Implantaat goedgekeurd

Gisteren was eigenlijk best een pittige dag: twee uur lesgeven, dan per fiets naar huis, fiets in garage, ikzelf onmiddellijk weer in de auto, en naar de kine. Ik had alle ingrediënten klaar voor een quiche, maar ik ging me verschrikkelijk moeten haasten, want thuis om kwart voor twaalf, en om kwart voor een moest ik alweer richting school voor een beginsituatieanalyseklassenraad. En ja, dat moet een half uur in de oven, vandaar. Gelukkig had Bart brood gehaald, zodat ik toch even rustig in de zetel kon.

Soit, klassenraad dus, en net op tijd klaar om tegen kwart voor vier in het ziekenhuis te staan voor controle van het implantaat dat ze twee weken geleden geplaatst hebben. Alleen… kreeg ik in de auto al een telefoontje: dat ik een afspraak had om tien voor drie en dat ik die gemist had? Euh, nee? Kwart voor vier? Vreemd. Ik mocht gelukkig nog afkomen, parkeerde me in de parkeergarage van het kot, gaf Wolf zijn nieuwe laptop, wandelde door de tuin naar het ziekenhuis, en realiseerde me toen dat de fout effectief bij mij lag. In april, toen ze de ingreep hadden vastgelegd, hadden ze meteen deze vervolgafspraak ook vastgelegd om kwart voor vier. Maar ergens in de grote vakantie hadden ze gebeld om dat te vervroegen, en ik had blijkbaar mijn agenda niet aangepast en was het voor de rest compleet vergeten. Gelukkig had de assistent nog tijd voor mij, en die verzekerde me dat alles prima in orde was. Allez hup.

Ik wandelde terug naar de auto, genoot nog even van de intussen toch wel mooi volgroeide binnentuin van het appartement, en reed naar huis.

Oef.

Implantaat nr. 2

Vorig jaar had ik al een eerste tandimplantaat laten steken, en daar ben ik dus echt wel content van. Ik kan het aanraden, in plaats van later een vals gebit te moeten hebben met alle problemen van dien. Ik vermoed dat dit duurder uit komt, maar qua gemak? Onbetaalbaar.

Begin juni had de kaakchirurg het oude dutske van een kapot tandje getrokken, vandaag ging de vijs erin. Vorig jaar in april had die eerste vijs wat problemen gegeven, omdat ik blijkbaar allergisch ben voor het soort draad dat ze gebruikt had. Vandaag had ze geen draadjes nodig, maar ik heb niet goed begrepen wat ze er dan wel mee gedaan heeft. Soit, ik heb nu al twee gecertificeerde vijzen, en ik hoop dat het deze keer minder pijn doet dan de vorige keer, maar dat lijkt me logisch, zonder die vermaledijde draadjes.

Soit, op naar weer een volledige mond tanden.

Een tand armer

Vorig jaar had ik al een compleet kapotte tand laten vervangen door een implantaat. Tevreden van? Van de kwaliteit wel, ja, maar de vorm is niet ideaal, want er kruipt altijd eten tussen die tand en de tand erna, en daar kunnen ze dus niks meer aan veranderen. Meh.

De tand ervoor was helaas ook al lang redelijk dood. Als in: al lang ontzenuwd, stukjes van afgebroken, intussen ook helemaal bruin, maar door de tandarts nog wat bijgeslepen omdat ik anders een dubbel gat in mijn mond had. Het was een kwestie van tijd voor die ging afbreken, zei ze, maar dat gingen we dan wel weer zien. Nu wilde ik dus ook voor een implantaat gaan, en die tand moest er dus uit, maar de tandarts wilde zich daar liever niet aan wagen. Te veel risico dat hij ging afbreken, en dan werd het sowieso een werkje voor de kaakchirurg, die ik toch moest zien ter voorbereiding van dat implantaat.

Vandaag dus richting ziekenhuis om die tand te laten trekken. Ik hield mijn hart vast, want het kon wel eens gepruts worden. Maar tot mijn grote opluchting en – jawel – grote verbazing van de kaakchirurg ging de tand er zonder protesteren, zonder problemen gewoon uit. Nikske breken, nikske versplinteren, gewoon eruit. Het was inderdaad maar een zielig tandje meer, toen ik hem zag liggen in een schaaltje, maar wel nog een stevige wortel.

Enfin, nu eerst alles laten genezen, en dan in september de vijs erin, zodat ik dan ergens in november weer een volledige mond tanden heb. En dan maar hopen dat dat nog even zo blijft.

De eerste spoed van 2026

Het is ne keer wat anders, de spoed van Sint-Lucas. Hoezo?

Wel, vanmorgen om negen uur belde Wolf me: hij zat bij Arwen, maar hij had geen oog dicht gedaan van de pijn. Donderdag had hij examen gehad en had hij daarna een steek gevoeld aan de rechterkant van zijn torso, ter hoogte van zijn onderste ribben. Kan gebeuren. Ging wel overgaan.

Niet dus.

Vrijdagvoormiddag was Arwen hem komen halen, en beetje bij beetje was de pijn erger geworden: zijn hele rechterkant, en tegen ’s avonds ook zijn schouders, nek en rechterarm. Geen koorts, geen andere problemen, maar wel die pijn. ’s Nachts was zelfs ademen lastig geworden, maar gewoon door de pijn, het is niet dat hij kortademig was, en hij had dus geen oog dicht gedaan. Nu, dat is niet echt normaal voor een jonge, fitte gast van 21, zeker niet voor iemand met zo’n hoge pijntolerantie als Wolf.

Bon, ik hem dus gaan halen en richting Sint-Lucas gereden, want dat ligt naast ons nieuwe appartement en als het iets ernstig was, dan is dat wel makkelijk. Hij werd snel gezien door een triageverpleegkundige die oordeelde dat het voorlopig niks ernstigs was gezien nergens drukpijn, geen koorts, normale bloeddruk en saturatiewaarden. Ze stuurde ons daarom door naar de huisartsenwachtpost in het gebouw ernaast, en ook daar hoefden we nauwelijks te wachten. De dokter van dienst onderzocht hem grondig, maar kwam ongeveer tot hetzelfde oordeel: geen longproblemen, geen darmproblemen, niks ernstigs, maar wel geen echte diagnose. Wellicht is het een zenuw die ambetant begint te doen door de stress, de koude en het vele zitten, en verkrampt daardoor de hele boel. Voorlopig Diclofenac, wisselen van stoelen en houding, veel proberen bewegen, en afwachten. Als het niet betert of zelfs erger wordt: terugkomen en dan foto’s en dergelijke.

Hmpf.

Zoals Wolf zei: opnieuw een vage neuropathie, dan liever nog een ernstiger maar duidelijk probleem waarvoor een duidelijke behandeling bestaat. Geloof me: het Zeepreventorium zit nog steeds vers in ons beider geheugen.

Allez, te hopen dat het snel betert, want op deze manier studeren lukt uiteraard ook niet. Blah.

Fietspad door het ziekenhuis

Wat ik eigenlijk al altijd geweldig vind, is dat – vooral in Gent, misschien ook elders in Vlaanderen – mensen de meest logische weg kiezen, en dat we ons daar dan ook aan aanpassen.

Neem nu in Gent het fietspad dwars door de terreinen van het Sint-Lucasziekenhuis. Vanuit Wondelgem loopt er een heel mooi fietspad dwars doorheen een stukje natuur, met een eigen fietsbrug en dan zo richting ’t stad.

Alleen… die brug komt eigenlijk uit tegenover de ingang van het ziekenhuisterrein. Je kan als fietser uiteraard rond rijden, maar als je richting Sint-Jacobs wil, dan is de kortste weg gewoon dwars door het ziekenhuis. En dat hebben ze dan ook gewoon gedaan: er staat een fietsroute aangeduid, er staan verkeersborden, en het hek van de nacht- en spoedingang – dat vroeger dicht was en waarvoor je moest aanbellen – is niet helemaal gesloten, maar staat ongeveer een goeie meter open zodat je als fietser altijd kan passeren.

Persoonlijk vind ik dat dus de max, hé! En het neemt onmiddellijk ook een deel van de ziekenhuissfeer weg als daar vrolijk een aantal fietsers passeert.

Een goed gevuld dagje

Merel moest om negen uur al bij de huidarts in Evergem staan: ze mag na anderhalf jaar stoppen met haar acnémedicatie, en het is de bedoeling dat die nu niet meer terug komt. Alleen zal wellicht ook haar haar opnieuw iets vettiger worden, en dat vindt ze wel jammer, want nu moest het ze maar één keer per week wassen…

Aansluitend reden we naar de Zeeman en de Wooners in Sleidinge, kwestie van nog extra ondergoed voor opa te kopen, en nog wat andere losse spulletjes.

Van daaruit ging het richting Ikea: we wilden dat al lang eens doen, en nu was het het ideale moment. Het was er vrij rustig, we doorliepen de bovenverdieping en gingen om half twaalf al eten. Dat bleek een uitstekende beslissing, want toen hoefden we nog niet aan te schuiven, en tegen twaalf uur stonden ze tot aan de lift te koekeloeren. Chanceke!

Merel mocht ook nog de helft van mijn portie opeten, ik had veel te veel. En uiteraard hadden we weer veel te veel mee, maar ook wel een aantal noodzakelijke dingen. De jongens hadden nog handdoekrekken en dergelijke nodig, en een extra smal schoenkastje. En we hadden nog bordjes mee, en twee grote planten, en nog wat kleinigheden, zoals altijd.

Van daaruit reden we naar ’t kot om het gerief af te zetten, maar ook omdat ik zodanig veel last had van mijn implantaat, dat ik op controle ging bij de dokter in het ziekenhuis, naast het kot dus. Merel kon intussen rustig wat zitten lezen of Netflixen of zo, ze zat er op haar gemak.

Van daar ging het nog een klein beetje verder naar Dok Noord voor een drankje en een stukje voze taart op het terras daar, vooraleer we naar de Action gingen om gerief te zoeken voor een booknook die ze moet maken voor de Kleine Cervantes. Oh, en om brood in de Delhaize, waarbij ik blijkbaar niet zomaar mee mocht zingen met de muziek.

En tot slot ging het nog richting Decathlon, want Merel moest dringend nieuwe sportschoenen hebben omdat de vorige te klein waren. En intussen kreeg ze ook nog enkele loopT-shirts, want ze gaat elke zondag lopen, jawel.

Enfin, het was tegen zessen tegen dat we weer thuis waren. Wat een dag…

Implantaat

Deze voormiddag stond ik op school bij het project van de eerstes, maar tegen de middag verontschuldigde ik me: ik moest namelijk om kwart over één in het ziekenhuis Sint-Lucas staan voor de plaatsing van een implantaat. Ik parkeerde fluks in onze eigen garage van het appartement en wandelde naar het ziekenhuis. Na even wachten werd ik onder handen genomen: een gewone verdoving zoals bij de tandarts, om eerlijk te zijn, en dan dus de vijs in mijn bovenkaak. Het vreemde was dat je dus geen pijn voelt, maar wel de geluiden hoort van iets dat ergens in gevezen wordt, en dus het draaien van zo’n handschroefmachientje. Bizar.

Enkele draadjes en wat goeie raad later – en een voorschrift voor pijnstillers – stond ik weer buiten, na een klein half uur. Netjes, zou ik zo zeggen. Voorlopig voelde ik ook niks, maar dat was uiteraard omdat de verdoving nog niet was uitgewerkt. Ik kreeg wel een mini ijspakje mee en de raad om er ook thuis nog ijs op te leggen om eventuele zwelling tegen te gaan. Gelukkig hebben we nog meer dan voldoende liggen van die keer dat onze jongens hun wijsheidstanden lieten uithalen.

Soit, ook dat is dus alweer achter de rug. Volgende week controle, eind mei nog eens, en dan bij de tandarts voor effectief een kroon op die vijs.

Ik kan in elk geval al niet meer zeggen dat ik al mijn vijzen kwijt ben, ik heb er nu per definitie eentje zitten.

Nu dat weer?

Hmm. Ik had het al eerder deze week gevoeld: ik heb een blaas. Nu is het niet de bedoeling, dacht ik zo, dat je voelt dat je een blaas hebt, tenzij je heel dringend naar het toilet moet. Maar ik had zo’n licht zeurderig gevoel in mijn onderbuik. Even dacht ik aan een blaasontsteking, maar dat verwierp ik: uit vroegere ervaringen wist ik dat blaasontstekingen meestal gepaard gaan met het pissen van bloed en een heel erg pijnlijk, branderig gevoel bij het plassen. Oh, en een sterk verhoogde plasdrang. Quod non.

Vannacht werd ik wakker van de pijn in mijn rechternier. Oh? Ik kon nog moeilijk slapen, het ding deed echt wel vervelend. Dus trok ik tegen tien uur naar de dokter van wacht. Verdict: een zware blaasontsteking die al opklimt richting nieren.

Je moet dus geen bloed plassen om een ontsteking te hebben. En het bleek al een zware te zijn, eentje met slecht karakter. Daar zijn dus ook zware antibiotica tegen gegooid, kwestie van erger te voorkomen. Allez hup, dit kon er ook wel weer bij.

Wat wel verfrissend was: een dokter van wacht die me niet behandelt alsof ik gatachterlijk ben, maar het gewoon heeft over ontstekingswaarden en leukocyten en zo. En het in deftige termen uitlegde in plaats van kleutertaal. Fijne mens.
En ook: in wat een prachtig land leven wij, zeg? Ik kan in het weekend zomaar naar een dokter die me grondig onderzoekt, en ik betaal daar zes euro voor. 6 euro. Man man man.