Onderweg naar het mooie Saleich

Ik heb me een paar weken geleden op den bots ingeschreven voor een fotografievakantie in het zuiden van Frankrijk, meer bepaald in Saleich aan de voet van de Pyreneeën, gegeven door Monica Monté, een vriendin van vroeger. Ik had het zien passeren op haar Facebook en dacht: waarom ook niet? Dan leer ik eindelijk eens deftig om te gaan met mijn camera in plaats van alles op full automatic  te trekken. De kinderen moedigden me aan, en dus schreef ik me in en reserveerde de TGV tot aan Toulouse, waar Monica me dan wel ging komen oppikken. Ik bleek uiteindelijk de enige kandidate te zijn, maar bon, ze vond het niet erg want het was toch sowieso bij vriendinnen, The Sisters of Saleich.

Ik zag alleen op tegen de reis, en terecht, zo bleek alweer. Het begon nochtans schitterend, ik ben echt met mijn gat in de boter gevallen. Bart en Merel zwaaiden me iets voor half tien uit op het perron van Gent-Sint-Pieters, en in Brussel-Zuid droeg een vriendelijke jongeman mijn koffer op het perron. Rollen is geen probleem, maar de opstap in de TGV is vrij hoog, en dus wachtte ik even aan de ingang op iemand van de treinbegeleiders. Twee dames die net kwamen aanwandelen, boden aan om hem in de trein te zetten, en voilà, ook dat was geregeld. Bij het uitstappen in Parijs kwamen diezelfde dames een handje helpen, en pas toen zag ik dat een van hen een mondmasker aan had van Cadzandië, de locatie van Björn van Ideekids. “Moh”, zei de dame in kwestie, “hoe ken jij Björn?’ Na een korte uitleg zei ze: “Maar ik ben zijn vrouw!” Waarop ik in de lach schoot, want ik had Veronique helemaal niet herkend en zij mij niet. Enfin, zij was met vier vriendinnen onderweg naar Angoulême en had een taxi aangevraagd voor vijf naar Paris Montparnasse. Waar ik dus ook nog bij kon. We hebben zelfs ook samen gegeten in de buurt van het station en het was echt wel gezellig en gemoedelijk, en vooral totaal onverwacht.

Bon, ze hielpen me nog het station in en ik nam de volgende TGV naar Toulouse, vier uur en een kwart. Blijkbaar is er zelfs een limiet aan wat mijn lijf accepteert aan treinen, want het laatste half uur begon ik echt wel misselijk te worden, blergh.

Gelukkig  stond Monica me kwart over zes op te wachten in een snikheet – 35 graden – Toulouse, want Saleich ligt nog een klein uur per auto verder richting de Pyreneeën. Ik denk niet dat ik vijf zinnen gezegd heb tijdens dat uur, het ging echt niet. En toen ze de oprit opdraaide, ben ik de auto uitgesprongen en heb prompt overgegeven in de berm. Eurgh.

Maar ik voelde me meteen een pak beter, kon even gaan liggen, en het warme welkom van The Sisters of Saleich – Carmen, haar zus Muriel (twee Vlamingen) en Muriels vrouw Eve (een Française) – maakte veel goed. En het avondeten ook natuurlijk, buiten op het overdekte terras in de ruime tuin. En toen ze ook nog vroegen naar het fenomeen LARP was het hek helemaal van de dam.

Ik denk, nee, ik ben er eigenlijk zeker van dat het hier goed zal zijn, in dit ruime, fijne, koele huis. Het bed is alvast prima!

Auw.

Lesgeven vandaag, dan met Kobe even tot bij mijn pa in het ziekenhuis en dan boodschappen doen staat vandaag blijkbaar gelijk aan plots misselijk worden van de pijn.
De rug vindt dat hij het recht heeft om wraak te nemen voor de esbattementen van dit weekend, heb ik de indruk.

Gelukkig doen mijn benen het wel nog en moet ik mijn krukken of stok niet boven halen, dat is het niet. Maar het zweet loopt me af en ik heb het moeilijk om me te concentreren. En ik weiger om pijnstillers te nemen want dan ga ik er gelijk los over.

Nope.

Ik ben blij dat ik nog de bewegingsvrijheid heb om te dansen zoals dit weekend – een millimeter verder en ik was verlamd – maar dat moeten boeten voor elk pleziertje, nee, dat is het toch niet.

Bah humbug.

Operatie

Jawel, vandaag onder het mes.
Ik vond het wel grappig: om kwart voor zeven stonden Bart en ik netjes aan de balie, ik werd ingeschreven, Bart kreeg een zoen, en ik ging verder naar wachtkamer 2.

Daar werd ik nog eens extra ingeschreven, en bleek op papier de rechtervoet aangeduid voor operatie, in plaats van het linker exemplaar. Euh… Ne mens kan zich soms ergeren aan drie keer dezelfde vraag, maar deze keer was ik toch wel echt blij dat ze nog eens navroegen wat er precies moest gebeuren.

Bon, ik kreeg een armbandje met mijn gegevens, en werd naar een kleedkamertje gebracht. Euh?

Blijkbaar geeft het Maria Middelares geen kamer meer op voorhand, maar word je min of meer rechtstreeks naar de operatiezaal geleid. Ik kreeg dus een zak voor mijn kleren, de sleutel van een lockertje, een operatiehemdje, een sexy paar antislipsokken, en een badjas.

IMG_3126

Alle spullen vlogen in het kluisje, en de sleutel daarvan mocht in een klein zakje, waar later dan ook bril en gsm bij vlogen, en dat dan aan het bed werd gehangen.

En toen zaten we met een man of vijf, in badjas en sokken, gezellig samen in een lounge. Ik merkte op dat we precies in een wellnesscenter zaten, wat op algemeen gelach werd onthaald, gezien het feit dat wij allemaal op een operatie zaten te wachten.

Maar bon, ik werd geroepen, installeerde me op een operatietafel, kreeg een infuus, deed een klapke met de anaesthesiste, werd vrolijk begroet door Burssens, en werd toen wakker in de recovery. Mijn voet was stevig ingepakt, maar ik voelde totaal geen pijn.

Een half uur later lag ik al op mijn kamer, liet Bart weten dat alles in orde was, en deed een stevige tuk, net zoals mijn kamergenote. De boterhammetjes gingen vlot binnen, en ik legde me nog wat te lezen.

En toen… werd ik misselijk. Eigenlijk mocht ik al naar huis, maar blijkbaar was de verdoving harder aangekomen dan gedacht. Ik kreeg iets tegen die misselijkheid, maar dat leek niet echt te helpen. Meh. De misselijkheid bleef zodanig aanhouden, dat de verpleegster van het dagziekenhuis – dat sluit om 19.00 uur – een kamer voor me regelde. Ik kon dan nog zien of ik later alsnog naar huis ging.

Ik deed nog een stevige dut, en voelde me toen merkelijk beter: geen misselijkheid meer, en eigenlijk algemeen een prima gevoel. Ik belde Bart dat hij me mocht komen halen, ook al was het al half tien, en de verpleegster haalde het infuus weg.

En toen…

Toen werd ik weer kotsmisselijk. Bart zat er dan, en ik zag het totaal niet meer zitten om naar huis te gaan. Bart is dan maar onverrichter zake terug naar huis gegaan, en ik ben in een diepe slaap gevallen. Gelukkig heb ik geen nood meer aan pijnstillers, de voet doet absoluut geen pijn.

Blah.