Vette Veemarkt

Jeroen had laten weten dat het vandaag de jaarlijkse Vette Veemarkt in Zomergem was, en eigenlijk heb ik dat altijd al leuk gevonden. Ik laadde dus de kinderen, inclusief Arwen die blijven logeren was, in de auto, en reed fluks naar ginder. Het was wel een pak kouder dan verwacht, maar man, het boerenniveau was nog veel hoger dan ik me herinnerde.

Uiteraard stond de markt vol met de prachtigste dikbillen, maar daarnaast waren er ook massa’s andere dieren. Jeroen stond, als vanouds, bij de varkensschatting, en stak dan maar meteen Kobe mee in het kot. Goed gelachen!

Oh, en gefrituurde bloedworst is ongemeen lekker, ik zeg het u!

 

Zonnige zondag

Oh man, hoe hard heb ik die zon gemist de voorbije dagen! Ik vind sneeuw wel eens leuk, maar dan liefst als ze ligt te schitteren in de zon. Die grijze, grauwe dagen van de voorbije week, daar wordt ne mens zo somber van.

Vandaag, bij het opstaan, viel de zon al door de ramen, en ik genoot van in het begin!
Tegen half twaalf ging ik ons pa halen, en zo rond een uur of vier sommeerde ik hem om op te ruimen, want ik wilde nog met hem een heel kort wandelingetje maken: in de Hulsemwegel (Bredewegel) in Zomergem lag er een cache die we al gevonden hadden, maar waarvan we de code niet hadden genoteerd.
Ideaal om samen met ons pa een 200 meter heen en 200 meter terug te wandelen. Hij loopt nog steeds niet zeker en durft niet met de auto te rijden, maar het betert. Langzaam, maar het betert. Eigenlijk beweegt hij momenteel gewoon te weinig, en dus is zo’n wandelingetje in de namiddagzon ideaal.

We hadden toen wel de extra code, maar misten toch nog altijd eentje, een relatief belangrijke. Ik wist dat we aan de brug van Meirlare moesten zijn, maar had niet echt een idee waar precies. Goh, zei ons pa, laat ons gewoon gaan zoeken, ’t is mooi weer en dan wandel ik nog een beetje extra.

Wij dus naar Meirlare brug om er te zoeken aan beide kanten van de vaart. Helaas, geen cache te vinden.

Het was er wel prachtig…

Ik gooide ons pa af en reed verder. Alwaar ik, bij het opdraaien van de Vaartstraat, prompt stopte, een klein beetje achteruit reed, uitstapte, en een snelle foto nam van ’t sas.

Zomergemse caches

Tegen elf uur deze ochtend ging ik ons pa ophalen in Zomergem, zodat die hier kon komen eten. Als tegenprestatie sorteerde hij, zoals elke week, de kousen. Een prima deal, wat mij betreft!

Rond een uur of vier bracht ik hem terug – het is maar een kwartiertje rijden – en ging ik nog geocachen in Zomergem. Ik had nood aan uitwaaien, frisse lucht, een beetje beweging, en viel gelukkig net tussen de regenbuien in.

Het werden het Slockstraatje, de Rijversdreef, de kerk van Ronsele en de Eikendreef. En toen was het echt wel te veel aan het schemeren en begon het nog stevig te regenen ook om de bonus te vinden. Tsja.

Maar ik was wel netjes uitgewaaid en helemaal vrolijk.

Overwoekerd

Ons ma genoot echt van haar tuin, en werkte daar precies ook graag in. Elk najaar plantte ze nieuwe voorjaarsbollen, om die dan uit te halen en andere dingen te planten. En rozen: ze was behoorlijk zot van rozen, maar evengoed staan er clematis, akeleien, zonnehoedjes, pioenrozen, dahlia’s…

Sinds ze gestorven is, is er helaas naar de tuin niet meer omgekeken. Mijn vader zwoer bij hoog en laag dat hij er eens ging aan beginnen, en dat hij dat zeker ging doen, en dat we geen tuinman moesten zoeken, en…
Intussen zijn we dik twee jaar verder, en is de tuin helemaal overwoekerd. Overwoekerd, als in: er is geen gras, maar zelfs geen betonnen tuinpad meer te zien. Een weg banen naar het kiekenskot is al helemaal onbegonnen werk, en dus loopt er een kieken vrij rond in de tuin, met alle mest en vuiligheid van dien.

Tsja. Op zich allemaal geen probleem, ware het niet dat mijn broer, die een straat verderop woont, zijn bankkantoor gaat verbouwen. Ik hoor u al denken tot hier: wat heeft die verbouwing in hemelsnaam met die tuin te maken??? Wel, zolang er verbouwd wordt, moet mijn broer met zijn personeel natuurlijk een ander onderkomen zoeken. Dat kan in containers, maar dat is hopeloos onpraktisch, veel te klein, en waar zet je die dingen überhaupt? Terwijl mijn vader een groot kantoor ter beschikking heeft, waar vroeger de bank in gevestigd was. Toegegeven: verouderd, nog vol met oude dossiers en andere rommel, maar wél met voldoende plaats, een wachtkamer, loketten, een spreekkamer, enfin, de ideale noodoplossing. Alleen kijkt dat kantoor via een groot raam uit op, jawel, de overwoekerde tuin.

Mijn vader is volop bezig zijn kantoor leeg te maken, en mijn broer had mij aangesproken om eens na te denken over die tuin. Ik heb dan maar rondgehoord of er iemand tegen betaling wilde komen helpen opruimen, en gelukkig was er Manou, een vriendin van Wolf die een straat of twee verderop woont. Kobe, Merel, Manou en ik reden dus naar Zomergem, gewapend met grote zakken voor tuinafval, handschoenen, snoeischaren, haagscharen, the works. Het was al een tijd geleden dat ik nog in mijn ouderlijke huis was geweest, en ik geef het toe: mijn mond viel open bij het aanschouwen der hovingen. Ja maat…

We gingen aan het werk, waarbij ook Kobe en Merel stevig doorwerkten en ik bijzonder voorzichtig probeerde te zijn met mijn rug – tuinwerk is me eigenlijk strikt en expliciet verboden geweest door mijn rugarts. Drie en een half uur later was het grootste deel van het tuinpad vrij, waren de rozen gesnoeid, was er weer een soortement middenperkje te zien, waren er drie jonge bomen afgezaagd, en had ik een wegje vrijgemaakt richting kiekenskot, waarin het kieken zonder veel plichtplegingen werd opgesloten, tot haar grote ontzetting.

Ons pa heeft nu plechtig beloofd dat hij een tuinman ging contacteren om ook de rest wat toonbaarder te maken. Hopelijk ziet die mens zich er nu een begin aan…