Grove

Een tijd geleden kondigde Anouk Dubois, larper, Antwerpenaar, lief van Cody en een ongelofelijk wijs mens, aan dat ze een concert gaf als eindexamen aan de Jazz Studio. Grove was de titel, en ze speelde in het Fakkeltheater in Antwerpen.

Meteen een heel erg goeie reden om naar Antwerpen te gaan, naar dat concert te luisteren, en daarna af te zakken naar The Geeky Cauldron. Dat café kan je gerust mijn stamcafé noemen, voor zover ik dat zou hebben natuurlijk. Ik ga namelijk nooit op café, allez, toch niet meer sinds mijn studententijd toen ik praktisch in de Yucca woonde. Maar een stamcafé, dat is voor mij een plek waar je de eigenaars kent, waar je je thuis voelt, en waar je zo goed als altijd wel iemand kent als je binnenstapt. Check, check en check. Ook al is het dan in – of all places – Antwerpen.

Ik had een ganse hoop volk verzameld, onder andere de Korda Boys, en Robbe en Jarne reden met mij mee. Geen idee waarom, maar ik lig blijkbaar goed in de markt bij twintigers tegenwoordig :-p

Het werd een stevig concert, knap gezongen en met nummers die er stonden. Ze begon met een aantal Nederlandstalige nummers, waaronder een heel mooi liefdeslied voor Cody. Ik heb er geen idee van of die eigenlijk zelfs in staat is te blozen, maar op dat moment kwam het er toch redelijk dicht bij.
Daarna ging ze verder in het Engels, vrij uiteenlopend, meestal vrij zacht. Eén nummer sprong eruit, en dat heeft ze dan ook nog eens als bisnummer hernomen. Een aanklacht tegen onrecht, oorlog en het wegkijken ervan, geschreven na een trip naar Belfast.

Zoals gezegd trokken we daarna naar de Cauldron. Zo goed als iedereen ging te voet – het is dan ook maar een goeie tien minuten stappen – maar ik wist dat ik ’s nachts die wandeling niet meer ging zien zitten wegens rug kapot, en dat ik dus maar best naar de parkeergarage tegenover de Cauldron reed. Philip reed met mij mee, en als er blijkbaar een iemand is die Antwerpen kent, is hij het wel. Hij toonde me meteen een paar mooie plekjes en we pikten samen een cache op in de voetgangerstunnel waar ik nog nooit geweest was.

Meteen liet hij me ook de scenic route rijden waarbij ik een hele uitleg kreeg over de verschillende bezienswaardigheden, waardoor ik meteen besloot om deze zomer eens een ganse dag naar Antwerpen af te zakken met mijn fiets in de koffer, en dan samen met hem de stad te verkennen. Hij is de ideale stadsgids, zo blijkt, zeker als het op architectuur aankomt. Ik kijk er al gigantisch naar uit!

Een en ander zorgde ervoor dat we pas een hele tijd later in de Cauldron waren en sommigen al licht ongerust begonnen te worden. Echt, die gasten zijn zó ongelofelijk zorgzaam…
In de Cauldron werd er uiteraard vooral over larp gepraat, zoals altijd, en het grappige was dat Mathias zijn zo-goed-als-lief had meegebracht, maar nog met geen woord gerept had over het fenomeen larp. Ik heb het kind dan maar uitgelegd wat dat allemaal inhield, compleet met een paar foto’s, terwijl hij buiten eentje ging roken. Ze wist niet wat ze ervan moest denken…

Soit, al bij al was het tegen twee uur voor ik terug huiswaarts reed. Robbe was intussen al met Jesse meegereden, maar gelukkig had ik nog steeds Jarne om me wakker te houden op die lange en saaie E34.

Fijne avond, voorwaar, en ik verzeker u: van Anouk gaan we nog horen.

Wat een verjaardag!

Ik moet zeggen, dit is mijn meest memorabele verjaardag geweest in tijden! Wij zijn hier niet zo verjaardagig aangelegd, om eerlijk te zijn. Maar als je verjaart op een larpweekend met meer dan 100 man, waarvan je er toch wel een aantal tot je vrienden rekent, dan is het sowieso iets speciaals.

Mijn rol lag me fantastisch, ik heb heerlijk gespeeld met mijn twee broertjes en er toch wel een vriend aan overgehouden, en we zijn – hoe kan het anders – geëindigd in de herberg. Ik drink normaal gezien geen alcohol, omdat ik er absoluut geen behoefte aan heb, en omdat ik er sinds een aantal jaar ook fysiek niet meer tegen kan – lees: na een uur, zelfs van één slok wijn, ongelofelijk misselijk, krampen, overgeven. Ondertussen heb ik wel al gemerkt dat er twee soorten zijn waar ik blijkbaar wél nog tegenkan, zijnde mede (honingwijn) en wodka. Drie keer raden wat er gisterenavond, of beter deze morgen, in overvloed aanwezig was. Er zijn verschillende larpers die zelf hun eigen mede maken en verkopen op de weekends, en ik heb dus getrakteerd op appel-kaneelmede en kersenmede, en die ging er vlot door. Maar ik vrees dat ik er zelf toch wel een halve fles van binnen had, en daarnaast nog een kwart fles wodka. Ik, die nooit drink en dus ook totaal geen tolerantie heb. Tot mijn bijzonder grote verbazing had ik er totaal geen last van – toegegeven, er zijn behoorlijk wat uren overheen gegaan, maar toch – en de volgende dag ook absoluut geen katerig gevoel, wel integendeel. Ik heb gigantisch gelachen, een heerlijke professionele schoudermassage gekregen – er zit echt alle mogelijke volk in de larpwereld – en ook nog twee flessen mede als cadeautje: granaatappel en aardbei-speculoos. Die laatste was een ongelukje, maar blijkt heel lekker te zijn. Uiteindelijk hebben we om half zes beslist om te gaan slapen: we konden gerust nog even doorgaan, maar dat zou onverantwoord geweest zijn omdat we tegen tien uur er alweer moesten staan.

Enfin, deze morgen is er dan nog stevig geroleplayed en gevochten, toen kwam de opkuis, en dan de rit naar huis.

Hier heb ik dan een lange, lange hete douche genomen, kreeg ik heerlijk eten voorgeschoteld door mijn liefste, waren er cadeautjes, en toen waren er nog toetsen. Zucht. Ik had ze voor het weekend gewoon niet meer verbeterd gekregen, en dus moet het nu, want de deadline ligt straks, tien voor twaalf. Ik denk dat ik ergens ne keer stekskes ga zoeken om mijn ogen open te houden.

Huize Korda

Man man, ik ben me kostelijk aan het amuseren zeg! Een adeldame met een gigantisch ego en lange blonde krullen, het is ne keer wat anders!

Het leuke is dat je ook telkens samen speelt met bepaalde mensen, en op die manier oude vriendschappen weer aanhaalt, of nieuwe mensen leert kennen. Of ook wel vage vrienden veel beter leert kennen. Ik speel nu samen met mijn twee “broers”, waarvan ik de ene al wat kende, en waarvan ik de andere, denk ik, zelfs nog nooit gezien had.

De blonde pruik is overigens de max: Thomas is erin geslaagd om precies mijn vroegere kleur te kiezen, waardoor ze me ook echt onherkenbaar maakte wegens niet opvallend. Veel mensen herkenden me niet meteen, enkel door mijn stem. Maar de leukste was wel Junior. Ik was net het spelkot binnengegaan in mijn gewone kleren om die pruik te passen. Intussen was Junior binnengekomen, en die zei hallo aan de twee mensen voor mij. Waarop ik: “Hey Junior, hoe is ‘t? Is de hond niet meegekomen?” Hij gaf me gewoon drie kussen en liep door. Bon, ik ging de pruik netjes terughangen om me te gaan omkleden, en liep dus terug het algemeen spelkot in. Waarop ik Junior weer tegen het lijf liep, hij me drie kussen en een knuffel gaf, en dus hallo zei. Ik, verbaasd: “Maar enfin, Junior, gij profiteur gij! Ge hebt mij daarnet al drie kussen gegeven!” “Ikke? Ma nee gij, ik zie u nu pas!” Bleek dat hij me totaal niet herkend had met de pruik, en in zichzelf had gedacht: “Moh, kijk nu, ze smijten hier een nieuw blond Mieke binnen, en die kent mijn naam nog ook! Cool!” Ik lag plat van ’t lachen.

Enfin, dit wordt nog een memorabel weekend, medunkt!