niet van Linkeroever. Tsja, op een bepaald moment staat die niet meer aangegeven en mijn gps stuurde me de andere richting uit. Maar bon, kwart over tien stapten we beiden op de fiets om te beginnen met de nieuwbouwwijk naast de Blancefloerlaan met de namen van de opvarenden van de Belgica. Al meanderend kwamen we uit aan het Galgeweel, waarvan het me verwonderde dat het eigenlijk zo dicht bij Antwerpen centrum (of dorp) ligt. En daar zochten we, jawel, een geocache! Philip had het vroeger ooit al wel eens gedaan en wist dat ik een fervent cacher ben, en dus had hij meteen ook een aantal caches in de route opgenomen. Maar hoe lief, hoe de max is dat zeg!

We fietsten verder langs Linkeroever, namen de fietserstunnel naast de Kennedytunnel – zot jong, nooit geweten dat daar nog een extra tunnel lag! – en hadden daarna het meest indrukwekkende zicht op Antwerpen over de Schelde heen. Jong, een gids als Philip die alle plekjes weet zijn én er dan ook nog stapels weetjes over kan vertellen: onbetaalbaar! Zeker als ge ondertussen ook nog dik onnozel doet, de hele tijd zit te lachen en u de max amuseert.

We fietsten langs de nieuw aangelegde kaaien ’t stad binnen, en hij liet me allerhande mooie gebouwen en pleintjes zien, waaronder uiteraard het standbeeld van Nello en Patrache van aangetrouwde familie Batist Vermeulen (hij is getrouwd met de zus van mijn schoonzusje, getrouwd met mijn jongste broer).

De kathedraal staat deels in de steigers, maar er stond wel een knap gedicht op de omheining.

De Vlaeykensgang was nog zoiets waar ik nog nooit van gehoord had, behalve dan het restaurant natuurlijk.

En toen dachten we er plots aan dat we misschien wel Lorre in zijn nekvel konden stekken voor een lunchke. Hij had al gegeten, maar zag het volledig zitten om mee een terrasje te doen. We liepen eerst tot aan de Stadsfeestzaal, maar behalve heel mooi was het er ook drukkend warm, zodat we toch maar terugkeerden naar de Graanmarkt en er iets aten in de Wasbar.

Intussen had ik vastgesteld dat ik mijn cachelogboek blijkbaar vergeten was op een elektriciteitskot aan het Galgeweel, waarop we Philips nauwkeurige planning door elkaar gooiden en opnieuw naar Linkeroever reden, deze keer via de roltrap van de voetgangerstunnel. Knap!

Helaas, geen cacheboek meer te bespeuren. Ik heb grondig gevloekt en ik hoop maar dat iemand het meegenomen heeft en me contacteert, mijn gegevens staan erin.
We staken opnieuw de Schelde over via de fietserstunnel en reden terug de stad in voor meer mooie gebouwen en uitzichten, inclusief het Steen, het oudste houten gebouw van Antwerpen, de Carolus Borromeus – fijne akoestiek in de kapel – en een speciale graffito.

Toen was het tijd voor koffie, dus reden we naar Coffeelabs.

En toen ging de tocht verder, door een stukje unief, langs prachtige gebouwen, tot iets voor zessen in de brouwerij De Koninck. We dronken iets en tegen half zeven zaten we aan tafel in “The Butcher’s Son” voor een bijzonder lekkere maaltijd. Goeie keuze, Philip.

Waarom aten we nu zo vroeg? Wel, Philip had plannen met het avondlicht, en hij had groot gelijk! Eerst verloren we een dik uur op de Cogels-Osylei – die gebouwen! Die poëzie! –  iets wat ingecalculeerd was, en dan verder via Berchem naar het water, richting het Eilandje.

Daar gingen we niet naar de top van het MAS – dat kende ik al – maar gewoon de zonsondergang over het water. Machtig.

Als afsluiter gingen we nog iets drinken op de Stadswaag, fietsten toen door de voetgangerstunnel terug naar Linkeroever, pikten er nog in het donker een laatste cache op, en tegen half een zat ik in mijn auto richting Gent. Met een grote glimlach op mijn gezicht en zo’n 40 kilometer op de teller.

Philip, mocht ge het nog niet weten: ge zijt de max!

Herentals

Na lang wikken en wegen en twijfelen en aarzelen is Kobe vandaag toch nog op GEJOkamp vertrokken. Het GEJO, dat is het Groot Evergems JeugdOrkest, waar Kobe nu een jaar bij speelt in het kader van samenspel van de academie. De dirigent is de man van zijn fagotlerares en samen zijn ze de bezielers.

Eerst dacht ik dat Kobe sowieso niet meekon omwille van het scoutskamp, maar ik had de data van hem en Wolf omgewisseld. Nu,  hij argumenteerde dat hij er niemand kende, maar dat vonden Bart en ik geen punt.

Met enige overredingskracht wilde hij dan toch wel gaan, en dus bracht ik hem deze morgen naar De Brink in Herentals. Het terrein ziet er de moeite uit, en er zijn liefst 65 kinderen van gans Vlaanderen – het is niet beperkt tot de leden van het GEJO, het is een muziekkamp met individuele lessen ook – en een ganse resem muziekleraars als begeleiders.

Maar in het doorrijden hadden we gezien dat er op de E313 een zeer zwaar ongeluk was gebeurd: de autostrade volledig afgesloten, een tent – een dodelijk ongeluk dus – een ellenlange stilstaande file en alle verkeer dat er op de afrit voor Herentals af moest. Naar huis rijden ging nog een zware opgave worden, zo bleek: alles zat muurvast, ook de secundaire wegen. Hmm. Ik heb dan in de buurt van het kamp een cache of twee gezocht, vastgesteld dat het verkeer nog even erg was, en dan maar naar Herentals centrum gereden voor een lange multi van Rondje Vlaanderen.

Het werd een hele mooie wandeling doorheen een mij volslagen onbekend stadje, die me langs gebouwen maar evengoed door een bos en weiland bracht.

Thuis was Wolf aan het babysitten op Merel, Lieze en Janne, en ik had al per definitie eten voorzien in het geval van onvoorziene omstandigheden. Vooruitziend dus, want het was tegen half drie toen ik thuis was. Ik had in het centrum van Herentals wel nog iets gekocht om te knabbelen in de Hema, maar toch… En in het terugrijden had ik alsnog een goeie twintig minuten file, maar niet meer de monstervertraging van twee uur.

Een welbesteed fileleed, zou ik zo zeggen.