Leesclub: “I’ll give you the sun” van Jandy Nelson

Boek nummer twee van de leesclub werd het young adult-boek I’ll give you the sun van Jandy Nelson. Zelf had ik er nog niet van gehoord, maar er werd me verzekerd dat dit een goed boek was. Dat bleek ook te kloppen, en dan vooral door de ingenieuze vertelstructuur.

Het verhaal volgt een tweeling, Noah and Jude, die eerst heel erg close zijn, tot ze hun moeder verliezen en daardoor uit elkaar groeien. We krijgen eerst het verhaal van de dertienjarige Noah die blijkbaar de weirdo van de klas is: niet gepest maar ook niet geaccepteerd. Hij tekent alles wat hij ziet, heeft een enorm talent en denkt in beelden. Zijn zus Jude is dan weer het populaire surfende meisje dat het vaak voor haar broer moet opnemen.

Het volgende hoofdstuk geeft ons het vertelperspectief van Jude, drie jaar later. Op dat moment blijkt zij de vreemde eend in de bijt te zijn, gehuld in oversized kleren, zich afsluitend van de rest van de wereld. Noah is gestopt met tekenen – om een of andere vreemde reden is hij niet geaccepteerd in de kunstschool, en Jude wel – en is nu een doodnormale, populaire jongen die bij momenten zijn zus moet verdedigen.

De hoofdstukken en vertelperspectieven wisselen elkaar af, en in het begin is het soms vreemd. Maar dat is net wat iedereen zo boeiend vond: beetje bij beetje krijg je extra stukjes van de puzzel en valt het hele plaatje netjes in elkaar. Gaandeweg wordt duidelijk wat er in de drie tussenliggende jaren is gebeurd, wat het impact op zowel Noah en Jude is, en waarom het allemaal fout is gelopen. Een ding staat daarbij centraal: eerlijkheid. Ze hebben beiden gelogen, dingen verzwegen en feiten verdraaid. Dat zorgt voor de nodige plotwendingen en onverwachte onthullingen.

Wat mevrouw Rombaut een beetje jammer vond, was dat het echt allemaal een positief einde krijgt: eind goed al goed. Maar er werd haar verzekerd dat dat nu eenmaal de stijl is van de meeste young adult-boeken, waar zelden een open of halfopen einde is.

Niet iedereen had het boek helemaal uitgelezen, maar ze waren wel van plan dat zeker nog te doen, juist omdat het pas op het einde is dat alles helemaal duidelijk wordt. Iedereen was het er roerend over eens: het is een goed boek.

Op algemene aanvraag wordt het volgende boek The Song of Achilles van Madeline Miller, een boek dat we in 2022 al gelezen hebben met de leesclub, maar uiteraard zijn die leerlingen intussen al allemaal afgestudeerd. Toen oordeelden we dat dit een steengoed boek is, en blijkbaar leeft het nog steeds. We komen hiervoor samen op maandag 16 maart 2026 om 15.30 uur in lokaal 1.23. 

Iedereen is welkom, ook ouders, grootouders en oud-leerlingen. Geef gewoon een seintje, en we zorgen ervoor dat er voldoende cake voorzien wordt.

Lectuur: “The Last Olympian (Percy Jackson and the Olympians #5)” van Rick Riordan

Zo af en toe lees ik eens een Percy Jackson tussendoor: snelle en amusante lectuur, een no-brainer.

Het valt me, net als vorige keer, op dat het telkens iets minder ‘grappig’ is, wel telkens iets duisterder. Percy wordt telkens wat ouder en volwassener, dat ook, maar de dreiging wordt ook elke keer groter.

Kronos heeft nu zijn zinnen op New York gezet en het is aan Percy en zijn halfbloedvrienden om die opmars te stoppen, want de Olympische goden zelf proberen krampachtig om de titaan Typhon tegen te houden, iets wat eigenlijk niet lukt.

En ja, er vallen doden. Er zijn twijfels, over zelfwaarde, over het nut, over opofferingen… Riordan gaat er knap mee om, het zijn niet meer puur de jongerenboeken die het waren, er zit meer in. Ik lees het graag, zeker omdat het een mengeling is van mijn favoriete mythes en een vlot geschreven boek.

En ja, de rest van Riordan blijft dus op de lijst van te lezen boeken staan. Als tussendoortjes, snelle lectuur. Maar wel hele goeie.

Lectuur: “Jij mag alles zijn” van Griet Op de Beeck

Merel kwam af met dit boek dat ze moest lezen voor Nederlands: “Jij gaat dat ook graag lezen, mama, gewoon doen, het is een kort dingetje”.

En wie ben ik om mijn dochter tegen te spreken? Ze kreeg gelijk, overigens.

Lexi is negen en vindt dat het leven moeilijk is. Dat kan ook niet anders: haar mama is zwaar depressief, haar papa moet extra werken, en vroeger moet het anders geweest zijn, want er zijn foto’s waarop mama wél lacht. Wanneer mama opgenomen wordt in een instelling waar ze haar hopelijk weer aan het lachen krijgen, waar ze hopelijk de oude mama terugvinden, moet Lexi tijdelijk bij tante Arizona gaan logeren, een tante die ze eigenlijk niet kent en in het begin ook niet zo leuk vindt. Maar dan ontdekt ze beetje bij beetje dat tante Arizona eigenlijk ook verdrietig is, en probeert ze haar op te vrolijken. Net zoals ze dat probeert met mama, omdat ze zich verantwoordelijk voelt voor het feit dat zij wél is blijven leven en Amos, haar tweelingbroertje, niet. Want dat is de reden voor het grote verdriet van mama.

Op de Beeck schrijft vanuit het perspectief van een negenjarige, maar dit boek is niet bestemd voor negenjarigen, geloof me, wel voor een iets ouder jongerenpubliek. Het gaat over het verwerken van verdriet, het zich verantwoordelijk voelen als kind voor iets waarmee je ouders worstelen, het oplossen van andermans problemen… Lexi is een vroegwijs kind – hoe kan het ook anders? – met een aparte maar heel herkenbare kijk op het leven. Al bij al is het ook een zeer emotioneel boek, zeker als je zelf kinderen hebt: soms besef je als ouder niet hoe veel druk je ongewild bij je kinderen legt, hoe jouw problemen op hen kunnen wegen. Als leraar zie ik dat wel vaker, en vaak beseffen de ouders dat niet eens.

Aanrader? Jazeker! Zeker niet alleen voor jongeren, maar dus ook voor volwassenen.

Lectuur: “Defiant (Skyward #4)” van Brandon Sanderson

Dit is het vierde boek in de reeks Skyward van Sanderson, een young adult science fiction reeks, maar geen hardcore, gewoon goed geschreven verhalen. Deze gaat naadloos verder op de vorige, maar was nog niet uit toen ik die gelezen had. Het duurde dus wel even voor ik er weer inkwam.

Spensa, het jonge hoofdpersonage, heeft haar avontuur in de Nowhere overleefd, maar voelt zich bij haar terugkeer nogal uitgesloten: het leven van de anderen ging verder, ook zonder haar. En hoe zit het met haar relatie? Leeft die nog?

Intussen heeft de Superiority niet stilgezeten en is de leider, Winzik, vast van plan alle mensen uit te roeien. Ja, ook hier is er dus een red-de-wereld-verhaaltje, zoals dat hoort. Alleen kan Spensa pas die moed opbrengen wanneer ze door krijgt dat ze misschien wel alles moet opofferen daarvoor, dat ze niet puur egoïstisch mag handelen maar haar vrienden, haar wereld voorop moet stellen.

Uiteraard kan Sanderson vertellen – ik ben een echte Sanderson fan, maar dat wist u wellicht al – en ook hier gebruikt hij het aloude verhaaltje van de held die tot inkeer en inzicht moet komen vooraleer hij het Kwade kan overwinnen. Maar Sanderson doet dat gewoon goed, elke keer weer, en de wereld zit zo knap in elkaar dat het fijn blijft om te lezen.

Bedankt, mister Sanderson.

Lectuur: “Jona” van Anna Van Praag

Eerder schreef ik al dat ik mee ging lezen met de Kleine Cervantes, een Gentse jeugdboekenjury. Een eerste boek dat ik daarvoor las – ik had de volgorde niet goed bekeken, dat bespreken we pas eind februari – was dus Jona, van Anna Van Praag. En ja, ik vond dat best goed, ja.

Hoofdpersonage is Jona, een jongen van zestien die met zijn vader in een klein huisje in een hofje in Amsterdam woont, tegenover zijn licht dementerende grootmoeder. Op zich niks speciaals, ware het niet dat de familie strikt Joods is – niet Chassidisch, zo ver gaan ze niet – en vader hamert op complete openheid, wat zelfs letterlijk te nemen is als het over kamerdeuren gaat. En dat Joods zijn, dat heeft een enorme impact, want meteen is er ook het intergenerationele trauma over de tweede Wereldoorlog.

Wanneer Jonah een soort onderzoekscompetentie moet maken samen met twee klasgenoten, kiezen ze zijn oma als onderwerp, en dan meer bepaald over wie ze het heeft als het over Simon gaat. Want voor zover ze weten, is er geen Simon in de familie. Maar die klasgenoten verstoren wel het wereldbeeld van Jona: niet Joods, veel mondiger, een andere kijk op de wereld…

Op een luchtige manier snijdt Van Praag op die manier enkele toch wel zware thema’s aan: het verwerken van het oorlogsverleden dat ook op Jona nog een invloed heeft, dementie, culturele en religieuze verschillen…

En toch leest het boek wel vlot: het spreekt aan, appelleert aan de leefwereld van jongeren en de problemen waarmee zij geconfronteerd worden. Ik ben benieuwd naar wat onze leerlingen er van gevonden hebben, maar dat is voor een latere datum.

Lectuur: “De levens van Lanya” van Mirjam Oldenhave

Gisteren schreef ik over de wedstrijd De Kleine Cervantes, en dit is het eerste boek dat ik ervan gelezen heb en eigenlijk met de groep op school ging bespreken. We hebben ons in twee gesplitst, want we krijgen van de organisatie maar één boek van elk, en dat kan je moeilijk met twintig man tegelijk lezen. De schoolbib heeft er ook aangekocht, en enkele van ons – in casu de leerkrachten – ook,  en verder hebben we de Gentse wijkbibliotheken geplunderd. Alleen zijn we natuurlijk niet de enige school, en met twee groepen scheelt dat al.

Ik las dus eerst De Levens van Lanya, maar was er jammer genoeg niet bij bij de bespreking: ik zit thuis met de rug, weet je wel?

De Levens van Lanya is in de eerste plaats een hard boek: je wordt er niet vrolijk van. Het valt onder jeugdliteratuur – tegenwoordig young adult – maar ook dat vind ik niet helemaal terecht: het is meer dan dat. Het verhaal volgt de jonge, Koerdisch-Irakese Lanya, wier ouders naar Nederland vluchten wanneer ze een jaar of negen is. Omdat de goedkeuring van de asielaanvraag jaren op zich laat wachten, worden zij en haar zusje ondergebracht bij een Nederlands pleeggezin. Ze groeit dus op met Nederlandse normen en waarden. Wanneer zeven jaar later haar ouders eindelijk een definitieve verblijfsvergunning krijgen, moet ze opnieuw bij hen gaan wonen: zeer traditionele, Koerdische moslims die hardnekkig vasthouden aan hun oude tradities, zoals uithuwelijking. Alleen kan Lanya zich daar niet meer mee verzoenen. Na heel veel worsteling met zichzelf duikt ze onder in een vluchthuis voor meisjes. Maar lost dat eigenlijk wel iets op?

Willens nillens moet Lanya zich plooien naar de wil van haar ouders, een gedwongen huwelijk, een onderdanig leven in Irak, tot ze ook uiteindelijk daar kan uitbreken, maar met gigantische persoonlijke opofferingen.

Het boek geeft een heel mooi inzicht in hoe het moet zijn om als kind hier te komen, en toch moet het nog veel, veel erger zijn dan dit. Je voelt de ontwrichting, de ontheemding, maar wij als brave middenklasseburgers in ons eigen landje kùnnen dit gewoon niet vatten, denk ik.

Het valt onder young adult omdat het uiteraard het verhaal is van een tiener die opgroeit, maar zoals ik al zei: het is meer dan dat. Een cultuurclash, een clash van religies, van waarden, van tradities, van gewoonten, van visie op vrouwenrechten… Het boek doet je vooral nadenken.

Ik vond het zeker een aanrader, maar of dit geschikt is voor twaalfjarigen, daar heb ik mijn vragen bij. Maar blij dat ik het gelezen heb, ja.

Lectuur: “The Lightning Thief (Percy Jackson and the Olympians #1)” van Rick Riordan

Merel is nogal into Percy Jackson, zou je kunnen zeggen. Ze had de eerste boeken al gelezen, met veel plezier, en intussen is er een nieuwe reeks uitgekomen op Disney+, waar ze helemaal gek van is. Met haar vriendinnen kan ze enkel over de reeks praten, maar ze wil graag iemand met wie ze het verschil met de boeken kan bediscussiëren en becommentariëren. En dus ben ik nu deze aan het herlezen.

Enfin, op twee dagen is zo eentje uitgelezen natuurlijk: de schrijfstijl van Riordan is niet bepaald moeilijk, aangezien het om young adult gaat en zijn doelpubliek niet echt een uitgebreide woordenschat heeft. Maar het verhaal blijft wel goed geschreven: Percy Jackson is een probleemkind van dertien jaar dat van de ene school naar de andere moet, omdat er altijd wel ergens iets compleet fout loopt. Zijn mama werkt hard, zijn vader kent hij niet, want die is verdwenen toen hij klein was.

En dan gaat er, op bezoek in een museum, alweer een en ander grondig mis. Voor hij het goed en wel beseft, blijkt Percy een godenkind te zijn, de zoon van Poseidon. Hij komt terecht in Kamp Halfbloed, waar hij zich eindelijk thuis begint te voelen omdat alle kinderen daar zijn zoals hij. En toch, toch klopt er iets niet, want hij zou eigenlijk niet mogen bestaan omdat de drie grote goden gezworen hebben geen kinderen meer te hebben. Aangezien Poseidon dit bestand heeft geschonden en Zeus zijn bliksemschicht kwijt is, wordt de schuld bij Percy gelegd. En dus gaat hij erop uit om recht te doen geschieden, want dat is voor hem zijn zwakke punt: een rechtvaardigheidsgevoel dat soms alle andere dingen doet verbleken.

Het leuke is, dat alle mythes en dergelijke erin voorkomen, maar met een moderne twist. Zo heeft Medusa een winkel met tuinbeelden, en rijden de Moiren met een taxi en dergelijke. Het is goed omgezet naar een hedendaagse wereld, en het is voor mij ook een fijn referentiepunt in de klas, al moet ik er wel de klassieke mythes bij vertellen natuurlijk. En ja, ik lees ook wel de vervolgen tussendoor: het mag dan om een jongen van dertien gaan, leuke lectuur blijft leuke lectuur. Zeker als ik er mijn dochter een plezier mee doe.