Lectuur: ‘Shadow Beast Shifters’ van Jaymin Eve

Euh…

Een vriendin schreef dat ze deze eigenlijk onverwacht amusant had gevonden, en dat ze de reeks ging lezen. Wat is deze reeks? Zo’n typisch verhaaltje waar ze op Tiktok en dergelijke reclame voor maken, met een alfamannetje en een vrouw – lees: meisje – die onderdanig moet zijn, en dan bedoel ik dat letterlijk, want het gaat vaak om weerwolven en dat soort onzin, en zij die tegen haar wil maar volledig volgens de traditie van de roedel zijn partner moet worden. En hij is dan uiteraard groot en knap en sterk en dominant, u kent het wel. Maar ik dacht: waarom ook niet eens proberen?

Wel, het eerste deel viel eigenlijk nog mee: zij is natuurlijk wel nog maagd, en ondanks al het gedroom van de seks komt het er niet van. Maar ze komt wel in de problemen, zou de levenspartner moeten worden van degene die ze haat, en wordt dan opgevist door Shadow Beast, zeg maar de god van de weerwolven.

In deel twee wordt ze meer en meer een evenwaardige partner voor Shadow Beast, compleet met zeer uitgebreide en expliciete seks, en een soortement plot in een andere wereld waar hij zijn troon is kwijtgeraakt en die hij niet kan terugkrijgen zonder haar, want zij blijkt uiteraard speciaal, wat niemand had verwacht, en ze wordt verliefd op hem, en …

Soit, na deel twee ben ik afgehaakt. Nope, ik lees veel fantasy en dan wil ik dat die een hoog niveau heeft, met een uitstekende wereldopbouw, een goeie plot en uitgediepte personages, en niet… dit.

Meh. Poging niet bepaald succesvol. Maar dan weten we dat dan ook weer.

Museumdagje in en rond Den Haag

Bart had een schitterend idee: waarom gingen we niet eens naar museum Voorlinden, in Wassenaar? Hmm… Dat ligt dus wel net voorbij Den Haag, op 2.5 uur rijden. Maar, zei Bart, we nemen er meteen het Kunstmuseum in Den Haag bij, en eten dan iets in het centrum zelf.

Goh ja, waarom niet? Het leek me een fijne uitstap, en dat bleek een understatement.

Nog voor acht uur zaten we al in de auto, iets over tien konden we knal voor het Kunstmuseum daar in Den Haag parkeren. Ik ben al verschillende keren met school in Den Haag geweest, maar dit ligt buiten het centrum, dit kende ik dus nog niet.

Man, het gebouw alleen al is een bezoekje waard! Het is een doolhof, dat is waar, stijl Designmuseum in Gent, een art decogebouw van de architect H.P. Berlage. “Om de gewone man het gevoel te geven dat hij een cultuurtempel betreedt, waarin hij in alle rust kennis maakt met de kunst, ontwerpt hij onder andere de lange, beglaasde pergola. Daarmee neemt hij geleidelijk afstand van het drukke straatgewoel. De rustige vijvers moeten hem voorbereiden op de aandachtige omgang met kunst. Eenmaal binnen betreedt de bezoeker de monumentale hal. Daar kan hij rechtdoor op gelijk niveau naar de ruimtes voor kunstnijverheid. De kunstvorm die het dichtst bij de gewone man staat. Of de trappen op voor de meer verheven beeldende kunst. Om museummoeheid te voorkomen, ontwerpt Berlage de museumzalen in een menselijke maat en van verschillende grootte. De doorgang tussen de zalen plaatst hij nooit recht tegenover elkaar, zodat elke ruimte evenveel aandacht krijgt. Om de bezoeker vooral te laten verdwalen in de kunst, zorgt hij dat er geen duidelijke looproute is.” 

Zoals een van de suppoosten zei, die ik aanklampte omdat ik nog maar eens verdwaald was: “Het is ook de bedoeling van de architect, mevrouw”. Euh, juist ja.

En dan de kunstwerken… Een hele reeks rond De Stijl, met uiteraard Rietveld, en dan het topstuk van het museum, de Boogie Woogie van Mondriaan. Knap om zien, perfect gekaderd ook. Maar Mondriaan was zeker niet het enige: er hangt echt veel knap werk.

Er was een onderdeel rond muziek, en boven een hele tentoonstelling rond mode allerhande, waarbij je ook zelf dingen kon aantrekken.

En dan kon je ook nog helemaal naar beneden, naar de Wonderkamers: een bont allegaartje van de meest uiteenlopende dingen, waarbij je van de ene kamer in de andere en van de ene verbazing in de andere valt. Oh, en ook dingen kunt aantrekken.

En eigenlijk doe ik het museum nog helemaal geen recht. Ik vond het de max, zeer creatief, zeer… anders, zeer aangenaam. We hebben er ook langer rondgelopen dan gedacht, en dat zegt ook wel iets, ja.

Daarop reden we alsnog naar het centrum om daar iets te eten en wat rond te lopen. Ik wilde Bart eigenlijk het Binnenhof laten zien, maar dat was helemaal afgesloten wegens verbouwingen. Meh.

En toen reden we een kwartiertje verderop, naar Wassenaar en het landgoed Voorlinden. Zoals Wikipedia het stelt: “Museum Voorlinden is een Nederlands particulier museum voor moderne en hedendaagse kunst op het Landgoed Voorlinden te Wassenaar in Zuid-Holland. De erin ondergebrachte kunstverzameling van Joop van Caldenborgh staat bekend als de Caldic Collectie, de grootste particuliere kunstcollectie in Nederland.“

Wel, euh, wow. Zonder meer wow. Het gaat grotendeels om monumentale kunst, en het museum is er duidelijk op gebouwd. Zo is er bv. het zwembad, waar je dus ook onderdoor kan lopen, zoals het is bedoeld. Of de extra trap naast een van de andere kunstwerken, zodat je het ook van bovenaf kan bekijken. Ik heb er enkele dingen gezien die ik al eerder zag en die in bruikleen waren, maar ik heb er ook zonder meer prachtige dingen gezien die ik nog niet eerder zag. Moderne kunst, dat wel, je moet er voor zijn. Het begon al quasi perfect bij het binnenkomen: een van de kleinere Maman beelden van Louise Bourgeois, waar ik zot van ben.

En toen wilde ik graag nog even uitwaaien aan het strand in Scheveningen. En uitwaaien bleek wel het juiste woord te zijn, ja: we waaiden bijna van die pier af! Die pier is trouwens voornamelijk vergane glorie, konden we merken. Op het strand lopen was geen optie, want je werd er gezandstraald. Maar we dronken er wel nog ergens een koffie met een uitgebreid dessertbord bij.

En tegen half acht waren we weer thuis, helemaal uitgewaaid en uitgekunst, maar met een prachtige dag achter de rug. Aanrader!

Waarom passiebloemen nooit in een vaas staan

Ik weet nu waarom mensen geen passiebloemen in huis zetten:  het is niet omdat die dingen maar een dag meegaan, want elke dag zijn er nieuwe, en je kan dus probleemloos aanvullen.

Ik had er netjes in een mooi vaasje gezet en was helemaal blij met het resultaat.

Iets later begon ik iets te ruiken. Had er nu een kat in huis gepist? Maar het was nog dat niet. Ik stond recht en begon te snuffelen, waarop mijn neus mij richting, jawel, de passiebloemen bracht.

Die dingen STINKEN! Ze ruiken naar oude kattenpis, gene zever. Mooi, ja, maar ge hebt er geen gedacht van hoe snel die dingen weer buiten zijn gevlogen. 

Urgh.

Lectuur: “Three hands in the fountain” (Marcus Didius Falco #9) van Lindsey Davis

Zo af en toe neem ik eentje van deze reeks ter hand: de avonturen van Marcus Didius Falco, detective in het Rome van de eerste eeuw na Christus.

Falco zit een glas wijn te drinken met zijn beste vriend, ergens op een terrasje, wanneer een werker van de gemeente een half verrotte hand uit de verstopte waterleiding haalt. Meteen gaan beide heren – die voor het eerst in duo werken – op onderzoek uit. Niet makkelijk, want de overheid wil niet dat het bekend wordt dat er lichaamsdelen in het drinkwater zitten, om opstand en chaos te voorkomen. Alleen blijkt het geen alleenstaand geval te zijn, en is er misschien wel een seriemoordenaar aan het werk die toeslaat tijdens de publieke feesten.

Echt lichte lectuur is dit niet – daarvoor zijn de boeken te lang en de plot soms te ingewikkeld – maar tegelijk is het ontspannend, vooral ook door de wrange humor die Davies hanteert. Het kinderachtige vrouwenbashen is er een beetje uit, al gebruikt ze nog graag een cliché over getrouwde mannen, ambtenaren, gemeentewerkers en zo meer.

Ik lees dit graag als iets uitgebreider tussendoortje en ik grijp er toch telkens weer naar, dus het moet zijn dat het niet slecht is.