Syllogismen

Ik vroeg aan mijn zesdes om een origineel en geldig syllogisme te bedenken. Ik geef ze hier even mee, en meteen ook de eventuele denkfouten erbij.

1) Dieren kunnen niet praten.
Een koe is een dier.
Een koe kan niet praten.

2) Ruimtelichamen zijn onderhevig aan zwaartekracht.
Een rots is een ruimtelichaam.
Rots is onderhevig aan zwaartekracht.

3) Het gif is alleen dodelijk voor mensen.
Hij drinkt het gif en sterft.
Hij is een mens.
(Beetje ongelukkig verwoord, maar het klopt wel.)

4) Ik ben een mens.
Een mens moet eten om te overleven.
Ik moet eten om te overleven.
(Eigenlijk moeten één en twee omgewisseld worden, maar ik reken het goed)

5) Elke vrijdag eten we taart.
Vandaag is het vrijdag.
Vandaag eten we dus taart.
(een verwijzing naar vrijdag=taartdag van mijn zesdes)

6) Elke vrijdag eten we taart.
Het is vrijdag.
We eten taart.
(Blijkbaar maakt die taart wel indruk)

7) Ik kan een ring rond mijn vinger doen en die ring kan ingeslikt worden door een hond, maar het is niet omdat die ring kan ingeslikt worden door een hond dat ik ook kan ingeslikt worden door een hond.
(Mooie uitleg van een vals syllogisme, maar dat was niet de vraag.)

8) Alle auto’s die na 1994 gebouwd zijn, bevatten een katalysator.
Mijn auto heeft een katalysator
Mijn auto is na 1994 gemaakt.
(Dit is natuurlijk een omgekeerde redenering, en dus fout: sommige auto’s van voor 1994 bevatten ook al een katalysator. Hij had stelling twee en drie moeten omdraaien, dan klopte het wel. Of zijn basisstelling had moeten zijn: pas vanaf 1994 werd de katalysator ingebouwd. Intussen heb ik gezien dat zijn voorbeeld van wikipedia komt, als ongeldig voorbeeld. Slecht gegoogled, dus)

9) Mijn onderbroeken passen in mijn schuif.
Ik pas in mijn onderbroeken
dus ik pas in mijn schuif.
(Goed geluisterd naar de uitleg van een vals syllogisme, maar dus geen punten.)

10) Japanners zijn mensen.
Belgen zijn mensen.
Japanners en Belgen zijn gelijk.
(Fout, uiteraard, want niet met een maior en een minor. Jammer!)

11) Insecten hebben zes pootjes.
Een bij is een insect.
Een bij heeft zes pootjes.

12) Nen echte Gentenaar is nen Buffalo
Ik ben nen echte Gentenaar
Ik ben nen Buffalo!
(Geen speld tussen te krijgen natuurlijk)

13) Sinterklaas bezoekt enkel brave kinderen.
Sinterklaas bezoekt Bob.
Bob is braaf.(Een beetje omgekeerd, want twee en drie zou je moeten omkeren, maar toch goed gerekend)

14) Konijnen eten wortels.
Wortels zijn groenten.
Konijnen eten groenten.

15) Ik pas in Oscars schoenen
Oscar past in mijn schoenen.
We hebben dezelfde schoenmaat.
(Mooie logica, maar geen syllogisme, helaas)

16) Alle ballen zijn bollen
Een voetbal is een bal
Dus een voetbal is een bol.
(Ik ga het goed rekenen, al ben ik niet akkoord met de algemene premisse, als rugbyspeelster)

17) Alle mensen hebben een neus
Ik ben een mens
Ik heb een neus
(Goed om weten)

18) Vampiers houden niet van zonlicht
Ik hou ook niet van zon.
Ik ben een vampier?
(Ze merkte zelf blijkbaar al dat er iets niet klopte. Stelling twee en drie moeten omgedraaid worden.)

19) Een persoon sterft als hij opgesloten zit in een brandend huis
Sam zit opgesloten in een brandend huis en is een persoon.
Sam sterft
(Niet alle punten gekregen wegens een dubbele premisse)

20) Alle bloemen verwelken
Sommige bloemen zijn rozen
dus alle rozen verwelken
(Ook niet het maximum van de punten, want de tweede stelling moet zijn: rozen zijn bloemen)

21) Iets met pyjama’s en schoendozen.
(Volgens mij iets met klokken en klepels)

22) Alle mensen zijn blauw
Kaat is een mens
Kaat is blauw.
(Smurf?)

Pedagogische studiedag + klassenraden

Soms zijn er zo van die lange dagen, waarvan je het niet zo heel erg vindt dat ze lang zijn.

Vandaag was daar één van.

Ik heb doorheen de jaren al een massa pedagogische studiedagen meegemaakt, met wisselend succes. Sommige waren schitterend, andere puur tijdverlies.

Naar aanleiding van de doorlichting was het onderwerp ‘Leerplangericht evalueren’. De sprekers waren mensen van de pedagogische begeleidingsdienst, die duidelijk zelf lang les hadden gegeven, en heel goed wisten waarover ze praatten. Voor veel dingen werd er vooral duidelijkheid geschept: dit is de wet. Je hoeft het niet leuk te vinden, je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar je moet het wel toepassen. Simpel, en duidelijk. En vooral verhelderend en soms ook confronterend, in de zin van: “Ik dacht dat ik het al al die jaren correct deed, en nu blijkt dat ik het eigenlijk al al die jaren fout doe. En dat wat ik doe, eigenlijk niet mag, en dat er bij een rechtszaak – zoals we die wel vaker hebben, de laatste jaren – puur brandhout van gemaakt wordt.”

Didactisch gezien was het niet altijd even sterk: een theoretische uiteenzetting van een kleine twee uur, zonder onderbreking, is nogal lang om gefocust te blijven. En een oefening opgeven waar je eigenlijk veel te weinig tijd voor hebt, is ook niet ideaal. Aan de andere kant: die mensen moesten roeien met de riemen die ze hebben, en dus een heel beperkt tijdsbestek. Tsja.

Aansluitend volgde een korte vergadering over inhaaltoetsen, en daarna kwamen de klassenraden van vijf en zes.

Oorspronkelijk gingen het enkel de vijfdes zijn, en dan op woensdagnamiddag de zesdes. Omdat dat laatste nogal moeilijk ligt – velen van ons hebben kleine kinderen, waar je dan alweer opvang moet voor zoeken, en die ook wel richting muzieklessen en zo moeten – hadden we ervoor gekozen om ze toch allebei vanavond te  doen. We zullen het geweten hebben: ik was klaar om vijf voor negen, en het duurde nog tot kwart na negen, blijkbaar. Niemand van ons klaagde, al werd er wel eens gezucht dat het zo lang duurde. Maar het was dit, of woensdagnamiddag terugkomen. Dan weet je het wel ^^