Interview

Ergens in mei kreeg ik via via een vraag: of ik een dubbelinterview wilde doen met een huidige student Klassieke Talen. Ze willen de alumniwerking van de UGent een boost geven, blijkbaar. Goh… waarom ook niet?

Deze middag stond ik om drie uur op de trappen van de Blandijn en werd ik naar binnen geloodst naar een van de lokalen waar ik vroeger nog Duitse Taalkunde had gekregen. Daar zat een bijzonder taalvaardig jongmens me op te wachten, samen met twee mensen met microfoons en camera’s. Ze hadden een reeks vragen voor elk van ons voorzien, maar eigenlijk was dat niet eens nodig. Brian en ik hadden blijkbaar meteen een klik en begonnen al, nog voordat de camera draaide, honderduit te tetteren. Het was echt leuk om te horen hoe verschillend de opleiding tegenwoordig is, en tegelijk hoe er toch nog niks veranderd is. Veel van mijn medestudenten zijn nu docent of prof, dat wel, en ik had daar dus grappige anekdotes over. Anderzijds kon hij dan weer sappige dingen vertellen over studentenraden en de Klassieke Kring en het forum enzoverder.

Ik geloof dat we twee uur gekletst hebben, en we amuseerden ons allebei kostelijk, daar in dat koude lokaal waar nog niet eens een glaasje water voorzien was voor de moeite.

Na afloop nam hij me nog even mee doorheen het gebouw waar toch wel, na dertig jaar, een paar dingen gemoderniseerd waren, maar waar tegelijk de lokalen nog steeds ongelofelijk vertrouwd aandoen.

Nostalgie ten top! Een verloren middag, maar eigenlijk een ongelofelijk toffe middag, met vooral veel dank aan Brian, een bijzonder fijne student Klassieke Talen. Ik heb het hem al gezegd: als hij ooit zijn stage wil doen in het onderwijs, is hij meer dan welkom!

En het is nog maar eens duidelijk: Blandino’s FTW!

Van die liedjes…

Het is vreemd hoe muziek soms zo heftige emoties kan opwekken. Dan heb ik het niet over muziek op zich, maar gewoon bepaalde liedjes die me zo hard doen denken aan mensen.

Vrijdag had ik het nog: een stralende dag, ik reed welgezind naar school, en plots was “Lullaby” van The Cure op de radio. Ik kon niet anders dan glimlachen: het is niet alleen een van mijn favoriete liedjes, het doet me gewoon heel sterk denken aan Erik. Intussen ben ik, zo heb ik gemerkt, niet meer kwaad op hem, maar kan ik met een mengeling van weemoed en fijne herinneringen aan hem terugdenken.

Ik heb hetzelfde met “My hero” van The Foo Fighters. Dat was een van de favoriete nummers van Vic, die dit jaar 21 zou geworden zijn. Elke keer weer krijg ik een koude rilling, elke keer weer raakt het nummer me, elke keer weer moet ik zo keihard terugdenken aan hem.

En dan heb ik het nog niet over “Chan Chan” van de Buena Vista Social Club. Dat nummer hebben we gedraaid op ons ma haar begrafenis, en ik heb het er nog steeds moeilijk mee. Soms maakt het me gewoon weemoedig, op andere momenten is het, na al die jaren, nog steeds een mokerslag op het onverwacht. Want het is dan meestal dat het stomweg op de radio in de auto voorbij komt. Eén keer heb ik me moeten parkeren: ik kon niet verder, en ik heb zitten huilen als een klein kind. Maar élke keer moet ik iets wegslikken.

Nee, ik zet eigenlijk niet vaak muziek op, ik hou van stilte. Maar sommige liedjes, tsja, die zijn nu eenmaal voor de rest van mijn leven verbonden met bepaalde mensen, en dat zal nooit veranderen.

De Buena Vista Social Club en The Foo Fighters zal ik wellicht ook nooit live zien spelen, maar op het volgende Cure concert weet ik zeker dat ik het bij “Lullaby”, als ze het spelen, even moeilijk zal hebben. En ik zal dat vooral ook niet erg vinden.

De zee…

Twee jaar geleden zat ik elke zondagavond nog in De Haan. Ik ben doodblij dat dat achter de rug is, maar tegelijk mis ik de zee. Nooit gedacht dat ik dat nog ging zeggen, maar ja, ik mis de zee. De lange avondwandelingen op het strand of op de dijk, het uitwaaien, de zon zien ondergaan, de rust in mijn hoofd…

Yup. Ik haat het strand en de drukte, maar het waaien aan zee? Heerlijk gewoon.

Huis te koop

Nee, niet dat van ons, wij wonen hier veel te graag, maar wel Barts ouderlijke huis in Maarkedal (Nukerke), op de grens met Ronse.

Zoals Bart het verwoordt:

“Hier tikte ik POKE 53280,1 op mijn Commodore 64. Op dit gazon leerde ik fietsen. In deze kamers las ik de plaatselijke bibliotheek leeg aan een tempo van 10 boeken per week. Door dit raam keek ik naar de passerende Fiertel en Ronde van Vlaanderen.
In dit huis groeide ik op.

Nu staat het te koop.”

Dat doet vreemd, ja. Ook ik kom hier al meer dan 25 jaar…

De hele advertentie met alle foto’s en uitleg vind je hier.

Puberty Challenge

Vreselijk goed gelachen met sommige foto’s uit  THE “HOW HARD DID PUBERTY HIT YOU” CHALLENGE. De kleren, de kapsels, maar ook gewoon de ongelofelijke metamorphose bij sommige mensen.
Ik kreeg veelal de commentaar dat ik eigenlijk niet zoveel veranderd was. Ik had de foto genomen van mijn rijbewijs, en toen was ik 21. Niet echt puberteit meer, maar bon.

Ik heb er dan nog eentje gezocht van toen ik 17 was, in Griekenland met Griekse vriendinnen na het zesde jaar.

Je moet hem maar vergroten… Toen ik Kobe vroeg om naar die foto te kijken, vroeg hij wie die mensen waren. Hij had me niet eens herkend. Mijn eigen zoon. Tss.

En dan is er nog die foto als security bij de Chippendales. Toch ook een van mijn stoerdere verhalen, achteraf gezien. Wie kan er zeggen dat zij heeft zitten kleurenwiezen met drie zo goed als naakte knappe gasten? Juist ja :-p