Certamen Ciceronianum Arpinas, hier komt Cato!

De Latijnolympiade, die heeft altijd al een speciaal plaatsje gehad bij mij. In 1989 heb ik er namelijk zelf aan deelgenomen, de eerste lichting Vlamingen ooit. Ik moet eerlijk toegeven: heel veel verdienste had ik er niet aan, want er was nog helemaal geen selectieprocedure, en ik geloof dat ze nogal op den bots bij Sint-Bavo uitgekomen waren. Hoe dan ook, ik blijf er trots op.

Attest Certamen

Sindsdien heb ik ook al een aantal keer deelgenomen met mijn leerlingen, en dit jaar ben ik ook voor de eerste keer meegegaan met vier van hen naar de tweede ronde in Antwerpen. En jawel, daarstraks kwam een mailtje binnen, en heb ik hier gewoon zitten wippen op mijn stoel van puur contentement! Cato, mijn beste leerlinge, is effectief een van de acht laureaten, en mag in mei deelnemen aan de grote internationale finale in Arpinum, net zoals ik zoveel jaar geleden.

Op zich heb ik er niet veel verdienste aan, want het ligt gewoon aan Cato en haar sublieme taalgevoel, maar toch: een finalist van de  Certamen straalt hoe dan ook af op de school en op de leraar. Ge kunt niet geloven hoe trots ik ben op haar. Ik zit al de hele avond te stralen en te juichen, en heb haar uiteraard ook onmiddellijk gecontacteerd, en berichten gestuurd naar de directie.

Serieus zeg, de Certamen gewoon. Zo wijs, maat!

Namiddagje Antwerpen

Wat doet ne mens als hij vier leerlingen naar de Latijnolympiade in Antwerpen heeft gevoerd, maar daar zelf niet echt iets kan zitten doen, in die studiezaal? Juist ja, een collega van vroeger mee op sleeptouw nemen en gaan cachen – zij kende het principe, maar had het nog nooit gedaan – een pennenzak gaan zoeken, en een koffie drinken.

Het cachen viel eerst tegen: de eerste cache vonden we maar niet, en we bleven maar zoeken onder een vieze vuile metalen trap. Tsja. De tweede was heel makkelijk gevonden aan een bushokje, en voor de derde kregen we hulp van een gemeentewerker die daar eventjes in de buurt een sigaret stond te roken.

We verzeilden uiteindelijk zelfs nog op de Meir en vonden pennenzakken in de Hema, en dronken een koffie in een art-nouveauhuis. Tsja. Ne mens moet toch wat doen, niet?

Latijnolympiade

Woensdag 19 november was er de Latijnolympiade. Helaas had ik de verbetering daarvan laten liggen tot op het laatste stekske – morgen moet ik alles insturen. Maar het vraagt wel wat werk, om eerlijk te zijn. Ik moet me zelf de tekst ook eigen maken natuurlijk, maar ik had hem zelf al vertaald de dag zelf, dus dat scheelde wel wat.

Daarnaast staan er ook behoorlijk wat punten op het niveau van het Nederlands op zich: het mag geen duidelijk vertaalde tekst zijn, het moet ook aangenaam leesbaar zijn voor iemand die het Latijn niet kent.

Een van mijn zes leerlingen had opgegeven na twee uur: het begin wilde wel vlotten, maar het einde sloeg nergens op, zei hij.

Eentje steekt er met kop en schouders bovenuit: geen noemenswaardige grammaticale kemels, en een heel mooi inventief Nederlands. Serieus, als hij in de tweede ronde ook op deze manier kan vertalen, gaat hij in mei naar Italië, zeker weten!
Van de twee andere die naar de tweede ronde gaan, is de een goed in Latijn, maar is zijn Nederlands niet alles, en schrijft de tweede een zeer mooi Nederlands, maar durft ze het Latijn al eens geweld aan doen. Maar bon, drie leerlingen die de woensdag na de vakantie naar de tweede ronde in Brussel gaan: je hoort me niet klagen! Ze gaan trouwens afspreken met de ene kandidate van de Voskenslaan, zodat dat meisje niet alleen de trein hoeft te nemen. Mooi, toch?

Eigenlijk ben ik er zelf een beetje zenuwachtig om, om die tweede ronde. Nog nooit zo’n valabele kandidaten gehad. Want geef toe, het straalt ook een beetje af op de leraar, dat prestige ^^

Latijnolympiade

Vandaag was het van dat: zeven leerlingen gaven vrijwillig drie uur van hun woensdagmiddag op om een vertaling van een tekst van Cicero te maken.

De wiskunde-olympiade is algemeen gekend, maar er is al meer dan twintig jaar ook een Latijnolympiade. in 1989 was ze nog niet echt georganiseerd te noemen, maar bestond ze wel al in Italië, en wilden zij internationaler gaan. De uitnodiging kwam op een of andere manier op mijn middelbare school terecht, en dus ging ik voor vijf dagen naar Arpino, zo’n honderd kilometer ten zuiden van Rome. Winnen deed ik niet, die eer was weggelegd voor een Pool, maar ik was toch wel apetrots op mijn deelname.

Nu is alles veel meer georganiseerd, meer competitief, maar ook een pak fairder en professioneler. Er is dus een eerste ronde die wordt begeleid en verbeterd door de leerkracht zelf. De tekst is pas deze morgen online gekomen. De beste exemplaren moet ik dan insturen, en daaruit worden de deelnemers voor de tweede ronde gehaald. Tien winnaars mogen dan naar Arpino voor de uiteindelijke finale van de Certamen Ciceronianum Arpinas.

Ik ben benieuwd hoe de mijne het ervan af hebben gebracht. Ik hoop dat er ooit eentje de finale haalt, dat zou een echte bron van trots zijn.