MRI

Jawel, eindelijk de MR scan vandaag. Ik heb maar een maand moeten wachten, en dat viel blijkbaar dus zeer goed mee, want de standaard wachttijd is 4 maanden. Zucht.

Enfin, een twintigtal minuten gepiep, gebrom, getuut, geklop, en ik ben gewoon in slaap gevallen. Blijkbaar vind ik dat repetitieve lawaai rustgevend. Ne mens moet dan ook zo stil mogelijk liggen te liggen, en ik lag ook effectief vree op mijn gemak.

Ik ben benieuwd voor wat de dokter zal zeggen, volgende week.

IMG_2593

Voetperikelen: een waas van mysterie

Twee weken geleden berichtte ik dat ik langs geweest was bij de orthopedist, dat die verklaard had dat hij het echt niet meer wist, en dat hij me doorstuurde naar een absolute voetspecialist. Of zoals mijn huisarts het noemde: “Burssens? Ha, de god der voeten!” Wachttijd is standaard een maand of vier, maar bon, ze hadden mij er tussen gepakt, en ik mocht dus vandaag gaan.

Een stagiaire deed de anamnese, luisterde aandachtig, zocht de scanresultaten op, vulde het dossier in, en bevoelde de voet. De dokter zelf luisterde al even aandachtig, liet me een aantal keer heen en weer lopen, en begon toen serieus te trekken en te duwen aan de voet. Ik begon zowaar te zweten van de pijn. Daarop verklaarde hij doodleuk dat ook hij het niet wist. Mijn scans en pijnbeeld waren totaal onlogisch. Hij zei dat er drie opties waren: ofwel het bot, ofwel een geknelde zenuw, ofwel een peesprobleem. Waarop ik opmerkte dat dat zowat alle mogelijkheden waren wegens enkel ook nog spieren aanwezig in de voet. Waarop hij droog: “Correcte analyse, mevrouw”.

Juist.

Er werd prompt een MRI besteld – standaard wachttijd 3 maanden, ik mag dag op dag volgende maand al gaan – waarbij hij zowel botoedeem wilde laten nakijken, als peesbedding en zenuw, maar met telkens meer vraagtekens erbij. Hij was benieuwd, verklaarde hij nog. Een week na de scans moet ik terug bij hem staan.

Ik ben in elk geval wel blij dat hij ronduit durft toegeven dat hij het niet weet, in plaats van me alle mogelijke behandelingen aan te smeren.

Bon, wordt vervolgd over een dikke maand dus.

Update over de voet

Een goeie week geleden had ik nog eens naar de orthopedist gebeld, omdat de pijn in mijn voet maar blijft aanhouden. Hij had, toen de diagnose artrose viel, gesproken van vier tot zes weken. Intussen zijn we drie maand verder, en was het vooral de huisdokter die haar bezorgdheid uitsprak. Bon, ik mocht dus vanavond gaan om, zoals hij het zelf ook aan telefoon had gezegd, doorverwezen te worden. Van den Broecke geeft het namelijk eerlijk toe: hij weet het niet meer. De scans wijzen duidelijk op artrose, maar dan had de opstoot – artrose werkt blijkbaar met opstoten en perioden van rust – al lang voorbij moeten zijn. De pijn in mijn voet is ook niet consistent met artrose, maar wel met de oorspronkelijk vermoede stressfractuur, want het is echt op één plekje. Aan de andere kant: als het ook echt een stressfractuur was, dan had die al lang genezen moeten zijn.

Een doorverwijzing dus, naar een absolute specialist die enkel en alleen maar voeten doet, en naar ik links en rechts hoor, ook de absolute autoriteit blijkt te zijn. Gemiddelde wachttijd: dik vier maanden. Behalve natuurlijk als een andere specialist je doorverwijst. In de loop van de komende week zou zijn secretaresse me moeten bellen voor een afspraak.

Nog een chance dat ik eigenlijk weinig last heb van die speciale laars, maar aangenaam is het niet, nee. Allez, we leven in hoop.

Stressfractuur

Hmmm. Ik heb het blijkbaar nóg maar eens gekund.

Al sinds half september doet er iets pijn in mijn linkervoet. Zomaar, plots. Ik weet nog dat ik op een bepaald moment verbaasd mijn schoen en kous uittrok, om naar mijn voet te kijken. Ik had namelijk het gevoel dat hij serieus blauw stond, alsof ik er een fles water of zo op had laten vallen. Maar er bleek niks te zien. Ach ja, ’t zou wel over gaan zeker?

Helaas… Op 26 september moest ik met Wolf naar de orthopedist, en ik maakte een terloopse opmerking over mijn pijnlijke voet. Van Den Broecke keek even naar me, en zei toen: “Begint ne keer met deftige schoenen aan te doen?” Een sneer naar mijn hoge hakken dus. Mja…

Maar het beterde totaal niet, wel integendeel. Het is nu inderdaad wel zo dat ik niet van het stilzittende type ben, en dat ik me niet laat tegenhouden door een zere voet. Ik droeg dan maar mijn laagste hakken, en op een bepaald moment zelfs mijn MBT’s. Thuis liep ik zo veel mogelijk op mijn sokken, maar ook dat hielp niet, en vooral ’s morgens bij het wakker worden doet die voet serieus pijn.

Vandaag dus zelf naar de orthopedist. Wouter kent me al serieus lang en intussen ook vrij goed, en weet dat ik er niet zal zitten als het niet behoorlijk wat pijn doet. Hij weet ook dat ik niet in pijnstillers geloof. Hij schudde zijn hoofd, en vroeg of ik soms een soortement voetfetisj had? Het is ook altijd wat met mijn voeten. Maar na een kort onderzoek was hij toch bloedernstig: wellicht een stressfractuur in een van de middenvoetsbeentjes. Zekerheid zou hij maar hebben na een medisch beeld. Ideaal is een NMR-scan, maar de gemiddelde wachttijd daar is ongeveer twee maanden. Dan maar een isotopenscan: iets minder gezond, maar wel even duidelijk.
En voorlopig zo min mogelijk staan en zo veel mogelijk mijn afneembare plaaster/diabeteslaars aan. Nog een chance dat ik dat ding heb, want stilzitten zit er bij mij helaas niet in. Ik word er zot van.

Enfin, en dan die scan. We zien wel weer.

Rust?

Zoals ik al eerder schreef, kent mijn orthopedist mij intussen redelijk goed. Hij weet ook dat ik niet bepaald het stilzittende type ben. Toch heb ik, sinds ik mijn voet heb omgeslagen, mijn best gedaan om niet al te veel te stappen. Dacht ik toch: geen wandelingen meer langs de Blaarmeersen, geen wandelingetje met de kinderen ’s morgens naar school, dat soort dingen. Maar natuurlijk is er nog altijd mijn werk, mijn huishouden, boodschappen, rugby, muziekles, dat soort onzin. En ja, ik heb geen zittend gat. Maar ik was toch wel zelf versteld van de hoeveelheid stappen die ik, ondanks de ‘rust’, zet op een dag.

  • 6 mei, de dag na de verstuiking, op krukken doorheen de luchthavens: 2500
  • 7 mei, dagje spoed, krukken en looplaars: 2700
  • 8 mei, catechese en zo: 4500
  • 9 mei, terug naar het werk: 5000
  • 10 mei: 5700
  • 11 mei: 4400
  • 12 mei: 6100
  • 13 mei, met een presentatie en dan nog naar ons ma: 7600
  • 14 mei, communie en ziekenhuis: 7400
  • 15 mei: communiefeest en dan ziekenhuis: 7200
  • 16 mei: 6300
  • 17 mei, de dag dat ons ma gestorven is: 9000
  • 18 mei: 7800
  • 19 mei: 7500
  • 20 mei: 5100
  • 21 mei, terwijl Bart in Londen zat: 10800
  • 22 mei: 7600
  • 23 mei, overgeschakeld op brace: 5300
  • 24 mei: 7200
  • 25 mei: 7800
  • 26 mei: 6000
  • 27 mei: 6800
  • 28 mei, begrafenis: 7500
  • 29 mei: 7800
  • 30 mei: 4700

Ik doe dus echt mijn best, maar het wil niet zo hard lukken. Intussen ben ik gestart met kine, en gelukkig kent mijn kinesiste me ook nogal goed, want het is mijn nichtje. Ze schudde haar hoofd, en zei: “Ge moet dat ook niet verbaasd zijn als het niet vooruit gaat hé!”

Mja…

Orthopedist

Exact een week loop ik dus al rond met mijn verstuikte poot. Vandaag kon ik gelukkig terecht bij mijn vaste orthopedist, en die zat al te grijnzen toen hij me zag: “Wat hebt ge nu weer uitgestoken, hm?” Hij moest lachen met het verhaal, maar bevestigde wel dat het een zware verstuiking was, een derdegraads, wat zoveel wil zeggen als dat alle gewrichtsbanden een stevige knauw hebben gekregen, en dat er eentje op zijn minst partieel is gescheurd. Niks nieuws, dus. Toen ik mijn voet uit de laars haalde, ontsnapte hem wel een welgemeende ‘whoa’, en als je orthopedist dat zegt, weet je dat het er op zijn minst spectaculair uit ziet. Voet zag inderdaad nog steeds alle kleuren, en behoorlijk dik ook.

Maar, zo wist hij na enig getrek en gesleur te zeggen: de voet heeft wel zijn stevigheid en stabiliteit, en da’s goed nieuws. Nog een week met de laars aan, en dan minstens zes weken met een brace. En vooral veel rusten, voegde hij er op een sarcastisch toontje aan toe. Ik denk dat die mens me na al die jaren veel te goed kent.

Rusten? Ja, als ik er eens tijd voor vind, ja.

Koppig

Ik heb de hele ochtend, braafjes en stil, op mijn stoel gezeten en zitten werken. Enfin, toch min of meer. De voet laat niet veel méér toe dan dat, eigenlijk. En koppigweg ben ik deze namiddag wel gaan lesgeven, ja. Drie uur lesgeven, en uiteraard wat rondlopen op school, en de tocht van de klas naar de parking, en mijn voet had het wel gehad, dat ook, ja.

Ik ben thuisgekomen en heb hem fluks omhoog gelegd, met ijs erop, en blij dat ik pijnstillers in mijn lijf had. Maar helaas ben ik niet van het stilzittende type, en dus heb ik ook thuis nog rondgelopen, terwijl Merel en Kobe het zich niet aantrokken dat de zon intussen weg was, en vrolijk in het zwembadje rondspatterden.

’t Doet zeer. Serieus.

Meh.

 

Voetperikelen, alweer

Om kwart over acht gooiden we de jongens af aan het rugbyclubhuis voor de jeugdfinales, reden fluks naar de overkant van de Watersportbaan, en Bart zette me af aan de spoed van het Jan Palfijn. Ik zei hem dat hij echt niet hoefde te wachten: zoiets duurt wel even, en ik had mijn volgende Robert Harris bij, een flesje water en mijn GSM. En dus reed hij met Merel om boodschappen en aansluitend naar huis, terwijl ik me installeerde in een triagekamer, en de halve gips vakkundig werd losgesneden. De voet zag er… tsja, imposant uit.

Het was vooral heel erg kalm op de spoed, en dus kreeg ik een zeer snelle behandeling. Er werden foto’s gemaakt, en er was inderdaad niks gebroken. Ze gingen bijna al beginnen gipsen, toen ik vroeg of we niet beter zouden wachten daarmee tot de echo’s waren genomen? Hmm, bleek misschien wel een goed idee. Trouwens, wie sprak er al van gipsen? Kwart voor tien kwam de radioloog binnen, en meteen werd er uitgebreid geëchood. Verdict: het viel allemaal beter mee dan gedacht. Alle gewrichtsbanden waren wel geraakt, maar er was maar eentje gescheurd, en wellicht maar partieel. Ah bon. Oké.

Terug naar de spoedafdeling, waar intussen ook een volwaardig orthopedist rondliep. Die twijfelde tussen gewoon een steunverband en een gips, hmm. Tot ik liet vallen dat ik eigenlijk vaste patiënte ben van Wouter Van den Broecke, en ze meteen die mens opbelden. Hij bleek net in Barcelona te zitten, maar herinnerde zich van daaruit dat ik nog een walker boot liggen had, en dat ik die dus kon dragen. En dat ik best in de loop van de volgende week eens bij hem langsging. Juist ja. Chapeau voor die mens zijn geheugen! De dokter schreef me nog drie keer 600 mg Ibuprofen per dag voor, en dat was dat.

Ik belde naar Bart dat hij me mocht komen ophalen, en dat hij best die laars even van onder het stof ging halen. Nog een chance dat ik het ding nog niet weggegooid had, want ik had al een paar keer op het punt gestaan. Maar ik vond het zonde om zo’n duur ding, dat eigenlijk nog niet versleten was, weg te gooien, en dus lag het al een jaar of zeven in de garage op de chauffageketel stof te vangen.

En eigenlijk was ik gigantisch opgelucht. Met dat ding in plaats van een gips kan ik douchen, rustig slapen, en zelfs autorijden, want je doet het gewoon aan en uit. Autorijden wordt me wel stellig afgeraden, maar die vijf kilometer naar school maken wel een wereld van verschil uit, want ik kan tenminste werken. Nu nog de zwelling en de pijn wegkrijgen…

Ik heb me dus de rest van de dag redelijk koest gehouden: nog geen 3000 stappen.

En intussen speelden de jongens rugby, en genoten ze volop van het prachtige weer.

13131178_963060797140561_8115564201243414241_o