Niet dat ik niet graag in Japan was, verre van, maar die reis zelf is toch een hele onderneming, en ik vind dat absoluut niet leuk omdat ik gegarandeerd slecht ben.
Kwart over twaalf steeg onze vlucht van Hongkong naar Brussel op, en zodra het kon, legde ik de zetel volledig plat, nam mijn hoofdkussen en mijn donsdeken en sliep. Sliep dus echt, zeven uur aan een stuk, en blijkbaar ook diep, want ik heb niet gemerkt dat ze komen vragen zijn voor avondeten – Bart heeft dat afgewimpeld voor mij – of dat ze het vensterschermpje zijn komen sluiten. Ik was dan ook echt nog misselijk, en ik heb uiteindelijk ook een Argyrax genomen, een zeer goed soort reispil die ik eigenlijk niet mag nemen wegens glaucoom, maar foert dus. En hoe slaap je? Zo dus.
Ik sliep, en werd na een uur of zeven wakker. Acht uur in onze tijd, maar we moesten er weer zes uur afpietsen, dus dat werd wat vreemd. Ik keek – in stukken en brokken met wat slaap tussendoor – nog naar Wicked, kon zelfs een ontbijtje eten en voelde me goed bij de landing. Oef.
De controles verliepen vlot, de valiezen waren er bijna meteen, en het luchthavenvervoer stond al te wachten. Resultaat? Om tien uur stonden we terug in ons huis, netjes gekuist door Asse, en die had zelfs de lakens van de huisoppassers gewassen!
Helaas, de daaropvolgende was was wel degelijk voor mij, en ik kon er meteen aan beginnen. Jammer genoeg was het aan het regenen, waardoor ik amper vier machines kon draaien want de droogkast is echt de vertragende factor.
Na een succulent ontbijt zagen Arwen en Kobe het niet zitten om nog veel te doen, maar Bart, Wolf, Merel en ik wilden ook onze laatste dag in schoonheid afsluiten, en dus gingen we nog even tot bij het kasteel van Osaka, te midden van een groot park en omgeven door twee slotgrachten. Vlakbij staat overigens een ziekenhuis waarbij het wel lijkt alsof de Enterprise is geland…
We liepen rond, ik deed een paar caches, en we zagen dat het goed en warm was.
We waren vrij snel terug, tegen kwart over elf, meer dan voldoende tijd dus om nog twee caches aan beide zijden van het hotel te zoeken, en dan tegen twaalf uur uit te checken.
En helemaal afsluiten wilden we doen in stijl, en dus had Bart voor ons allemaal in het hotel een teppanyaki lunch gereserveerd: met een eigen chef die netjes toonde wat hij deed, en ons een vijfgangenmenu voorschotelde. En eigenlijk hadden we nog geen honger na dat uitgebreide ontbijt :-p
Nog een laatste zicht op Osaka, en weg waren we, de taxi in richting luchthaven. Die ligt trouwens volledig op een eiland, wel wijs om zien.
Om kwart voor twee opgehaald, om kwart voor drie op de luchthaven, tegen kwart na drie door alle administratieve onzin en in de lounge. Om vijf uur het vliegtuig op, vier uur later in Hong Kong, tegen negen uur dus.
Ik was nog maar eens kotsmisselijk, en een uurtje op de grond in de lounge liggen slapen hielp niet, dus nog maar eens mijn maaginhoud afgestaan aan een toilet in die lounge. En tegen kwart voor twaalf – eigenlijk kwart voor een, maar we waren al een tijdzone geminderd – terug het vliegtuig op, voor nog eens dertien uur. Yay. Not.
Nee, Japan hebben we vandaag nog niet gezien, alleen de binnenkant van luchthavens en vliegtuigen.
Om middernacht was ik nog Merel gaan ophalen in Mariakerke: die kwam van Berlijn en was eigenlijk behoorlijk ziek. Ze heeft oorpijn, keelpijn, hoofdpijn en is snipverkouden, ze begon dan ook meteen te huilen toen ze me zag. Maar Japan wil ze zeker niet opgeven.
En die business class op het vliegtuig? Man, daar was mijn rug blij om! Je hebt meer dan voldoende beenruimte, en vooral: je stoel gaat helemaal plat zodat je echt een bedje hebt, zij het nogal smalletjes. Maar met dus een echt kussen en een echt donsdekentje. De lunch was prima, je krijgt een voorgerecht, een hoofdgerecht naar keuze en een dessert, en alle mogelijke snacks op alle uren.
En aangezien we richting Hong Kong zes uren verder moeten tellen, gingen rond vier uur alle lichten uit en werd het hele vliegtuig in slaapmodus gebracht. Tegen dan had ik ongeveer mijn boek uitgelezen en lukte dat ook min of meer een beetje.
Bon, het eerste deel viel dus best nog wel mee, toch?
Yup, onze laatste dag hier. We pakten routineus en efficiënt in en gingen nog voor een wandeling, opnieuw de heuvel op, zoals op de eerste dag, maar nu met een paar geolabcaches en een extra stukje dat we nog niet gezien hadden.
Stipt om twaalf uur verlieten we het appartement, gepakt en gezakt. Ver gingen we niet lopen met die bagage, en dus aten we in Rataskaevu 16, een zeer degelijk restaurant een paar huizen verder. En ja, voor de laatste keer lieten we het ons ook smaken: rendierstoofpot, voor mij met een speciale Estste icetea.
Ik ging nog voor de dochter een paar kaneelbroodjes halen, terwijl Bart nog een koffie dronk, en toen namen we een Uber richting luchthaven. We wisten wel dat we daar veel te vroeg gingen zijn – half drie, voor een check in vanaf half vier en vlucht om half zes – maar we konden geen weg met die bagage, en het gaf me de kans om ook daar nog wat geocaches te zoeken, wat ik prompt ook deed. En gelukkig konden we onze bagage wel al kwijt via de self check in. Bart ging voor een rustig tafeltje, ik liep nog een uurtje rond in een hippe buurt, een gereconverteerde fabrieksbuurt waar nu het “SiliconValley” van Tallinn zit.
Nog wat later zaten we op het vliegtuig, en tot mijn grote verbazing had ik nergens last van, zodat ik rustig kon zitten haken, naar buiten kijken en luchtfoto’s maken van eilanden, hoogovens, groeves van het een of het ander, en zelfs tijdens de landing boven Brussel, dus ook de basiliek en het Atomium.
Nog een lange treinrit en een taxi later stonden we om half tien weer thuis, waar ook Wolf op net hetzelfde moment thuiskwam van een weekje Tsjechië met UGent Racing.
Kwart voor twee zaten we in de auto, kwart over twee was onze trouwe PRNDL goedgekeurd en liepen we de luchthaven binnen.
Je moet er zelf inchecken: zelf je boarding pass uitprinten, zelf je bagagelabels uitprinten en bevestigen, zelf je valiezen op de band zetten. En dus ook zelf nog wat gewicht verdelen, want ze waren behoorlijk streng, die machines.
Soit, al bij al gingen we bijzonder vlug door het systeem, zodat we nog meer dan twee uur zaten te koekeloeren. Maar ik zocht en vond een nieuw bandje voor mijn Apple Watch, Merel vond zowaar een fanmagazine over Taylor Swift, en allemaal hingen we wat rond en viel het nog mee.
En de vlucht? Ook die viel bijzonder goed mee, bijna twee uur korter dan in het heengaan, en ik heb zelfs een dik uur geslapen. En vooral: ik voelde me zo fris als een hoentje! Mocht ik me altijd zo voelen na een vlucht, ik had er geen probleem mee. Zelfs geen greintje misselijkheid, ik snap het zelf niet.
Al bij al een zeer aangename manier om de reis af te ronden.
Een van de redenen waarom ik zo baalde over onze extra overnachting, was dat we speciaal op vrijdag naar huis zouden gaan, omdat er zaterdagnamiddag/avond een Omen Mini was waarvoor ik ingeschreven was en waar ik echt wel naar uitkeek. Die begon om 15.00 uur in Mechelen, normaal gezien geen probleem dus.
Soit, vliegtuig vertrekken om 12.05, thuis dus rond 16.00 uur, misschien kon ik alsnog vertrekken, toch?
Met dik twee uur vertraging zijn we alsnog opgestegen, ik ben prompt in slaap gevallen voor het grootste deel van de vlucht, in Brussel kregen we quasi onmiddellijk onze bagage – kan niet missen als je een kwartier moet stappen tot de bagageruimte – het luchthavenvervoer stond ons op te wachten, zij het grommelend want die had ook twee uur staan koekeloeren, en tegen kwart voor zeven stonden we eindelijk in ons eigen huis.
Serieus.
Tot zover de mini, tot zover mijn fijne zaterdag, maar er waren de kinderen, er waren cadeautjes die goed bevonden waren, er was mijn zeteltje, en dus was er ook weer mijn goed humeur.
En er is vooral ook een hele fijne herinnering aan een mooie, zij het vermoeiende stad. Lissabon, u was fantastisch.
Boven kwamen we aan een miradouro, een uitkijkpunt over de stad, en daarna kuierden we verder doorheen de oude wijk naar een ander uitkijkpunt.
We kwamen terug beneden uit, liepen nog even door de markthal, en namen dan een uber richting Parque das Nações, een stadsvernieuwingswijk aan de Taag waar de wereldexpo in 1998 werd gehouden. Dat merk je ook: je rijdt door de haven, langs kaaien, fabrieken, loodsen, en dan kom je in een nieuwe wijk met restaurants, veel kunst, mooie gebouwen en verschillende attracties.
We hadden terug kunnen wandelen, maar dat liftje is veel leuker natuurlijk, en dan stonden we ook meteen weer aan de ingang van dat aquarium. Wel euh, indrukwekkend is een beetje een understatement in dit geval. We hebben er meer dan een uur rondgelopen, gekeken naar de kleine aquaria, de otters, de pinguïns, maar vooral onze ogen uitgekeken op het immense centrale aquarium met duizenden vissen, zeebeestjes allerhande, haaien, roggen, zonnevissen, de vreemdste allemaal door elkaar. Ze kweken er zowaar ook freggles en zeedraken.
Na een passage langs een watervalfontein keerden we terug richting het stadscentrum.
Daar hield Bart het voor gezien in de Starbucks in het prachtige station om de hoek van ons hotel, terwijl ik nog een laatste keer over het grote plein liep, doorheen de autovrije straten tot aan het water om nog een reeks labcaches op te pikken. Natuurlijk heb ik toen wel mijn voet stevig omgeslagen, maar alla, we overleefden dat gelukkig wel.
Een stevige, ietwat hinkende wandeling later zaten we om 17.40 uur opnieuw in de Tesla van Mario, maar deze keer met zijn vrouw aan het stuur. Dat is een voorzichtiger en dus ook tragere chauffeur, en er was spitsuur, zodat we door Lissabons buitenwijken zijn gereden tot aan de luchthaven, waar we dus anderhalf uur op voorhand waren. Ruim genoeg, hadden we gedacht. Helaas… Bart had niet op voorhand ingecheckt omdat hij het enerzijds vergeten was wegens geen herinneringsmail – zoals je die gewoonlijk wel krijgt – en omdat we toch onze bagage gingen inchecken. Bleek dat we zo goed als de laatste waren en de vlucht overboekt was, zodat we op standby stonden.
Say what???
Ha nee, Brussels Airlines had vijf passagiers te veel geboekt, in de hoop op afzeggingen en dergelijke. Maar echt, serieus… Ons werd aangeraden om ons naar de gate te begeven om daar te wachten tot het boarden gedaan was, en dan te zien of er nog plaats was voor ons. Zucht.
Intussen had Bart al geprobeerd Brussels Airlines (BA) telefonisch te bereiken, maar de Indiër van de helpdesk was nauwelijks te verstaan en wist van toeten noch blazen, behalve dan dat we geboekt hadden via Air Portugal (TAP) en dat we dus via hen een oplossing moesten zoeken.
Bart was intussen al geel en groen van frustratie, zodat ik dan maar naar TAP heb gebeld. Een hele vriendelijke jongedame probeerde een oplossing te vinden voor ons, zou ons eventueel al richting Porto gekregen hebben diezelfde avond, maar de aansluitende vlucht naar Brussel zat ook al vol. Ze probeerde echt wel, en later bleek dat ze ook echt had geholpen. Maar voor de rest moesten we naar de balie van TAP in de luchthaven zelf.
Bon, boarding gedaan, de andere drie passagiers op standby konden wel nog mee – zij hadden net voor ons ingecheckt, blijkbaar – maar wij dus niet. Dikke dikke zucht. Acht uur, moe, hongerig, hangry, en vooral moegestapt, want dat zijn nogal einden, op zo’n luchthaven.
Bon, terug naar de inkomhal, gevraagd aan een vriendelijke man aan een willekeurige balie waar TAP was, gezocht en gevonden. “Ha, u moet niet hier zijn, maar bij de andere balie”. Andere balie: “Wat is uw volgnummer?” 192. “Ja maar wat staat er naast?” Huh? “Naast uw nummer? Buiten het kantoor op het bord?” Euh… wat??? Mens zucht diep, loopt uit het kantoor, ziet naast 192 de letters PRE2 staan, en zucht vol ongeduld dat het dan toch overduidelijk is dat we naar premiumbalie 2 moeten. Euh, ja zeker? “Aan de andere kant van de hal, mevrouw.” Uiteraard.
Premiumbalie: “Oh, niet hier, maar net om de hoek, een apart kantoortje waar u ook echt kan zitten”. Daar was het aan nr. 192, maar zat er al iemand uit te leggen. Bon, even wachten kon er nog wel bij. Maar het moet gezegd: de dame was echt supervriendelijk en zeer behulpzaam. Blijkbaar had de jongedame aan de telefoon al een vlucht geregeld voor de volgende dag om 12.05 uur, deze dame wist al meteen onze namen en ons probleem. We kregen bevestigingen, tickets en dergelijke, de uitleg rond een compensatieregeling, en werden daarna doorgestuurd naar Ground Force, de balie die ons hotel zou regelen.
Bon, terug naar de grote hal, naar Ground Force. Daar keken ze even naar elkaar en verwezen ons naar een loket drie loketten verder, bij… de man aan wie ik de initiële instructies had gevraagd. Ook deze man had een meesterlijk geduld en een vermogen om mensen op hun gemak te stellen. Ook hij wist al wie we waren, regelde voor ons de Holiday Inn een drietal kilometer verderop, gaf ons een maaltijdvoucher voor diezelfde avond nog in dat hotel – we moesten er wel voor tien uur zijn, het was een buffet en ze wisten dat we kwamen – en wenste ons veel succes.
Buiten namen we een taxi – ook op kosten van BA – naar de Holiday Inn waar ze inderdaad ook meteen wisten wie we waren, ons een kamer gaven op het tiende, en zeiden dat we nog wel eventjes hadden voor het buffet.
De kamer was standaard HI, het buffet was troosteloos in een schel verlichte ondergrondse ruimte, maar bon, het eten stond er ook al ettelijke uren, vermoed ik, en het was tenminste eten, met zowel voorgerecht, hoofdgerecht als dessert, en eigenlijk was de vis best lekker.
Om tien uur ploften we, doodmoe en in mijn geval vooral slechtgezind, in ons bed. Ik had thuis willen zijn, maar bon. Lesje geleerd.