Lectuur: “Venus in Copper” (Marcus Didius Falco #3) van Lindsey Davis

Die Romeinse detectiefjes lezen vlot en momenteel kan mijn brein iets als Alkibiades even niet aan, dus lezen we daarin vrolijk verder.

In deze aflevering blijft Falco grotendeels in Rome zelf en probeert hij een gold digger te ontmaskeren: ze heeft al twee dode rijke echtgenoten achtergelaten en is nu verloofd met een hele rijke self made man. Alleen wordt die dood teruggevonden vooraleer ze getrouwd zijn en zij daar dus niks mee te winnen heeft. En wat heeft die papegaai daarmee te maken? En die taartenverkoper?

Soit, opnieuw een goed in elkaar gestoken, simpel detectiveverhaal in het oude Rome van Vespasianus. Nee, het is geen Agatha Christie, maar zo was er effectief maar eentje, dus dat is moeilijk te evenaren. Maar het blijft vlot geschreven, al werkt de interactie tussen Falco en zijn senatoriale vriendin af en toe wel stevig op de zenuwen. Serieus, gast, grow a pair!

Maar verder? Aangename lichte lectuur.

Lectuur: “De levens van Lanya” van Mirjam Oldenhave

Gisteren schreef ik over de wedstrijd De Kleine Cervantes, en dit is het eerste boek dat ik ervan gelezen heb en eigenlijk met de groep op school ging bespreken. We hebben ons in twee gesplitst, want we krijgen van de organisatie maar één boek van elk, en dat kan je moeilijk met twintig man tegelijk lezen. De schoolbib heeft er ook aangekocht, en enkele van ons – in casu de leerkrachten – ook,  en verder hebben we de Gentse wijkbibliotheken geplunderd. Alleen zijn we natuurlijk niet de enige school, en met twee groepen scheelt dat al.

Ik las dus eerst De Levens van Lanya, maar was er jammer genoeg niet bij bij de bespreking: ik zit thuis met de rug, weet je wel?

De Levens van Lanya is in de eerste plaats een hard boek: je wordt er niet vrolijk van. Het valt onder jeugdliteratuur – tegenwoordig young adult – maar ook dat vind ik niet helemaal terecht: het is meer dan dat. Het verhaal volgt de jonge, Koerdisch-Irakese Lanya, wier ouders naar Nederland vluchten wanneer ze een jaar of negen is. Omdat de goedkeuring van de asielaanvraag jaren op zich laat wachten, worden zij en haar zusje ondergebracht bij een Nederlands pleeggezin. Ze groeit dus op met Nederlandse normen en waarden. Wanneer zeven jaar later haar ouders eindelijk een definitieve verblijfsvergunning krijgen, moet ze opnieuw bij hen gaan wonen: zeer traditionele, Koerdische moslims die hardnekkig vasthouden aan hun oude tradities, zoals uithuwelijking. Alleen kan Lanya zich daar niet meer mee verzoenen. Na heel veel worsteling met zichzelf duikt ze onder in een vluchthuis voor meisjes. Maar lost dat eigenlijk wel iets op?

Willens nillens moet Lanya zich plooien naar de wil van haar ouders, een gedwongen huwelijk, een onderdanig leven in Irak, tot ze ook uiteindelijk daar kan uitbreken, maar met gigantische persoonlijke opofferingen.

Het boek geeft een heel mooi inzicht in hoe het moet zijn om als kind hier te komen, en toch moet het nog veel, veel erger zijn dan dit. Je voelt de ontwrichting, de ontheemding, maar wij als brave middenklasseburgers in ons eigen landje kùnnen dit gewoon niet vatten, denk ik.

Het valt onder young adult omdat het uiteraard het verhaal is van een tiener die opgroeit, maar zoals ik al zei: het is meer dan dat. Een cultuurclash, een clash van religies, van waarden, van tradities, van gewoonten, van visie op vrouwenrechten… Het boek doet je vooral nadenken.

Ik vond het zeker een aanrader, maar of dit geschikt is voor twaalfjarigen, daar heb ik mijn vragen bij. Maar blij dat ik het gelezen heb, ja.

Lectuur: “Shadows in Bronze” (Marcus Didius Falco #2) van Lindsey Davis

Zo van die leuke detectivetjes, niet te moeilijk, vlot leesbaar, goed geschreven met een ironische ondertoon, dat lees ik al eens graag tussendoor. En als het zich dan nog afspeelt in het oude Rome, is dat helemaal een plus.

Na deel één van Marcus Didius Falco las ik dus ook deel twee, waarbij Falco ‘vakantie’ neemt in de buurt van Pompeji om daar in opdracht van keizer Vespasianus een aantal samenzweerders op te sporen – met de nodige moeite en doodsverachting, uiteraard.

Maar eigenlijk draait het al evenzeer om de romantische plot: Helena Justina, de senatorsdochter die voor hem als plebejer compleet onbereikbaar is, duikt weer op op een voor hem onverwachte plek, en daar moet hij dan ook mee zien om te gaan.

Is dit topliteratuur? Verre van. Maar is het onderhoudend, doet het waarvoor het bedoeld is? Zeer zeker. Ik las het met plezier en ga de rest ook verder lezen, uiteraard.

Lectuur: “The Silver Pigs” (Marcus Didius Falco #1) van Lindsey Davis

Ik was deze titel ergens tegenkomen, en dacht toen: een detectiveverhaal dat zich afspeelt in het oude Rome, beetje de stijl van een Gordianus: waarom niet? Dat is van die snelle, simpele lectuur tussendoor.

Het is zelfs meer dan dat: het speelt zich voor een keer niet af in de roemruchte eerste eeuw VGT (voor de gangbare jaartelling) maar wel in de eerste eeuw GT, dus de tijd van de Flaviërs, in casu Vespasianus en zonen. Het is overigens meer in de stijl geschreven van The Iron Druid of Alex Verus, dus in de ik-persoon met bijzonder veel zelfspot en sarcasme.

De hoofdpersoon, Marcus Didius Falco, is een Romeins burger van de laagste klasse die in zijn levensonderhoud probeert te voorzien als informer, zeg maar privé-detective die echtscheidingen onderzoekt, gestolen voorwerpen terugvindt, dat soort dingen. En blijkbaar ook af en toe een klusje dat het daglicht niet mag zien opknapt voor keizer Vespasianus. Hij woont in een krot op de zesde verdieping in een armoedige buurt, heeft een uitgebreide reeks zussen die hij min of meer probeert te steunen, een vader met wie hij in ruzie ligt, en een voorliefde voor goedkope wijn.

In deze eerste aflevering – er zijn er intussen een stuk of 18 – krijgt hij een missie naar Brittannië, waar hij nog als soldaat heeft gediend met zijn beste vriend Petronius, om daar de senatorsdochter Helena Justina op te halen en intussen ook het raadsel van gestolen ongeraffineerd zilver op te lossen.

Davis schrijft vlot, soms iets te nadrukkelijk en te herhalend, maar wel zeer onderhoudend, en de plot zit ook goed in elkaar. Maar vooral: ze slaagt er wonderwel in om de sfeer van dat oude, vuile, drukke, onveilige Rome op te roepen zonder te vervallen in de verheerlijking van de Romeinse idealen.

Fijne lectuur voor als het niet te zwaar mag zijn.

Leesvirus

Die vakantiedag dat je, wanneer je om 23.15 uur gaat slapen, nog licht ziet branden bij je dertienjarige dochter, de deur opent en haar schuldbewust ziet opkijken van haar boek dat bijna uit is: dat is de dag waarop je trots glimlacht en zegt dat ze het nog mag uitlezen, als ze daarna dan maar snel gaat slapen.
En dat je dan met diezelfde glimlach en hoofdschuddend zachtjes de deur van haar slaapkamer weer dichttrekt.

Lectuur: “Before the coffee gets cold” van Toshikazu Kawaguchi

Ik geef het toe, dit is niet meteen een boek dat ik zelf zou kiezen. Dat heb ik ook niet gedaan, dat hebben mijn zesdes voor me gedaan. Op school is sinds vorig jaar de leesclub echt weer leven in geblazen en dit is het boek dat ze op het einde van vorig schooljaar voorstelden. Een kort boek, origineel in het Japans, maar vertaald naar het Engels. Of het Nederlands. Ik lees standaard de Engelse vertalingen, maar ik geloof dat de vertaler iemand was die duidelijk in de eerste plaats Japans spreekt, want dat Engels was redelijk brak en af en toe zelfs gewoon fout. Tsja.

De premisse is echt wel knap: in Tokio, in een kelder, zit een oud café waar altijd een dame in het wit op dezelfde stoel een boek zit te lezen. Eén keer per dag staat ze op om naar het toilet te gaan. Dat kan uiteraard niet, en dat klopt, want zij is een spook. In de korte tijd dat ze weg is, kan iemand anders op haar plaats gaan zitten, een koffie drinken, en in het tijdsbestek dat die koffie koud wordt, naar het verleden teruggaan. Klinkt spectaculair, maar er zijn een hele reeks beperkingen die het eigenlijk net interessant en fascinerend maken. Je mag namelijk niet van je stoel komen, je kan dus alleen naar het verleden in datzelfde café en als je dus iemand nog eens wil ontmoeten, moet die persoon ook in het café geweest zijn. En… wat je ook zegt, wat je ook doet, je kan het verleden niet veranderen: wat gebeurd is, is gebeurd.

Dat zorgt ervoor dat het hele café lang niet zo populair is als je zou denken.

Het boek verloopt in vier verhalen, telkens van cafégangers die enkel met elkaar verbonden zijn door het feit dat ze in het café komen en elkaar daardoor (vluchtig) kennen. Kawaguchi heeft hier een heel mooi uitgangspunt in handen, maar eigenlijk blijft het daar een beetje bij: er zijn heel veel dingen die hij niet uitlegt, die eigenlijk gewoon gaten in het verhaal zijn, en het is vooral ook bij momenten nogal voorspelbaar en clichématig.

Tegelijk stoort ook het taalgebruik: driekwart van de zinnen begint met het onderwerp, iets wat blijkbaar standaard is in het Japans maar na verloop van tijd op de zenuwen begint te werken.

Vond ik het goed? Bwoa… Ik werd er, eerlijk gezegd, warm noch koud van. Het is niet slecht, maar ik bleef op mijn honger zitten. Het zegt genoeg dat ik niet van plan ben het vervolg ervan te lezen.

Volgende keer beter, denk ik dan.

Lectuur: “The Lost Metal” (Mistborn Saga #7) van Brandon Sanderson

In 2020 had ik de eerste zes boeken van de saga gelezen, en ik was laaiend enthousiast. Ik hou van Sandersons stijl en zijn Cosmere is fantastisch uitgewerkt, een zalige wereld. Ik hou ook van de personages waarbij zowel de mannelijke als de vrouwelijke even sterk zijn uitgewerkt.

En toch… Deze was lange tijd blijven liggen, gewoon omdat ik het zo jammer ging vinden wanneer het boek uit ging zijn, maar bon, uiteindelijk toch geüpload en eraan begonnen.

Ja, de wereld blijft heerlijk, de personages ook, de stevige scheut magie in de steampunk meesterlijk. En toch… Ik weet niet waarom, maar ik bleef een beetje op mijn honger zitten. Pas op, de reeks is nog steeds echt goed, maar ik vond deze afsluiter net iets minder dan de voorgaande. Dat kan ook zijn omdat er zo veel tijd tussen zit natuurlijk, dat weet ik niet. Maar ergens leek het me wat geforceerder, wat meer bij het haar getrokken… Ik kan het moeilijk uitleggen zonder veel van de plot weg te geven, maar het was me iets te veel deus ex machina bij momenten.

Ach, ik heb er anderzijds toch weer enorm van genoten, en ja, ik vind het jammer dat er een punt achter staat. Aan de andere kant: Sanderson is een veelschrijver en ik hou van zowat alles wat hij schrijft, dus er komt zeker nog genoeg op me af, denk ik dan.

Leesclub

Die leesclub, dat loopt lang niet van een leien dakje. In januari 2023 waren we ocharme met drie: ikzelf, de medebezielende collega en een leerlinge. En dat was dat.

Eind vorig schooljaar waren we plots met een goed handvol leerlingen uit het vijfde: mijn collega had het betreffende boek ook als lectuur voor het vak Engels opgegeven, en dat hielp duidelijk. Het werd toen een zeer aangename discussie.

Op dat moment stelden de leerlingen ook zelf een nieuw boek voor: “Before the coffee gets cold” van Toshikazu Kawaguchi. Mij zegt het niets, maar blijkbaar is het een populair boekje waarop zelfs al meerdere vervolgen zijn geschreven. Het is blijkbaar een luchtig boek van een 200tal pagina’s waar je nochtans ook stevig over kan doorpraten: in een koffiebar in Tokio kan je – in de tijd dat je koffie koud wordt – even teruggaan in de tijd. Naar welke periode zou je terug willen gaan, wie zou je nog heel even willen ontmoeten?

Ik ben nog volop bezig in Alkibiades en daar ga ik nog weken zoet mee zijn, denk ik, en dus ga ik deze snel even tussendoor lezen. Bij die 1000 barokke pagina’s van Pfeiffer kan dit alleen maar kinderspel zijn, toch?

Lectuur: “Sixth of the Dusk” van Brandon Sanderson

Ook kortverhalen van Sanderson zijn doorgaans het lezen waard, en deze vormt daar eigenlijk geen uitzondering op, al heeft hij beter werk dan dit.

In dit korte verhaal schetst hij opnieuw een heel nieuwe wereld met een nieuw soort magie. Het is blijkbaar een eilandenwereld waarbij sommige vogels een speciale kracht hebben, maar waarbij de standaard vegetatie nogal dodelijk is. Met opzet.

Sixth is een jager die op het hoofdeiland Patji, waar zijn vogel hem elk gevaar laat zien in de vorm van zijn eigen lijk, vast moet stellen dat er een groter gevaar dreigt: de technologische vooruitgang.

Sanderson beschrijft in dit korte verhaal een behoorlijk sombere blik op de toekomst, en misschien is het daarom dat het me minder zei. Het is ook niet echt lang, natuurlijk: je krijgt niet veel tijd om je in het verhaal in te werken.

Maar ik heb zeker al slechter gelezen.

Lectuur: “Lightbringer” (Red Rising #6) van Pierce Brown

In 2020 had ik met ongelofelijk veel goesting boek vier en vijf van de Red Rising reeks van Pierce Brown gelezen: van de beste science fiction die ik al gelezen heb, maar aan de andere kant ook geen echte science fiction, vind ik. Ja, het speelt zich af in de toekomst, en het is met ruimteschepen en een oorlog tussen aarde, Mars, Luna, met daarnaast ook de manen van Jupiter en zelfs The Belt en The Outer Rim, en toch… Het gaat om het menselijke, om de strategie, om de relaties onderling, en het had evengoed hier op aarde kunnen zijn: dezelfde basisplot, andere omstandigheden.

Zoals ik eerder al schreef: het begin is een kruising tussen The Hunger Games en Divergent, overgoten met een stevige Romeinse saus, jawel. Maar intussen zijn de personages volwassen, hebben ze zelf al vrij volwassen kinderen en liggen de verhoudingen anders. Maar de kern is nog steeds dezelfde: de mensheid is opgedeeld in verschillende klassen naargelang de kleur waarmee ze geboren worden – ja, blijkbaar een genetische wijziging – en de roden – de pure zware arbeiders – zijn in opstand gekomen tegen de gouden, de heersende, aristocratische, despotische klasse.

Bij boek zes is de plot uiteraard ver gevorderd, maar er is nog steeds Darrow als basispersonage die probeert te redden wat er te redden valt en hulp zoekt waar die – hopelijk – te krijgen valt. Interessant is dat de POV voortdurend wisselt, zodat je ook de gedachtegang van zijn grootste tegenstander in dit boek, Lysander au Lune, kan volgen. Gelukkig staat die POV telkens in het groot vermeld bij het begin van elk hoofdstuk, of je zou wel eens in verwarring kunnen zijn over wie aan het spreken is: allemaal hebben ze twijfels, maken ze fouten, zitten ze vol schuldgevoel. De personages zijn nooit zwart-wit en als lezer is het soms moeilijk om kant te kiezen: ook de “held” heeft zijn onsympathieke kantjes.

Na vier jaar was het wel wat moeilijk om de draad weer op te pikken: er zijn massa’s personages en ook het verhaal is behoorlijk ingewikkeld, maar man, wat heb ik weer genoten van dit boek!

Als je me vraagt je een science fiction reeks aan te raden, dan twijfel ik eigenlijk niet eens. Dit. Steengoed.