Gezond verklaard!

Wolf is nu quasi tien maanden uit het Zeepreventorium. Vandaag moesten we nog eens op controle in het UZ bij Dr. Van der Looven, kwestie van zeker te zijn.

Haar assistent onderzocht hem, stelde vast dat hij er heel goed uit zag, en haalde er toch nog eventjes de dokter zelf bij. Zij kwam binnengezeild, een en al enthousiasme en energie, en vooral een bijzonder grote glimlach. Ze straalde, en wij straalden van de weeromstuit terug. Ze verklaarde dat hij gezond was, dat hij niet meer opgevolgd hoeft te worden, en dat hij gerust op een rugbyveld mag gaan staan. Ze vond hem een wereld van verschil, en ze zag ook in mij een gigantische verandering. Ik viel even uit de lucht, waarop zij in de lach schoot met mijn niet-begrijpende gezicht: ze bedoelde blijkbaar dat ik de vorige keer echt wanhopig was geweest en er toen ook zo uitzag. Kan niet missen, Wolf en ik zijn toen nog beginnen huilen.

Hij blijft natuurlijk wel de rest van zijn leven een chronische-pijnpatiënt, opflakkeringen zijn dus mogelijk. Maar oef.

En Van Der Looven blijft een ongelofelijk fantastisch mens. Wat een energie, wat een positieve uitstraling, wat een empathie!

Thuis! (maar ikke niet)

Het werd een gewone lesdag vandaag, maar zo vlak voor een vakantie hebben de leerlingen er echt geen zin meer in. Ik sloot de dag af met een documentaire over Pompei, een zeer interessante die perfect aansluit bij de les, en dat was ideale timing.

Daarna spoedde ik me naar huis, begon nog extra gerief te verzamelen voor het weekend, liet om half vijf Jarne binnen, de jonge figurant die met mij meerijdt, en gooide Merel in heksenkleedje af bij Lieze. Ha ja: ik weg, Kobe naar de muziekles en Bart en Wolf nog niet thuis: ik kon dat kind toch moeilijk alleen laten? Gelukkig ging Els met haar drie dochters net een spokentocht doen in Tielt, en was er nog een plaatsje extra voor Merel.
Jarne laadde alle gerief in de auto – da’s de deal: hij moet als student geen nafte betalen, maar helpt me wel met in- en uitladen, iets wat ik als ouwe kapotte doos niet meer kan – we gooiden Kobe nog af op zijn muziekles, en reden door naar Gouvy of all places, net tegen de grens met Luxemburg.

Bart had om twee uur een vergadering in Brussel, en ging daarna Wolf ophalen met al zijn spullen in De Haan. Ik geloof dat het zes uur was tegen dat Bart daar was, maar daar was niks aan te doen. Ik had ervoor gezorgd dat Kobe terug naar huis kon met zijn lerares fagot, want het was bijzonder moeilijk in te schatten wanneer Bart en Wolf thuis gingen raken. En Merel ging afgezet worden na de spokentocht. Enfin, weer een regeling om u tegen te zeggen dus.

En intussen reden Jarne en ik in de gietende regen naar Leuven, stevig wat file trotserend. Het was vijf uur toen we hier vertrokken, het was tegen zevenen toen we in Lovenjoel een tent konden ophalen. Een korte stop in de plaatselijke Delhaize voor proviand later reden we verder, alweer in de gietende regen. Fijn hoor! Nog wat file later was het tegen negen uur voor we het terrein konden opdraaien. Vier uur in de auto, ingespannen rijden in de regen, ik was verdomd blij dat Jarne meegereden was. Want intussen waren we voluit aan het geeken geslagen: hij mag dan een ingenieur zijn, hij is blijkbaar al even zot van talen als ik. En samen hebben we de speciaal voor Haven ontworpen taal, het Eshki Ganu, zitten ontleden, vier uur aan een stuk. Ik heb een goed geheugen voor de woorden en morfemen, en hij kan de tekens lezen en omzetten naar woorden. Samen zijn we er dus niet slecht in, in dat taaltje.

Enfin, toch blij dat we er waren. Er werd geïnstalleerd bij de Akata, ik trok mijn winteroutfit aan, en tegen elf uur, toen de meeste mensen waren aangekomen, konden we eindelijk in game. Wat resulteerde in spel tot half vier, maar bon.

De stress viel subito presto van mij af. Zalig toch?

Van zingen en eten en cachen. En ook wel De Haan

Ik was eigenlijk redelijk vroeg op vanmorgen, rond half negen, en dus ging ik voor een ochtendwandeling in de crispe ochtendlucht (is daar eigenlijk een goed Nederlands woord voor?) doorheen de doodstille straten van Lage Mierde, en genoot.

Toen was er ontbijt, en nog een stevige repetitie van een uur of twee.

En toen was er een bijzonder lekkere waterzooi die Monique nog deze morgen had klaargemaakt, voor ze nog voor de middag vertrok om in de namiddag een feest te verzorgen.

Na het eten hielp ik nog even met opruimen, en toen vertrok ik huiswaarts, maar niet zonder nog een aantal caches te passeren. Eerst ging ik een hele mooie ophalen, waarvan ik de gegevens al tijdens de ochtendwandeling had verzameld. Een van de mooiere die ik al gezien heb.

Daarna reed ik richting Gent, maar met nog wel een paar mooie caches onderweg.

En ’s avond reed ik voor de laatste maal met Wolf naar De Haan. Daar hebben we de kans gegrepen, nu het al donker is om half acht, om er een nachtcache te zoeken. Je gaat naar de aangegeven coördinaten en schijnt daar rond met een zaklamp, tot je een reflector ziet oplichten. Daar vind je dan de volgende coördinaten, en zo uiteindelijk de stash. Leuk, echt leuk, en onze allereerste nachtcache.

Wolf was tegen negenen in het Zeepreventorium, en ik reed fluks naar huis.

Een mooie dag met veel buitenlucht en veel gewandel, maar dat heeft me ook echt fris in ’t kopje gemaakt.

Opluchting buiten categorie

Dat het goed ging met Wolf, dat wisten we al. Sinds de grote vakantie heeft hij een klik gemaakt, dat had ik hier al verteld. Ik heb sinds kort weer mijn eigen vrolijke puber terug, met lichtjes in zijn ogen en een stout muilke vol kattekwaad, en dat was ik kwijtgeraakt in de loop van het voorbije anderhalf jaar.

Vandaag moest ik om half vier in het Zeepreventorium zijn voor een gesprek van meer dan een uur met zijn ganse behandelende team: zijn behandelende specialist dr. De Guchtenaere, de diëtiste, de kinesist, de maatschappelijk werkster, en normaal gezien ook de psychologe, maar die had andere verplichtingen.
Samengevat:  eigenlijk alleen maar goed nieuws. Nog anderhalve week, en hij mag definitief naar huis. Ze zijn volop aan het werken aan zijn conditie, en die  is intussen op 80% van normaal. Hij is meestal pijnvrij, en hij mag alle lessen, zelfs LO, hervatten. Daarnaast mag hij ook gerust met de fiets naar school, en wordt het hem zelfs aangeraden om een paar keer per week te fitnessen om die conditie bij te werken.
We zijn er nog niet helemaal, rugby bijvoorbeeld is nog niet voor sebiet, hij moet nog opbouwen, maar het moet eigenlijk allemaal goed komen. Vooral psychologisch is hij er klaar voor, maar zodra er iets scheelt, mag hij altijd contact opnemen met gelijk wie van het preventorium. Zij blijven hem daar opvolgen, we krijgen een nieuwe afspraak in de kerstvakantie. En ja, rugby zal hem probleemloos toegestaan worden, dat moet perfect kunnen.

Ge hebt er geen flauw benul van hoe ongelofelijk blij en opgelucht ik ben. Bijna twee jaar uw kind zien afzien, dat doet wat met een mens.

Hier thuis wordt er al weken gigantisch afgeteld, door iedereen. Ik kijk er zo naar uit om eindelijk mijn gezin weer gewoon samen te hebben, met iedereen in mijn eigen kot.

Uit pure opluchting ben ik een ijsje gaan halen, voor de laatste keer. Ik was van plan om dat nog samen met Wolf te doen, maar hij was er al eentje gaan eten met de leefgroep. Voor de laatste keer heb ik ook The Inner Circle gefotografeerd, met deze keer ook het zicht van verderaf. Prachtig beeld…

Ommekeer?

Intussen krijg ik natuurlijk nog overal de vraag: “Hoe is het met Wolf?”

Wel, ik durf voorzichtig zeggen: goed. We merken duidelijke beterschap, maar het gaat vooral om wat hij zelf zegt. Is er nog pijn? Jazeker. Maar hij begint er anders mee om te gaan, en dat zou zijn genezingsproces serieus kunnen versnellen. Hij zegt dat het de komst is van nieuwe pijnpatiënten waardoor hij de klik heeft gemaakt. Hij begint in te zien hoe diep hij heeft gezeten, hoe negatief hij was, en stelt zich de vraag of hij ook echt zo erg was. Ja dus. En dus is er een hele ommekeer voor hem, vooral op psychologisch vlak. We zien vooral een andere Wolf die vanalles begint te doen, en weer kattekwaad uitsteekt met broer en zus.

Zoals het er nu naar uitziet, mag hij in de herfstvakantie definitief naar huis komen. Zal hij dan pijnvrij zijn? Nee, dat niet, dat zal nog wel een tijdje duren, en er is zelfs geen garantie dat hij ooit volledig pijnvrij wordt. Maar hij moet tegen dan kunnen functioneren op een gewone school, op een gewone lesdag. Momenteel zit hij aan vijf uur les per dag, dus dat komt wel goed. Hij is grenzen aan het verleggen, en zoals gezegd zien we duidelijk een vrolijker Wolf.

Ik ben eens benieuwd: morgen gaan we op jongerenlarp, van vrijdagavond tot zaterdagavond, en dat betekent vooral heel veel rondlopen, af en toe een stevig gevecht, en nog meer rondlopen. Het zal een goeie test zijn voor zijn rug en voor zijn gemoedstoestand.

Maar ja, we zijn echt wel positief momenteel.

Glorieuze afsluiter van de vakantie

Er waren, om de dag te beginnen, twee prachtige lieve kleine meisjes die met smaak een croissant of twee verorberden, en dan slaperig nog wat tv keken samen.

Tegen elf uur werd Lieze opgehaald, en iets later kwam ons pa toe, voor alweer een zeer aangename en lekkere maaltijd. Dank u, liefje, voor het weekendse koken met zoveel liefde en aandacht voor het detail!

Aangezien het een toch wel stralende dag was, sommeerde ik ons pa de auto in te stappen, en reden we naar Gentbrugge voor een aantal caches in de Gentbrugse Meersen. Ik was er nog nooit geweest, maar het is er inderdaad echt mooi! Alleen jammer, zoals op zoveel plaatsen, van het voortdurende geraas van de autostrade die het gebied zowat doorkruist op viaducthoogte. Tsja… Onze tocht begon echter aan de kerk van Gentbrugge, met een wandeling over het kerkhof waar, tot onze verbazing, ook een aantal oorlogsslachtoffers liggen.

Tegen zessen waren we terug, en tegen zeven uur zette ik alweer aan met Wolf richting De Haan. Yup, het schooljaar is weer begonnen, en dus mag hij niet meer op maandagmorgen toekomen, maar moet hij al op zondagavond binnen zijn.

Ik gooide hem af, en reed naar Oostende om daar in en rond ’t Bostje – het Maria Hendrikapark – ook een rondje geocaches te zoeken. Alleen… heb ik me gigantisch laten verrassen door het vroege uur waarop het donker wordt. Ik was gewoon om in mei en juni te cachen op zondagavond, en dan is het klaar tot tien uur. Ik had er zo’n beetje geen rekening mee gehouden dat nu al om half negen de zon onder gaat. Ik heb dus in het pikkedonker in een Oostends park en bos rondgelopen, waar bijna geen verlichting is. Tot mijn eigen verbazing heb ik er nog 6 caches gevonden, bij het lichtje van mijn GSM. Het was er ook compleet verlaten, alleen de dieren kon je horen. Zalig! Alleen vrees ik dat het een beetje te ver en te lang was, want ik moest nog een heel eind terug tot aan de auto, en mijn rug begon het welletjes te vinden. Hmm.

Al bij al een hele mooie dag gehad met 12 caches, maar wel doodop nu. En morgen de eerste schooldag. Juist ja.

 

Beeldenparcours op de dijk in De Haan

Wolf moest deze morgen al om kwart voor negen aan de inhalator en dan om negen uur naar drainage, en dus zaten wij kwart voor acht al in de auto. Ha ja, drie kwartier rijden, en dan nog tien minuten stappen tot je van een parkeerplaatsje aan zijn paviljoen bent.

Het resultaat was dat ik om negen uur al in De Haan liep, en voor een keertje de andere kant van de dijk wilde lopen, omdat het daar vol staat met beelden die ik nog niet gezien had. Het was een grijze, bewolkte dag, maar helemaal niet koud, en de beelden waren prachtig. Ik ben van geen kanten een fotograaf, en dus doe ik eigenlijk met mijn iPhonefotootjes de beelden absoluut geen recht, maar bon, u moet zelf maar gaan kijken ginder op de dijk.

Ik ga nog wel eens terug op een heldere dag, zodat ik ook heldere foto’s kan nemen. Vooral de beelden van Linde Ergo spreken me echt wel aan. Ik ben benieuwd: zou haar “Inner Circle” te koop zijn? Blijkbaar zou het beeld er maar blijven staan tot 30/9…

Daarna reed ik vlotjes naar huis, maar blijkbaar had Bart mijn assistentie niet nodig om een cyste op zijn oog te laten wegnemen. Hij is daarna gewoon terug naar kantoor gefietst…

En ’s avonds had ik dan eindelijk nog eens afgesproken met Gwen. We hadden elkaar niet eens meer gezien voor haar verjaardag op 16 juni, stel u voor. Enfin, we hebben een zalig diner gehad, en ik had meteen ook de nodige rozen voor haar mee. Tradities…

Al bij al een fijne maandag gehad, prima compensatie voor het drukke weekend.

 

Dagje Brugge

Wolf zit sinds zondagmiddag opnieuw in het Zeepreventorium, maar aangezien het vandaag een feestdag was, mochten we op bezoekdag, en hem zelfs meenemen van 10 tot 19.00 uur. Althans, dat was de theorie. Omdat hij serieus last heeft van een hoest en slijm op zijn longen – ze zijn het aan het onderzoeken – moest hij al om half vijf terug zijn voor aërosol en drainage. De dag werd dus iets korter dan gepland, maar bon, zijn rug staat een langere uitstap toch niet echt toe.

Iets over elven pikten we hem op en haalden we uiteraard nog een ijsje in De Haan zelf. Allez ja, Wolf moest wachten op zijn warme wafel.

Daarna reden we naar Brugge, om daar in L’Estaminet iets te eten. Dik in orde, alleen hebben we behoorlijk lang moeten wachten. En hadden we ook lang rondgereden voor een parkeerplaatsje: eerst konden we niet door omwille van een optocht en moesten we rondrijden, en toen was de parkeergarage van Park volzet. Aan de Magdalenakerk vonden we gelukkig wél nog een plaatsje, en moest er blijkbaar eerst ook nog gespeeld worden op de grote speeltuin aldaar. Door alledrie, ja.

Daarna wandelden we langs een brug, een van de kunstwerken van de Triênnale, richting Markt. Daar losten we de max van een geocache op, nota bene op een van de drukste plaatsen van gans Brugge, en toch vielen we niet op. Tsja, als je die cache in fietszakken stopt…

Daarna wandelden we verder om nog drie kunstwerken van de Triënnale te bekijken: de walvis, de lange metalen nek (of hoe je het ook moet noemen) en de oranje tunnels. Tussendoor dronken we ook snel iets, en kreeg de hangry Merel een pannenkoek.

Toen was het welletjes, was ook de tijd op, en brachten we Wolf tegen half vijf terug naar het Zeepreventorium, waar we nog bij hem bleven tijdens het aerosollen.

Daarna reden we naar huis via een omwegje, en deden we nog een cache waarbij we alledrie in de lach zijn geschoten. Je moest namelijk met een bidon aan een ketting in een kreek water scheppen, dat in een buis gieten, en dan een bovendrijvend kokertje opvissen waarin een sleuteltje zat, waarmee je een vogelhuisje wat verderop kon openen. Op zich leuk bedacht maar niet zo grappig natuurlijk. Het verrassende element zat hem in de buis, waarin gaten zaten om ze te draineren, en een van die gaten was héél gemeen geplaatst, zodat je een stevige straal water op jezelf kreeg, als je niet oplette. Een heuse pispaal dus.

Enfin, kwart voor zeven waren we terug thuis na een geslaagde middag. Yup yup.

Terug thuis, back to reality

Jawel, het mag op vakantie nog zo goed zijn, een eigen bed is toch veel waard…

Tegen half negen rolde ik eruit, Bart ging om koffiekoeken en deed daarna boodschappen, en ik gooide me op de gigantische stapel was. De onderbroeken die ik gisterenavond nog buiten had gehangen, waren intussen droog, net zoals de zwembroek, de kousen en een paar T-shirts. Goed bezig!

Om half elf zetten Wolf en ik aan naar het Zeepreventorium, dik tegen zijn goesting. Om twee uur file te omzeilen reden we binnendoor, waardoor we er pas tegen twaalf uur waren, maar dat was gelukkig geen probleem. Ik knuffelde, zwaaide, en ging dan maar geocachen in de buurt. In De Haan zelf was er geen parkeren aan, dus geen foto van mijn beeld deze keer. Ik reed dan maar naar de Vuurtorenwijk van Oostende, de rechteroever, waar het strand altijd bijzonder rustig is, om daar twee geocachen te zoeken die ik de vorige keer niet gevonden had. De eerste was geen enkel probleem, maar bij de tweede, midden in de duinen, had er zich toch wel een ouder koppel te slapen gelegd nét op het punt waar hij lag, zeker? Dju!

Ik deed nog een mooie wandeling langs de vuurtorens zelf, en zocht nog een paar mooie exemplaren in het park langs de tram, zeven exemplaren in totaal, zodat ik pas kwart over vier opnieuw thuis was. Meteen kon ik een was binnenhalen, een verse was ophangen, en nog eentje draaien. Het moet vooruit gaan, tiens!

Eten ’s avonds deden we buiten, heerlijk koel, en dan keken Bart en ik met Kobe nog naar een film, terwijl Merel al in bed zat.

Toch vreemd, hoe snel een mens zijn oude routine weer oppikt…