Er zat bepaald meer tijd dan twaalf maanden tussen het vorige boek van The Dresden Files en deze aflevering, en dat is niet bepaald bevorderlijk om nog mee te zijn met alle details, zo ondervond ik. Dat vorige dateerde namelijk uit november 2020, zo blijkt.
Ik ben nog even zot van de reeks, dat wel, maar soms is het wat moeilijk te volgen dus. In aflevering 17 was het zowat het einde der tijden, wat Chicago ternauwernood overleefd heeft, alleen dankzij onze held uiteraard.
Intussen zijn we dus twaalf maanden verder en likt de wereld nog steeds zijn wonden, net als Harry zelf. Maar dat betekent niet dat die wereld hem met rust laat: er zijn ghouls op het slechte pad, zijn broer is stervende – en in stasis – en hij heeft er geen idee van hoe hij dat kan oplossen, en bovendien heeft de Winterkoningin van de Fae, wier knight hij nog steeds is, hem verloofd met de bijzonder verleidelijke maar zo mogelijk nog gevaarlijkere vampierenbaas Lara Raith, iets waar ze beiden niet bepaald onverdeeld gelukkig mee zijn. Toch blijkt ze een onverwachte bondgenoot te zijn…
Wat Harry vooral nodig heeft, zelfs na twaalf maanden, is tijd. Tijd om te rouwen, tijd om te bepalen wat hij wil, tijd om te bepalen wie hij zelf is en wie hij wil zijn. En die tijd, die krijgt hij dus niet.
Nog steeds is dit een bijzonder fijne reeks om te lezen, maar dit boek is wel een pak filosofischer en donkerder dan de vorige. Niet dat ik dat erg vind, maar het is wel een verandering van toon, die eigenlijk al even bezig was.
Ik miste wel een beetje de adrenaline van de vorige keren: het ging een pak trager en het was vooral ook weer een klaarzetten van een hoop plotwendingen voor de volgende keer. Ik kijk daar wel al naar uit, ja.



