Dé Van Eyck tentoonstelling

Bart had deze al maanden op voorhand geboekt, en ik had natuurlijk mijn vossenweekendje niet in mijn agenda gezet omdat het nog niet helemaal zeker was. Tsja.

Een en ander zorgde ervoor dat ik dus deze morgen al om negen uur in de auto wilde zitten, richting Gent. En we aten dus met zijn allen zeer rustig, gezellig en gemoedelijk om acht uur. Zeer uitgebreid, dat ook, ja ^^ De Vossen, het is toch iets aparts…

Enfin, tegen half elf was ik thuis, en toen bleek Bart zich een half uur miskeken te hebben: we konden maar binnen om half twaalf, niet eerder. Bon, opgejaagd voor niks dus. Ons pa was er ook al: een beetje bang voor dat fameuze coronavirus, maar we hebben hem ook gezegd dat het voorlopig nog niet echt aan de orde is, en dat er daar misschien wel veel volk ging zijn, maar dat je ze nu niet bepaald aanraakt.

Dat vele volk, dat was een beetje een understatement. Je hebt dus een window van twintig minuten waarin je naar binnen mag. Niet vroeger, niet later. We schoven even aan voor de vestiaire, en waagden ons dan in de meute. Helaas, het was er – ondanks de strenge afbakening – onaangenaam druk: je moest aanschuiven om bepaalde dingen te zien, liep door een menigte, botste tegen anderen aan… Maar de tentoonstelling op zich is echt wel de moeite: vele werken van Van Eyck, van omringende meesters, van inspiratiebronnen en navolgers, en uiteraard ook een aantal gerestaureerde panelen van het echte Lam Gods, zoals de Adam en Eva, de twee Veyts en de Mariafiguren. Ook de uitleg op de audiogids is uitstekend, zij het een beetje lang.

En – echt waar, ik zever niet – op een bepaald moment stond ik naar de Annunciatie te kijken, naar de prachtige lichtinval op de kleren van de figuur en hoe die kleren zelf licht lijken te geven, en ik kreeg kippenvel. De foto doet het echt geen recht aan, geloof me. En de details zijn… adembenemend. Onwaarschijnlijk.

Enfin, ik verloor me een beetje in de schilderijen, ons pa eigenlijk ook, en het was een dik uur later toen ik weer buitenstapte uit de eigenlijk niet eens zo grote expositie. Mijn rug had het geweten…

Bart had plaats gereserveerd in de Mub’Art, het bijhorende restaurant, en dat bleek voor een keer niet zo’n goed idee geweest te zijn: het zat er ronduit stampvol en je kon er ook alleen de basismenu krijgen, zonder keuze.

Eerst hadden ze ons in een hoekje in de tweede zaal gezet waar een groep zat die eigenlijk zeer luidruchtig was, en dat was het echt niet: we verstonden elkaar met moeite. Gelukkig is Bart er een reguliere gast en versluisde de gerant ons na een tiental minuten naar het eerste, veel rustiger deel van het restaurant. Oef.

Ons dessert hebben we zelfs aan ons voorbij laten gaan, we zijn gewoon naar huis gereden en Bart heeft in het passeren zelfs nog een taartje gekocht.

Oh, en mijlpaal: ons pa is voor het eerst weer zelf met de auto tot bij ons gereden! Hij voelde zich altijd schuldig omdat ik hem moest komen halen en terugbrengen, en dat was met alle liefde gedaan, maar het is toch wel iets makkelijker als hij zelf kan rijden natuurlijk.

Enfin, zeer fijne dag vandaag.

 

Gevuld dagje Brussel

Deze morgen zat ik om twintig over zeven al in mijn auto richting Dampoort Station. Omdat ik eigenlijk nooit op dat uur de Gentse binnenring op moet, had ik geen risico genomen qua files, wat ervoor zorgde dat ik gewoon vijfentwintig minuten te vroeg in het station stond. Du jamais vu!

Enfin, de trein op dus. Helaas was er even niemand te bespeuren op het perron en heb ik dan zelf maar mijn roltasje op de trein gezet. Geen goed idee, blijkbaar. Meh. Maar de roltrap naar boven werkte al. Naar beneden was er een lief jongmens om te helpen. Nog die chance.

Ik deed een klein ommetje voor een geocache en tekende om 9.00 uur netjes present in het Sint-Jan-Berchmanscollege voor de jurering van de Latijnolympiade, de Cicerovertaling. En blijkbaar zat ik in een goede groep, want we waren het telkens snel eens over de puntentoekenning, een paar kleine maar vruchtbare discussies niet te na gesproken.

Ik had er eigenlijk op gerekend dat we zouden bezig zijn tot een uur of drie ’s middags, en dan om half zes vergadering met het Certaminacomité. Ik had dus mijn computer meegebracht om eventueel nog wat te werken, maar toen bleken we iets over twaalven al klaar. Hah!

Ik ging met een paar anderen om een broodje, discussieerde nog even met de andere comitéleden over de nieuwe manier van jureren, en stelde toen vast dat het nog geen twee uur was, en ik dus dik meer dan drie uur had in Brussel voor mezelf.

Ik negeerde de miezerregen en ging op wandel richting enkele geocaches, maar wel vaagweg in de richting van de Bozar. Onderweg zag ik een paar mooie dingen, zoals de gedichten van Marguérite Yourcenar en dergelijke.

Toen ik een beetje uitgeregend in de Bozar binnenkwam, vond de rug het tijd voor een rustpauze, en dus installeerde ik me met mijn boek bij een koffie in het museumcafé.

En toen ging ik me verdiepen in de verschillen tussen Magritte en Dalí en stelde vast dat er vooral zeer veel gelijkenissen waren. Knappe tentoonstelling, echt de moeite.

Maar dat stilstaan en geslenter in een museum, dat is duidelijk redelijk funest voor een rug, zo bleek nog maar eens. Ik stapte toen stevig door, terug richting het college, maar de grens van het comfortabele was duidelijk overschreden. Ik had nog een dik kwartier op overschot en ben toen maar even gaan liggen, waar de rug duidelijk dankbaar voor was.

Bon, vergadering dus, en dan gaan eten in De Schieve Lat, een typische Brusselse brasserie met verrassend lekkere frieten en vol-au-vent.

Gwen en ik hebben ons dan nog gerept om een trein te halen om kwart over tien, en toen bleek volgens de app van de NMBS dat we in Sint-Pieters meer dan een half uur gingen moeten wachten voor we de verbinding met de Dampoort gingen hebben. Ugh. Dat kon mijn rug helaas niet meer hebben.

Ik heb dan Bart gebeld die ons is komen halen en ons naar de Dampoort heeft gevoerd, waar mijn auto stond. Alleen… bleek in Sint-Pieters dat er wel degelijk nog veel snellere aansluitingen waren, maar dat de app het niet nodig had gevonden ons die te tonen. Meh. Bart dus quasi voor niks laten komen. De lieverd…

Thuis ben ik plat in de zetel gegaan. Hopelijk draag ik hier morgen niet de gevolgen van, maar ik denk het niet: de rug is gewoon moe, maar niet geprikkeld.

Expo Magie

Max had het al een hele tijd geleden aangekondigd: een expo van hemzelf en een tiental andere kunstenaars in de Campagne in Drongen.

Ik was van plan om tijdens de vakantie te gaan, maar dat lukte niet zo bijster, aangezien ik zelfs niet echt kon stappen.

Vandaag kon ik ook niet, want ons pa bleef eten. Maar gisteren waren we netjes op tijd terug van Vortex, goed genoeg om rustig te douchen, op te ruimen en alsnog naar de Campagne te rijden.

Ik keek rustig rond, kreeg samen met een aantal anderen de hele uitleg bij de nieuwste triptiek van Max en zag vooral een aantal mooie sculpturen.

Ik zou zeggen: ga kijken, maar het was vandaag de laatste dag, helaas. Maar een volgende keer hou ik u op tijd op de hoogte!

Van vipdiners en fijne feestjes

Het was me het avondje wel, gisteren.

Al zoveel jaren word ik uitgenodigd op het Halloween feestje van Bart en Birgit, en de paar keren dat ik er gelukkig wel geraakt ben, heb ik me altijd keigoed geamuseerd.

Alleen zag ik het dit jaar niet zitten. Te ver rijden naar Antwerpen, te druk, te lastig voor de rug… Ik twijfelde en twijfelde, en toen Bart zei dat er weer een VIPdiner was het in het S.M.A.K. en me uitnodigde om mee te gaan, zei ik onmiddellijk ja.

Iets over zeven stonden we dus in het S.M.A.K. voor een soortement retrospectieve van de Vrienden van het SMAK, en daarna nog een tweede tijdelijke tentoonstelling. Daar ben ik weer dat koppel tegen het lijf gelopen waar ik de vorige keer me zo mee geamuseerd heb, en blijkbaar was dat wederzijds, want we gingen prompt aan dezelfde tafel zitten, met alweer een zeer geanimeerd gesprek.

Kwart voor elf vertrokken we ginder, en ik was eigenlijk nog helemaal niet moe, en zelfs een beetje hyper door het gelach met die mens. Ik besloot dus om alsnog naar Antwerpen te rijden voor dat feestje. En een kostuum? Wel, ik had geen zin om me echt om te kleden, dus ik hield mijn zwart kleedje gewoon aan, gooide daar een roodbruine cape van de kinderen over,  nam een rieten mandje, legde daar een wolvenmasker in, en gooide daar een handdoek over. Roodkapje met een twist dus.

Ik heb me, zoals verwacht, bijzonder goed geamuseerd, en lag maar in bed tegen half vijf of zo. Go figure. Tsja.

Genk, en meer bepaald Tim Burton

Vandaag hadden Bart en ik zowaar een dagje voor onszelf! Het was de overgang van de scouts, waarbij ze van de ene groep in de andere stappen, en dat betekende dat alle drie onze kinderen al om negen uur richting de scouts waren, en pas om vijf uur terug naar huis kwamen.

Rust en stilte, zowaar! Maar helaas ook dikke regendruppels, dus geen goed idee om te gaan fietsen naar het Citadelpark en zo.

Rond half elf stapten Bart en ik dan maar in de auto richting Genk. Jawel, anderhalf uur regenplezier met de wagen. Maar het leek ons de ideale gelegenheid om in C-Mine naar de tentoonstelling van Tim Burton te gaan, het was toch rotweer. Uiteraard moesten we eerst eten, en ons was La Botte aangeraden, het Italiaanse restaurant van Njam!-chef Pepe, blijkbaar zelfs met één ster. En ja, het was er meer dan in orde. Soms wat bizar Italiaans familiair, maar dat zal dan wel aan ons liggen. Lekker, zeer lekker gegeten.

Terwijl Bart nog van een espresso genoot, wandelde ik in de regen 250 meter verder om een Genkse cache op te pikken. Ik wist dat het regende, maar niet dat het zo hard was, om eerlijk te zijn: mijn regenjasje deed zijn werk prima, maar mijn benen van net boven de knie waren klets- maar zeiknat. Tsja, ne mens moet er wat voor over hebben zeker?

Tegen goed half twee stonden we op C-Mine, en wat was me dat zeg!! De tentoonstelling was gewoonweg overrompeld: ze werken sowieso met tijdsslots, en blijkbaar was het volzet net toen wij aan de kassa kwamen. Enfin, na wat aandringen gingen ze nog 10 mensen extra een ticket geven. Yes! Alleen stonden we wel nog 40 minuten aan te schuiven aan de ingang, want ze lieten de mensen maar met mondjesmaat binnen. Eenmaal binnen was het ook heel erg duidelijk waarom: het was er eigenlijk te druk om aangenaam te zijn. Je moest echt al schuifelend langs de muren gaan om alles te bekijken, en laat nu net dat iets zijn waar mijn rug het niet zo op begrepen heeft. Maar Bart en ik waren meer dan tevreden om vanop een tweede rij de werken te bekijken. Burton heeft toch echt een eigen universum, kan gigantisch goed tekenen, en is serieus geflipt. Mooie dingen gezien! Foto’s mochten niet, maar Bart en ik hebben er toch nog een paar kunnen nemen.

Tegen dat we terugreden was het min of meer gestopt met regenen in Genk, maar was blijkbaar half Antwerpen overstroomd. Tsja.

’s Avonds hebben we dan maar warme chocomelk gemaakt en de haard aangestoken.

Adriaen Brouwer in het MOU, ofte Museum van Oudenaarde

Bart weet dat: als hij een uitnodiging krijgt voor iets cultureels voor ons beiden, dan zal ik zelden nee zeggen.

Vanavond was dat een VIPavondje op uitnodiging van KBC voor de expo rond Adriaen Brouwer. Het begon al goed met een ontvangst in de prachtige Volkszaal in het stadhuis van Oudenaarde.

En dan nam een begeesterde gids ons mee voor anderhalf uur uitleg door de relatief kleine, maar zeer intense tentoonstelling. Anderhalf uur, en nog had ik het gevoel dat ze ons aan het rushen was. De werken van Brouwer zijn niet groot, maar stuk voor stuk pareltjes. Als je dus zelf gaat, zorg dat je een gids of op zijn minst een audiogids krijgt: het is meer dan de moeite waard. Meermaals werd herhaald dat Rubens maar liefst 17 werken van Brouwer aankocht omdat hij fan was, en ik kan best begrijpen waarom. De uitdrukkingen van de gezichten zijn fantastisch, maar ook bijvoorbeeld de lichtinval op kruiken, of de kleine details. Zo zit er een in veel van zijn werken gewoon ergens iemand te kakken, gene zever.

Het inleidende filmpje trouwens niet overslaan: de projectie is prachtig gedaan!

Zowel  Bart als ik namen meerdere foto’s, en dan doe je het werk eigenlijk geen eer aan.

Een van de grappigste werkjes is die waarin een papa duidelijk tegen zijn zin het poepje van zijn kind afveegt. Die uitdrukking: zalig!

In het terugwandelen van de Lakenhalle – het gebouw naast het stadhuis, er intussen mee verbonden door een nieuw stuk, en machtig knap gebouw – passeerden we langs de wandtapijten, en de gids begon spontaan uit te leggen aan het handvol mensen dat ook bleef kijken.

Na afloop kregen wij nog een heerlijk staand diner, en dat was al helemaal de kers op de taart.

Maar geloof me, ook zonder het eten is dit echt wel de moeite waard. Volgens de gids en de tentoonstelling kan Adriaen Brouwer vlotjes naast Rubens en Rembrandt staan, en ik vermoed wel dat ze gelijk hebben. In elk geval is de tentoonstelling op zich een sterk staaltje van de curator: om al deze werken bijeen te krijgen: chapeau!

Pompeii the immortal city

Ne mens zou denken: ge hebt uwe voet stevig verstuikt in Pompeii, ge hebt het niet meer zo voor die stad… Maar ik wil echt waar onmiddellijk terug, en daar dan gewoon twee dagen rondlopen. Helaas, dat zit er zo niet meteen in, niet alleen qua tijd, maar vooral qua rug.

Next best thing: de tentoonstelling in De Beurs in Brussel. Laat dit nu perfect aansluiten bij wat we gezien hebben in het tweede jaar, namelijk de teksten van Plinius over de uitbarsting van de Vesuvius, en dan uiteraard ook alle dingen in en rond Pompeii. We laadden dus 40 leerlingen en drie collega’s in de schoolbus, en reden fluks richting Beurs. Daar konden we gelukkig binnen onze boterhammetjes opeten, en daarna kregen we een rondleiding door een gids in drie groepen. Helaas, die mannen zijn erop getraind om te gidsen voor een heel breed publiek, en het hielp dus niet om te zeggen dat de onze er echt wel al behoorlijk wat vanaf wisten. Soms dacht ik dat ik er beter zelf uitleg over zou kunnen geven, maar bon.

Groot is de tentoonstelling niet, één grote zaal, maar ik vond ze wel machtig interessant, en ik zou eigenlijk wel nog terug willen, al was het maar om op mijn eigen tempo alles beter te kunnen bekijken.