Lectuur: “Twelve Months”: The Dresden Files 18 van Jim Butcher

Er zat bepaald meer tijd dan twaalf maanden tussen het vorige boek van The Dresden Files en deze aflevering, en dat is niet bepaald bevorderlijk om nog mee te zijn met alle details, zo ondervond ik. Dat vorige dateerde namelijk uit november 2020, zo blijkt.

Ik ben nog even zot van de reeks, dat wel, maar soms is het wat moeilijk te volgen dus. In aflevering 17 was het zowat het einde der tijden, wat Chicago ternauwernood overleefd heeft, alleen dankzij onze held uiteraard.

Intussen zijn we dus twaalf maanden verder en likt de wereld nog steeds zijn wonden, net als Harry zelf. Maar dat betekent niet dat die wereld hem met rust laat: er zijn ghouls op het slechte pad, zijn broer is stervende – en in stasis – en hij heeft er geen idee van hoe hij dat kan oplossen, en bovendien heeft de Winterkoningin van de Fae, wier knight hij nog steeds is, hem verloofd met de bijzonder verleidelijke maar zo mogelijk nog gevaarlijkere vampierenbaas Lara Raith, iets waar ze beiden niet bepaald onverdeeld gelukkig mee zijn.  Toch blijkt ze een onverwachte bondgenoot te zijn…

Wat Harry vooral nodig heeft, zelfs na twaalf maanden, is tijd. Tijd om te rouwen, tijd om te bepalen wat hij wil, tijd om te bepalen wie hij zelf is en wie hij wil zijn. En die tijd, die krijgt hij dus niet.

Nog steeds is dit een bijzonder fijne reeks om te lezen, maar dit boek is wel een pak filosofischer en donkerder dan de vorige. Niet dat ik dat erg vind, maar het is wel een verandering van toon, die eigenlijk al even bezig was.

Ik miste wel een beetje de adrenaline van de vorige keren: het ging een pak trager en het was vooral ook weer een klaarzetten van een hoop plotwendingen voor de volgende keer. Ik kijk daar wel al naar uit, ja.

Lectuur: “Hotter than Helltown (Preternatural Affairs #3)” van S.M. Reine

Dit was boek drie over de emolumenten van heks Cèsar Hawke, en het is duidelijk meer van hetzelfde, maar in zijn genre best goed te noemen. Ik vind de reeks zelfs groeien, ja.

Hawke is in het vorige boek ternauwernood ontsnapt aan meervoudige doodsbedreigingen, waaronder een van zijn eigen werkgever. De oplossing, naast uiteraard het uitschakelen van de booswicht, is dat hij een band aangaat met zijn overste en goeie vriend Fritz. Alleen moet hij daar een examen voor afleggen, en dat studeren komt een beetje in het gedrang als er een gruwelijke seriemoordenaar opduikt en hij op de zaak wordt gezet. En als dan blijkt dat die seriemoordenaar een wezen is waar zelfs de demonen van Helltown bang voor zijn, dan loopt het uiteraard mis.

Zoals ik zei: de reeks groeit. Niet alleen het personage van Cèsar ontwikkelt, maar ook bepaalde nevenpersonages krijgen meer diepgang. Niet dat je daar nu zo veel moet van verwachten, het blijft pulp, maar intussen best goed geschreven pulp. Natuurlijk, als dit de zoveelste reeks in het genre is die je leest, dan wordt het wel wat herkenbaar en wat formulaïsch, maar ik vind dat ook weer niet zo erg. Je weet waar je aan begint als je dit ter hand neemt, en dat is geen grootse literatuur. Maar dat hoeft ook lang niet altijd, toch?

Lectuur: “Witch Hunt (Preternatural Affairs #1)” van S.M. Reine

Ik was op zoek naar nog een hersenloos, zeer licht en very pulpy reeksje om nu, tijdens de examens, te lezen. Mijn brein kan op het einde van het schooljaar geen zware lectuur meer aan, en daarom heb ik voorlopig Possession van Byatt opzij geschoven.

Deze reeks voldoet aan alle vereisten: geen diepgang, hedendaagse hersenloze fantasy, een charmant hoofdpersonage, een vleug seks, en veel magie en doden. Zo hoort het.

Hoofdpersonage van dienst is Cèsar Hawke, een witch in Los Angeles, gerecruteerd in de Office of Preternatural Affairs (OPA) die als een geheime, extra dienst naast de gewone politie en de FBI alles waar magie mee gemoeid is, onderzoekt. Cèsar is vooral een veredelde privédetective die kleinere misdadigers gaat opsporen en arresteren. Hij zit eigenlijk vooral aan een bureau, samen met zijn partner Suzy, en leidt een kleurloos bestaan. Tot hij, na een redelijk uitzonderlijke, wilde nacht, een lijk in zijn bad aantreft, en alles erop wijst dat hij haar wel degelijk vermoord heeft. Hij vlucht voor zijn eigen dienst en roept de hulp in van Isobel, een necrocognitive, om zijn onschuld te bewijzen. Maar dat lijkt een pak makkelijker gezegd dan gedaan, en is hij eigenlijk wel onschuldig?

De plot zit goed in elkaar, dat moet ik toegeven. Ik ben er ook in sneltempo doorgegaan en heb niet echt op gaten of inconsistenties gelet, dat geef ik ook toe. Maar dat wil ik ook niet in dit soort boeken, zoals ik al eerder The Dresden Files, The Iron Druid, Alex Verus of Eric Carter  las: allemaal hedendaagse magiërs van een of andere soort – tovenaar, druïde, toekomstlezer of necromancer. Al van de eerste pagina’s merk je wel dat dit de ‘volwassen’ soort wordt: Hawke verwijst al meteen naar zijn ballen. Maar gelukkig blijft het doorgaans bij dit soort verwijzingen: ik hoef hier geen stomende seksscènes, daarvoor is er andere lectuur. De auteur weet overigens zeer goed wie of wat haar doelpubliek is: ze verwijst naar voornoemde Iron Druid, maar evengoed naar Brandon Sanderson of de science-fiction reeksen Battlestar Galactica  of Firefly.

Het is niet zo goed als pakweg The Dresden Files, maar het is ook nog maar het eerste boek, ik geef het nog wat tijd. Hoe dan ook ga ik de reeks lezen, want dat is wat mijn arme brein momenteel nodig heeft.