Vier jaar.

Weet ge, ma, vandaag is het vier jaar. Vier jaar.

En toch zie ik uw gezicht nog voor me, met een schaterlach, zoals ge waart.

Ik mis u, ma. Ik mis uw lach, ik mis uw scherpe opmerkingen, ik mis uw telefoontjes, ik mis uw gezaag over het weer, ik mis uw verhalen over de yoga en de Noord-Zuidraad en de bloeiende magnolia’s in het Leen en de merels in uwen hof en de mensen die ge tegengekomen zijt op de markt en het rokske dat ge gekocht hebt en dat ge mij nog gaat laten zien.

Ik mis u, ma.

Al vier jaar.

Dag ma!

Dag ma!

Ik dacht, ’t is moederkesdag, ik bel nog ne keer tiens.

Ik ben net de hele middag met Véronique gaan cachen, en het was zalig. Zo spijtig dat ge niet mee kondt, zelfs met die afstand tussen was het echt aangenaam. Ge zoudt het wijs gevonden hebben, ook al heeft het de hele tijd gedruppeld en af en toe geregend. Maar we hebben prachtige landschappen gezien en een massa bunkers.

Aan de andere kant, he ma, ben ik blij dat ge er niet meer zijt momenteel. Ge zoudt zot geworden zijn van gans die corona en dat binnenblijven. Dat is niks voor u, geloof mij. Maar ons pa doet het schitterend: hij blijft binnen, maakt geen contact en is wreed voorzichtig. Ik mis hem wel op zondag, het is raar zonder hem.

En hier gaat alles eigenlijk ook goed, weet ge. We hebben vooral chance met ons groot huis, waar alle kinderen hun eigen kamer hebben, Bart een apart bureau en er zelfs nog een game room is. Daar zoudt ge uw hoofd over schudden en ne keer lachen. En het de max vinden, dat ook. De kinders gaan dit schooljaar niet meer naar school mogen. Ze maken taken en ze klagen er niet over, maar het is toch niet hetzelfde. Ik ga vanaf volgende week twee uur mogen lesgeven in mijn zesdes. Echt lesgeven, ja, voor de klas en met een face shield aan en al. De rest blijft dan gewoon online met camera. Ja, ’t is soms lastig, maar we hebben echt geen klagen. Ik mis het wel dat ik niet vaker met u kan bellen, maar bon, daar valt niet veel aan te veranderen he ma.

Ha, en de muguetjes zijn uitgebloeid, ik kan er u gene komen brengen, maar als ge wat aronskelken wilt, moet ge het maar zeggen: ik heb zo ene gigantische struik die blijft bloeien.

Mag ik dan wat tsjoezemienen komen halen? Da riekt zo goed, ge zegt dat zelf ook altijd.

Allez ma, ‘k ga toeleggen he. Maakt er nog een fijne moederkesdag van, en geniet een beetje. Ik mis u, ma.

Salu he, ik bel u nog wel! Yoooooo!

En dan het familiefeest

Merel had vrijdag haar verjaardag op school, zaterdag kwamen de vriendinnetjes spelen, zondag kreeg ze dan de cadeautjes van ons, en vandaag kwam de familie. Het kind gaat niet kunnen zeggen dat ze niet gevierd werd…

Ze wilde wel heel graag aardbeientaart, maar die kan je niet meer kopen in november, blijkbaar. Maar gewone aardbeien waren er, tot mijn verbazing, wél nog. En dus stonden Merel en ik deze voormiddag aardbeientaart te maken, volgens recept van Jeroen Meus. Het kruimeldeeg was lekker, maar véél te veel en dus te dik. Tsja. Ik had met dezelfde hoeveelheid deeg nochtans nog een tweede taartvorm bekleed, voor een druiventaartje dan maar. Ook van de gele crème was er meer dan genoeg voor beide taarten, en dan had ik nog niet eens de slagroom erbij gedaan. Gelukkig waren ze wel lekker, ja.

Merel kreeg massa’s cadeautjes, amuseerde zich te pletter met haar twee nichtjes Liv en Marie-Julie, en maakte van haar netjes opgeruimde kamer opnieuw een puinhoop. Tsja.

Veel foto’s zijn er niet, want die heeft Dirk gemaakt. Ik heb alleen heel even mijn camera genomen, toen mijn ma met Bo begon te spelen, en die dat blijkbaar fantastisch vond.

IMG_2555

IMG_2554

Bon, alweer een geslaagde namiddag, medunkt.

Vier jaar prinses

Merel,

vandaag ben je vier jaar geworden. Aan de ene kant lijkt het aan geen kanten zo lang, aan de andere kant ben je al altijd in ons leven, en kan ik me eigenlijk niet meer voorstellen dat je er niet was.

Als ik je moet beschrijven zoals je nu bent, zou dat zijn: een lief, vrolijk maar koppig en eigenwijs prinsesje. Laat ik het je even uitleggen.

Je bent in de eerste plaats echt wel lief. Je komt knuffelen, maar je zorgt ook voor ons. Als je iets gekregen hebt, ga je spontaan delen met je broers, zonder bezitterig te zijn of zo. Dat is bij vierjarigen eerder zeldzaam, heb ik me laten vertellen. En je bent oprecht bezorgd als iemand van ons zich pijn heeft gedaan, of ziek is.

Vrolijk: je zingt en danst de hele dag door. Al bij het opstaan krijg ik een gigantische grote glimlach van jou, en dan huppel je naar de badkamer. Papa en ik moeten echt soms zeggen dat je eens eventjes moet zwijgen, wanneer je hier in de woonkamer speelt: je speelt met je poppen en je knuffels, maar eigenlijk zing je hen gewoon toe. Dat is best wel leuk, maar soms ook heel vermoeiend. En als je eens slechtgezind bent, of je bent kwaad op ons, duurt dat nooit lang. Voor we het weten, zit je alweer te lachen. En – je broers zullen dat beamen – je hebt de meest fantastische lach die er is: ongelofelijk spontaan en aanstekelijk. Als jij begint te lachen, kunnen wij niet anders dan met je meelachen. En geloof me, je kan gigantisch schateren, zelfs tot je erbij omvalt, letterlijk.

Koppig ben je ook, helaas. Als je iets niet wil, dan wil je het niet, en dan moet ik je desnoods gewoon laten staan. Of als je dan begint te brullen, gewoon in de gang zetten tot je gekalmeerd bent. Vooral over kleren ben je bijzonder gedecideerd, en daarin ga ik je ook niet forceren. Je krijgt kleren langs alle kanten, en je hebt dus keuze te over. Je wil bijvoorbeeld geen lange broeken dragen. Rokjes en kleedjes, in de winter met een kousenbroek, en dat is dat. Soms heb ik zelfs moeite je te overtuigen om een rokje aan te doen, want je hebt je zinnen gezet op kleedjes. Soms snap ik gewoon niet dat jij mijn dochter bent, zó hard ben je een meisje-meisje, met je roze, je kleedjes, je prinsessen, je diademen, je lange blonde haar, en je kleine maniertjes. De jongens lachen zich soms een breuk met jou, en als je dan verontwaardigd reageert, lachen ze zo mogelijk nog harder. Maar jij, jij kan hen eigenlijk gewoon alles laten doen. Je windt hen rond je kleine kokette vingertje als geen ander, en zij beseffen het, en vinden het geeneens erg.

Eigenwijs, dat hangt een beetje samen met het vorige, lieverd. Je weet verdomd goed wat je wil, en op welke manier je het wil, en desnoods ga je het ons met handen en voeten uitleggen. Hoe vaak ik op een dag hoor: “Maar mama, zo niet!” Dan roloog je heel hard, en doe je netjes voor wat ik moet doen.

En ik, ik kan je soms achter het behang plakken, maar nog veel vaker zou ik je gewoon kunnen opeten, met je grote blauwe kijkers en je prachtige haar. Ik zie je zo ongelofelijk graag, meisje, en weet je wat nog het leukste is? Dat ik er honderd procent zeker van ben dat dat wederzijds is.

Gelukkige verjaardag, prinses van me!

 

366 – 19 november

Nog eentje uit de oude doos, gewoon omdat ik die foto zo schattig vind. Ik moet een jaar of vier geweest zijn.

365-321