Ghent by Night

Het was me al even niet gelukt om nog naar de Vampire te gaan: sneeuw en veel te moe, ziek, andere verplichtingen, dat soort dingen.

Maar vandaag stond ik in de Afkikker – dertig jaar niet binnen geweest – en heb ik me goed geamuseerd, ja. Ik heb nog steeds wat moeite met het personage dat ik moet spelen, omdat de meeste spelers het hele spelsysteem en de wereld pakken beter kennen dan ik, maar het begint te komen. Ik weet in elk geval wel dat ik blijkbaar wel op de juiste manier overkom, en ik heb een zalige medespeelster die het wel beter kent en veel dingen overpakt.

Samen zijn we blijkbaar een zeer indrukwekkend harpijencombo. Yup, ik ben nog niet uitgespeeld daar.

Vampire

Vorige keer kon ik niet gaan wegens de rug te dood, vandaag was ik wel weer present op de Vampire Larp hier in Gent. Normaal spelen we in de ontwijde kerk in Sint-Amandsberg, maar blijkbaar is dat nauwelijks te verwarmen, en dan krijg je na verloop van tijd echt wel serieus koud.

Vicky was daarom op zoek gegaan naar een alternatief, en had iets gevonden midden in het centrum, een hele knappe middeleeuwse kelder in de Biezekapelstraat. Niet groot, maar wel zeer stemmig. En helaas – waar ze ook totaal niet aan gedacht had – op een zaterdagavond wanneer de kerstmarkt er staat. Gent was dus vol. Als in: alle parkeergarages waren volzet. Ik heb twintig minuten rondgereden tot ik een plekje vond in Tussen ’t Pas, waar ik eigenlijk niet mocht staan. Maar toen ik terug kwam, stonden er nog drie auto’s voor me geparkeerd, die wel al iets meer in de weg stonden. Soit, overleefd en geen boete.

Het zorgde er wel voor dat ik wat te laat was, maar dat stoorde niet echt. Ik had weer de hele avond besprekingen: met mijn Ventrue, met de Prins, met de andere Harpy, met zowat alles en iedereen.

Amusant, ja. Blij dat ik geweest ben.

Into The Node

Drie behoorlijk maffe larpvrienden van me besloten om zelf een eendagslarp op poten te zetten, volledig in cyberpunkstijl. Een beetje een verlengde van een bestaande andere LARP, maar dan losstaand daarvan, en op uitnodiging. Ik was vereerd dat ik daarbij was: ik speelde een NPC, een bijzonder nerdy hacker. Missie geslaagd, denk ik, zeker als ik de foto’s zie.

We zaten op een basis die gerund werd door een ‘evil overlord’ met assistentie van twee droids, prachtig gespeeld door Veerle en Sofie, echt. Het coolste was dat Bart (niet mijn Bart, een andere) een app had geschreven voor bepaalde skills, maar ook voor de geldtransacties en dergelijke. En als hacker kon ik dan van iedereen de rekeningen en dergelijke opvragen. Leuk, overigens, om met je smartphone te mogen spelen en foto’s te nemen en dergelijke. Al was de verleiding daartoe niet erg groot, er werd continu gespeeld.

Ja, ik heb me echt goed geamuseerd, kon me uitleven, heb mijn doelen behaald en behoorlijk wat gehackt. Yup. En ja, dit is een fijne manier om je verjaardag door te brengen, met een hoop gelijkgestemde zielen. Zelfs op je 54ste hoeft het allemaal niet ernstig te zijn, toch?

Chronicles 1

Ik geef het toe: ik had de voorbije dagen zoiets van “waar heb ik me nu weer voor opgegeven?”. Ik had er geen zin in, had me niet voorbereid, was niet mee met de conversaties en de achtergronden en voelde me ook allesbehalve sociaal.

Waar had ik me dan wel voor opgegeven?

Een korte live, gebaseerd op DnD, in een fort nog voorbij Luik. Het concept is wel wreed wijs: ge stelt op voorhand een groep samen, net zoals bij een tabletop DND, en ge gaat in het spel, met een basis set regels, heel eenvoudig. Ge krijgt een opdracht – hier: ga mee met uw opdrachtgever in de tombe van zijn grootvader om een dagboek te halen. Alleen is de tombe een beetje bespookt en zo…

Fort Barchon is een echt fort, met een heel ondergronds gangenstelsel, perfect dus voor Dungeons and Dragons. Samen met uw groep doet ge een reeks ontmoetingen waar ge u ofwel uit ziet te klappen of de nodige klappen uitdeelt. Ge onderzoekt kamers, lost raadsels op, puzzelt kistjes open en komt na een uur of drie-vier bij een eindbaas die ge uiteraard ook moet zien te verslaan. Het is dus een lineair spel, en er waren uiteindelijk vijf opeenvolgende groepen die allemaal hetzelfde verhaal hebben gespeeld met een paar uur tussen.

Mireille had een groep samengesteld met uiteraard zichzelf, Arend, haar broer Wes, Maité, mezelf en ook nog Kim en zijn zoon. Met zijn zevenen dus, wat misschien wat veel is, maar het liep wonderwel. Hier en daar waren er nog schoonheidsfoutjes en konden er nog dingen verbeterd worden, maar al bij al heb ik me bijzonder goed geamuseerd. Het voordeel is dat ge lineair speelt en dus continu actie hebt, ge zit geen moment te wachten.

Ik vind het een ideale opstap voor wie larp nog niet kent, maar wel al tabletop speelt: kort, vol actie, met effectief gemep, maar dus ook met scenario en al.

Ze gaan het hernemen ergens in maart of april, de datum ligt nog niet vast, maar als ge dus wil weten wat larp is maar geen zin hebt om meteen een gans weekend te gaan: doen! Ik heb me alvast kostelijk geamuseerd, ondanks de tegenzin in het begin.

Sabrina was ook mee als NPC en heeft de foto’s genomen.

 

Duister Gent

Het is een moeilijk traject, blijkbaar, dat Vampire hier in Gent voor mij. De eerste sessie kon ik niet wegens Gent Jazz. De tweede sessie – het is één keer per maand – was ik er wel en had ik blijkbaar wel indruk gemaakt, al had ik eigenlijk geen flauw idee wat ik aan het doen was.

Sessie drie was op de dag van de begrafenis van Nelly, en toen stond mijn hoofd er begrijpelijkerwijs niet op.

Gisteren was ik er wel weer: de Kunstbiënnale had me eigenlijk wel uitgeput, maar voor die Vampire kan ik het grootste deel gewoon zitten, dus dat lukt nog wel. Opnieuw heb ik nauwelijks rust gehad: ik zet me aan een tafel en laat iedereen tot bij mij komen, en soms staan ze echt op vinkenslag om te zien wanneer ik vrij ben. Eigenlijk wel fijn, ja.

Kris heeft een foto van me gemaakt, en ja, ik ben nog steeds behoorlijk rond, ook al zijn er wel al behoorlijk wat kilo’s af.

Omen: het einde

Was gisteren zo’n slechte dag, vandaag voelde ik me weer prima. Ik heb een voorzichtig ontbijtje genomen, maar meer niet. En ik hoefde ook niet echt als de Uil in het spel te gaan: er ging een mega eindgevecht aankomen en ik was dan beter geplaatst als scheidsrechter en toezichthouder, aangezien ik niet echt meer kan vechten zoals het hoort.

Intussen was er een stralende zon, ik voelde me goed, ik had fijne mensen om me heen, en ik genoot. Er was een episch eindgevecht – de foto’s volgen wellicht nog – en dit keer was het ook echt episch: iedereen wist dat dit het einde van Omen, of toch minstens van deze cyclus was, en dat het sowieso het einde van hun personage betekende. Mensen konden hun leven geven om hun kampioen te boosten tegen het kwaad, en dat werd ook gedaan. Ontroerend, episch, gewoon mooi om zien. Mijn boezem werd al snel de emotional support bosom, letterlijk nat van tranen door mensen die na al die jaren hun favoriete personage lieten doodgaan. Want ja, zo intens kan larp zijn.

Bedankt, lieve mensen van Omen. Bedankt, spelers en figuranten, om een harde maar oh zo fijne wereld tot leven te brengen en me mee te slepen in avonturen, impromptu zangstondes rond een laatavondkampvuur, bitse discussies, intense tranen, gigantische lachbuien. Bedankt, Bard, om epische rollen op mijn lijf te schrijven, om me de gekste dingen te doen doen – de flagellante non, iemand? – en om me Olga te laten spelen. Bedankt, Sven, Nikki en alle anderen van spelleiding doorheen de jaren, om me telkens weer een weekend uit mijn eigen realiteit te halen en te droppen in een fantastische wereld. Bedankt om telkens mijn mentale batterijen weer op te laden, terwijl mijn fysieke batterij compleet plat ging.

En ja, stiekem hoop ik dat ze de energie vinden om Omen opnieuw te lanceren. Er is een prachtige wereld, een prachtig spelsysteem, en een hoop hongerige spelers die klaar staan om die wereld te bevolken.

Omen, ik ga je missen.

Wolfseynd

Nee, vandaag was het niet ideaal… Het opstaan was niks, ik ging vlot in het spel en ik kon netjes uitspelen wat ik wilde. Het weer zat eigenlijk best wel mee – het regende eigenlijk nauwelijks – en de spelers deden wat ze moesten. Maar ik had eigenlijk al niet zo veel zin in een ontbijt, en voelde me na verloop van tijd precies wat minder. Tegen de lunch was ik precies wat misselijk en ik at zo van ver een halve croque, meer niet. En toen begon het fout te gaan. Ik wilde niet uit het spel omdat een hele spelersgroep van me afhing voor een bepaald ritueel, maar nee, het ging van langsom slechter. Ik haastte me al een paar keer richting wc voor krampen en een iets te vlotte stoelgang om goed te zijn.

En toen, midden in het ritueel, ging het helemaal fout. Ik siste tegen Jesse – zijn personage heeft dezelfde krachten als ik – dat hij moest overnemen, trok een sprintje richting het dichtstbijzijnde toilet, kreeg gelukkig ook een emmer en kroop, helemaal leeg, in mijn bed. Bezorgd kwam spelleiding vragen of ik niet liever naar huis ging, maar anderhalf uur in de auto zou niet gelukt zijn, zowel qua misselijkheid als qua gebrek aan toilet of emmer in de onmiddellijke nabijheid.

Meh.

Ik heb lang en diep geslapen, me er niet of nauwelijks van bewust dat er af en toe iemand kwam checken of alles nog oké was. En tegen tien uur heb ik me uit bed gehesen, mijn outfit aangetrokken, nog wat bij laten schminken en ben ik alsnog opnieuw in het spel gegaan. Niet dat ik veel waard was: ik heb niet veel meer gedaan dan wat rondgehangen, maar bon, het was toch dat.

Jammer. Mijn laatste Omen had zoveel meer kunnen zijn, maar blijkbaar was ik niet de enige: het moet een gemeen virusje geweest zijn dat de ronde deed, want in totaal is een tiental mensen naar huis gegaan om dezelfde reden. Blah.