Lourdes

Vandaag heb ik dus in Lourdes gezeten. Voor wie van Gent is, betekent dat automatisch Oostakker natuurlijk. In Oostakker is er ook ooit een wonderbaarlijke genezing geweest, waarop ze een replica van de grot van Lourdes hebben gebouwd en een heuse basiliek.

Ik ben naar ginder gefietst, heb mijn fiets aan de basiliek gezet, en ben de vragen beginnen oplossen. Dat leidde me rond het plein, eventjes langs de straat en dan het Slotendriesbos in. Alleen dacht ik dat ik netjes een rondje kon maken: vraag 1-3-4-5-6 en dan 2, maar blijkbaar was de toegang terug afgezet met een hek, en moest ik helemaal terug lopen om vraag 2 op te lossen. En uiteraard lag de stash weer helemaal de andere kant het bos in.

Soit, ik loste het op, berekende de coördinaten van het potje, en ging toen de basiliek even binnengaan. Dacht ik, want ook al was het pas tien voor vijf, de kerkdeur ging net voor mijn neus dicht, terwijl het aangegeven stond tot 19.00 uur. Ach ja, niet erg.

Maar ik heb gigantisch genoten van de fietstocht van 17 kilometer en de wandeling van een uurtje, en was helemaal ontspannen. En ook de rug bedankte me.

Een heerlijk gevuld dagje…

Awel, ik heb me eigenlijk nog niet verveeld tijdens deze quarantantie, ik heb voortdurend vanalles te doen.

Neem nu deze ochtend. We staan hier standaard om negen uur op, zitten om half tien aan het ontbijt en beginnen om tien uur aan het schoolwerk. In mijn geval was dat taken opgeven, filmpjes online zetten en live lesgeven van kwart over elf tot twaalf. Koken hoefde ik niet te doen, want ze hadden quasi gesmeekt om een pizzadag. En wie ben ik dan om daar tegenin te gaan? En terwijl de pizza’s in de oven zaten, werd er gerolschaatst, zoals elke dag eigenlijk, en werden er vooral ook handen gewassen.

Na het eten bekeek ik nog wat schoolwerk, en tegen drie uur sprong ik op de fiets, richting Oostakker. Ik heb niet zo’n last van het sociale isolement – ik ben niet sociaal – maar ik heb geen zittend gat, en al zeker geen zittende rug, want die vindt deze situatie niet zo fijn.
Alleen had ik me miskeken op een pad langs de spoorweg waardoor ik in Sint-Amandsberg verzeilde. Niet erg, het een leidt naar het ander, en nog veel leuker, het leidde me onverwacht voorbij Gwens deur. Ik probeerde haar gsm, maar die was bezet – een van de dochters was die aan het gebruiken. Maar Gwen zat te werken op de eerste verdieping aan haar bureau en zag me staan. En toen hebben we een heerlijke twintig minuten staan kletsen, ik op straat en zij aan haar raam daar op het eerste.

Ik ben geen sociaal wezen, maar dit deed eigenlijk best wel deugd. Afijn, de fiets op en verder naar Oostakker waar nog een ongelogde cache lag langs een prachtig pad. Oordeel zelf.

De fietstocht ging verder richting Destelbergen naar een carpoolcache, dan naar de kerk, en dan langs de Schelde waar ik een stevige klim omhoog moest doen, maar die wonderwel lukte. Een kapotte rug is iets, koppigheid is ook iets.

Enfin, ik pikte nog eentje in een zijstraat op, fietste tot aan de kleine ring en ging dan rechts van de spoorlijn het fietspad volgen. Met een paar hele mooie graffiti, vond ik.

Van daaruit ging het over de Dampoort, opnieuw langs het water en de hele mooie promenade, verder tot aan een nieuw mooi aangelegd stukje aan de kop van het water.

En toen was blijkbaar de batterij van mijn fiets zo goed als op, na dertig kilometer volle ondersteuning. Euhm… Ik geef het u op een briefje, zo’n elektrische fiets is een zwaar ding! Maar ik kon er nog de laatste restjes minimale steun uit persen en geraakte toch nog netjes thuis.

Helemaal ontspannen, vrolijk uitgewaaid én met vijf caches op zak. Score!

En nu mijn handen gaan wassen se!

Geo-art: 55 op een dag!

Man, soms doet zot zijn toch geen zeer…

In de zomermaanden doet het team achter de geocaching website altijd een soortement wedstrijd. Je kan er niet echt iets mee winnen, zoals nooit bij het geocachen, maar je kan er “souvenirs”, virtuele beloningen voor krijgen. Deze zomer ging het om Mystery in the Museum, waarbij je bepaalde caches moest loggen om een aantal gestolen juwelen en dergelijke te krijgen. Gisteren had ik de laatste saffier gevonden, en ik dacht dat ik er dan wel was. Juist ja. Krijg ik de boodschap dat de enige taak die me nog restte, was dat ik nog 35 caches moest loggen. Oh, en het spel loopt morgen af. Ah. Right.

Gelukkig had ik een week of twee geleden al een hele mooie geo-art DRAAK zitten oplossen: dan vormt de cachelegger een woord of tekening met allemaal raadsels, en als je het antwoord juist hebt, krijg je de plek waar je de cache kan vinden. Deze vormde een toertje van zo’n 25 kilometer doorheen Oostakker-Desteldonk en omstreken, met een totaal van 55 caches.

Ik stak tegen een uur of drie de fiets in de koffer en reed naar het startpunt, met het idee er 35 te doen.  Maar toen was ik gigantisch goed bezig en had ik nog geen zin om te stoppen. En ging ik er 40 doen. En toen waren het er maar 15 meer, en was het ook zo onnozel om te stoppen, toch? De laatste vijf waren er eigenlijk te veel aan, moet ik toegeven. Het fietsen is niks, het is het elke keer op en af stappen, die zware fiets tegen een boom moeten zetten of in het gras leggen, en telkens weer aanzetten dat het lastig maakte.

En… Ik heb de stommiteit gemaakt om te denken dat twee stukken landwegel wel gingen verbonden zijn met elkaar, waardoor ik uiteindelijk een weide ben doorgefietst, met die zware fiets twee grachten ben overgestoken, een gans eind tussen de rand van een maisveld en een gracht ben geploeterd door het hoge gras en de struiken, en onder een prikkeldraad door ben gekropen met fiets en al. Ugh. Geen goed idee.

Maar de tocht zelf was prachtig, ik heb intens genoten, heb mijn fles water kunnen laten vullen door een gepensioneerde die zijn tuin aan het sproeien was, en was klaar rond half negen. Yep, meer dan vijf uur op de fiets, ge moet goed zot zijn. I know.

(Maar ik heb toch maar lekker 55 caches gehaald vandaag!)

Rondlopen met een doel

Vanmorgen zaten er hier dus drie pubers aan de ontbijttafel, beetje moe, maar blijkbaar hadden ze wel een fijne avond gehad. Wolf zei in elk geval dat het oké was, en dat telt.

Tegen elven waren ze het huis uit, en tegen half vier wilde ik ook zelf even het huis uit: het was prachtig weer, en ik heb geen zittend gat, ondanks de rug. Kobe en Merel waren op pad voor de wafelbak van de scouts, Wolf zijn rug deed veel te veel pijn, en dus reed ik op mijn eentje richting Sint-Amandsberg om daar een paar cachekes te zoeken. Sommige vond ik heel vlot, en aan een andere heb ik drie kwartier vruchteloos staan zoeken… Tsja.

Al bij al was ik twee uur aan het rondlopen, uiteindelijk zelfs al in de schemering, en ik genoot er intens van! Het was ook zeer afwisselend: een grote cache aan volkstuintjes, eentje in een woest hoekje van een park, waar ik trouwens een andere cacher tegenkwam, en die ik ooit vroeger al eens had proberen loggen tussen metershoge netels. Niet dus, nu gelukkig wel. Een cache lag naast de spoorwegtalud, een andere in een Oostakkers bosje, en een laatste aan de rand van een bos. Mooi mooi…

Ik kwam helemaal uitgewaaid en goedgezind terug. Dat geocaching, da’s gewoon een excuus om te wandelen, maar dan met een doel. Zalig.

Geocache initiatie

Toen Thomas toekwam, was het nog aan het regenen, maar eigenlijk klaarde het vrij snel op. De jongens speelden Arq, en haalden daarna de Kolonisten van Catan uit, kwestie van geen schermen meer te mogen :-p

Barbara, mijn nicht én steun en toeverlaat als het op kinesiologische avonturen aankomt, had gevraagd om aan Thomas eens te tonen hoe Geocaching eigenlijk werkt, want ze vermoedde dat hij dat wel leuk zou vinden. Na een ijsje trokken we er dus op uit, en legden eerst een nieuwe cache in de buurt van het Meulesteedse Ei. Zo had Thomas meteen door hoe het in elkaar zat. Daarna reden we verder richting Oostakker, om er een cache op te pikken op de fietsbrug over de Kennedylaan. We waaiden er bijna af, maar het was een aangename, warme wind, en de cache was snel gevonden.

Daarna reden we richting Oostakker Dorp, waar we drie caches oppikten, eentje op de markt, eentje in een voortuin, en eentje in een parkje wat verderop.

Wolfs rug hield het nog wel even uit, verklaarde hij, en dus gingen we nog voor de multicache “Bootje varen” rond de twee veren over de haven. Het is echt wel een fijne multi, alleen de eindstache ligt een beetje op een groezelige plek. Maar de wind en het water waren een fijne combinatie, met poëzie op het veer!

Merel nam nog een selfie met mijn grote toestel, en toen was het meer dan welletjes voor iedereen. Het was dan ook tegen zessen toen we weer thuis waren, maar het was alweer een fijne middag. En ik denk dat Thomas de geocache app wel zal downloaden…

IMG_1599

Het executieoord in Oostakker

Oostakker, dat is voor mij nog altijd synoniem met Lourdes. ’t is niet alsof ik daar veel kom, eigenlijk. Meestal gewoon als doorgaand verkeer naar Lochristi en alle winkels daar langs de steenweg. Maar bij het terugrijden naar de R4 was me telkens wel het bordje ‘Executieoord’ opgevallen. Ik vond het wat sinister, maar was wel geïntrigeerd. En dus gingen mijn dochter en ik eens op onderzoek uit.

Wel…

We waren diep onder de indruk.

Wikipedia weet me het volgende te zeggen over deze plek:

Het Executieoord Rieme-Oostakker is de plaats in de Gentse deelgemeente Oostakker waar 66 verzetsstrijders tussen 8 februari 1943 en 24 augustus 1944 door de Duitse bezetter werden geëxecuteerd.
Hier wordt ook de herinnering levend gehouden aan de 20 verzetslieden die omkwamen op de executieplaats van Rieme. Dat terrein moest in 1998 verdwijnen omwille van de aanleg van het Kluizendok van de Gentse haven.
De executies werden in het geheim voltrokken en de slachtoffers werden anoniem begraven. Een aantal van de in Rieme gedode verzetsstrijders werd teruggevonden in een massagraf in Hechtel-Eksel. Bovendien werden er ook Duitse militairen en Belgische criminelen gefusilleerd. Door deze omstandigheden is het nog steeds onduidelijk hoeveel mensen er de dood vonden. Na de Bevrijding werd het massagraf in Oostakker blootgelegd. De slachtoffers werden geïdentificeerd en in hun woonplaatsen begraven. De kruisjes op het terrein hebben dus een symbolische betekenis. Toch is het executieoord ook een begraafplaats: in 1952 werden de overblijfselen bijgezet van 15 in München onthoofde West-Vlaamse politieke gevangenen.
Op het terrein staat een treinwagon waarmee honderden Belgen naar concentratiekampen in Duitsland en Polen werden gedeporteerd. Het executieoord werd in 1966beschermd als landschap.[1]
In 2009 schreef historicus Tim De Craene het boek Terechtgesteld over de geschiedenis van de executieoorden Rieme en Oostakker. Jaarlijks wordt op de tweede zondag van mei een herdenkingsplechtigheid georganiseerd.

Merel en ik werden al stil van de ingang alleen al: de twee leeuwen, en het magistrale zicht daar tussenin.

Onder de indruk liepen we het oord in, keken naar de graven, lazen de inscripties, en stonden stil bij het verleden. Mijn zesjarige dochter vroeg me: “Mama, waarom voeren mensen oorlog, en moeten er zo veel mensen voor sterven?” Ik keek haar aan, en antwoordde in alle eerlijkheid: “Ik weet het echt niet, meisje, ik heb er geen idee van, en ik snap het ook niet.”

Aan mijn hand werd zelfs mijn dartel springkonijn helemaal stil. We keken naar de graven, stonden stil bij al die mensenlevens, en snapten het nog steeds niet.

Bij de deportatiewagon was ik haar weer wat uitleg schuldig. Ze luisterde, knikte begrijpend, en zei toen: “Mama, die Duitse soldaten, vonden die dat dan zelf niet erg? Want dat zijn toch ook maar mensen?”

Het komt goed met de wereld, mensen, zolang er monumenten van de oorlogen bestaan, en kleine onschuldige meisjes die er de complete waanzin van inzien.

Oostakker, begot

Het werd een maandagochtend zoals elke maandag zou moeten zijn: traag, sloom, met cornflakes en niks haastigs… Eten moest er ook al niet gekookt worden wegens overschot van gisteren, alleen opwarmen dus.

Maar rond een uur of twee stapten Merel en ik de auto in, en reden we naar Oostakker. Dat gebeurt wel vaker als we nieuwe kleren nodig hebben: nogal wat winkels, zowel kleren als schoenen, op een rij. Nu moest ik echter bij Partena zijn om allerhande prutsen in orde te brengen, en had ik een afspraak om half vier. Merel en ik waaiden dus eerst binnen in de C&A (en vonden niks), en gingen dan maar twee koptelefoonverlengkabels halen in de Mediamarkt. Ik geef het u op een briefje: het is gewoon hemels als die irritante stemmetjes van Disney Channel of zoiets enkel voor haar hoorbaar zijn ^^

We liepen nog even de E5 Mode binnen (niks), en gingen dan voor het papierwerk. En daarna… had mevrouwtje honger, en zijn we dan maar de Colmar binnengestapt, waar ik 18 euro betaalde voor een koffie, een Fanta en twee dessertbordjes. Toegegeven, het dessert was uitgebreid, maar ik vind dat niet weinig, nee.

IMG_0001

Enfin, we genoten, maar hadden het wel gezien wat het shoppen betreft. Dan maar richting geocaches: de eerste bracht ons naar een visvijver, waar Merel een balletshow ten berde gaf, en zij de cache opduikelde.

En toen stelden we tot onze grote verbazing vast dat er nota bene drijfzand is in Oostakker! Moh!

Daarna reden we een klein beetje verder, richting executieoord, waar ook een geocache ligt. Ik had al vaak de wegwijzer zien staan, maar nog nooit bij stilgestaan wat daar precies mee bedoeld wordt.

Wel… Laat ons zeggen dat Merel en ik onder de indruk waren, en dat ik haar veel rond de oorlog heb moeten uitleggen. Maar daar ga ik echt een aparte post aan wijden, want dat heeft het echt wel verdiend. En een vermelding op Gentblogt.

We moesten ons nog reppen om tegen kwart voor zes thuis te zijn, zodat ik snelsnel mijn voeten kon wassen en Wolf en ik tegen zes uur bij de kinesist stonden.

En daarna? Toen was er een salade van mijn liefje!

IMG_1535

Van geocaches, speelgoedwinkels en Colmars.

Sommige dingen moet je gewoon eens doen. Dat vond vooral Kobe over de Colmar. Hij was daar geweest voor een verjaardagsfeestje, en wilde zo graag eens terug, al was het maar voor het dessertbuffet. Mja. Ik wilde dan weer gaan geocachen in het Oostakkerse, en Merel wilde al haar verjaardagscadeau uitzoeken in de Dreamland.

Ideale moment dus, en haalbaar weer, dus waarom ook niet?

We togen dus tegen half één naar de Colmar, waar de kinderen ofwel balletjes in tomatensaus ofwel een hamburger met frietjes namen, en ik een bijzonder lekkere everzwijnenragout, ook met frietjes. Het drinken was à volonté, het dessertbuffet ook. En man, wat een buffet zeg! Alleen jammer dat de omgeving inderdaad bijzonder fast-food aandoet, want het eten verdient beter dan dat.

Maar het leukste was nog de prijs: 55 euro voor ons vier. Dat is nog geen 15 euro per persoon, en dan kregen de kinderen ook elk nog een muntje voor een speelgoedje uit een grijpersding. Hoe ze het doen, weet ik niet, maar ik kom hier nog wel eens terug, jawel.

Enfin, we reden voorbij een paar geocaches, en draaiden de Dreamland binnen. Daar stond toch wel een barbiestand zeker? Merel liet zich een klein beetje schminken, en kreeg nog haarspeldjes en een diadeem van Barbie er bovenop. Blije Merel!

En toen had ze haar pop gevonden – zonder enige twijfel: “Die is het, mama! Die met dat lange blonde haar die kan huilen!” Juist ja. En toen mocht ze nog op de jarigentroon zitten, en kreeg ze nog een stickerboek ook.

img_2203

En toen gingen we nog verder geocachen, onder andere in een heel erg mooie laan met prachtige gele bladeren, waarvan ik helaas gewoon ben vergeten een foto te nemen. We hadden geluk bij een van de caches, want na twintig minuten zoeken gingen we het bijna opgeven, toen de eigenaar van de cache net voorbijkwam en ons een hint gaf. Oef! We vonden niet alleen die prachtige laan, we vonden ook een fijn speeltuintje.

Het begon zowaar al te schemeren toen we naar huis reden, en daar staken we de haard aan en dronken een warme chocomelk.

Fijne, fijne dag.