Dat is het niet, nee.

Ik weet niet of het aan het weer ligt, aan de koude, of gewoon aan algemene malaise, maar feit is dat de rug al een paar weken moeilijk doet. Ik bedoel maar: al een week of twee ligt mijn stok standaard in de auto voor het geval dat het er tijdens het lesgeven ook echt gewoon inschiet.
Normaal gezien ben ik me er niet de hele tijd van  bewust dat ik een rug heb: zolang ik niks zwaars moet tillen of rare bewegingen uitvoer, doet die rug redelijk normaal. Maar nu doet hij al een tijd vrijwel continu pijn. Geen scherpe acute pijn, maar een voortdurende zeurderige soort pijn, waar ne mens serieus moe van wordt.

Vandaag ging het dan helemaal mis. Allez ja, niet dat het er echt in geschoten is, maar ik kwam thuis na twee uur lesgeven, en ik was op. Maar echt, doodop om een of andere reden, en ik had nochtans wel goed geslapen. Maar mijn kop zat vol snot, ik moest niezen en snuffelen en hoesten, en nee, het ging me niet. Ik ben in mijn zetel gekropen, maar slapen zat er blijkbaar niet in. Ik had nochtans nog veel te doen en vanalles gepland, maar nope, het is bingewatchen geworden, een aantal afleveringen van Marvel’s Agents of Shield.

Ik hoop maar dat ik er morgen weer kan staan, want er zijn al zo veel zieken onder de collega’s, en ik ben ook liefst mijn lessen niet kwijt. En ik hoop vooral dat die rug zich eindelijk eens begint te gedragen. Blah.

Haven V: beschouwing

Dit is wat ik deze avond nog op de facebookpagina van Haven zette. Het vat het weekend goed samen:

“Bon, als digital detox kan zo’n Havenlarpweekend wel tellen, ja! Ik ben steendood, ging eigenlijk zelfs mijn PC niet meer opendoen. Zegt genoeg over het Havengevoel en de intense vermoeidheid. Maar ik loop wel nog steeds te grijnzen, dus ja, ’t was een goeike. Taoxka for the win! (En pluimen zijn NIET passé!)

Topmomenten:
– er ongeveer twintig minuten over doen om door een spinnenwebbenholleweg te lopen, en dan naar boven klimmen naar een prachtige kikkerkijkhut (of hoe noem je dat?)
– mensen de vertaling van de Eshki Ganu teksten laten lezen, en zo op hun gezicht kunnen zien wanneer ze bij tekst 5 en tekst 7 zitten. Héérlijk!
– ongeïnteresseerd gaan luisteren naar een lange-afstandsgesprek en dan plots “live” iemand horen vermoorden en beseffen dat het in het Eshki Ganu is. Flippen omdat dat te snel gaat en er teveel lawaai is. Aaaaargh!!!!
– op uw plaats gezet worden door een Lua (soort voodoo geest/godheid) en daar vreselijk (ingame) gefrustreerd over worden, zodat mensen zelfs outgame vragen of het gaat.
– blijkbaar de halve spelersgroep entertainen met een auditief spektakel omdat het nu eenmaal zomer was.
– een hardline Strigoi (= voor wie vrouwen totaal ondergeschikt zijn, en eigenlijk enkel slavinnen) horen verklaren: “Vrouw, ik maak een uitzondering: gij moogt zeggen waar we naartoe gaan en wie we uit uwe weg moeten halen”. Ik moest héél veel moeite doen om die grijns van mijn gezicht te houden.
– vechten, en nog eens vechten, en vaststellen dat de rug het houdt. Toch zolang er adrenaline was. En ook vaststellen dat er figuranten zijn die speciaal op u letten tijdens zo’n gevecht om zeker te zijn dat ge er niet over gaat.
– een toyboy opdoen en daar ingame door gemasseerd worden. You rock, baby!
– witte pensen die ‘fwieeee’ doen en dan ‘pop’. Ge moest erbij zijn, denk ik, maar het zorgde wel voor een Taoxka slappe lach van een kwartier.

Haven, ik wou dat er meer was van u. Ge hebt me fysiek uitgeput, maar mentaal kan ik weer de wereld aan. U en uw bevolking worden uit het diepst van mijn hart bedankt.”

Op.

Yup, ’t bobijntje is op, ik ben zowaar aan het eind van mijn Latijn. Serieus, ik ben te moe om te slapen momenteel, en zo moe dat ik wel zou kunnen huilen.

Het was me ook het dagje wel. Om half negen stond ik op school, samen met een superenthousiast lerarenkorps en een goeie zeshonderd leerlingen. We hebben er een knaller van een afsluiter van het schooljaar van gemaakt: stapels workshops, een speelplaats met een keigoeie DJ die er gewoon een dansplein van had gemaakt, en massa’s enthousiaste leerlingen. Ik liep ertussen als een kip zonder kop om zo veel mogelijk foto’s te proberen maken, en had tussen tien en elf nog generale repetitie met de leerlingen voor vanavond.

Het verslag van onze Final KAMdown zal maar voor in augustus zijn, maar het zegt al veel dat je je leerlingen om 12.00 uur naar huis laat gaan, en dan om half één de muziek moet afzetten omdat je speelplaats nog vol staat met dansende leerlingen.

We kregen nog een broodjeslunch met het team, waarvoor dank, maar ik was al niet meer veel van zeg, vrees ik. Tegen half twee was ik thuis, en ik heb als een blok geslapen tot half vier. Toen werd ik gewekt door de kinderen, gaf ik hen een knuffel, kleedde me om, en was om vier uur alweer op school: een laatste keer inzingen voor de leerlingen, en dan om half vijf de afstudeerfoto’s nemen. Het stralende weer maakte veel goed.

Tussen half zes en half acht was er dan de proclamatie, en die verliep gelukkig zoals het hoorde, zij het wel serieus warm. Aansluitend was er de receptie/walking dinner, en heb ik nog met veel leerlingen staan praten. Ze hebben me nog uitdrukkelijk en herhaaldelijk gevraagd of ik alsjeblief alsjeblief alsjeblief niet mee ging naar I Love Summer, de fuif in het jeugdhuis waar ik ook de laatste jaren ben geweest, maar ik zag het echt niet meer zitten. Mijn voeten deden pijn, mijn rug deed pijn, en ik kon mijn ogen quasi niet meer openhouden.

Het is genoeg geweest. Ik ga een week slapen, denk ik. Echt.

Pijp uit.

Serieus, het ging vandaag eigenlijk niet echt meer.

Van negen tot tien moest ik met mijn tweedes, waarvan de helft stopt met Latijn, de examens overlopen. Joy. Ik wist op een bepaald moment zelfs hun namen niet meer. Gelukkig waren de vragen van Latijn zodanig een tweede natuur, dat daar geen problemen zaten.

Van half elf tot twaalf moest ik dan mijn vijfdes en zesdes hun examen laten inkijken: beetje lastig, als je mondelinge afnam, maar bon. Ik heb intussen stapels toetsen gesorteerd en gebundeld, da’s ook al iets.

Daarna was er de lunch op school met een zeer uitgebreid buffet, en dat was dik in orde. Alleen had ik het gevoel dat ik elk moment in mijn bord in slaap kon vallen. Tsja…

En dan nog oudercontact van twee tot vijf, waarbij ik amper een handvol mensen heb gezien. Nu ja, het overgrote deel van mijn toetsen is eindelijk in archiefmappen geraakt.

Maar mijn pijp was uit. Ja, ik ben nog even mee iets gaan drinken op het terras op het einde van de straat, maar meer dan één ice-tea is het niet geworden. Tegen zes uur was ik thuis, ben ik in de zetel geploft, en prompt in slaap gevallen, tot grote verwondering van mijn vader, die de hele middag had gebabysit.

Dat het efkes genoeg is geweest, dus.

Moe

Ik ben er zeker dat het voor een groot deel aan het weer ligt: ik heb zon nodig! Deze morgen was ze even heerlijk aan het schijnen, maar toen ons pa hier ’s middags toe kwam, was het alweer aan het gieten. En neem dat maar letterlijk: van dat kleine eindje van zijn auto naar onze voordeur was hij serieus natgeregend. Blah!

Het is nota bene de laatste dag van een vakantie waarbij we ons huis niet zijn uitgekomen – niemand had daar behoefte aan – en toch ben ik nog altijd moe.

Maar bon, er was alweer een fantastisch maal vanwege mijn liefste.

Daarna trokken de twee kleinsten naar de scouts, en Wolf was al rond half twaalf vertrokken naar een gitaarwedstrijd. Ons pa vond dat hij ook veel werk had thuis, en verdween ook al kwart voor twee.

En toen was het magisch stil in huis. Na een ganse week. Heerlijk. Ik zie ze graag, mijn kinderen, maar soms…

Op.

Mijn pijp is uit, het vat is af, ik zou bijna zeggen dat ik aan het eind van mijn Latijn zat, maar was dat waar, dan had ik een probleem.

Maar ik kan eventjes niet meer. Het zijn dan ook zeer drukke weken geweest, met het afsluiten van een rapportperiode en de bijhorende verbetermarathon, de klassenraden maandag, dinsdag en donderdag, de voorbereidingen van de uitvaart… Ik ben ook nog volop bezig met het maken van een infobrochure voor school, waar eigenlijk toch ook behoorlijk wat tijd en concentratie in kruipt, en dan zijn er nog een hoop muizenissen in mijn hoofd.

Gisterenavond was er hier in Gent een drink als afsluiter van Poort (de larp die ik bijna twintig jaar gespeeld heb), en ik heb me ernaartoe gesleept. Maar kwart voor elf ben ik al terug naar huis gegaan: het was zeer gezellig en met wijs volk en al, maar ik kon gewoon niet meer. Ik ben hier gewoon in mijn bed gecrasht.

Deze morgen hoefde ik gelukkig voor een keertje niet op te staan om acht uur voor Kobes muziekles, want er was “lenteconcert” om elf uur. Ik ben de jongens wel gaan afzetten tegen kwart voor tien, heb toen snel een paar boodschappen gehaald zodat het eten quasi klaar was tegen dat we van het concert terugkwamen, en had moeite om wakker te blijven tijdens de zingende kinderen. Maar in de namiddag heb ik de handdoek in de ring gegooid, en ben ik in de zetel in slaap gevallen.

Op dus.

Dit weekend efkes geen verbeteringen, denk ik, ik zou gewoon fouten laten staan. Gewoon even slapen en bijkomen en een weekendje niksen, en tegen maandag sta ik er wel weer. Hoop ik dan toch :-p

Moe

Ik ben moe. En dan bedoel ik echt moe. Niet alleen fysiek, maar vooral mentaal. Dat fysieke, dat krijg je er wel af door een paar nachten goed te slapen. Maar dat mentale, dat gaat nog wat langer duren, vermoed ik. Het is gewoon te druk geweest de laatste tijd, met vanalles en nog wat eigenlijk.

Ik kijk enorm uit naar de vakantie, en ik ga echt niks plannen. Gewoon thuis, wat klussen, wat lezen, wat spelen met de kinderen, eventueel eens naar een museum of zo. Ik heb dat trouwens al plechtig aan Bart moeten beloven ook, dat we het rustig aan gingen doen in de vakantie.

Gelukkig zijn er nog de zen-momenten tijdens de rugbytraining van de jongens. Ervoor is het altijd stressen, want er is altijd wel eentje die iets niet vindt, waardoor we uiteindelijk toch weer ei zo na te laat zijn. Maar zodra we er zijn, lopen de jongens naar het veld, en gaan Merel en ik wandelen. Ook vanavond, trouwens. We hebben een mooie wandeling gemaakt, een nieuw speeltuintje met een snelle glijbaan gevonden, en we hebben gepicknickt aan een heuse picknicktafel. In het donker, jawel. Daarna zijn we nog verloren gelopen op de camping – er moet een doorsteek naar het water zijn, maar die vonden we niet.

Enfin, de lange wandeling met een huppelend en kwetterend meisje heeft me deugd gedaan.
Straks moet ik nog spullen bijeenzoeken voor morgen, dan twee uur rijden naar Ankoria, een dagje larpen, terug rijden, en dan zondag examens opstellen. Oh, en ergens nog huishouden doen ook. En nog wel een paar dingen. Zucht.

Peut.

De dinsdagavond, da’s zo’n dag om gewoon in mijn zetel te vallen als ik thuiskom, en niet veel poot meer te verzetten.

Ik heb in dit lesrooster namelijk een behoorlijk zware maandag: 7 uur les, als het tegenzit een uur studie, en een kwartier toezicht, zodat ik op de hele dag amper een 45 min. pauze heb, om te eten.

Dinsdag is nog zo’n dag: eerst om 8.00u werfvergadering, dan vijf uur les, met minstens één uur studie, en een half uur toezicht in de eetzaal. Om kwart over vier cross ik richting de school van de kinderen om hen op te pikken, en meteen door te rijden naar Evergem, naar Wolfs gitaarles. Dan kan ik even naar huis om de kleintjes af te zetten en zo, en om zes uur moet ik Wolf weer ophalen.

En ja, daarna kan u me samenvegen.

Voor ik u nu hoor mompelen: “Jaja, mens, zeven uur, da’s de gemiddelde werkdag hoor!”: geef eens een presentatie van een uur? Doe dat nu eens zeven uur lang? Want dat is uiteindelijk wel lesgeven, he, geen gewone bureaujob.

Vandaag was dan ook nog eens het dochtertje van een collega mee, omdat zij zelf klassenraden had. Extra werk, extra druk, en vooral extra getetter en lawaai. Poeh.

Nee, op dinsdagavond hoeft u me niet al te veel meer te vragen. De kans dat ik u verdwaasd aankijk met een zombieblik in mijn ogen, is vrij reëel.

Moe

Niet ik, deze keer (enfin, toch niet meer dan anders), maar wel Merel. Ze verteert het nieuwe ritme moeizaam.

Ze gaat gelukkig dolgraag naar school, en elke morgen is ze daar ook weer vrolijk over. Ze vindt haar juf fantastisch, en blijkbaar heeft ze ook wel al een paar speelkameraadjes. Maar die vermoeidheid, he. Ja, ze zou kunnen een dutje doen over de middag in het klasje van haar juf, maar daarvoor is ze dan weer te koppig: er valt veel te veel te beleven.

En dus is ze hondenmoe wanneer ik haar ga afhalen, en huilt ze vaak als ze me ziet. Meestal gaat dat onmiddellijk over met een dikke knuffel, en soms valt ze al bijna in slaap in die paar minuten auto, of de wandeling met de buggy (niet dat dat er al vaak van gekomen is met dat hondenweer, maar bon). Doorgaans gaat het dan wel weer wat beter van zodra ze iets gegeten heeft, en hier thuis tot rust kan komen.

Vandaag hadden we weer een dieptepunt: ze wilde zelfs geen vieruurtje, ze wilde meteen slapen, en dus lag ze om vijf voor vier alweer in haar bedje, tot zo’n half zeven. Probleem is: als ik haar dan wakker maak, is ze helemaal van slag en huilt ze. Eigenlijk… dat geldt ook als ze vanzelf wakker wordt: ook dan huilt ze en komt ze maar met moeite op haar plooi.

Ach ja… Het zal wel beteren, zeker?