Oorspronkelijk waren Gwen en ik van plan om echt vroeg op te staan, op te ruimen, met de metro naar de luchthaven te gaan en daar een auto te huren om zelf ook richting Plovdiv te gaan en daar de prachtige archologische sites te bekijken. Maar het is twee uur rijden en we moesten al om vier uur in de luchthaven staan. Het ging ons vooral stress bezorgen, en dat zagen we dan ook weer niet zitten.
De plannen werden dus bijgeschaafd: rustiger opstaan en ontbijten, opruimen, uitchecken en de bagage aan de balie laten, en richting Boyana kerk: een klein middeleeuws kerkje net buiten Sofia stad, volledig met fresco’s vanbinnen, met maar liefst 240 personen. Het is Unesco Werelderfgoed, dat wil wel wat zeggen.
Bon, voor 10 euro hadden we een taxi en dus stonden we om elf uur netjes aan de kassa van Boyana. Om daar te horen dat er telkens maar 9 man per keer binnen mag, en dat we aan de beurt gingen zijn om één uur. Euhm. Juist ja. Maar we stonden nu daar toch en eigenlijk waren we van plan om daar ook nog een wandeling te maken. We hebben de plannen dan maar omgedraaid: eerst een wandeling, dan het kerkbezoek. Eigenlijk nog een chance, want het werd echt heet vandaag. We liepen dus rond in de omgeving, zagen dat er vooral heel veel bos was en een mooie – lees: dure – wijk en zochten en vonden enkele geocaches. We passeerden ook een heel mooi klein orthodox kerkje, waar een oudere dame met spijt in het hart in vloeiend Bulgaars aanstoot nam aan mijn spaghettibandjes en me dus niet binnenliet. Ik heb haar in even vloeiend Vlaams uitgelegd dat ik het begreep en dat ik het helemaal niet erg vond, want van in de ingang kon ik het ook best wel zien. We kwamen overeen.
Iets over één konden we dan, na wat gepalaver, voor tien minuten in het kleine kerkje met temperatuur- en vochtigheidsregelaar. Foto’s mocht je er niet nemen, dus ik heb er een paar.
Na een wandelingetje terug en wat wachten op de taxi waren we terug in centrum Sofia. Het was intussen al dik na twee uur, maar gelukkig is er Vitosha, waar je op elk moment van de dag wel een restaurant vindt dat open is en eten serveert. We zaten in een Bulgaars iets en zagen dat het best oké was.
We liepen nog even rond, ik nam nog een foto van onze straat, en weg waren we, richting luchthaven. Daar waren we uiteraard te vroeg – twee uur is daar niet nodig – maar de verrassend grote en moderne luchthaven is ideaal om rustig iets te eten en te wachten. Gwen werkte nog wat op haar computer, ik las wat, en de aangekondigde vertraging was uiteindelijk toch zo goed als weg, zodat we effectief kwart over zes vertrokken.
Opnieuw een incidentvrije vlucht, ik voelde me prima, maar de trein die we hoopten te halen, was al weg. Al bij al stond ik tegen tien uur thuis bij mijn gezin.
Een hele fijne werkvakantie, echt van genoten, fijn gezelschap, en voor herhaling vatbaar. Al is Georgië volgend jaar me net iets te ver vliegen. Het zal voor over twee jaar zijn, richting Malta. En hopelijk kan Gwen dan ook weer mee.


