Ons pa opnieuw in het ziekenhuis

Waarschuwing: het is een lang verhaal. Alweer. En ja, ik schrijf dit ook voor ons pa zelf, want hij herinnert het zich niet meer.

Toen Wolf zondag ons pa ging halen rond half twaalf, lag die nog in zijn bed. Dat is absoluut niet van zijn gewoonte: hij kijkt standaard uit naar de zondagen hier bij ons en zit doorgaans al vanaf elf uur netjes klaar in de zetel, met zijn gerief ook klaar en al. Wolf hielp hem opstaan, aankleden en bracht hem mee. En ook hier bleek dat hij toch wel redelijk verward was, zowel in zijn spraak als in zijn motoriek. Zo bleek achteraf bijvoorbeeld dat de kousen die hij sorteerde en samenstak – hij doet dat graag, doet dat al jaren en heeft er een hobby van gemaakt – allemaal fout waren: er zaten zwarte bij witte, drie kousen samen, één kous apart, en de bolletjes waren ook absoluut geen bolletjes meer. Hmm.  En zijn medicatie? Die had hij de voorbije weken maar voor de helft genomen, denk ik, en dan zeker nog niet op tijd.

Ik heb een grondig gesprek gehad met hem dat het zo echt niet verder kan, en dat gaf hij schoorvoetend en met dikke tegenzin ook toe. Ik mag hem activeren voor WZC Ons Zomerheem, maar ik vermoed dat hij nog wel van gedacht zal veranderen. Mijn beste argument? “Wat als uw eigen moeder in die omstandigheden zou leven? Wat zoudt ge dan zeggen?” Hij gaf me gelijk.

Bart bracht hem naar huis – dat is nog een brug te ver voor mijn rug, zeker als ik me er zo in opwind – en vertelde achteraf dat hij er echt niet gerust in was. Hij was twee keer bijna van de trap gevallen, Bart had hem moeten opvangen. En verder struikelde hij nog een paar keer, begon meteen koekjes te eten, vond zijn valalarm niet, dat soort dingen.

Ik ben maandag dan meteen naar Ons Zomerheem beginnen bellen, maar helaas: blijkbaar heeft ons pa een A-score op de Katz-schaal, en dan willen ze hem niet opnemen. Ik denk dat de dame van de opname zeker een half uur uitleg heeft gegeven, en op een bepaald moment heb ik me ook verontschuldigd: dat ik echt niet boos was op haar. Ze moest lachen en zei dat ze dat ook zeker niet zo had aangevoeld, en dat ze de diepe frustratie begreep. Blijkbaar zijn dit de criteria waarop de Vlaamse Overheid de subsidies en ondersteuning bepaalt:

  • zich wassen
  • zich kleden
  • transfer en verplaatsingen
  • toiletbezoek
  • continentie
  • eten

Ons pa scoort te goed op al die dingen, los van het feit dat hij zichzelf niet verzorgt, niet deftig meer eet – hij leeft de laatste tijd enkel nog op chocolade en koekjes, voor zover we merken, zijn brood en zelfs warme maaltijden blijven staan – en vooral zijn medicatie niet neemt. Ook de Parkinson, de tromboses en de bipolaire stoornis tellen niet mee…

De dame stelde voor om contact op te nemen met de thuisverpleegkundige of de neuroloog om zijn bilan te herbekijken, als ze mijn verhaal zo hoorde. Tsja.

En dan, een half uur na dat gesprek, belt de thuisverpleegster van ons pa. Geloof me, die hebben zeer weinig tijd per patiënt, die gaan echt niet bellen zonder reden. Ze zei dat ze echt ongerust was, dat ons pa nog sliep toen ze tegen de middag toe kwam, dat hij helemaal verward was, niet normaal kon spreken, moeite had met zijn evenwicht, en dat ze het niet vertrouwde om hem alleen te laten. Ik legde het probleem met de A-score uit, en ze zei dat ze ging overleggen met haar teamoverste. En jawel, tien minuten later belde ze dat ze samen ons pa een B-score hadden gegeven, want hij had onder andere in zijn broek geplast.

Ik belde meteen terug naar het WZC, maar daar was uiteraard acuut geen plaats – dat had ik ook niet verwacht – maar de dame zei ook dat ze, op basis van wat ze hoorde, ons aanried om met hem naar de spoed te gaan. Hij zou sowieso stabieler moeten zijn om opgenomen te worden. De thuisverpleegster had dat eigenlijk ook gezegd…

Zodoende heeft Jeroen hem in de late namiddag naar de spoed gebracht – de bizarre details bespaar ik u – en heeft Roeland hem daar afgelost – mij zou het niet gelukt zijn, fysiek niet, maar vooral ook mentaal niet. Ik kon het er eventjes niet meer bij hebben.

Roeland wist te vertellen dat hij enkel maar verwarder werd en dat ze hem dus wel degelijk opgenomen hadden, na enkele testen en na contact met zijn neuroloog.

Dinsdag hoorden we niks en is ook niemand van ons langs gegaan: er waren eigenlijk toch de hele dag testen en scans, dat wisten we. Ik had wel uitgebreid contact met de sociale dienst van het ziekenhuis, en die ging volledig akkoord met onze inschatting: dat het niet langer verantwoord is dat hij nog thuis zou wonen, zowel door de trappen als door het gebrek aan medicatie.

Vandaag is Roeland dan langs gegaan, en hij vond het ontluisterend en confronterend: ons pa was vastgebonden want zeer onrustig en was al uit zijn bed gevallen. Hij herkende Roeland niet, kon niet echt spreken want zijn woorden waren compleet onverstaanbaar gewauwel, hij verstond ook Roeland niet en was zeer geagiteerd. Roeland vergeleek het met ijlen bij hoge koorts, zo leek het wel. Voorlopig weten ze de reden nog niet, misschien zit er ergens een latente ontsteking maar die was niet echt zichtbaar in zijn bloed. Hij is een stuk slechter dan gisteren, zei de verpleging, en ze hebben hem zelfs verlegd qua kamer zodat hij beter onder controle staat.

Aan de ene kant ben ik er absoluut niet gerust in, aan de andere kant net wel: hij is veilig, onder toezicht en kan voorlopig zichzelf geen kwaad meer berokkenen. En hopelijk mag hij nu wel naar een WZC, zodat de broers en ik eindelijk niet voortdurend bezorgd moeten zijn.

Wordt vervolgd.

Filmen en zo

Deze voormiddag was er een algemene personeelsvergadering, deze namiddag stond ik op school, samen met een collega, om nog maar eens te filmen. Deze keer zonder Fluxlab, wel in eigen beheer. Het was dan ook een pak minder ingewikkeld en minder dwingend. Waar de OpenSchoolDag echt recrutering is en het voortbestaan van onze school waarborgt, is dit gewoon informatie voor onze bestaande leerlingen over hun mogelijke studiekeuzes.

Normaal gezien steken we dat in een saaie infoavond: een half uur algemene uitleg door de directie en dan nog een uur de mogelijkheid om vakleerkrachten te spreken. Op zich was er geen reden om daarvan af te wijken: een half uurtje een opname van de mogelijke studierichtingen en daarna mogelijkheid om via Teams de vakleerkrachten te spreken. Meer moet dat namelijk niet zijn: kort en krachtig en vooral buitengewoon informatief.

Enfin, ik had toegezegd om zelf te filmen, en van het beeld was ik redelijk zeker, alleen wist ik niet of ik het geluid voldoende ging kunnen capteren. Fluxlab heeft daar aparte richtmicrofonen of zelfs reversmicrofonen voor. Hmm.

En toen was er Ruben, een van de collega’s die vooral fysica geeft, maar stiekem ook een muziekopleiding heeft en vooral een eigen opnamestudio heeft thuis. Toen ik hem aansprak over de juiste microfoons, bood hij meteen aan om het geluid voor zijn rekening te nemen. Je kan echt niet geloven hoe opgelucht en blij ik was, hij heeft meteen mijn dag toen goedgemaakt.

Deze namiddag kwamen we de overgang van één naar twee filmen, en de overgang van tweede naar derde graad. Die van eerste naar tweede graad zal voor na de vakantie zijn, want dat is nog maar net goedgekeurd en moet nog uitgewerkt worden.

Toen ik toekwam met ringlight, camera en toebehoren zat Ruben al volledig geïnstalleerd met verschillende microfoons en mengpaneeltje, I kid you not. We hebben er het licht bijgezet, de camera’s opgezet, vastgesteld dat mijn iPhone 11 echt nog het beste beeld gaf met dat touchscreen, een tweede camera opgesteld, en toen gaf ik eigenlijk gewoon de leiding door aan Ruben, want die wist veel beter dan ik wat hij aan het doen was.

Tegen goed drie uur stond alles erop en zag Ruben het ook zitten om alles te mixen en af te werken tot een bruikbare film van een half uurtje.

Echt.

Om mooie resultaten te behalen hoef je zelf niet veel te kunnen, maar je gewoon weten te omringen met de juiste mensen.

Ongelofelijk waar. En een serieuze last die van mijn schouders valt.

Opname, jawel.

Deze voormiddag is ons pa blijkbaar zelf opgestaan, aangekleed en naar beneden gekomen. Hij zat te lezen toen ik thuis kwam, maar verklaarde zelf dat het helemaal nog niet lukte. En dat het misschien best was om toch naar het ziekenhuis te gaan, aangezien het de vorige keren wel na 24 uur was opgeklaard, en nu nog niet.

Na het middageten – dat mijn liefste al helemaal had klaargemaakt, we hoefden het maar op te warmen – zijn we dus naar spoed gegaan. Ik had meteen een gans blad afgeprint met al zijn gegevens op en het hele verhaal, compleet met twee foto’s, helaas van meer dan 24 uur na het accident. Op die manier hoefden we niet direct alles vijf keer herhalen en was er ook geen discussie of verkeerde notatie. Ze vonden het wel zo gemakkelijk.

De ongelofelijk sympathieke spoedarts – echt, zo maken ze er niet veel, wat een dame! – luisterde, las, trok bloed, en stuurde hem naar de hersenscan. Wat mij een half uurtje opleverde om even in de stralende zon wat nieuwe caches rond de Watersportbaan te zoeken, en meteen de broodnodige rust in mijn hoofd te krijgen.

Tsja, oordeelden ze, er zal inderdaad wel iets zijn, maar de hersenscan levert niet echt meteen iets op.
Tegen vijf uur werd hij dan naar een kamer op de afdeling neurologie gebracht, en we zullen dan later wel horen wat er aan de hand is. Feit is dat hij nog steeds gewoon omvalt, en dat hij dus hoegenaamd niet alleen kan blijven.

Bon ja, hij is nu tenminste veilig en in goede handen. Ik ben wel opgelucht, ja.

En intussen is Bart deze namiddag zijn moeder gaan installeren in een appartement in Triamant in Ronse, een verblijf waar ze de nodige zorg krijgt zonder dat het een ziekenhuis is.

En zo blijven we bezig…

Binnen…

Ik had Wolf beloofd dat ik nog even met hem tot aan school ging rijden om 8.00 uur, zodat hij nog afscheid kon nemen van zijn vrienden. Plots weggaan van school en je vrienden achterlaten, het is niet niks. Ze stonden hem allemaal op te wachten, en hij had het eventjes lastig, hoorde ik achteraf.

Maar om half tien stapten we de auto in, Bart, Wolf en ik, met een grote tas met spullen, en reden dus naar De Haan. Wolf werd er definitief ingeschreven, kreeg een kamer toegewezen van de opvoedster, en en we installeerden hem. Enfin, zoveel was er niet te installeren, we hadden niet echt zoveel mee, hij vond dat het wel moest groeien.
Daarna moesten we wachten op de dokter, die écht wel op zich liet wachten. Gelukkig konden we intussen rustig in de leefgroep zitten, kregen we nog een hoop extra informatie en kreeg Wolf zijn uniform: T-shirts, een felblauwe sweater met logo – zijn favoriete blauw – en een mottige trainingsbroek.
Na een uur kwam eindelijk die dokter af, voor een kort gesprek,  en konden we Wolf gaan inschrijven in het Lyceum. Bart nam de paperassen voor zijn rekening, terwijl ik een gesprek had met de leerlingenbegeleider over de concrete werking. Het zal toch grotendeels via mij gaan, aangezien ik zelf lesgeef op het KAM.

Om half een waren we terug in de leefgroep, maar Wolf wilde liefst eerst gaan liggen, hij was kapot van de pijn, en daarna pas eten. We namen afscheid, knuffelden nog even intens, en weg was hij…

Bart en ik gingen dan maar iets eten, maar eigenlijk miste ik Wolf dan al. Het hielp ook niet dat ik hem eerder had gezegd dat het wel ging meevallen, dat ik ook op internaat had gezeten, en dat dolgraag had gedaan. Hij had daarop geantwoord: “Ja, mama, maar jij was niet graag thuis! Jij had altijd ruzie met je broer, en oma en opa maakten ook voortdurend ruzie. Ik zie mijn broertje en zusje doodgraag en we komen goed overeen, en jullie twee zijn super, waardoor ik eigenlijk ongelofelijk graag thuis ben…” Tsja…

Tegen drie uur waren Bart en ik weer thuis, na een voornamelijk stille rit. Ik ga hem missen, mijn grote zoon, ook al weet ik dat hij het daar prima zal hebben, en dat ze na verloop van tijd hem ook van zijn pijn kunnen afhelpen. Hij kan nergens beter zijn, en toch zou ik hem liever thuis hebben. Tsja, niet zo vreemd, zeker?

Zeepreventorium: intake nummer twee

Jawel, vorige vrijdag hadden ze ons beloofd dat ze er spoed achter gingen zetten, dat ze zouden puzzelen om Wolf zo snel mogelijk op te kunnen nemen. Wel, ze hebben woord gehouden: maandag kreeg ik al meteen telefoon dat we vandaag de tweede intake zouden krijgen, een gesprek met de opvoeders, de kinesisten en de psychologe, en dat Wolf in de loop van volgende week zou opgenomen worden. Vandaag werd ons meteen verteld dat dat maandag al zou zijn: hij mag binnenkomen om 10.30 uur! Yay!

Rond half elf reed ik dus met de kinderen richting De Haan, zodat we nog tussen half twaalf en twaalf even hallo konden zeggen op een heel beperkte Meet & Greet Geocaching Event. Enkel de Luikse organisator was er, maar eigenlijk is dat toch wel leuk om even met zo iemand te kunnen praten. Daarna pikten we nog een zalige cache op die ons even deed nadenken en puzzelen, en gingen we eten. We hebben een prima restaurantje op de dijk gevonden met een beperkte kaart, maar met een zeer snelle, efficiënte en vriendelijke bediening. Hier komen we terug, al was het maar voor de kinderpannenkoek die bij het kindermenu hoort.

Tegen half twee stonden we voor de volgende gesprekken in het Zeepreventorium en kregen we nog de laatste nodige informatie. Wolf en ik hadden er allebei een heel goed gevoel bij, en vooral Wolf vond het een ongelofelijk bevrijdend gevoel dat zijn pijn eindelijk door iedereen au sérieux zou genomen worden.

Daarna reden we opnieuw richting het strand om een vieruurtje te eten. Om in het zand te spelen hadden we geen van allen zin, het was ook echt een grauwe dag, maar die pannenkoeken, wafels en vooral de gigantische meringue uit datzelfde restaurant van vanmiddag maakten alles meer dan goed.

Die meringue, daar ben ik nog niet goed van: een grote ring van meringue, gevuld met vanille-ijs met laagjes knapperige chocolade tussen, omringd met slagroom en gerold in de amandeltjes, met een grote toef erbovenop (die prompt in de warme choco van Kobe en Wolf verdween), in een bordje met advocaat en stukjes peer. Ik kreeg het met moeite op, de calorieën wil ik niet eens weten, maar ik werd er wel intens gelukkig van :-p

Daarna reden we fluks terug naar huis, want voor Wolf was het meer dan welletjes… Maar we hielden er echt een goed gevoel aan over, en dat is belangrijk.

Telefacts

Een paar dagen geleden zag ik op Twitter de volgende tweet van Bart passeren: “En toen moest ik plots het gsm-nummer van mijn vrouw zeggen, en wist ik het niet meer. Damn smartphone!”

Bleek het om iemand van Telefacts te gaan, die op zoek was naar een ‘gewone’ vrouw met een smartphone. Ze hadden al twee jongere mensen, nu zochten ze iemand die al wat ouder was met een gezin en zo. En kwamen ze dus via via bij mij terecht.

Ik heb even getwijfeld, maar bon, het was toch vakantie, de jongens gingen zo’n cameraploeg wel leuk vinden, dus waarom ook niet. Zolang ze me maar geen woorden in de mond zouden leggen, en ik ervoor zorgde dat ik niet te freaky overkwam :-p

Ze stonden hier deze morgen rond negen uur, filmden hoe ik Merel ging afzetten in de crèche, deden van interview, filmden me met de kinderen in de Delhaize, gingen samen met ons iets eten in de Pizzahut (waar ze niet gefilmd hebben omdat de toelating er maar niet doorgekomen was), en kwamen daarna nog even terug omdat ze iets vergeten opnemen waren, en gingen toen ook nog mee naar een speeltuintje, tot groot jolijt van de jongens.

Ik hou mijn hart een beetje vast van wat het zal worden, maar ik denk niet dat ik al te freaky dingen gezegd/gedaan heb. Al kunnen ze met montage veel doen, natuurlijk.

Al bij al was het wel een leuke dag, toch wel. En dat voor wellicht maar een paar minuten uitzending. Dure bezigheid, medunkt.