Huiskamerkuren #87: Eva De Roovere met Eva Hautekiet

Het was blijkbaar al van in mei geleden dat ik nog eens naar de Huiskamerkuren was geraakt: soms past het niet, soms ligt het me niet, en soms ben je gewoon te laat om nog aan kaarten te geraken.

Deze editie had ik gelukkig snel zien binnenkomen, en meteen drie kaarten besteld: Merel zat naast me, en toen ik vroeg of ze meewilde, zei ze meteen ja. Niet dat we veel van De Roovere haar liedjes kenden: eigenlijk alleen Slaap lekker (Fantastig toch) en dan nog vooral uit de versie met Diggy Dex. Maar ik wist wel dat ik de rest van haar liedjes ook wel ging smaken.

Bon, wij dus richting Zomergem, en ik weet gelukkig wel dat de stoelen voor mij een haalbare kaart zijn, want de rug wil echt niet mee, al sinds donderdag. Tsja.

De Roovere stond niet alleen op het piepkleine podium: ze had Eva Hautekiet (dochter van) meegebracht als toetseniste en vocaliste, en die deed dat met verve, zij het met een bang hartje soms. De Roovere zelf was duidelijk wél in haar element: ze maakte grapjes, vond het niet erg om met zichzelf te lachen of om een nummer te hernemen als ze fout was gestart, dat soort dingen. Ze is overigens ook multi-instrumentaliste: gewone gitaar, ukulele, mondharmonica, percussie en zelfs klokkenspel, jawel. Maar vooral een loepzuivere stem die in die twintig jaar nog niks aan helderheid en timbre heeft ingeboet.

Het werd een aangename avond met mooie liedjes die vooral ook zeer goed gebracht werden.
Bedankt, Michael!

 

Begrafenis

Een groter contrast met de uitvaart van ons ma was eigenlijk niet mogelijk, en toch was het in beide gevallen 100% persoonlijk.

Ons ma is destijds gecremeerd, en het afscheid vond plaats in de grote aula van het crematorium: persoonlijke foto’s, boodschappen, muziek die ze zelf gekozen had, en na afloop een grote receptie met hapjes en drankjes, waarbij menig anekdote werd verteld en duidelijk werd wat voor een bijzonder persoon mijn ma was geweest. Haar urne staat nog steeds in Zomergem op de schouw.

Ons pa is begraven op het kerkhof in Zomergem, na een bijzonder traditionele mis in het Gregoriaans. Dat had hij ons ooit doen beloven: dat we de In Paradisum zouden zingen voor hem, in het Latijn. De kerk zat quasi vol, en ook de mis was persoonlijk: de pastoor heeft dat echt goed gedaan. Maar tijdens het Requiem van Mozart hield ik het toch niet helemaal droog, nee.

Na de dienst vertrokken we meteen naar de begrafenisondernemer voor een receptie in de stralende zon: met porto, en kaas en salami, ook zoals pa dat wilde. En ja, ook hier werd menig anekdote verteld en werd duidelijk wat voor een bijzonder persoon ons pa was geweest.

Tegen twaalf uur gingen we met wie dat wilde van de familie naar het kerkhof, achter de lijkwagen aan, ook zoals de traditie dat vereist, en zoals pa dat apprecieerde. We keken toe hoe hij ter aarde werd besteld, namen een laatste keer afscheid, en dekten hem met de zachtheid van de aarde toe.

En toen was er de maaltijd. Bijzonder klassiek, ook zoals pa dat wilde: enkel de familie – met uiteraard Martine erbij, dat moest gewoon – en met een klassieke menu, met een garnalencocktail als voorgerecht, varkenshaasje met een roomsaus, groenten en kroketjes, en als dessert aardbeien met ijs en extra veel slagroom. Die werd er overigens nog extra bij gezet, en ons pa zou het zalig gevonden hebben.

Het was goed. Het was zoals het zijn moest. En ik was dankbaar voor de aanwezigheid van mijn broers: we deden dat samen. Ook zoals ons pa dat zou gewild hebben.

Vaarwel pa. Ut requiescas in pace.

Dag pa

Dag pa

zie ons hier eens allemaal zitten. Wij hadden dit niet verwacht, en gij al zeker niet. Twee weken geleden zat ge op zondag, zoals elke zondag, nog rustig bij ons: ge hadt uw voorgerechtje binnengespeeld, met veel smaak uw hoofdgerecht, en zoals altijd hadt ge, toen Merel een koffie met een koekske voor uw neus zette, verbaasd gereageerd met een “Ah? Dank u”.

En daarna gingt ge onverdroten aan het werk om mijn berg gewassen kousen te sorteren en samen te steken. Ge deedt dat graag, want dan kondt ge u nuttig voelen, zeidt ge. En ja, ge deedt mij daar ook echt een plezier mee.

En dan hadt ge u efkes buiten gezet: de zon op uw gezicht deed deugd, zeidt ge altijd. Voor uw taartje kwaamt ge weer binnen, natuurlijk. Want eten, dat was uw lang leven, en naar die zondagen, daar keekt ge naar uit.

Toen ik u tegen vijf uur terug naar uw kamer in het woonzorgcentrum bracht en ik “tot volgende week” zei, antwoordde ge altijd: “Bij leven en bij welzijn, als God het wil”, waarop ik, steevast: “Inshallah”. En ge moest elke keer weer glimlachen daarom.

Het heeft deze keer niet mogen zijn, vader. Heel tegen mijn gewoonte in kwam ik op donderdagavond bij u, net op tijd om te zien hoe ze juist de ambulance hadden gebeld omdat ge 41 graden koorts hadt. De huisdokter dacht aan longontsteking, maar later op intensieve wisten ze te zeggen dat het griep was, maar dat ze er maar niet in slaagden u te stabiliseren. De zuurstof bereikte uw spieren en organen niet meer, pa. Het had geen zin: ze konden u niet redden zonder blijvende schade, en dat wilden we u niet aandoen.

De afgelopen jaren waren sowieso al zo zwaar geweest: de opnames met een psychose, die operatie voor darmkanker, de slokdarmproblemen, uw parkinson die er niet minder op werd… Gelukkig kwam er een plaatsje in de Vroonstalle, op een straat van mijn deur. En daar waren we allemaal gerust in: ge zat daar goed, ge kreegt uw medicatie en de nodige omkadering.

Ge waart ook helemaal anders dan vroeger, pa: vroeger waart ge wat ze noemen “ne moeilijke mens, enen met een serieus karakter”. Maar sinds ons ma er niet meer was, waart ge inschikkelijker, zachter, meegaander. Het heeft wel wat met u gedaan, ons ma verliezen, en ik snap dat. Ik mis ze ook nog altijd, ik kan me niet voorstellen hoe gij u moet gevoeld hebben. Tien jaar zonder haar, pa, ge hebt het toch maar gedaan.

Het is goed geweest, vader. Maar morgen is het zondag, en ik ga verloren lopen, dat weet ik nu al. Wie gaat er nu mijn kousen doen? Wie gaat er nu verlekkerd zitten kijken naar het eten dat Bart op tafel zet? Wie gaat er nu tegen Merel zeggen dat ze weer gegroeid is, tegen Kobe dat hij algelijk toch ne groten is, en tegen Wolf dat hij zo ne stevigen is? En dat hij zo trots is op al zijn kleinkinderen?

Waar ge ook zijt, pa, ik hoop dat het u goed gaat. Dat ge moogt zijn waar ge wilt, en dat ge daar ook bij ons ma zijt. Doe haar de groeten. Wij, wij trekken hier wel onze plan. We kunnen niet anders. Maar we missen u pa, en dat zal nog even zo blijven.

Inshallah.

Zwanen

Er zijn zo van die kleine dingetjes waarvan ik instant gelukkig word. De zon in mijn woonkamer tijdens de winter, bijvoorbeeld. Of een zeer enthousiaste vogel in de tuin. Mijn kat die tegen me aan komt liggen en zachtjes begint te spinnen.

Toen ik onlangs nog eens naar Zomergem reed, was er zo nog eentje. Toen ik ons pa nog wekelijks ging ophalen, reden we altijd vanuit de Durmstraat via de vaart naar Gent. Op dat stuk staan geen huizen: dat is een en al veld en weide, en een van die weides loopt regelmatig onder water. Sinds een paar jaar woont daar een koppel zwanen. Elke keer weer zagen we hen zitten, in de winter toch. In de zomer zochten ze andere oorden op, maar we waren er telkens blij om als we hen weer zagen verschijnen.

Nu rij ik enkel sporadisch nog naar Zomergem: om iets in ons pa zijn huis  te halen, als er iets is met zijn hoorapparaten, of als ik bij Jeroen moet zijn.

En onlangs reed ik dus nog eens langs dat stuk langs de vaart, en jawel, wie zat er als twee helderwitte vlekken in het vale wintergroen? Het koppel zwanen.

Ik werd er instant gelukkig van.

Volgende kamer in het huis van mijn ouders

Maandag waren we eraan begonnen, dinsdag was ik met ons pa en Merel ook naar Zomergem gereden: Merel en Kobe gingen verder doen, terwijl ik met ons pa naar het hoorcentrum reed om zijn hoorapparaten nog eens in orde te laten zetten. Alexander kwam ook af om naar het containerpark te rijden, en Marie-Julie kwam ook een handje toesteken.

Ik kwam dus terug met ons pa, en die wou nog even blijven, maar het deed hem gigantisch veel hartzeer: we zijn per slot van rekening zijn leven aan het afbreken en opruimen. Ik weet niet hoe ik me erbij zou voelen, maar ik weet dat ik er ook niet gelukkig van zou worden.

Alleen had ik na afloop niet het gevoel dat we veel waren opgeschoten. Meh. Gisteren kon ik me dan ook niet motiveren om nog een paar uur verder te gaan doen, ook al omdat ik me niet zo goed voelde en Bart en ik ’s avonds nog naar de Gentse Feesten moesten. Enfin, dat was het plan, want ook Bart voelde zich allesbehalve oké – hadden we iets verkeerd gegeten of zo? – en we zijn thuis gebleven.

Vandaag trokken Merel en ik opnieuw naar Zomergem en kwam ook Marie-Julie meehelpen, met heel mooi resultaat, eigenlijk.

We hebben vooral verder gedaan aan de vroegere wachtkamer van mijn ma, waar mijn pa de laatste jaren een pracht van een modeltrein had geïnstalleerd. Maar helaas, die grote tafel kon niet in één keer uit die kamer en we hebben alles moeten afbreken. Hij had de sporen vastgenageld, en ze zijn dan ook vrijwel allemaal beschadigd omdat het plastiek ook al ouder is en die spoortjes gewoon braken. Doodjammer… En ik denk dat hij in totaal zo’n 50 locomotieven en wagons heeft, allemaal van Lima, en wellicht zijn er wel een paar die behoorlijk wat waard zijn. Het zat eigenlijk heel, heel erg mooi in elkaar, met verschillende niveaus, en van die kleine houtblokjes in de bochten zodat de sporen lichtjes schuin lagen en de treinen niet uit de bocht vlogen. En heel veel wissels en seinen en een apart bedieningspaneel en al…

Nu stond er vooral ook heel veel rommel op en onder de tafel.

Ik had er dus dinsdag al aan gewerkt en had een deel van de tafel al vrijgemaakt en losgemaakt.

Vandaag, met behulp van de meisjes, werd alles afgebroken en in bakken gestoken, met mooi resultaat.

Nu is het aan de jongens om tafel en poten naar beneden te brengen, en dan kan ik de ruimte gebruiken om alle vuilzakken met rest op te slaan, zodat die later in de container kunnen.

Oh, en ook in de hobbykamer hebben we behoorlijk wat vooruitgang geboekt: de tafel is leeggemaakt, zodat we daar alle boeken van overal kunnen verzamelen en sorteren: romans, non-fictie, kookboeken, kinderboeken, anderstalig…

Yup, er is nog werk. Maar ik zie het voorlopig nog wel zitten.

We zijn eraan begonnen

Yup, ik heb het dan over het gigantische huis van mijn vader. Dat zijn eigenlijk twee samengevoegde woningen met beneden een volledig bankkantoor en boven een tandartsenpraktijk.

Concreet komt dat neer op:
*op de benedenverdieping: 
– een garage voor drie auto’s
– een volledig overwoekerde tuin
– een bankkantoor, met drie loketten en een wachtzaal
– een tweede grote bureau ernaast
– een spreekkamer
– een vroeger salon, mijn vaders muziekkamer
– een nooit afgewerkte middenruimte
– een kamer waarin een megacomputer stond opgeslagen
– een timmerkot, een werkkamer volgestouwd met materiaal

*drie kelders:
– een met verschillende compartimenten met rekken en een grote ruimte, volgestouwd
– een die onder water staat, met intussen allemaal ingestorte houten rekken
– een wijnkelder met nog behoorlijk wat flessen oude wijn

*op de eerste verdieping:
– mijn moeders tandartsenkabinet, nu bureau voor mijn vader
– haar wachtkamer, nu volledig ingenomen door een modeltrein
– een kleine oude badkamer vol poetsgerief en zo
– hun vroegere slaapkamer, nu hobbykamer, volgestouwd
– de woonkamer
– de keuken
– een vestiaire en toilet
– drie kinderslaapkamers, met nog de oude meubels en extra rommel
– de grote slaapkamer van mijn vader
– de badkamer
– een waskot/rommelkot met heel veel boorden die vol staan

*de zolders:
– een centrale ruimte, onder een dikke laag stof, met vooral houtresten en een oude wasmachine, en een kast en zo
– een vroeger duivenkot met wat rommel
– een kleine kamer, onder een dikke laag stof, met rommel
– een tweede kamer, onder een dikke laag stof, met vroegere boeken, magazines, kinderspeelgoed, een oud radiomeubel
– een tweede verdieping met houten bakken en een gigantisch vogelnest

Ik word eigenlijk al depressief als ik eraan denk hoe we dat moeten aanpakken, maar ik heb moed gehaald uit de video’s van Tori Eggy die het huis van de grootmoeder van haar lief moet leeghalen, en dat is pas een echte nachtmerrie want dat is een hoarder die in geen enkele kamer meer binnen kan en ergens anders woont. Zo erg is het echt niet, gelukkig maar. Maar mijn ouders gooiden zelden iets weg, helaas. Het meeste is ook echt niet meer bruikbaar, er is heel veel oud gerief, maar ook bijvoorbeeld nog een mooi servies en zo.

Kobe en ik zijn vandaag naar Zomergem getrokken om de garage vrij te maken om daar te kunnen sorteren. Mijn broers auto staat er geparkeerd, en ook nog heel veel dozen die stammen uit de tijd, zo’n drie jaar geleden denk ik, dat zijn eigen kantoor verbouwd werd en hij zijn bank tijdelijk naar daar had verhuisd. Hij was al bezig om doos per doos weg te halen en gaat daar nu mee verder.

En verder? Oude fietsen, een vijftiental paar verstorven rubber laarzen, heel veel glazen potten, al dan niet gevuld met vervallen voedsel, oude aangevreten jassen, kapotte vloermatjes, kapotte meubels, rommel allerhande, werkmateriaal, een ladder, en overal muizenkeutels en vuil, want nooit gekuist. Enfin, ge hebt er wel een idee van, denk ik.

Tegen de middag kwam Jeroen zijn auto buiten zetten en aangeven wat er nog allemaal van hem was en wat hij dus zelf gaat uitsorteren. We gingen eten en deden daarna vrolijk verder, in totaal 4,5 uur met ons twee. Toen maakte mijn rug me met veel aandrang diets dat het welletjes was en hadden Kobe en ik, ondanks de mondmaskers, allebei stoflong.

Maar het resultaat? De boorden zijn volledig leeggemaakt, alle rommel is uitgesorteerd in glas, papier, vier grote vuilzakken brandbaar, twee zakken kabels en oude elektronica, een doos KGA, een stapel hard plastiek en oud ijzer, en twee bakken met volle glazen potten. Buiten ligt er een stapel hout en staat een torentje houten bakjes.

Jeroen – of zoon Alexander – gaat richting containerpark, zodat wij verder kunnen doen en systematisch dingen uitsorteren in de garage, kamer na kamer.

We zijn er dus aan begonnen, voor Kobe aan 11 euro per uur bij wijze van vakantiejob, en het zou best kunnen dat er nog wat vrienden van hem mee komen helpen, aan hetzelfde tarief.

Morgen doen we verder, beginnen we aan de hobbykamer en breek ik, al zittend, beetje bij beetje de modeltrein af.

Op de lijst

Nee, vreest niet, geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om aan politiek te doen. Ik gruw ervan, ik probeer alleen op de hoogte te blijven van het hoogst noodzakelijke.

Mijn “allerliefste” broertje, daarentegen, doet al een behoorlijk aantal jaren aan gemeentepolitiek, altijd voor de liberalen. En ja, ook nu staat hij dus op de lijst, op de 20ste plaats van ‘Vrij en Lokaal Lievegem’. Ik wist dat wel, maar toen ik vandaag ons pa ging ophalen bij hem thuis, werd het me meteen bijzonder duidelijk gemaakt. Jeroen heeft namelijk verkiezingsdingen aan het huis gehangen. Dat is uiteraard helemaal oké, maar ik had niet verwacht mijn broer zijn hoofd meer dan levensgroot voor me te zien.

Zeg nu zelf…

Ik wens hem veel succes…

Vette Veemarkt 2024

Naast die van Anderlecht is dit nog de enige Vette Veemarkt te lande, zo blijkt. Nog steeds is het in Zomergem een feestdag: het is en blijft in essentie een boerengemeente, en tradities zijn er om in ere te houden.

Ons pa had me de avond voordien nog gebeld: dat ik wel nog tot in zijn straat geraakte, dat ze die ingang niet hadden afgesloten. De hele dorpskern – markt, alles rond de kerk, de omliggende straten – waren wel afgesloten: op de markt zelf stonden de dieren voor de keuring, maar daarrond stond ook nog vanalles. Jeroen stond als vanouds bij een wedstrijd waarbij je het gewicht van twee varkens moet proberen inschatten. Alexander en Marie-Julie gaven dan weer optredens met de fanfare, terwijl voor de rest het hele dorp op stelten stond. Mooie tradities ook: de ossenkar, de paardentram, de schapen, de neerhofdieren… Ik ging even met ons pa luisteren naar de fanfare, kocht tulpen tvv. Komop tegen Kanker, ging Jeroen even uitlachen, en toen reden we richting Wondelgem. Moest het stralend weer geweest zijn en we niet nog wilden supporteren voor Wolf, dan zou ik misschien nog wat langer gebleven zijn.

Een vreemdsoortig nostalgie, maar geen spijt. Oh nee.

Sofie loves tulips

Ook al ben ik afkomstig uit Zomergem, ik woon er al lang niet meer. Toch kom ik er elke zondag twee keer – wanneer ik mijn vader ga ophalen en weer terugbrengen. Vorig jaar reed ik dan ook in de Dekenijstraat toen ik plots tulpen buiten zag staan. Ik stopte, parkeerde even en ging kijken. Bleek het het huis te zijn van onze vroegere overbuurvrouw Sofie: zij doet een tulpenactie voor Kom op tegen Kanker, smijt zich meer dan 100% en kan op die manier hele mooie bedragen inzamelen. Ik kocht toen tulpen en was bijzonder blij dat die toch wel twee weken bleven staan.

Eerder deze week had ik zien staan op Facebook dat ze opnieuw aan haar tulpenactie ging beginnen: een eerste tulpendag waar ze 1310 euro ophaalde, en dan vanaf 4 februari tot 7 april elke zaterdag. Je kan gewoon bij haar binnenwaaien, tulpen kopen en meestal zelfs nog een enthousiaste babbel en een koffie krijgen.

Gisteren stopte ik dus ook even aan haar deur en wilde twee bosjes kopen van elk twintig tulpen voor telkens negen euro. Geen geld dus, en kraakverse prachtige bloemen. Ze bedankte me, en stond erop me nog een extra bosje mee te geven voor mijn vader, om naast de foto van ons ma te zetten. Ze wilde van geen betaling weten, en mijn gemoed schoot zowaar vol, want jawel, ook mijn ma is gestorven aan kanker.

Die van mijn pa staan te pronken op zijn salontafel maar ze moeten nog openkomen:

En de mijne? Die zijn na één dag in de warmte van het huis mooi aan het openkomen: twintig witte, twintig roze, voor in totaal 18 euro.

Dus: graag een bloemetje in huis, een goed doel steunen en niet veel geld kwijt zijn? Dekenijstraat 3 in Zomergem, elke zaterdag. Gewoon doen.

Nieuwjaren!

Uiteraard moest er ook nog genieuwjaard worden. Zaterdagavond tekenden we present bij Jeroen en Delphine, waar we talloze hapjes voorgeschoteld kregen, nieuwjaarsversjes werden verzonnen – al dan niet met veel succes – en daarna vooral genoten werd van een zeer uitgebreide kaasschotel. Dik, maar dan ook dik in orde. Nog eens merci, Jeroen en Delphine!

De volgende middag deden we het hele proces nog eens over, maar dan in Bistro De Louise in Louise-Marie, vlakbij Ronse: een klein, gezellig restaurantje met een klassieke maar lekkere kaart – de gegrilde gamba’s zijn een aanrader! – en een houtkachel die het beste van zichzelf gaf, zodat Merel en ik tussen hoofdgerecht en dessert even een luchtje gingen scheppen buiten. Maar koud, man!

Wolf, die druk aan het studeren was, werd beide keren via FaceTime op zijn nest gepakt en alsnog een fijn nieuwjaar gewenst, een gift van zijn peters toegestopt en een nieuwjaarsbrief voorgelezen van zijn eigen petekind. De techniek staat voor niks, meneer!

Enfin, het nieuwe jaar werd alweer goed ingezet, me dunkt.