Leesclub: “I’ll give you the sun” van Jandy Nelson

Boek nummer twee van de leesclub werd het young adult-boek I’ll give you the sun van Jandy Nelson. Zelf had ik er nog niet van gehoord, maar er werd me verzekerd dat dit een goed boek was. Dat bleek ook te kloppen, en dan vooral door de ingenieuze vertelstructuur.

Het verhaal volgt een tweeling, Noah and Jude, die eerst heel erg close zijn, tot ze hun moeder verliezen en daardoor uit elkaar groeien. We krijgen eerst het verhaal van de dertienjarige Noah die blijkbaar de weirdo van de klas is: niet gepest maar ook niet geaccepteerd. Hij tekent alles wat hij ziet, heeft een enorm talent en denkt in beelden. Zijn zus Jude is dan weer het populaire surfende meisje dat het vaak voor haar broer moet opnemen.

Het volgende hoofdstuk geeft ons het vertelperspectief van Jude, drie jaar later. Op dat moment blijkt zij de vreemde eend in de bijt te zijn, gehuld in oversized kleren, zich afsluitend van de rest van de wereld. Noah is gestopt met tekenen – om een of andere vreemde reden is hij niet geaccepteerd in de kunstschool, en Jude wel – en is nu een doodnormale, populaire jongen die bij momenten zijn zus moet verdedigen.

De hoofdstukken en vertelperspectieven wisselen elkaar af, en in het begin is het soms vreemd. Maar dat is net wat iedereen zo boeiend vond: beetje bij beetje krijg je extra stukjes van de puzzel en valt het hele plaatje netjes in elkaar. Gaandeweg wordt duidelijk wat er in de drie tussenliggende jaren is gebeurd, wat het impact op zowel Noah en Jude is, en waarom het allemaal fout is gelopen. Een ding staat daarbij centraal: eerlijkheid. Ze hebben beiden gelogen, dingen verzwegen en feiten verdraaid. Dat zorgt voor de nodige plotwendingen en onverwachte onthullingen.

Wat mevrouw Rombaut een beetje jammer vond, was dat het echt allemaal een positief einde krijgt: eind goed al goed. Maar er werd haar verzekerd dat dat nu eenmaal de stijl is van de meeste young adult-boeken, waar zelden een open of halfopen einde is.

Niet iedereen had het boek helemaal uitgelezen, maar ze waren wel van plan dat zeker nog te doen, juist omdat het pas op het einde is dat alles helemaal duidelijk wordt. Iedereen was het er roerend over eens: het is een goed boek.

Op algemene aanvraag wordt het volgende boek The Song of Achilles van Madeline Miller, een boek dat we in 2022 al gelezen hebben met de leesclub, maar uiteraard zijn die leerlingen intussen al allemaal afgestudeerd. Toen oordeelden we dat dit een steengoed boek is, en blijkbaar leeft het nog steeds. We komen hiervoor samen op maandag 16 maart 2026 om 15.30 uur in lokaal 1.23. 

Iedereen is welkom, ook ouders, grootouders en oud-leerlingen. Geef gewoon een seintje, en we zorgen ervoor dat er voldoende cake voorzien wordt.

Leesclub: “Little Women” van Louisa May Alcott

Eind vorig jaar werd door de toenmalige lezers uit onze leesclub gekozen voor  “Little Women” van Louisa May Alcott, een boek dat tot de klassiekers van de Engelse literatuur behoort. Het is intussen verschillende keren verfilmd, recent nog met onder andere Emma Watson en Timothée Chalamet in de cast.

Jammer genoeg kon een aantal van onze afgezwaaide leerlingen er niet bij zijn, ook al vonden zij het een heerlijk boek, zodat we maar met een handvol waren, maar dat hoefde geen domper te zijn op het gesprek, wel integendeel.

Het boek gaat over een gezin van vier dochters met de moeder, terwijl vader het grootste deel van de tijd nog in de oorlog zit. Ze zijn niet bepaald rijk, maar maken er het beste van en zijn duidelijk welopgevoed, met de juiste connecties in de hogere kringen. Er zitten talloze morele waarschuwingen in het verhaal verweven, en toch, toch… Toch leef je mee met de vier meisjes, hun wel en wee, hun kleine besognes en grote ambities, hun verdriet, hun verliefdheden… Het verhaal is geschreven in de tijd van lange jurken, hoge hoeden, lange reizen doorheen Europa, soirées en theekransjes, in een welstellend Amerika, en ook dat laatste is verfrissend: de Amerikaanse opvattingen zijn behoorlijk anders dan die van pakweg Engeland of Frankrijk. Voortdurend zijn er wel verwijzingen naar de bijbel en hoe jonge meisjes eigenlijk hun leven zouden moeten leiden, geduldig en ijverig zijn, bescheiden, lief, dat soort dingen… Aan de andere kant mogen de personages ook ambitieus zijn, non-conformistisch, een eigen persoonlijkheid ontwikkelen…

Het werd meteen een fijne discussie: wie vonden we het leukste personage, wie paste het best bij ons? Konden we het conformisme van de oudste zus begrijpen, dat ze eigenlijk alleen maar snel wilde trouwen, rijk zijn en een gezin opvoeden? Of konden we ons beter vinden in het personage van Jo, de onafhankelijke, eigenzinnige zus? Het was soms wel moeilijk om ons te verplaatsen in de gewoontes van die tijd, waarin vrouwen echt een andere positie innamen in de maatschappij.

En uiteraard was er ook de hamvraag: waren Jo en Laurie effectief beter een koppel geweest, of snappen we hun vreemde relatie?

Al bij al werd het een fijn gesprek, onderstreept met cake. We besloten unaniem dat we het een aanrader vonden, maar dan wel voor de meer gevorderde lezer, want het is een behoorlijk lang boek. En anders is er uiteraard ook nog de film, bij voorkeur die van Greta Gerwig.

Over een volgend boek werd er ook nog even gediscussieerd, maar uiteindelijk kwamen we uit bij “I’ll give you the sun”  (Ik geef je de zon) van Jandy Nelson, een meermaals bekroond YA roman over een tweeling die uit elkaar groeit.

Hiervoor zouden we samenkomen in de derde schoolweek na de kerstvakantie, op dinsdag 20 januari om 15.30 uur in lokaal 1.23. Leerlingen, oud-leerlingen, collega’s en ouders meer dan welkom!

Leesclub

Ook dit jaar ga ik op school opnieuw voor de leesclub. Het is intussen wel een beetje een eenzame bedoening geworden, want waar we vroeger met een hele groep leraars waren, is dat intussen helaas sterk uitgedund. Als in: enkel ik nog, en hopelijk ook een handjevol leerlingen. Al vrees ik ook daar voor: de enthousiastelingen van vorige jaren zijn intussen allemaal afgestudeerd. Meh.

Maar ik blijf proberen, en we gaan na de vakantie voor Little Women van Louisa May Alcott, op onder andere vraag van Merel.

Wie zich kan vrijmaken op dinsdag 4 november om half vier, is welkom!

Op hoop van zege dus.

Lectuur: “Just Kids” van Patti Smith

Na de talloze bladzijden van “Tout le bleu du ciel” hadden we deze keer in de leesclub van school geopteerd voor een iets minder dik, non-fiction boek, zijnde “Just kids” van de gekende artieste en zangeres Patti Smith.

Niet alle leerlingen kenden haar, en ook niet iedereen kende fotograaf Robert Mapplethorpe. Toch is dit het knap neergeschreven relaas van hun stormachtige relatie, hun wel en wee in de jaren 60 en vooral ook de jaren 70, hun opkomst in de kunstwereld en hun verblijf in het mythische Chelsea Hotel.

Smith vertelt in een vrij afstandelijke stijl hoe ze als jong meisje naar New York trekt, vol met ambitie en dromen, zonder geld op zak. Ze weet op straat te overleven tot ze een job vindt en ergens een minuscuul plekje om te wonen. En ze ontmoet Robert Mapplethorpe, met wie ze uiteindelijk een relatie krijgt en met wie ze vooral een leven en een levensvisie zal delen. Ze komt bijna per ongeluk terecht in de meest uiteenlopende artistieke kringen, vol bekende namen en locaties, maar blijft volhardend haar eigen artistieke pad volgen. Ze is een visueel artieste, die beeld en poëzie combineert en daar uiteindelijk ook een dikke snuif muziek aan toevoegt, maar dat komt weinig aan bod. Ze zet niet zichzelf in de bloemetjes, maar beschrijft vooral de New-Yorkse scene om haar heen, het leven in het beruchte Chelsea Hotel, en doorheen dat alles haar leven met Robert, ook wanneer de fysieke relatie tussen hen al lang afgelopen is en Mapplethorpe zijn duisterder homoseksuele kanten verkent.

Het boek was vooral een eye-opener: niemand wist echt veel over die fameuze jaren zestig en zeventig, en het boek kwam dan ook vaak als een verrassing over. Een aangename verrassing, gelukkig maar. Niet iedereen was even enthousiast, maar niemand was echt negatief over het boek, de meesten hadden het graag gelezen. Wat ook hielp, zijn de talloze foto’s doorheen het boek, die momenten vastleggen waarnaar Smith verwijst. Het leest als een roman, en soms moet je jezelf eraan herinneren dat dit een waargebeurd verhaal is, geen fictie.

Wat we er vooral van onthouden, is de diepe relatie tussen Smith en Mapplethorpe, de innige vriendschap, het volledige vertrouwen, zelfs wanneer ze uit elkaar groeien en deels uit elkaars leven verdwijnen, zoals dat gaat. Iedereen drukte de hoop uit om ooit een dergelijke vriendschap te kunnen meemaken.

Leesclub: “Legion” van Brandon Sanderson

Zelf had ik Legion al veel eerder gelezen en daarom had ik het ook aangeraden: kort en eens iets compleet anders dan dat de leerlingen gewoon zijn.

Op de site van de school schreef ik het volgende:

In november kwam de leesclub van vier, vijf en zes samen voor Before the coffee gets cold van Toshikazu Kawaguchi,  in februari pakten we de Franse klepper Tout le bleu du ciel van Mélissa Da Costa aan, in maart gingen we voor non-fictie met Just Kids van Patti Smith.

Het jaar afsluiten wilden we met een korter boek dat vooral ook een compleet ander genre aanboorde, met name fantasy, en dan gingen we voor het kortverhaal Legion van Brandon Sanderson.

Hoofdpersonage is Stephen Leeds, een man die ergens tussen krankzinnig, compleet gek en geniaal zit. Zijn bijnaam is Legion omdat hij zichzelf omringt met hallucinaties die elk een meester zijn in een bepaald aspect, een deel van zijn persoonlijkheid, maar ook weer niet. Het is geen meervoudige-persoonlijkheidsstoornis, het zit veel dieper. Alleen wil Leeds vooral met rust gelaten worden, ook door psychiaters en onderzoekers. Wanneer hij een nieuwe skillset nodig heeft, zoals bv. een nieuwe taal, doorbladert hij een grammatica en een woordenboek, en dan dient zich een nieuwe persoonlijkheid aan die die taal spreekt en kan tolken. Juist ja. Alleen heeft elk van die persoonlijkheden een eigen willetje én een eigen kamer, zodat Leeds in een gigantisch huis woont.

En dan wordt er een bijzonder unieke maar ook gevaarlijke uitvinding gestolen en wordt er beroep gedaan op Leeds, die zich tijdens zijn onderzoek standaard laat vergezellen door een viertal van zijn hallucinaties.

Sanderson slaagt erin om het verhaal vorm te geven in een tachtigtal bladzijden, wat volgens sommige leerlingen veel te kort was. Eentje bleef op haar honger zitten, vond het verhaal niet diep genoeg uitgewerkt, had graag meer diepgang van de personages gezien. Anderen vonden dat het net genoeg was uitgewerkt om de nieuwsgierigheid te prikkelen, ook al is het behoorlijk onwaarschijnlijk. Aan de andere kant is het dan weer net realistisch genoeg om waar te kùnnen zijn en speelt het zich af in onze hedendaagse wereld.

De meningen waren duidelijk verdeeld: de meerderheid wilde wel deel twee en deel drie lezen, een enkeling had zich al het hele oeuvre van Sanderson digitaal aangeschaft. Iedereen was het er wel over eens dat het een compleet andere genre was en dat dit wel verfrissend werkte, al vond de kritische geest in het groepje dat dit dan net niet fantasy genoeg was: als het een verhaal was geweest met elfen, dwergen, magie en dat soort dingen – denk Lord of the Rings – dan had ze wellicht er meer van genoten. Toch kon dit wel een fijne, want korte introductie in het genre zijn.

Bij het verorberen van de nog lauwe cake werd er overeen gekomen om volgend jaar te starten, voor de herfstvakantie, met Little Women van Louisa May Alcott. Dit Engelstalige boek is al wat ouder, maar blijft vooral in de Angelsaksische wereld razend populair en duikt ook hier op in verschillende leeslijstjes, mede door de recente verfilming van Greta Gerwig met onder andere publiekslieveling Timothée Chalamet in een van de hoofdrollen. De afzwaaiende zesdes hoopten dat ze volgend jaar ook nog kunnen meelezen en mee bespreken, maar dat zal afhangen van hun lesrooster, vermoeden we.

De juiste datum delen we eind september nog mee, dat hangt af van de lesroosters en de C-uren, maar je kan zeker al in de vakantie dit fijne boek beginnen lezen.

Hopelijk tot volgend jaar!

Lectuur: “Tout le bleu du ciel” van Mélissa Da Costa

Dit boek was er eentje dat we, nogal overmoedig, hadden afgesproken met de leesclub. Overmoedig, want ja, 600+ bladzijden, en dat was te merken ook. Enkele collega’s hadden het boek wel gelezen maar konden helaas niet op de afspraak zijn. En van de leerlingen waren de meesten nog niet tot het einde geraakt, wat ik wel snap, ja.

Ik had het er hier al eerder over, bij de bespreking van de leesclub.

Ik heb hem in het Frans gelezen, ja, en ik was meermaals blij dat ik hem op de Kindle kon lezen, want daar heb je die fantastische woordenboekfunctie, die ik regelmatig nodig had. Het boek is namelijk in hedendaags, informeel Frans geschreven en die spreektaal, die heb ik eigenlijk niet altijd onder de knie. Dat nam niet weg dat ik hartstochtelijk genoten heb van het boek.

Het verhaal gaat over Emile, een jonge gast van 26 die de diagnose krijgt van jong-Alzheimer, waardoor hij weet dat hij langzaam zijn geheugen en dus ook zichzelf zal verliezen, en waarbij hij nog maximaal twee jaar te leven heeft voordat ook zijn lichaam het opgeeft. Hij weigert als proefkonijn in de steriele omgeving van een ziekenhuis te sterven, koopt een camper, zet een advertentie voor een reisgezel in de krant en ontvlucht zijn familie. Hij krijgt het gezelschap van de bijzonder zwijgzame Joanne, een jonge vrouw die duidelijk zelf de nodige trauma’s met zich meedraagt. In het begin loopt dat stroef en dat merk je ook aan het boek: het begin is traag en bij momenten moeilijk om verder te lezen.

In de loop van het verhaal komt er een verstandhouding tussen Emile en Joanne, krijg je via flashbacks zowel het verleden van Emile als Joanne te weten, en begin je beter en beter te begrijpen waarom ze zijn wie ze zijn en waarom ze soms vreemde reacties hebben. Wanneer Emile een aanval krijgt en in het ziekenhuis verzeilt, waarbij de autoriteiten niet anders kunnen dan zijn ouders waarschuwen, vluchten ze weg uit het ziekenhuis en besluit Joanne om met Emile te trouwen, zodat zij als zijn echtgenote alle verantwoordelijkheid over hem krijgt. Het wordt een formaliteit, maar met de nodige impact op hen beiden.

Zo kabbelt het verhaal verder en wordt Joanne steeds zelfzekerder, terwijl Emile wegzakt in zijn verleden.

Het einde – dat ik  u hier niet verklap wegens spoilers en al – had ik van ver zien aankomen, maar dat neemt niet weg dat ik alsnog tranen met tuiten heb gehuild, meermaals eigenlijk.

Ik weet niet wat Da Costa zelf heeft meegemaakt, maar ofwel heeft ze haar research rond jong-Alzheimer heel grondig aangepakt, ofwel heeft ze zelf iemand in haar onmiddellijke omgeving op die manier zien aftakelen. Chapeau voor de serene en toch onomwonden manier waarop ze het onderwerp aanpakt: ook al heb ik meermaals moeten huilen, dat kwam niet omdat ze het melodramatisch maakt, wel integendeel: ze pakt het wegdeemsteren van Emile op een zeer afstandelijke manier aan, en ik vermoed dat net dat bij mij extra emotie losweekte.

Een aanrader? Zeer zeker. Maar besef wel dat je aan een stevige klepper begint, 650 bladzijden in het Frans, rond de 800 in het Nederlands.

Leesclub: “Tout le bleu du ciel” van Mélissa Da Costa

Dinsdagmiddag sprak een collega me aan: in welk lokaal de leesclub straks doorging? Ik viel uit de lucht: de datum van de leesclub, die ik nota bene zelf had vastgelegd, was me compleet ontgaan. Goed bezig, Rombaut!

Gelukkig had ik geen andere verplichtingen, zodat die leesclub wel gewoon kon doorgaan. We waren met niet veel: de 650 bladzijden waren toch wat te veel voor de meesten. Ik schrijf zelf nog wel eens een bespreking, maar schreef er het volgende over voor de website van de school:

“We wisten dat het een uitdaging ging zijn, dit boek van 650 bladzijden in het Frans en blijkbaar rond de 800 in het Nederlands, maar hadden er uiteindelijk toch voor gekozen. Dat bleek voor de meesten toch een beetje een zelfoverschatting, tussen alle andere verplichte schoollectuur door.

Enkele leerlingen hadden dus afgehaakt, eentje had net de laatste vijftig pagina’s niet meer kunnen lezen, een ander zat halfweg, eentje nog maar aan 100 pagina’s en één iemand moest er eigenlijk nog aan beginnen maar vond het niet erg om erbij te zijn en te luisteren wat wij ervan vonden. De enigen die het helemaal gelezen hadden, waren de twee aanwezige leerkrachten, mevrouw Vermeire en mevrouw Rombaut. Mevrouw De Clercq had het ook uitgelezen, vond het prachtig, maar had helaas andere verplichtingen.

Bij de bespreking namen de leerkrachten dan ook het voortouw en vatten de plot nog even samen, met een duidelijke spoilerwaarschuwing die hier niet nodig is. Het verhaal gaat over Emile, een jonge gast van 26 die de diagnose krijgt van jong-Alzheimer, waardoor hij weet dat hij langzaam zijn geheugen en dus ook zichzelf zal verliezen, en waarbij hij nog maximaal twee jaar te leven heeft voordat ook zijn lichaam het opgeeft. Hij weigert als proefkonijn in de steriele omgeving van een ziekenhuis te sterven, koopt een camper, zet een advertentie voor een reisgezel in de krant en ontvlucht zijn familie. Hij krijgt het gezelschap van de bijzonder zwijgzame Joanne, een jonge vrouw die duidelijk zelf de nodige trauma’s met zich meedraagt. In het begin loopt dat stroef en dat merk je ook aan het boek: het begin is traag en bij momenten moeilijk om verder te lezen, iets wat ook de leerlingen meegaven.

In de loop van het verhaal komt er een verstandhouding tussen Emile en Joanne, krijg je via flashbacks zowel het verleden van Emile als Joanne te weten, en begin je beter en beter te begrijpen waarom ze zijn wie ze zijn en waarom ze soms vreemde reacties hebben. Wanneer Emile een aanval krijgt en in het ziekenhuis verzeilt, waarbij de autoriteiten niet anders kunnen dan zijn ouders waarschuwen, vluchten ze weg uit het ziekenhuis en besluit Joanne om met Emile te trouwen, zodat zij als zijn echtgenote alle verantwoordelijkheid over hem krijgt. Het wordt een formaliteit, maar met de nodige impact op hen beiden.

Zo kabbelt het verhaal verder en wordt Joanne steeds zelfzekerder, terwijl Emile wegzakt in zijn verleden.

De leerlingen vonden het boek te lang en te traag: het mocht gerust met de helft ingekort worden. De leerkrachten waren het daar niet mee eens: bepaalde passages konden misschien korter, maar het is net het trage dat zorgt voor de sfeer, het emotionele waar het boek op drijft. Het is wel duidelijk dat Da Costa weet waarover ze schrijft, wellicht heeft ze zelf deze vroegtijdige dementie meegemaakt. Het zorgt voor enkele bijzonder pakkende momenten, het is een boek waarbij je het echt niet droogt houdt.

Dat verschil in mening werd ook duidelijk bij de vraag of je het boek zou aanraden: de leerlingen zouden dat niet aan leeftijdsgenoten aanraden, maar wellicht wel aan volwassenen, maar ook dan enkel als dat geoefende lezers zijn. Dit aantal bladzijden lees je niet zomaar even tussendoor. De leerkrachten volgden hen hierin: het boek is een aanrader, maar dan enkel voor wie echt van lezen houdt of daar graag de tijd voor neemt. En nee, niet meteen aan jongeren, wellicht heb je de nodige maturiteit nodig om een boek als dit ten volle te smaken.

Maar hadden de leerlingen spijt dat ze het (bijna) gelezen hadden? Nee, dat niet.

Als volgende boek kozen we een non-fictiewerk, en behoorlijk wat korter: Just Kids van Patti Smith: “In Just Kids, Patti Smith’s first book of prose, the legendary American artist offers a never-before-seen glimpse of her remarkable relationship with photographer Robert Mapplethorpe in the epochal days of New York City and the Chelsea Hotel in the late sixties and seventies. An honest and moving story of youth and friendship, Smith brings the same unique, lyrical quality to Just Kids as she has to the rest of her formidable body of work–from her influential 1975 album Horses to her visual art and poetry.

Met een goeie 250 pagina’s is dit net iets haalbaarder, dachten we. Daarvoor komen we graag samen op dinsdag 25 maart, de week voor de GWP’s, om 15.30 uur in lokaal 1.23.  Ook nu zijn niet alleen leerlingen en leerkrachten, maar ook oud-leerlingen, ouders, grootouders, broers en zussen meer dan welkom.

Hopelijk tot dan!”

Leesclub

Officieel loopt mijn ziekteverlof tot morgenvroeg, maar ik kon het niet laten om vandaag toch al om half vier naar school te gaan voor de leesclub. Oorspronkelijk ging ook een reeks collega’s meelezen, maar helaas, de directie had alsnog enkele dingen ingepland en dus haakte iedereen af. Jammer, maar helaas.

Soit, het was eigenlijk wel een succes, ja.

Ik schreef het volgende voor de schoolwebsite, deels wat ik hier ook al schreef als eigen bespreking:

Sinds vorig jaar is onze leesclub – opgericht in 2015 – nieuw leven ingeblazen onder impuls van enkele leesgrage leerlingen. Waar in het begin vooral leerkrachten deelnamen, is dat nu duidelijk verschoven naar de leerlingen zelf. Zij waren dan ook degenen die, toen de datum een paar keer verschoven moest worden wegens andere schoolse activiteiten, er toch op aandrongen om alsnog een bespreking te hebben voor de kerstvakantie: zo konden we immers een nieuw boek lezen tegen na die vakantie.

Op het einde van vorig schooljaar stelden ze Before the coffee gets cold voor, een kort boek, origineel in het Japans, maar vertaald naar het Engels. Of het Nederlands.

De premisse is echt wel knap: in Tokio, in een kelder, zit een oud café waar altijd een dame in het wit op dezelfde stoel een boek zit te lezen. Eén keer per dag staat ze op om naar het toilet te gaan. Dat kan uiteraard niet, en dat klopt, want zij is een spook. In de korte tijd dat ze weg is, kan iemand anders op haar plaats gaan zitten, een koffie drinken, en in het tijdsbestek dat die koffie koud wordt, naar het verleden teruggaan. Klinkt spectaculair, maar er is een hele reeks beperkingen die het eigenlijk net interessant en fascinerend maken. Je mag namelijk niet van je stoel komen, je kan dus alleen naar het verleden in datzelfde café en als je dus iemand nog eens wil ontmoeten, moet die persoon ook in het café geweest zijn. En… wat je ook zegt, wat je ook doet, je kan het verleden niet veranderen: wat gebeurd is, is gebeurd.

Dat zorgt ervoor dat het hele café lang niet zo populair is als je zou denken.

Het boek verloopt in vier verhalen, telkens van cafégangers die enkel met elkaar verbonden zijn door het feit dat ze in het café komen en elkaar daardoor (vluchtig) kennen. Kawaguchi heeft hier een heel mooi uitgangspunt in handen, maar eigenlijk blijft het daar een beetje bij: er zijn heel veel dingen die hij niet uitlegt, die eigenlijk gewoon gaten in het verhaal zijn, en het is vooral ook bij momenten nogal voorspelbaar en clichématig.

Tegelijk stoort ook het taalgebruik: driekwart van de zinnen begint met het onderwerp, iets wat blijkbaar standaard is in het Japans maar na verloop van tijd op de zenuwen begint te werken. De vertaler is iemand die duidelijk in de eerste plaats Japans spreekt, want dat Engels was redelijk brak en af en toe zelfs gewoon fout. Tsja.

De algemene teneur van de groep – zes leerlingen, één leerkracht en één medewerkster van het CLB – was dan ook dat het geen slecht boek was, maar ook niet echt goed: je bleef in veel gevallen op je honger zitten. Zoals Kaat het verwoordde: ze werd er warm noch koud van, had er eigenlijk geen mening over, en dat is jammer natuurlijk. Sommigen vonden het voorspelbare net goed, anderen vonden dat dan weer een domper op de leesvreugde. De personages waren ook niet altijd even consequent: als je je leven lang tegen iets verzet, waarom zou je dan plotseling, zonder veel nadenken, toch van gedacht veranderen? Dat soort dingen dus.

En tot slot konden we ook niet anders dan elkaar de vraag te stellen: als jij terug kon naar het verleden en iemand kon en mocht spreken, in die hele korte tijdsspanne, iemand die je persoonlijk kent of hebt gekend, wie zou je dan willen spreken? De meesten spraken over een oma, een opa, een familielid… Eentje zei zelfs dat ze heel graag haar oma, die ze nooit heeft gekend, zou willen ontmoeten omdat ze daar zo veel verhalen heeft over gehoord en dat dat een fantastisch mens lijkt.

Genoeg stof om over na te denken, dat wel, maar een aanrader? Niet bepaald, toch niet volgens deze leesclub.

Na enig gedebatteer over verschillende suggesties voor een volgend boek, kwamen we uit bij ‘Tout le bleu du ciel’ van Mélissa Da Costa: een Franstalig boek dat je uiteraard ook in het Nederlands kan lezen. Het krijgt een excellente score op Goodreads en heeft de volgende synopsis: “Nadat bij Emile jong-alzheimer werd vastgesteld, besluit hij het ziekenhuis en het medeleven van zijn familie en vrienden te ontvluchten. Stiekem koopt hij een camper en plaatst een advertentie voor een reisgezel. Hij ontvangt een antwoord van Joanne, een mysterieuze jonge vrouw. Het is de start van een adembenemend mooie roadtrip.”

We waren meteen allemaal geïntrigeerd, hapten even naar adem toen het om maar liefst 650 pagina’s bleek te gaan, maar besloten om toch door te zetten.

U weet alvast wat u kan beginnen lezen deze vakantie. Mevrouw Vermeire, leerkracht Frans, heeft het al gelezen en vond het schitterend.

We stellen voorlopig dinsdag 18 februari 2025, om 15.30 uur voorop, behoudens alle mogelijke andere activiteiten die alsnog gepland worden. Maar noteer het alvast toch maar. En ja, alle leerlingen vanaf het vierde jaar zijn welkom, maar ook collega’s, oud-leerlingen, ouders, grootouders, broers en zussen.

Lectuur: “Before the coffee gets cold” van Toshikazu Kawaguchi

Ik geef het toe, dit is niet meteen een boek dat ik zelf zou kiezen. Dat heb ik ook niet gedaan, dat hebben mijn zesdes voor me gedaan. Op school is sinds vorig jaar de leesclub echt weer leven in geblazen en dit is het boek dat ze op het einde van vorig schooljaar voorstelden. Een kort boek, origineel in het Japans, maar vertaald naar het Engels. Of het Nederlands. Ik lees standaard de Engelse vertalingen, maar ik geloof dat de vertaler iemand was die duidelijk in de eerste plaats Japans spreekt, want dat Engels was redelijk brak en af en toe zelfs gewoon fout. Tsja.

De premisse is echt wel knap: in Tokio, in een kelder, zit een oud café waar altijd een dame in het wit op dezelfde stoel een boek zit te lezen. Eén keer per dag staat ze op om naar het toilet te gaan. Dat kan uiteraard niet, en dat klopt, want zij is een spook. In de korte tijd dat ze weg is, kan iemand anders op haar plaats gaan zitten, een koffie drinken, en in het tijdsbestek dat die koffie koud wordt, naar het verleden teruggaan. Klinkt spectaculair, maar er zijn een hele reeks beperkingen die het eigenlijk net interessant en fascinerend maken. Je mag namelijk niet van je stoel komen, je kan dus alleen naar het verleden in datzelfde café en als je dus iemand nog eens wil ontmoeten, moet die persoon ook in het café geweest zijn. En… wat je ook zegt, wat je ook doet, je kan het verleden niet veranderen: wat gebeurd is, is gebeurd.

Dat zorgt ervoor dat het hele café lang niet zo populair is als je zou denken.

Het boek verloopt in vier verhalen, telkens van cafégangers die enkel met elkaar verbonden zijn door het feit dat ze in het café komen en elkaar daardoor (vluchtig) kennen. Kawaguchi heeft hier een heel mooi uitgangspunt in handen, maar eigenlijk blijft het daar een beetje bij: er zijn heel veel dingen die hij niet uitlegt, die eigenlijk gewoon gaten in het verhaal zijn, en het is vooral ook bij momenten nogal voorspelbaar en clichématig.

Tegelijk stoort ook het taalgebruik: driekwart van de zinnen begint met het onderwerp, iets wat blijkbaar standaard is in het Japans maar na verloop van tijd op de zenuwen begint te werken.

Vond ik het goed? Bwoa… Ik werd er, eerlijk gezegd, warm noch koud van. Het is niet slecht, maar ik bleef op mijn honger zitten. Het zegt genoeg dat ik niet van plan ben het vervolg ervan te lezen.

Volgende keer beter, denk ik dan.