Cachen rond ’t Sas

Een prachtige woensdagnamiddag, een overwerkte Gudrun en werk dat ik ’s avonds ook nog kon afwerken = ideaal recept om een namiddag te gaan cachen niet ver van huis. Ik had eind december dit rondje zien uitkomen, maar durfde het toen niet aan, om de simpele reden dat ik een groot deel van deze wandeling vaak met ons ma deed. Dat het Sas haar favoriete plekje was, en dat een foto van datzelfde Sas zelfs op haar doodsbrief stond. Tsja.

Maar vandaag voelde ik me er klaar voor en reed dus fluks naar de Peperhoek om daar te parkeren en de eerste cache te zoeken. Daar kwam net een koppel toe met een hond die zich op het aanwezige bankje installeerden. Toen ik wat ronddrentelde, bleken het ook cachers te zijn, meer bepaald team Maximuis. Ik bleef een dik half uur kletsen en ging toen, eindelijk aan de wandel.

De caches werden eigenlijk allemaal al bij al vlot gevonden, ik wandelde langs het water, moest eventjes grondig slikken aan het Sas zelf, en nam de nodige foto’s.

Ik wandelde verder, sloeg het Meersstraatje in, pinkte een stevige traan weg op Rohoekske, ging Durmenbrug over, liep terug langs het water, vond alle codes en pikte langs een boerenslag de bonus op. Het begon al te schemeren toen ik terug aan de auto was en mijn fysieke batterijen waren plat, maar de mentale weer helemaal opgeladen.

Ergens blijft het toch ook mijn Zomergem…

Namiddagje Zomergem

Aangezien de uitslag van Wolfs coronatest nog steeds niet binnen is en we geen risico wilden lopen, kwam ons pa deze middag niet bij ons eten, maar ging ik tegen half drie naar hem toe. Met mondmasker, op veilige afstand, maar wel met een portie zalm met broccoli en pasta, een croissant, zelfgemaakte soep voor een paar dagen en vooral ook twee éclairtjes, eentje voor elk. We hebben er aan de keukentafel gezellig zitten kletsen, koffie gedronken, éclairtje gegeten, en we zagen allebei dat het goed was.

Om eerlijk te zijn: eigenlijk heb ik nu meer tijd met hem doorgebracht dan wanneer hij bij ons komt. Bij ons is hij een deel van de familie: we eten, hij sorteert kousen, we drinken koffie en eten taart, hij schaakt als Wolf thuis is, maar echt praten doen we niet vaak.

Bij het weggaan droeg hij me op een lege wijnfles bij het glas te gooien. Dit is dus wat mijn vader als doordeweekse wijn drinkt, tegenwoordig. En hij heeft gelijk!

De vijver

Dit jaar waren we nog niet aan de vijver geraakt, en dat zou zonde zijn mocht het niet lukken. Nu, Wolf had me al gevraagd of hij soms eens met Arwen daar mocht gaan picknicken, zo met zijn tweetjes, lekker romantisch omdat ze al twee jaar samen waren.

Ik had ingestemd, en ook Marc en Annemie maakten daar geen probleem van. Maar zo veel hete vrije dagen gingen we nu ook weer niet hebben, dus gingen de kinderen en ik deze namiddag wel achterkomen. Wolf was daar niet onverdeeld gelukkig mee, maar het feit dat hij zo wel vervoer kreeg, maakte veel goed. Bart zette de twee tortels tegen half twaalf af, tegen half drie pikte ik ons pa op, en iets later waren ook wij aan de vijver.

We waren nog niet goed en wel uitgestapt, of Marc stond er al met zijn amper vier dagen, mega schattige ezeltje. Oordeel vooral zelf.

De kinderen gingen prompt het water in, ik installeerde ons, en ik zette me vooral honderduit te kletsen met de gastheer en gastvrouwe, die ik al ken sinds mijn geboorte. De vijver ken ik eigenlijk ook al even lang. En uiteraard nam ik foto’s, dat hoort zo.

We kregen nog een ganse zak pruimpjes mee, een doosje braambessen, drie krappen blauwe druifjes en drie dikke courgettes. Machtig, toch?

Enfin, een zalige middag, voorwaar.

Vette Veemarkt

Jeroen had laten weten dat het vandaag de jaarlijkse Vette Veemarkt in Zomergem was, en eigenlijk heb ik dat altijd al leuk gevonden. Ik laadde dus de kinderen, inclusief Arwen die blijven logeren was, in de auto, en reed fluks naar ginder. Het was wel een pak kouder dan verwacht, maar man, het boerenniveau was nog veel hoger dan ik me herinnerde.

Uiteraard stond de markt vol met de prachtigste dikbillen, maar daarnaast waren er ook massa’s andere dieren. Jeroen stond, als vanouds, bij de varkensschatting, en stak dan maar meteen Kobe mee in het kot. Goed gelachen!

Oh, en gefrituurde bloedworst is ongemeen lekker, ik zeg het u!