Hoo boy, wat een dag!

Was gisteren een uitpufdagje, dan was vandaag wel anders. Ik begon met mijn haar te kleuren, ging naar de dokter met Merel, deed  boodschappen, kookte en passeerde langs de kine, voor een keertje op dinsdag omdat ik morgen niet thuis ben.

Merel had nieuwe jeansbroeken nodig en wilde ook een nieuwe winterjas. Tsja. Maar ik vertrek vanavond – kwestie van de files te vermijden – nog naar Dordrecht tot donderdagavond, vrijdag had ik al andere dingen op de agenda staan, en zaterdag is alles dicht, dus ja, vandaag dan maar.

We trokken na de kine de stad in en vonden warempel nog bovengronds een parkeerplaats. Zodoende passeerden we langs de Schleiper, waarop de lepe trien me met haar allerliefste glimlach en smekende oogjes aankeek en zei dat ze eigenlijk nu al haar verjaardagscadeautje zou willen, want het was vakantie en nu had ze tijd en we stonden bij de perfecte winkel. Bon, een dik half uur later had ze olieverfkrijtjes met het juiste papier en afwerkvernis. En toen vonden we in de eerste winkel die ze binnenging, warempel meteen de juiste jeans! Zo content dat we ze maar dubbel hebben gekocht. En toen waren er nog T-shirts, en effectief de korte grijze stoffen winterjas die ze wilde, en nog een cadeautje uit de theewinkel voor de twee Dordtse vriendinnen, en toen reden we nog naar de Krefel om nieuwe elektrische dekens.

Ik dropte Merel af en reed nog snel om de hoek naar de Avothea, want ik had eerder dit jaar een cadeaubon gekregen en die liep overmorgen af. Zodoende ben ik nu een prachtige zwarte kanten parasol en een grote paarse hoed rijker.

Er was nog tijd om heel eventjes te gaan liggen, mijn gerief samen te zoeken, te eten en naar Dordrecht te vertrekken, onderweg Mireille oppikkend.

We waren tegen tien uur bij het huisje bij Sabrina, en ja, dat voelde als thuiskomen. Echt. Héérlijke stad, héérlijke vriendinnen.

Half Mereldagje

Nee, geen halve Merel, wel een half dagje. Merel had vandaag namelijk pedagogische studiedag en was dus thuis. Ik was dat niet, tenminste niet tot één uur ’s middags. Gelukkig had Bart zijn agenda herschikt en was hij thuis met onze dochter. Hij ging normaal gezien ook koken, maar ik had haar ervan gesproken om eventueel samen te gaan eten in Villa Ooievaar, mijn vaste vrijdagse lunchplek, en uiteraard wilde ze liever op restaurant gaan.

Iets over één waaide ik dus binnen, en daar zaten ze al, mijn grote liefdes. Ik moest verschrikkelijk lachen met Gwendolyne, een van de vrijwilligers die er helpt: “Oh, is dat uwe man? Goh, ik vond dat al zo ne knappe man! Maar zeg het hem niet hé!”

We aten op het gemakje, en toen reed Bart naar huis met het restorestje – want het was zoals altijd veel te veel – en reden Merel en ik door naar de Ikea. We hadden namelijk nog wat extra borden nodig, ik wilde nog zo’n houten rolgordijnplank – ik kan het echt niet beter uitleggen – voor in de zetel en een vloerbeschermer voor in de game room. En uiteraard was er nog massa’s andere brol die we mee hadden, zoals gewoonlijk. En was er ook taart in de verder vrij lege eetzaal van de Ikea.

We repten ons naar huis en pikten Kobe op om hem naar Evergem naar de fagotles te voeren, en meteen reden we ook nog even door naar de Zeeman voor nieuwe leggings en een onesie en zo.

Thuis is ze dan meteen gezellig onder een dekentje in de zetel gekropen, helemaal happy. En ik helemaal moe :-p