Vaarwel, Erik

Weet je, Erik…

Je hebt verdomd veel fijne vrienden. Ik was er niet bij bij je afscheid zelf, maar ik heb erover gehoord, ik heb sommige teksten gelezen, en het was misschien ook maar best dat ik er niet bij was, lieverd.

Ik was er wel toen we met een grote groep jou herdachten bij een glas, en ik vond het vooral fijn dat ik toen niet eens sterk hoefde te zijn. Dat ik daar gerust even mocht breken zonder dat iemand daar van opkeek. En dat er meer dan één schouder was die mijn tranen opving.

Ik denk niet dat je ooit beseft hebt wat je teweeg zou brengen.

Erik, jij lieve godverdomse klootzak. Ik mis je nu al.

Korda – Glashtyn mini

Awel, het doet toch wel ongelofelijk veel deugd wanneer je als figurant gevraagd wordt op een unsanctioned mini. Even uitleggen: twee keer per jaar gaat er per larpreeks een weekend door met alles erop en eraan. Maar tussendoor blijf je soms op je honger zitten als personage: dan wil je eigenlijk met je ingame vrienden nog eens samenkomen en dingen uitspelen. Dan kan dat sanctioned: met medeweten en goedkeuring en aanwezigheid van spelleiding, en dan hebben al je daden op die ene avond ook gevolgen. Of het kan unsanctioned: dan is het meer voor de gezelligheid, mag er ook niet echt plot gespeeld worden, maar kan je wel praten natuurlijk, want ook dat gebeurt standaard wel tussen evenementen.

Nu, de Korda en de Glashtyn hielden een unsanctioned, en hadden er graag Olga bij gehad, de hoge pief van huize Korda. Nu, dat is een figurant, ik kan dat niet zomaar toezeggen, maar gelukkig zag spelleiding er geen graten in en kreeg ik zelfs een extra stukje achtergrond als update. Wat mijn personage wel en niet weet, zeg maar.

We hadden eerst met een ganse bende afgesproken op Die Quaeye Werelt in het Rivierenhof in Deurne, in kostuum, maar het was eigenlijk echt wel pokkewarm. De jongens waren ook mee, en we zaten met zo’n twintigtal op het middenplein in de volle zon. Voeg daaraan toe – ik had er zelf niet bij stilgestaan, het was Wolf die me er achteraf op wees – dat Bart bonenburgers had gemaakt, iets waar ik eigenlijk niet tegen kan, en ik begon me echt slecht te voelen op een bepaald moment. Ik ben een half uurtje in de schaduw gaan liggen, maar ik werd eigenlijk alleen maar misselijker. Ik ben dan maar naar de EHBOtent getrokken, waar ze me deden neerliggen, me probeerden af te koelen, en waar ik dan ook enthousiast heb overgegeven in de berm. Tsja. Daarna ging het gelukkig beter, al voelde ik me toch niet echt optimaal. Gelukkig besloten we toen eigenlijk allemaal om richting de kampplaats in Brecht te rijden, op een paar kilometer van het huis van een van de Korda.

Het was een hele mooie locatie aan een visvijver, met een soortement houten barakje en de mogelijkheid voor kampvuur. Soit, tegen negenen gingen we effectief in game, tegen elf uur was er eindelijk de barbecue zelf, en intussen zijn we zowat de hele tijd puur ingame gebleven. Er waren stevige gesprekken tussen de Korda maar ook met de Mort’Hak die aanwezig waren. En nog later zijn we beginnen zingen rond het kampvuur. Kobe is in zijn tent gekropen rond één uur, Wolf is mee opgebleven tot half vier, toen we maar meteen allemaal besloten te gaan slapen.

Wat dat slapen betreft: die mannen zijn echt zot! Toen ze me uitnodigden en zeiden dat het in tenten te doen was, zag ik dat niet zitten: de hoe dan ook oncomfortabele houding en de klamte van een tent is niks voor mijn rug. En toen bood Wim aan om een bed mee te brengen voor in zijn grote tent. En dat is dus exact wat ik kreeg: een heus bed in een bijzonder grote en aangename Kordatent. Héérlijk, en ook wel goed zot, ja.

Voeg daar nog een fijne massage van kinestudent Mathias aan toe, en de rug kon het wel hebben, ja.

Het werd een zeer aangename avond, jawel. Lang leve tante Olga. En ik ben gigantisch dankbaar dat ze me uitnodigden, als ouwe figurant.

Verjaardagsfeestje

Voor sommige verjaardagsfeestjes durf ik al eens een eindje rijden. Naar Ranst, bijvoorbeeld. In maart 2015 had ik dat al eens gedaan voor Dave’s veertigste verjaardag, vandaag vierde Veerle die van haar, en ik was andermaal uitgenodigd bij hen thuis.

Het werd een fijne avond, met een vuurkorf op hun terras, en alle larpers die daar eigenlijk in gala rond zaten. Het thema was James Bond, en dat werd door sommigen vrij letterlijk genomen: Bart was er als Blofeld met twee witte poezen ^^

Zoals altijd werd het vrij laat en was ik tegen drieën terug thuis. Tsja, dat komt ervan als al die vrienden op een uur rijden wonen. Maar het was een aangename, ontspannende avond, en meer moet dat niet zijn.

Omen X: de bedenkingen

Zoals altijd schrijf ik een bedenking bij het evenement, en ik zet ze dan ook maar eventjes hier neer.

Ik zit nog steeds in een fijne buzz, en dan durf ik al eens iets neer te schrijven.
Het was een rare Omen, met veel frustratie, maar aan de andere kant was het voor mij een ongelofelijk egostrelend weekend. Serieus…

– het begon al met het feit dat de spelleiding mij dit soort rollen toebedeelt en telkens weer verwacht dat ik dat met enige panache neerzet. Tsja. Ik denk wel dat de Teef er stond. Ik heb me er in elk geval goed mee geamuseerd. Bedankt voor het vertrouwen, spelleiding!

– het feit dat mijn hele lieve medefiguranten me effectief het beste bed naast het stopcontact hadden gereserveerd, het zelfs verschoven hadden en al. Jullie zijn de max, en voor mijn lijf houdt het het weekend speelbaar. Echt, merci! (En nu maar hopen dat mijn rugspecialist er nooit achter komt wat larp is)

– het feit dat Twee Teven mee wil op gevaarlijke missie omdat de beloning wel eens een extra Teef kan zijn. Dat dan al schaterend uitspelen, en er een toevallig passerende wesp aan toevoegen. Raf, ge hebt een zalige, zieke geest! En dan bleek het nog Twee Teven zijn eerste (deftige) keer te zijn. Te veel eer! Merci, Drie Teven (en een Wespke)!

– de commodore die met zoveel aplomb de Teef zijn waren wil laten zien, dat die prompt door haar stoel slaat. De waren mogen er zijn, btw. Koen, you rock as usual.

– een ingame middagdutje doen op een grasveld, en uiteindelijk een gans roedel om u heen verzamelen: het heeft wel iets.

– een fijne first-time jonge figurant als lijfwacht/snoepje meekrijgen, merken dat die gast dat bijzonder goed doet, en dan iemand anders horen zeggen dat hij chance heeft dat hij voor zijn eerste larp met mij mag spelen: het doet wat met een ego. Svenn, Ge zijt een schatje! Ook al hebt ge me een heuse kiwiplantage opgeleverd. Mij shockeren, het is niet velen gegeven.

– de hele Korda crew, met als hoogtepunt de zaterdagavond. Dat was me het feestje wel, heren, Melanthios waardig! Het feit dat iedereen muisstil was als ik aan het zingen was: heerlijk! En het feit dat ik telkens spontaan de beste stoel kreeg, waardoor mijn rug nu eigenlijk niet echt lastig doet: dikke dikke merci. Dat is heel erg geapprecieerd.

– als outsider een welbepaalde cupcake krijgen en er tien minuten over doen om die opgegeten te krijgen omdat ge er gewoon te veel naar zit te staren. De knapste cupcake ooit. Korda ftw!

– te horen krijgen dat de Teef haar eigen ballade zal krijgen. Echt. Serieus.

– als ouwe doos het bloempje van de jonker van Korda mogen plukken (in samenwerking met Isabella): alweer een egostrelend moment. We hebben ervoor moeten werken om hem zo ver te krijgen, maar de jonker is eindelijk een man. Zijn vader zal trots zijn! Mathias, ge zijt ne crème om mee te spelen.

– van twee prachtige dames de outgame toestemming krijgen om hun lentebloesem te bestuiven (aka motorboaten) en daar nog niet eens op in kunnen gaan zijn: het is frustrerend. Volgende keer beter!

– het door Harry schitterend gespeelde verdriet van de Rekel: een hondstrouwe Ranae voor wie de Teef de enige ware was, het is me wat. En dan maar uithuilen op mijn boezem.

– de algemene bezorgdheid bij iedereen over mijn rug: hartverwarmend. Ja, ik ga nu de rest van de week heel veel plat liggen en heel braaf zijn, maar het is het meer dan waard. Bedankt dat jullie het me allemaal mogelijk maken te blijven larpen.

Dan ga ik nu mijn hoofd buigen over antieke filosofie en moeite doen om de naam Melanthios niet te laten vallen in mijn discours over het epicurisme, hedonisme en carpe diem. Maar die grijns, die krijgen ze deze week alvast niet meer van mijn gezicht.

Voor lust en genot!

De Teef.

Omen X: Finnsburg

Jawel, opnieuw larptijd, en opnieuw mijn favoriete larp.
Helaas mocht ik deze keer niet mijn favoriete figurantenrol spelen, vrouwe Olga Vedorsdotter, want die was blijkbaar ergens anders naartoe.

Ik kreeg wel, zoals quasi altijd, een weekendrol. De spelers wilden naar de stad Finnsburg maar kwamen voor gesloten poorten te staan en moesten dus noodgedwongen in het gehucht buiten de muren blijven, waar twee dievenbendes de plak zwaaiden. En jawel, typecasting: ik speelde de Teef, de leider van de ene bende, getrouwd met de leider van de andere, en met een piepjonge lijfwacht/minnaar. Enfin, het is me het rolletje wel, maar ik amuseer me in elk geval bijzonder goed. Zeker als je als de Teef aan een kampvuur verzeilt, veel te lang blijft hangen, door een stoel slaat en dat soort onzin. Het was een memorabel dagje.

Haven VI: beschouwing

Wat ik schreef op de Haven Facebookpagina:

“We schrijven dinsdagavond, en ik heb Haven nog steeds niet uit mijn systeem. Op zich wil dat wel wat zeggen, want sommige lives zijn bij wijze van spreken vergeten zodra je in de auto stapt. Deze niet dus.

Voor het eerst waren de Vossen (Taoxka) weer voltallig, en dat deed deugd, en dat deed veel aan het spelplezier. Ik ben vrijwel continu bezig geweest, heb een paar rustige momenten aan het kampvuur beleefd, en minder rustige in een of andere ruïne.

Het personage heeft jammer genoeg wel wat nadelen: als je niet zo sociaal bent en niet houdt van formele toestanden, heb je weinig mee van zo’n fantastische setting. Ik heb amper met lokale bevolking gepraat, vrijwel niks gezien van de nochtans schitterend ingeklede locatie, en sommige mensen zelfs niet eens opgemerkt. Met de meeste spelersgroepen heb ik eigenlijk ook geen enkel contact gehad, en ik ben eigenlijk ook nergens geraakt behalve in ons eigen kamp en in de herberg. Jammer, maar dat ligt aan het personage. Dat neemt totaal niet weg dat ik me fantastisch geamuseerd heb.

Enkele hoogtepunten;
– het eten. Yup. Al had ik geen tijd voor de nochtans speciaal voor mij gemaakte sushi. Jullie zijn schatjes!
– de faun porn. Serieus zeg!! BTW, ga niet googlen op faun porn. Geen. Goed. Idee.
– de speciaal voor ons gemaakte begeleidende reclameteksten. Serieus wat tijd in gestoken, om dan vast te stellen dat het om “nieuwe meisjes” ging, en dat soort dingen.
– het binnengaan van de ruïne, en dan het gewoon niet kunnen laten om ondanks het kapotte lijf toch naar boven te klimmen, gewoon omdat het moet. En het niet anders kan. En ik het vooral niet anders wil.
– het half uurtje hot tub met mijn twee “toy boys” en mijn zusje. Ongelofelijke oase van rust, en een wereld van vervreemding voor Uqatl.
– de echo van Sergei, en meer bepaald de snor van Erik. Trànen gelachen!
– van tranen gelachen gesproken: de one-man-show van Koen met Petit Papa. Voor het eerst iemand een kiwiplantage horen uitspreken, en dat was dan nog wegens geen adem meer van het lachen.
– van Petit Papa gesproken: als ochtendbegroeting dat popje voor uw neus krijgen, zorgt er meteen voor dat ge wakker zijt. Koen, ge hebt een evil mind, en mijn gezicht moet de moeite waard geweest zijn. Ik zie u gewoon graag, gast!
– van graag zien gesproken: merci, Jarne, om zo enthousiast mee te spelen. Ik was al een pak meer op mijn gemak in uw buurt dan de vorige Haven. Ge moogt nog mijn pluimen dragen
– van dragen gesproken: ’s nachts om drie uur lopen zeulen met een imaginair lijk, met een aantal Franssprekenden: het was eens wat anders. En dan als begroeting bij het ontbijt een knipoog krijgen van de Strigoi: het doet wat met een vrouw.
– van vrouw gesproken: de lentebloesem van Agnes. Een persoonlijke check op mijn bucket list. Ik heb ervan gedróómd! Nogmaals merci, Freya, om het me toe te staan.

Enfin, ik kan nog wel een aantal momenten bedenken, maar dat zou op den duur een beetje veel worden. In elk geval aan iedereen (figuranten, spelers, keukenploeg, en vooral crew) een ongelofelijk merci. Het is geen evidente wereld, maar het is een mooie. Hij mag er zijn, en ik wou dat ik er nu al naar terug kon.

Ik mis Aturi. En dat zegt wel wat, ja.”

Het enige grote minpunt is dat bij de eindstrijd Mireille haar personage is gesneuveld. Zucht. Maar bon, we zien wel weer dan.