Heerlijke, rustige, doodgewone zondag

Jawel, mijn pa is thuis sinds vorige maandag maar mag niet meer met de auto rijden, dus ging ik hem tegen half twaalf ophalen in Zomergem. Kleine moeite, en dan kan hij gelukkig opnieuw gezellig bij ons zijn op zondag. Meteen gingen we ook Wolf ophalen die nog in Lovendegem bij Arwen zat.

Er werd binnen gegeten wegens de tafel aan de kleine kant, en dan installeerden we ons buiten onder de parasol. En ons pa deed zijn gewoonlijke werk met de kousen: all back to normal.

Merel wou dolgraag nog zwemmen, maar op haar eentje is daar niet zo veel lol aan. De jongens hadden eigenlijk niet veel zin, maar met blad-steen-schaar lieten ze zich toch allebei nog verschalken tot een plonsje. Het was frisjes, maar blijkbaar best nog oké.

Tegen vijf uur bracht ik mijn vader naar huis, met een klein ommetje via Meirlare, alwaar ik de daar verstopte cache nog maar eens niet vond. Zal voor een derde keer zijn.

Fietstocht door de Gentse haven

Gisteren was ik ook van de hele dag niet buiten geweest: veel te warm en te tam. Maar tegen ’s avonds was het heerlijk aan het afkoelen, nog zo’n 24°, en dus nodigde ik Bart en Merel uit voor een fietstochtje. Waarheen? Goh, ik vond het veer van Langerbrugge wel ne keer wijs. We zijn dan maar voor een fietstocht door de haven gegaan, iets wat strikt genomen niet mag, denk ik. Foert, het zijn Gentse Feesten voor iets.

We vertrokken langs het kerkhof van Wondelgem, over een pad tot langs de Ringvaart, verder tot Meulesteebrug, langs de Weba en dan links de haven zelf in. Wijs om zien, en heel veel mooie industriële zichten. Dwars het havengebied door, en dan op het veer. Half weggewaaid daar, maar nog steeds helemaal niet koud.

Dan opnieuw langs het water richting huis, afgeslagen naar de Ringvaart, over Evergem brug, en 17 kilometer en anderhalf uur – nogal wat verlet gehad met het veer – waren we terug. Helemaal verfrist en uitgewaaid. Zalig!

Zwembadperikelen

De kinderen wilden al een paar jaar een echt zwembad. Nee, niet de ingegraven soort uiteraard, daarvoor is onze tuin veel te klein. Wel het opzetzwembad met een redelijke hoogte, waarin ze ook echt konden spelen in plaats van zo’n kinderzwembadje.

Hmm. Ik wilde dat eigenlijk ook al lang, het is een van de redenen dat we een rond terras hebben, om eerlijk te zijn.

Bon, we hadden er al twee jaar eentje liggen in het tuinhuis, een van 3.66 meter diameter met zo’n opblaasrand. Renzo vond het destijds te groot en had het weggegeven. En toen zei hij dat hij zijn zwembad van 3.00 meter met opblaasrand ook ging wegdoen, want er zat een gaatje in de opblaasrand door zijn katten, en hij ging dan maar switchen naar een zwembad met buizenframe. Hah, ideaal. We legden beide zwembaden open, en Wolf besloot dat het toch dat van 3.66 mocht zijn, ondanks het feit dat dat behoorlijk vuil was en dus stevig kuiswerk vergde. Een uur later konden we beginnen vullen en was het gaatje in de opblaasrand gestopt.

Helaas…

Er bleek een gat te zitten in het grondzeil. En toen nog een. En toen… maar liefst vijf stuks, die we niet meteen dicht kregen zonder deftige stopmateriaal. Een ervan was eigenlijk zelfs een scheur, waardoor we het niet zagen zitten om het alsnog te repareren. Meh.

En omdat de kinderen echt een van 3.66 meter wilden, heb ik dan maar een buizengeval besteld bij bol. In de hittegolf eind juni, en het was nog later ook, dus pas dinsdag kunnen beginnen vullen. Het is wel de max van een ding, ik moet het toegeven.

Op woensdag was het nog behoorlijk koud, maar donderdag, toen ik thuis kwam van de repetitie voor de proclamatie, bleken er plots gewoon vijf pubers in te zitten! En terwijl ik de tuinman buitenliet, kwam er nog een zesde aanwaaien, en wat later, toen er alweer twee vertrokken waren, nog een extra exemplaar. Zalig, toch?

Allez, we weten weer wat doen qua onderhoud. Maar als ik zie hoeveel plezier ze er al van gehad hebben – ook Kobe heeft er al in gespeeld met maatje Levi, en Merel en Feija ook – dan heb ik er dat gerust voor over.

Als er iemand nu nog een exemplaar wil van 3 meter doorsnede met opblaasrand waarin een klein gaatje zit: er ligt er hier nog een te krijg.

Petrichor

Als u vandaag één woord bijleert, laat het dan dit zijn: petrichor. Er van uitgaande dat u dat nog niet kende, natuurlijk, want vandaag is het een beetje alomtegenwoordig.

Petrichor: de geur die ontstaat wanneer regen op droge grond valt. Het woord komt uit het Oudgrieks: πέτρα (petra) betekent ‘steen’ en ἰχώρ (ichor) is in de Griekse mythologie het bloed van de goden (dixit Wikipedia). Het bloed van de goden op de stenen dus. Poëtisch toch, die oude Grieken?

Toch bizar, dat wij hier in België zitten te snakken naar regen. Ik ben de afgelopen weken al stikjaloers geweest op vrienden die regenbuien postten op hun FB: hier heeft het niks gedaan.

Tot vandaag: rond half zes begon het plots te regenen. Niet veel, maar net genoeg om alles nat te leggen en dus die typische geur te doen ontstaan. Wat heb ik die gemist, zeg!

Petrichor dus. Blijkbaar niet alleen in zuiderse landen een begrip, maar vanaf nu ook bij ons.