Gerhard Richter in de Fondation Louis Vuitton

Gerhard Richter, dat is zo’n beetje als Rothko, vond ik. Die heb ik iets meer dan twee jaar geleden ook gezien hier in de Fondation Louis Vuitton, en daar was ik toen ondersteboven van, terwijl dat ’toch maar’ wat kleurvlakken zijn.

Richter kende ik van zijn streepjes, maar die man is zo gigantisch veel meer. Zoals Bart het stelde: dat is zowat de Picasso van onze tijd. Want ja, die man leeft nog, en heeft intussen een eigen museum in Duitsland en overal overzichtstentoonstellingen, zoals deze prestigieuze hier in Parijs.

De man kan fantastisch schilderen, en dat bewijst hij zelfs tijdens zijn abstracte periode door af en toe een schilderij te maken van zijn geliefde of van zijn dochter dat bijna fotorealistisch is. Maar hij tast de grenzen van zijn kunnen af, de grenzen van de schilderkunst en het is prachtig om zijn evolutie te zien. Het is ook onvoorstelbaar hoe de Fondation erin geslaagd is om al deze werken samen te brengen van over de hele wereld. Chapeau!

Sommige dingen spraken me minder aan, bij andere heb ik me ook echt neergezet om een tijdje te zitten kijken. Het heeft me niet zo diep geraakt als Rothko, maar geloof me, die streepjes zijn zoveel meer dan gewoon streepjes, als je ze in het echt ziet. En zijn reeks over de aanslagen van de R.A.F., die komt gewoon visceraal binnen.

Bijzonder blij dat ik het gezien heb.

Vanfleteren in het MSK

Deze stond al lang op de planning maar hadden we wegens redenen al een paar keer uitgesteld. Vandaag trokken mijn lief en ik dus wél richting het MSK, en we waren zeker niet de enigen: het was er druk, en we moesten zelfs geluk hebben met het parkeren. Maar het was De Moeite. Zoals ik al iemand had horen zeggen: je ervaart er de zee meer dan wanneer je zelf aan zee staat.
Vanfleteren is magistraal, zijn captatie van de zee in al haar facetten nog magistraler. Als je het nog niet gezien hebt: doen! Ook de juxtapositie met schilderijen van diezelfde zee heeft een meerwaarde. Als ik nog eens in de buurt moet zijn tijdens de openingsuren van het MSK, spring ik zeker nog eens binnen. Met zo’n Museumpas is het toch gratis…

En nee, de foto’s hier doen de foto’s daar uiteraard geen recht, maar ik doe toch een poging.

Dagje Brussel en vooral de Bozar

Toen ik las dat er in de Bozar een tentoonstelling kwam van Berlinde De Bruycker, vroeg ik meteen aan Bart om een dagje in de krokusvakantie uit te blokken voor me. Wat de lieverd ook prompt deed. Hij reserveerde zelfs tickets.

Kwart voor elf zaten we in de auto – de trein is even duur, en of we nu parking hier of parking ginder betalen, blijft gelijk, en het is gewoon veel makkelijker en comfortabeler voor de rug – en een uurtje later liepen we in de zon. We gingen iets eten in de Brussels Grill waar ik al eerder was met Gwen, en waarvan ik wist dat er een gezellig vuur brandde in het midden van de gelagzaal. Bart nam een steak, ik had genoeg met acht gefrituurde scampi met wat sla erbij. Serieus, die dingen lagen zelfs nog op mijn maag… En nee, geen behoefte om het bijhorende broodje op te eten.

Nog wat later liepen we als volleerde toeristen over de Grote Markt, waar ik dankzij de labcaches enkele Latijnse spreuken en zelfs een lupa opmerkte. Nooit eerder gezien!

Nu we er toch waren en er nog wat tijd over was, liepen we het Broodhuys binnen, het imposante gebouw tegenover het stadhuis. Met onze Museumpassen hoefden we toch niet te betalen.

We liepen verder onder de stralende zon, doorheen de Koninginne- en Koningsgalerij,

om uit te komen aan de Bozar en daar eerst nog een koffietje op een terrasje te drinken. Ik had geen goeie rugdag en wilde echt eerst even zitten.

En toen was er dus Berlinde. In 2015 hadden we de tentoonstelling in het S.M.A.K. meermaals bezocht, een keertje zelfs in het bijzijn van de kunstenares, en ik was daar behoorlijk van onder de indruk.

Heel groot is deze tentoonstelling niet. Haar paard hing er, net zoals enkele andere bekende werken. Ik zag een pracht van een veulen op een groot stuk marmer, en ik keek ademloos naar de Archangelo. Er waren enkele bomen en ook enkele nieuwere stukken waarin ze roestig metaal verwerkt.

En toen was het op. De rug deed gemeen pijn, ik kon niet meer. Slenteren, zoals je standaard doet in een museum, is dodelijk, ondanks het stoeltje dat ik mee had. Zelfs als ik had gewild, dan kon ik toch niet meer geocachen…

Bon, kwart na drie zaten we in de auto, kwart na vier lag ik plat in de zetel te bekomen.

Ne mens moet er wat voor over hebben, maar ik heb ervan genoten.

Is Dysfunctional?!

Twee mensen die ik ken en wel kan appreciëren, hebben samen met nog een derde persoon een tentoonstelling in Tanu, een kasteeltje langs de Grote Baan in Lovendegem.

Ik was eigenlijk van plan om vrijdag naar de vernissage te gaan, maar kon mezelf toen met geen stokken uit de zetel krijgen, ik was echt veel te moe. De vrijdagavond, man, dat is het toch echt niet meer…

Toen was het ietwat uit mijn hoofd gegaan, tot ik deze namiddag Wolf moest ophalen bij Arwen en ik dus letterlijk er moest passeren. “Goh”, vroeg ik Wolf, “zou je het erg vinden als ik even binnenwip? Het gaat echt niet lang duren en ik ga er Hannes en Batist echt een groot plezier mee doen. En jij mag, hamster dat je bent, gerust in de auto blijven zitten.”

Mijn zoon vergaf het me, ik parkeerde me aan de oprit en liep het volledig verlaten kasteeltje in.

Ik liep er rond, zag dus niemand, enkel werken van Batist, en tot mijn verbazing niks van Hannes. En toen kwam ik beneden en liep ik beide heren tegen het lijf: achteraan in de tuin is er een groot paviljoen met serres en daar hangt het werk van Hannes en staat nog een deel van dat van Batist. Ahhhh.

Zelfs Wolf stapte mee uit en ging kijken, en we waren eigenlijk allebei best onder de indruk van de foto’s van Hannes: hij fotografeert bloemen die al half verwelkt zijn tegen een pikzwarte achtergrond, wat een zeer bevreemdend effect geeft.

Ze organiseren regelmatig nog een tentoonstelling, dus ik zou zeggen: hou ze beiden in de gaten.

Hannes Couvreur

Batist Vermeulen, hier ook gekend voor zijn beeld van Nello en Patrasche in Antwerpen.

Watou

Ik zeg dat eigenlijk al jaren, dat ik naar Watou wil, en dat is er nog nooit van gekomen. Tot nu, dankzij mijn lieve echtgenoot.

Bart had het ontbijt ook geboekt en dat was dan ook meer dan in orde.

Tegen half elf zaten we op de (elektrische) fiets richting Watou, een achttal kilometer door een idyllisch landschap met het beste weer dat je je maar kan voorstellen: zon en wolkjes, 24°, een zacht briesje. Fantastisch gewoon!

We begonnen op de markt aan een aantal kunstinstallaties, reden dan wat verder om er nog enkele te bekijken, en ik was blij dat we met de fiets waren, om eerlijk te zijn. Mijn rechtervoet doet de laatste tijd behoorlijk veel pijn, ik vermoed dat er nu ook daar een hielspoor is gevormd, met dus fascitis plantaris als gevolg. Bon, de afspraak bij de orthopedist ligt vast, maar dat neemt niet weg dat die fiets best wel dik oké was.

We gingen iets eten in Poperinge zelf, fietsten toen nog naar twee meer afgelegen installaties, en reden toen verder naar het kasteel Lovie, waar ook nog enkele kunstwerken waren én heel fijne arduinocaches. Alleen had ik voor die laatste niet echt tijd meer, zodat ik er maar eentje heb gedaan. Dat is helemaal niet erg, ik heb dan een reden om terug te komen.

Bart en ik genoten van de fietstocht, maar opnieuw was het voor hem welletjes, zodat hij recht naar het hotel fietste en ik in Poperinge zelf nog een paar losse caches opviste met het laatste restje batterij van mijn fiets.

En ja, ik had zonnecrème mee maar er niet echt bij stilgestaan om me in te smeren. Niet wreed slim natuurlijk, al deed het gelukkig geen zeer.
We aten opnieuw in het restaurant maar deze keer à la carte, niet opnieuw de menu van gisteren. De kalfszwezerik was succulent, geloof me.

Bart ging terug naar de kamer, ik ging nog eventjes tot in het park wandelen om daar uiteindelijk de cache van de speurtocht van gisteren op te pikken, die had ik gisterenavond nog uitgerekend.

Al bij al een prachtige, vermoeiende dag gehad. Héérlijk!

Tentoonstelling Mahy in de Vynckier

Wie van Gent is, kent beide namen probleemloos: Mahy, da’s den dienen van zijn auto’s in het Wintercircus, en Vynckier, da’s dat fabrieksgebouw langs de Gasmeterlaan.

Het gebouw wacht op renovatie en conversie, de auto’s van Mahy staan al lang niet meer in het Wintercircus maar ergens te velde opgeslagen. En dat was ook Wouter Rawoens niet ontgaan. Deze fotograaf heeft een aantal van de wrakken – want ja, het gaat hier om totaal niet gerestaureerde, onbruikbare en volledig verstofte old-timers – uit de opslag gehaald, professioneel gefotografeerd en nu in een expo in de Vynckier gezet.

De expo is gisteren opengegaan en loopt nog tot eind oktober, en Bart wou meteen al gaan. Wij dus met het hele gezin vandaag richting de Vynckier, en ik vond het echt wel de moeite. Die auto’s hebben karakter, niet normaal. Maar wat ik vreemder vond: de foto’s hebben bijna nog méér karakter. Het is onvoorstelbaar hoe de fotograaf die wrakken in beeld heeft gebracht.

Ik heb zelf ook foto’s genomen, gewoon met de gsm. Zelfs al zijn auto’s uw ding niet: gaan! Echt, serieus.

Frankfurt: dag vier

Voor vandaag was er eigenlijk vooral regen voorspeld, maar in de praktijk bleek dat eigenlijk nog zeer goed mee te vallen.

We wilden ervan profiteren nu het niet regende en gingen nog eens de fiets op, nu via een ganse tocht doorheen residentiële wijken richting het plein aan de oude opera, dat er eigenlijk bijzonder aangenaam en zonnig bij lag, en dus een terrasje met koffie verdiende.

We reden opnieuw via een omweg naar de overkant van de Main om er nog een cache op te pikken die ik gemist had, en keerden terug via de lokale “pont d’amour”, een slotjesbrug. Er hing een cache tussen die ik wel vond maar niet openkreeg. Tsja.

Verder dan opnieuw de stad in om er aan de Pauluskerk iets te eten en cadeautjes voor de kinderen te zoeken.

Aansluitend wilden we nog de tentoonstelling van Gilbert and George bekijken. Subtiliteit is hen vreemd, maar man, af en toe komt de boodschap toch ook keihard binnen.

Aangezien het weliswaar bewolkt was, maar nog steeds warm bleef en niet regende, wilde we er nog een extra fietstochtje aan breien. Helaas, toen begaf Barts fiets het. Allez ja, toch zijn elektrische aandrijving, terwijl de batterij aangaf nog niet leeg te zijn. Hmpf.

Bart heeft dan de kortste weg naar het hotel genomen, terwijl ik nog wat labcaches her en der wilde beantwoorden. En toen begon het eerst zachtjes te regenen. Goh ja. En toen, terwijl ik aan de andere kant van de stad zat, begon het te gieten, zoals verwacht. Mijn jas zat natuurlijk in Barts fietstas, maar ik had gelukkig mijn hoedje nog, en het was ook nog steeds niet koud. Ik heb dan maar verder gecached, maar bij sommige caches echt een fotolog moeten nemen omdat het echt veel te hard regende om papiertjes tevoorschijn te halen. En ik heb zowaar een eigen standbeeld in deze stad!

Enfin, tegen half zes was ik terug op de kamer, al een klein beetje opgedroogd aan de buitenkant – de zon was weer beginnen schijnen – maar wel letterlijk nat tot op mijn ondergoed. Niks dat een heerlijk warm badje en verse kleren niet verhelpen, gelukkig maar.

Kwart voor zeven was het gelukkig alweer droog, zodat we, netjes opgekleed, alweer richtig een sterrenrestaurant wandelden. Alleen hadden we deze keer geen idee wat we moesten verwachten: hun website was bijzonder mysterieus en heel erg weinig zeggend. Wat we wel wisten, was dat het om een veganistisch restaurant ging met één ster, gelegen in het smalste huisje van Frankfurt. Menu noch prijs was ergens te zien.

Tsja. We gingen binnen in een bar met reggaemuziek waar je eerder een bende alterno’s zou verwachten, via een zeer smal gangetje naar de kleinste lift waarin ik al gestaan heb. Met twee kon je er net in, als je je adem inhield tenminste.

We kwamen aan in een schoendoos van een kamer met wel volledige ramen naar buiten. Alleen zat daar al een ander gezelschap, zodat wij gewoon in het midden van de kamer zaten. Het rook er muf en was er warm, maar al snel ging de airco aan en moesten we vrijwel allemaal een vestje aantrekken.

Ik vermoed dat je al door heb waar ik naartoe wil: het kader was het niet, nee. De tafels waren net iets te laag om comfortabel te zijn en de stoelen waren ronduit slecht. Ik ben verschillende keren gewoon een tijdje gaan rechtstaan om mijn rug toch wat te kunnen strekken. De muren waren gigantische spiegelende glazen waarachter een grote tekening met ledlichten zat. Die gingen afwisselend af en aan met verschillende kleuren, wat echt wel een wijs effect gaf en ervoor zorgde dat de kamer groter leek dan ze was. Alleen was dat, naast een kaarsje op onze tafel, het enige licht dat voorzien was. Tijdens het predessert – ja, da’s blijkbaar een ding – heb ik, toen ze het kwamen opdienen en presenteren, gewoon het lichtje van mijn telefoon aangezet om mijn bord te kunnen zien. En tegen dat ik dat doe, ik met mijn kattenogen, is het al ver gekomen. Alleen werd de hint volkomen genegeerd.

Ook de bediening was niet meteen onze stijl. Dat Mario getatoeëerd was, met een rode bandana rond zijn kletskop, was totaal geen probleem. Maar hij kwam maar heel af en toe binnen om op- of af te dienen, wat ervoor zorgde dat hij uiteraard totaal niet aanvoelde dat noch wij, noch het andere gezelschap comfortabel waren. Het duurde ook immens lang: we waren er om kwart over zeven, hadden blijkbaar zes gangen en waren net voor middernacht weer buiten. Op oncomfortabele stoelen is dat niet alles, nee.

En het eten dan? Ja, dat was wel degelijk uitmuntend. Niet alle gangen waren even goed, maar er zaten een paar schitterende dingen tussen, zoals de tomaten (die helaas meteen onder een espuma verdwenen, zodat het oogstrelende effect weg was) of het ronduit prachtige erwtentaartje.

Al hun ingrediënten kweken ze ofwel zelf, ofwel komt het uit een kring van 20 kilometer rond Frankfurt, heel erg bewust. Het zorgt er ook voor dat ze eigenlijk geen koffie schenken :-p

Klein detail: bij het afrekenen kregen we een minibloempotje met daarin een zelfgekweekt raapje, nog geen cm hoog. Volgens de ober heet hij Günther :-p Benieuwd of we hem heelhuids naar Gent krijgen. Ik vond het snoezig.

Met een aperitief voor Bart en twee glazen biologische wijn, twee glazen sprankelend druivensap voor mij en water à volonté betaalden we 311 euro, wat ik niet weinig vind. Maar zet dit restaurant in het correcte kader met comfortabele meubels en een goed tempo, en je hebt al helemaal iets anders.

Jammer, eigenlijk.