Online lezing

Normaal gezien durf ik al eens naar een lezing gaan van het Nederlands Klassiek Verbond of van het Griekenlandcentrum, maar uiteraard ligt ook dat nu op zijn gat. Tsja.

Het NKV vond echter dat het evengoed online kon doorgaan, zo’n lezing, en ik vond dat ook wel. Het duurde wel even voor de spreker zijn presentatie gesynct kreeg, maar bon. Concreet lag ik dus in mijn zetel, met mijn dochters nieuwe hoofdtelefoon op, te luisteren naar “Arjan Zuiderhoek – Rumoer in de polis: over sociale conflicten in de Griekse stad”. Op zich nog wel interessant, maar er waren een paar “lolbroeken” ingelogd die in de chat de hele boel eigenlijk continu stoorden, op lagereschoolniveau, echt. Idiote opmerkingen, idiote vragen… precies alsof ze gedronken hadden of zo, bijzonder kinderachtig.


Maar verder was dat eigenlijk best wel oké, zo’n lezing: was ze fysiek doorgegaan, ik had er me niet meer heen gesleept, daarvoor was mijn dag te vol vandaag en werkte de rug niet meer mee. Maar nu ben ik tenminste weer mee wat de antieke auteurs in hun schrijfsels wisten te vertellen over standentwisten, conflicten en andere problemen in de gemiddelde Griekse polis. ’t Is maar dat ge het weet.

 

Tellen, rekenen en meten in de Klassieke Oudheid

Awel, toen ik de titel van deze lezing zag, dacht ik meteen: “Daar wil ik naartoe”. Want ik ben wel een classica, een specialist in Oude Talen, maar van dat rekenen, daar had ik eigenlijk weinig benul van. De basisgetallen, uiteraard, die kent iedereen, maar hoe deden ze dat met grotere getallen? Hoe gingen ze rekenen? Hoe werkt een abacus?

Enfin, ik naar Ledeberg, waar een oude Nederlander, Flip De Bree, ons zeer vakkundig en met veel enthousiasme te woord stond. Hij deed zowel het Griekse als het Romeinse systeem uit de doeken, en intussen weet ik dus ook hoe ze met een abacus werken en hoe je het bijvoorbeeld ook gewoon met strepen in het zand kan rekenen. Wijs, eigenlijk. Oh, en ook de jaartelling kwam uitgebreid aan bod, maar daar wist ik het meeste wel van, aangezien we dat ook aan onze leerlingen leren.

Een goed gespendeerde avond dus. Allez ja, uurtje, want tegen half tien was ik weer thuis.

Ovidius 2000

Publius Ovidius Naso, een van de grootste dichters van de Romeinse oudheid, is dit jaar 2000 jaar dood, en dat werd gevierd door het Nederlands Klassiek Verbond met een ganse dag in Ledeberg.

De opening van de dag heb ik gemist, ik was er wel bij het begin van de eerste reeks ‘Vertellingen’. Stefan van den Broeck las een stuk voor uit zijn eerstvolgende boek, schrijfster Heleen Debruyne bracht een vermakelijk stukje uit de gedachten van Hera, gebaseerd op een stukje Ovidius, en vertaler Patrick Lateur legde een link tussen de Heroidesbrief van Briseis, en het origineel bij Homeros.

Na de pauze kregen we een zeer… laat ik het bizar noemen… soort toneelstuk voorgeschoteld, met als vertellerAnton Cogen, beter gekend als de commissaris uit Mega Mindy. Het was ietwat vreemd, maar naar het einde toe wel te smaken.

Nog een pauze later kregen we eerst mijn studiegenoot Yanick Maes over hoe de Metamorphoses ook vertegenwoordigd zijn in de ballingschapsbrieven van Ovidius, daarna Felix Claus met de receptie van Ovidius in de hedendaagse (niet moderne, maar echt nu) kunst. Hier kwam ik te weten dat Berlinde De Bruycker vanaf 15/12 een tentoonstelling heeft van nieuw werk in het Hof van Busleyden in Mechelen. Genoteerd!
En jammer genoeg waren we toen al een kwartier over tijd, en moest de derde en eigenlijk veruit de interessantste spreker, Patrick Derynck, nog komen. Hij had vanuit Rome een bijzonder humoristische en vooral gevatte brief geschreven aan Ovidius, die hij helaas aan een sneltempo heeft afgeraffeld en zelfs deels heeft ingekort. De tekst komt gelukkig nog in het speciale themanummer van de Kleio.

Soit, tegen dan was het bijna acht uur, en ben ik fluks op de fiets richting huis gesprongen. Flink van mij, he? Vroeger zou ik er zelfs niet aan gedàcht hebben om per fiets naar Ledeberg te gaan, nu genoot ik er gewoon van. Tsja… Het debat heb ik dus overgeslagen, dat zag ik niet meer zitten.

Enfin, goed gevulde en vooral ook interessante middag over Ovidius. Meer moet dat niet zijn.