Lectuur: “Vanity Fair” van William Makepeace Thackeray

Ik wilde nog eens een boek uit de klassiekerslijst lezen, en ik zal het geweten hebben! Vanity Fair is inderdaad één van die titels waar je wel eens van hoort, maar dit was bij momenten toch doorbijten, zeker omdat het om meer dan 800 pagina’s gaat.

Het boek uit 1847 gaat over twee vrouwen, ongeveer dezelfde leeftijd, die verder behoorlijk verschillend zijn. Rebecca ‘Becky’ Sharp is een weeskind dat dankzij een beurs wel een goeie opvoeding heeft gekregen, maar verder niks heeft. Amelia ‘Emmy’ Sedley komt daarentegen uit een traditioneel, rijk gezin en er wordt dan ook van haar verwacht dat ze trouwt met een goede partij en een gezin sticht, als brave huisvrouw.

Hun wegen lopen door elkaar: Becky slaagt erin zich op te werken, te trouwen boven haar stand – en daardoor meteen ook in de armoede terecht te komen omdat haar man onterfd wordt door dat huwelijk. Maar ze is slim, vindingrijk en absoluut onscrupuleus, waardoor ze in de hoogste kringen verzeilt en overal schulden maakt, daar dan telkens voor vlucht, een relatief liederlijk leven leidt, een zoon krijgt die ze eigenlijk negeert, en Emmy’s leven ook overhoop haalt.

Amelia’s leven loopt ook niet bepaald over rozen. Haar vader raakt alles kwijt, komt in armoede terecht, en wanneer ze er toch in slaagt haar geliefde met haar te doen trouwen, wordt die ook onterfd en komen ze ook in de problemen. Hij is de liefde van haar leven, maar dat is blijkbaar niet wederkerig. Ze blijft echter trouw aan haar echtgenoot, leeft een deugdzaam leven, leeft vooral voor haar zoontje en is daardoor uiteindelijk diep ongelukkig.

De schrijver richt zich regelmatig zeer moraliserend tot de lezer, probeert een licht sarcastische toon aan te houden, maar dat lukt niet altijd even goed. Maar de titel is wel bijzonder goed gekozen, want dat is uiteindelijk waar het hele boek om draait: status, hoe je overkomt bij de rest van de bevolking en dan vooral ook de adel en de rijken, de uiterlijke schijn, het prestige. Mensen laten elkaar vallen omwille van verarming of statusverlies, er wordt geslijmd met hele bakken om een erfenis, alles draait om geld, ‘vriendschappen’ worden gesloten omwille van prestige, jurken worden aangepast met een minimum aan geld om toch rijk over te komen, dochters worden puur om status uitgehuwelijkt en kinderen worden onterfd net omwille van ‘verkeerde’ huwelijken, dat soort dingen. Thackeray is bij momenten zeer langdradig, ik zou er hier en daar grondig willen in snoeien, maar aan de andere kant wordt het er zo wel ingehamerd.

Ik snap wel dat dit tot de klassiekers gerekend wordt, maar blij dat ik het gelezen heb? Meh.

Lectuur: “The Color Purple” van Alice Walker

Na al die hoogdravende lectuur vond ik het tijd om nog eens een klassieker uit de BBC-lijst te lezen. Man, was me dat een cultuurschok qua taal!

Vanuit het barokke Nederlands en Frans belandde ik prompt in gesproken Afro-Amerikaans Engels, met zeer weinig syntaxis, kromme grammatica en een beperkte woordenschat. Ik had het er in het begin dan ook wel wat moeilijk mee, ja. Maar al heel snel word je meegesleept in het verhaal en is het ook overduidelijk dat de vreemde, beperkte taal functioneel is, dat het een statement is waar het hoofdpersonage het ook zelf over heeft.

Celie, een arme, laaggeschoolde zwarte vrouw in Georgia, vertelt haar levensverhaal in een serie brieven, eerst aan God, daarna aan haar zus Nettie. Ze begint wanneer ze 14 is, misbruikt wordt door haar vader en haar twee kinderen van hem moet afstaan. Later wordt ze verkocht aan haar echtgenoot die haar al even genadeloos verkracht. Haar situatie is uitzichtloos, de enige die ze vertrouwt is haar zus Nettie, maar die is verhuisd en schrijft geen brieven, ondanks de belofte dat ze dat wel zal doen. Celie geeft niet op en blijft schrijven. Achteraf zal blijken dat Nettie wel degelijk terug schreef, maar dat Celies echtgenoot de brieven gewoon achterhield. Uit jaloezie? Uit rancune? Of gewoon omdat hij dat kon? Hij heeft niet bepaald een hoge dunk van zijn vrouw: “Who you think you is? You can’t curse nobody. Look at you. You black, you poor, you ugly, you a woman. Goddam, he say, you nothing at all.”

Maar Celie bouwt beetje bij beetje een eigenwaarde op, vooral dankzij haar vriendin en minnares Shug, die een succesvolle zangeres is. Ze slaagt erin om een iets beter leven voor zichzelf op te bouwen, maar eigenlijk blijft het uitzichtloos.

Walkers verhaal grijpt je bij de keel. De miserie, de uitzichtloosheid, het brutale geweld, de passiviteit waarmee de vrouwen dat ondergaan, de vanzelfsprekendheid waarmee de meisjes op hun veertiende zwanger worden – door eigen seksuele driften of verkrachting -, het harde bestaan, de armoede…

Het staat gigantisch ver van mijn bed, en toch word je erin meegesleept. Je kijkt doorheen het taalgebruik naar de emoties, maar ook het emotieloze van de personages. Ik was er eventjes niet goed van, en het bleef ook heel erg lang nazinderen. Het is niet voor gevoelige zieltjes, maar wel zeer realistisch. En ja, je snapt meteen waarom Walker voor dit boek de Pulitzerprijs kreeg.

Wow.

 

Lectuur: “The Remains of the Day” van Kazuo Ishiguro

Ik weet dat ik vroeger, jaren geleden, de film heb gezien met Emma Thompson en Anthony Hopkins, en dat ik die prachtig vond. Ik vond het dan ook helemaal niet erg om dit boek uit de BBC-lijst ter hand te nemen.

Wat ik niet wist, is dat het volledig uit het perspectief van Stevens wordt verteld, de butler van Darlington Hall. In 1956 vertrekt hij, na een lange carrière, voor enkele dagen met vakantie in de auto van zijn werkgever, en op die manier denkt hij terug aan zijn leven, zijn carrière en alles wat Darlington heeft betekend in de geschiedenis. Het valt vooral op hoe ongelofelijk formeel Stevens in alles is gebleven, hoe hij zijn eigen persoonlijkheid en zijn emoties altijd heeft onderdrukt ten voordele van zijn professionaliteit, en hoe hij daardoor ook de liefde van zijn leven is misgelopen.


Hoewel het vaak humoristisch is, is het vooral een triest verhaal. Een verhaal van spijt, spijt over de extreme toewijding aan een werkgever die – met de beste bedoelingen weliswaar – bijzonder foute beslissingen rond de tweede wereldoorlog heeft gemaakt, spijt over de manier waarop hij zijn vader moest laten gaan, spijt over de formaliteit die hem altijd heeft tegengehouden zijn gevoelens te uiten tegenover de huishoudster van Darlington Hall, zijn grote liefde.

Tegelijk is het ook een schets van een veranderend Engeland, zoals we dat ook zien in Downton Abbey.

Al bij al een prachtig, ontroerend boek.

Lectuur: “Cloud Atlas” van David Mitchell

Ik geef toe, dit is een van de vreemdere boeken die ik recent heb gelezen. Het begint met een verhaal ergens midden in 1800, met een notaris die terugkomt van een reis langs de Chatham Isles, ziek wordt en behandeld wordt door ene dr. Goose. Midden in zijn reisverslag breekt het verhaal af, en ik dacht zelfs dat mijn ebook niet correct was ingeladen. Blijkt dus de bedoeling te zijn, want we springen naar 1931, waar een gefrustreerde componist/playboy/geldverspiller in dienst van een bekende maar zieke componist, het dagboek van het eerste verhaal vindt. Hijzelf schrijft brieven over zijn belevenissen naar een vriend, die plots opduikt in een derde verhaal als wetenschapper die de gevaarlijke nucleaire reactor van Seabord aan de kaak wil stellen.

En zo gaat het eigenlijk verder, maar we keren op een bepaald moment ook gewoon terug:
1. 1800s, de zieke notaris – schrijft een dagboek
2. 1931, de jonge, ambitieuze componist – vindt dagboek van 1
3. 1970, een jonge journaliste – geholpen door een wetenschapper, vriend van 2
4. een hilarisch stuk over een uitgever die tegen zijn wil in een rusthuis/gevangenis verzeilt en een manuscript krijgt over de dood van 3
5. een “in een tank gekweekte” fabricant, Sonmi, vertelt hoe ze een bewustzijn heeft gekregen en daardoor een halve revolutie heeft gecreëerd
6. een verre toekomst waarin de wereld duidelijk vrijwel volledig vernietigd is en enkele groepen mensen nog proberen te overleven. Een van hen vindt een opname van nr. 5
5. het verhaal rond Sonmi gaat verder
4. de uitgever slaagt erin te ontsnappen en krijgt deel twee van het manuscript
3. …

Enfin, het wordt wel duidelijk dat het eigenlijk zes aparte verhalen zijn die op een of andere manier met elkaar zijn gelinkt. De eerste kunnen nog waar gebeurd zijn, vanaf 5 wordt het pure science fiction.

Mitchell kan schrijven, en het boek is al bij al intrigerend, maar soms ook extreem verwarrend. Vond ik het goed? Goh ja, eigenlijk wel, maar niet echt super. Had voor mij niet bij de klassiekers gehoeven.

Lectuur: “Midnight’s Children” van Salman Rushdie

Los van het feit dat Rushdie een gecontesteerd schrijver is, is hij vooral ook een uitmuntend schrijver: dit boek van hem heeft niet voor niets de titel “Booker of Bookers” gekregen, na het winnen van de Booker Prize in 1981. Maar ik moet het toegeven: ik heb er drie weken over gedaan, want het leest ontzettend traag. Echt irritant traag, om eerlijk te zijn. En toch is het geen boek, zoals A Suitable Boy, waar je andere boeken tussendoor leest: je wil echt wel verder lezen. Oh, en ik wist ook niet dat Rushdie magisch realisme schreef, en dat is een vakje waarin je dit boek echt wel kan stoppen.

Het begint allemaal met Saleem Sinai. Of toch ongeveer, want de ik-persoon van het boek is deze Saleem die, wanneer hij in de dertig is maar er oud en versleten uit ziet, zijn eigen verhaal vertelt, en daar voor alle volledigheid – en ook noodzakelijkheid – mee start bij zijn grootouders. Hijzelf is geboren op klokslag middernacht op 15 augustus 1947, het moment waarop India onafhankelijk werd. Daardoor heeft hij magische gaven gekregen, net zoals nog 1000 andere Indiase kinderen die in dat magische eerste uur van de onafhankelijkheid zijn geboren. Helaas heeft hij ook een joekel van een neus meegekregen, een licht misvormde schedel, o-benen en moedervlekken in het gezicht. Nee, Saleem is niet van de mooiste, en ook dat zal een rol spelen. Hij is gelukkig wel geboren in een rijk gezin… Of misschien ook niet?

In elk geval laat Rushdie de levensloop van Saleem samenvallen met die van India, waarin het lijkt alsof Saleem het lot van zijn geboortestaat kan beïnvloeden. De arme jongen maakt ook extreem veel mee, verhuist naar Pakistan, komt terecht in de grootste armoede, raakt zijn magie kwijt, raakt zelfs zijn geheugen op een bepaald moment kwijt…

Rushdie beschrijft het allemaal in een prachtig, bloemrijk proza, datzelfde proza dat het net zo moeilijk maakt om vlot te lezen. Een citaat om een voorbeeld te geven van een van zijn filosofische bespiegelingen:

“Memory’s truth, because memory has its own special kind. It selects, eliminates, alters, exaggerates, minimizes, glorifies, and vilifies also; but in the end it creates its own reality, its heterogeneous but usually coherent version of events; and no sane human being ever trusts someone else’s version more than his own.”

Tegelijk is het ondanks alles bij momenten een zeer grappig boek, ik ben verschillende keren echt in de lach geschoten.  De geschiedenis van India krijg je erbij, maar meer als achtergrond, als situering van het verhaal, niet zo prominent aanwezig als in A suitable boy.

Wat me dan wel weer stoorde, is dat Rushdie te pas en te onpas terugkeert naar zijn kaderverhaal, namelijk de stervende Saleem die zijn levensverhaal opschrijft: die geeft hints naar toekomstige gebeurtenissen, maar besluit dan telkens opnieuw toch voor de chronologie te gaan. De eerste paar keer kan dat nog, na verloop van tijd wordt het storend, het breekt ook telkens de flow van het verhaal. Jammer, maar heel duidelijk een bewuste keuze om op die manier verschillende fases in het leven van Saleem af te bakenen.

Een stevige klepper dus, maar wel meer dan de moeite waard om je erdoor te worstelen, en terecht een klassieker.

Lectuur: “Lolita” van Vladimir Nabokov

Ik geef het toe: het was niet met volle goesting dat ik aan Lolita begon: ik kende het boek op zich niet, maar wel de premisse, namelijk dat van een pedofiel die zich vergrijpt aan een meisje van 12.

Wat ik niet had verwacht, was een in se humoristisch boek dat net met die humor de tragiek en het schrijnende van het verhaal draaglijk houdt. Nabokov schrijft in de eerste persoon, over een man van rond de 40, Humbert Humbert, die als Europeaan naar Amerika is gekomen, altijd al droomde over wat hij noemt nymphets – jonge meisjes tussen 10 en 14 die dat ongrijpbare iets uitstralen – en die dan op Lolita botst. Ze is de dochter van zijn huisbazin, waar hij een kamer huurt. Hij is op slag verliefd en ronduit geobsedeerd door deze Dolores Haze en trouwt zelfs na twee maanden met de moeder om dicht bij het meisje te kunnen zijn. Wanneer die moeder dan in een stom accident sterft, heeft hij vrij spel. Hij trekt met Lolita de Verenigde Staten rond, van hotel naar motel, een jaar lang, met haar als zijn seksslaafje. Al komt dat eerst niet zo echt tot uiting, beetje bij beetje wordt duidelijk dat hij haar gewoon chanteert met mooie kleren, maar ook met geld voor elke keer dat ze seks hebben. En dat blijkt vaak te zijn, heel vaak.

Uiteindelijk vestigen ze zich in een klein stadje waar zij naar school kan, maar wanneer hij merkt dat ze iemand anders zou kunnen hebben, gaan ze weer op weg. En dan kan zij ontsnappen, tot zijn grote paniek en wanhoop. Hij blijft haar zoeken, met desastreuze gevolgen.

Nabokov schrijft met zeer veel humor en zelfrelativering. Je wordt meer en meer ontzet naarmate duidelijker wordt wat hij allemaal met Lolita uitspookt, maar het bloemrijke taalgebruik – doorspekt met Frans – en de humor doen je eerst meeleven met het personage. Pas naarmate zijn wanhoop en obsessie hem verder drijft, slaagt de humor er niet langer in het schrijnende en ontzettende van de situatie te camoufleren.

Heb ik het graag gelezen? Hmm. Het is een hard verhaal dat je niet even snel voor het plezier leest. Maar het is verdomd goed geschreven, en het is terecht een klassieker. Ik zou het wel aanraden, ja.

Lectuur: “A suitable boy” van Vikram Seth

Ik geef het eerlijk toe: dit boek heeft me moeite gekost. Een steengoed boek, daar niet van, terecht een klassieker uit de BBC-lijst, maar wel een klepper van 1500 bladzijden.

We volgen een viertal Indiase families in 1950, kort na de Partition, de splitsing van India en Pakistan in een hindoestaat en een moslimstaat, met alle trauma’s en problemen van dien. Het verhaal begint met Lata, een meisje uit een degelijke Indiase familie dat wel studeert aan de universiteit maar dat toch dringend moet uitgehuwelijkt worden. Maar waar vind je een suitable boy? Via haar getrouwde broer komen we bij een andere familie, via haar getrouwde zus bij een derde familie, enzoverder.

Het is soms wel moeilijk om de talloze personages uit elkaar te houden, maar het is een prachtige kroniek van India in de periode na de Onafhankelijkheid, onder het bewind van Pandit Nehru en met alle problemen na de Partition. De pater familias van een van de families is minister en op die manier krijgen we ook soms echt een puur politiek hoofdstuk; via de pater familias van een van de andere, die rechter is, komt er dan weer inzicht in een bepaalde rechtszaak rond landverdelingen, enzovoort.

Ik heb er lang over gedaan, omdat ik het boek af en toe opzij heb gelegd en een ander boek tussendoor heb gelezen. Maar is het een goed boek? Zeker en vast! Je moet een beetje een doorzetter zijn, maar het is een inzicht in een cultuur die we echt niet kennen, met alle problemen op zowel nationaal niveau als op gezinsniveau: kleine probleempjes binnen een veel groter kader.

Terecht een klassieker.

Lectuur: “Moby Dick” van Herman Melville

Euhm. Dit is een boek waar ik me eigenlijk wel behoorlijk aan mispakt had. Ik had een avonturenverhaal verwacht over de jacht op een witte walvis met slecht karakter.

Ik kreeg een boek over walvissen. Ik weet intussen alles over de verschillende habitats, de verschillende soorten walvissen, hun gedrag, hun evolutie, hun paringsrituelen, hun wetenschappelijke classificatie, noem maar op. Oh, en over verschillende types walvisvaarders, de boten, de manier van optuigen, hoe je een walvis vangt, hem volledig in stukken snijdt, de blubber opvangt, hem verder versnijdt, hoe alles bewaard wordt… Eigenlijk leert dit boek je quasi alles over de walvisvaart in die tijd. De verteller is dan ook niet Captain Ahab, zoals ik verwacht had, maar Ishmael, een walvisvaarder aan boord van de Pequod. Ik had het nochtans kunnen weten: de bekende openingszin is per slot van rekening “Call me Ishmael.”

Het boek is zeer barok geschreven, met heel veel overpeinzingen, filosofische bedenkingen, maar dus ook soms (pseudo-)wetenschappelijke kennis en opsommingen. Amper in de laatste paar bladzijden komt Moby Dick zelf ook op de proppen: het hele boek lang jaagt de bemanning op de meedogenloze schrik der zeeën, aan wie Captain Ahab in een eerdere confrontatie al een been is kwijt geraakt.

Een passage die ik aangeduid had, bijvoorbeeld: “There is no steady unretracing progress in this life; we do not advance through fixed gradations, and at the last one pause:– through infancy’s unconscious spell, boyhood’s thoughtless faith, adolescence’ doubt (the common doom), then scepticism, then disbelief, resting at last in manhood’s pondering repose of If. But once gone through, we trace the round again; and are infants, boys, and men, and Ifs eternally. Where lies the final harbor, whence we unmoor no more? In what rapt ether sails the world, of which the weariest will never weary? Where is the foundling’s father hidden? Our souls are like those orphans whose unwedded mothers die in bearing them: the secret of our paternity lies in their grave, and we must there to learn it.”

Met andere woorden: je leest dit boek niet zomaar even tussendoor, ook al omdat het 650 bladzijden telt. 650 over walvissen en de walvisvaart.

Vond ik het goed? Goh… niet speciaal, eigenlijk. Misschien ook wel omdat ik me aan een avonturenverhaal had verwacht, en niet dit. Maar het is wel met recht en reden een klassieker, denk ik dan.

Lectuur: ” The Secret Garden” van Frances Hodgson Burnett

Ik dacht, ik neem na dat hele lichte van Bridget Jones nog eens iets van de klassiekerslijst, kwestie van daar ook nog eens aan voort te doen. Mijn keuze viel op deze The Secret Garden uit 1910. Het is eigenlijk een kinderboek, maar dan wel eentje vol clichés. Ofwel zijn alle kinderverhalen daarna op dit verhaal gebaseerd, dat kan ook, het is per slot van rekening meer dan 100 jaar oud.

Het verhaal op zich – let op, spoiler, maar niet echt want je ziet het van mijlenver aankomen – is over een nors, stuurs weesmeisje, Mary, dat bij haar excentrieke nonkel moet komen wonen in een kast van een landhuis met meer dan 100 kamers. Nonkel is nooit thuis en ze wordt min of meer aan haar lot overgelaten. Alleen hoort ze ’s nachts regelmatig gehuil.

Bon, Mary gaat op onderzoek uit en vindt in de enorme landerijen een geheime tuin waarvan ze – wonder boven wonder – ook de sleutel vindt. Binnenin is alles overwoekerd maar wel prachtig. En dan blijkt dat het gehuil van een oververwend jongetje komt, de zoon des huizes waarvan men al jaren verwacht dat die elk moment kan doodvallen, die nooit buitenkomt, die zelfs niet kan stappen, en dat de reden is waarom de vader ook nooit thuis is.

Uiteraard zullen Mary en Colin vriendschap sluiten, zal zij hem mee naar buiten nemen, zullen ze samen de geheime tuin onder handen nemen, wordt ook Colin weer helemaal gezond en worden ze beiden flinke, gezonde kinderen.

Joepie.

Zoals gezegd, heel voorspelbaar, en net daarom kon het me niet echt bekoren. Ook de kinderen zijn bijzonder cliché, net zoals de andere personages. En ook al hou ik wel van Engels uit die periode, het werd net iets te vaak herhaald hoe stuurs en hoe lelijk en hoe nors Mary eigenlijk wel was. En hoe zagerig en klagerig Colin wel was.

Nope, geen fan.

Lectuur: “Jude the Obscure” van Thomas Hardy

Ik lees al graag eens een boek van Hardy of Brönte of Eyre of zo, maar man, wat was dat, zeg? Wat een gigantisch deprimerend boek…

Het is geschreven in Hardy’s onnavolgbare badinerende stijl, uiteraard. En Hardy is eigenlijk altijd al vrij somber van toon, als je pakweg kijkt naar Far from the Madding Crowd of Tess from the d’Urbervilles. Zijn personages hebben het nooit makkelijk, vechten tegen de goegemeente en vooral tegen zichzelf. Maar dit is een boek waar je niet meteen vrolijk van wordt. Ik kan me voorstellen dat het destijds ook echt veel ophef heeft veroorzaakt: het is ronduit atheïstisch of eigenlijk meer nog antitheïstisch, het spreekt openlijk over scheiden en heeft duidelijke seksuele verwijzingen, met een naturalistische inslag.

Jude is een jongeman van zeer bescheiden komaf, zoals dat dan heet, met een scherp verstand en een tomeloze ambitie om te gaan studeren. Maar dan komt het leven – en vooral de vrouwen en zijn eigen driften – ertussen en gaat het mis. Keer op keer. Hij trouwt diep ongelukkig, slaagt erin te scheiden, bouwt een relatie op met de vrouw van zijn dromen, krijgt met haar zelfs twee kinderen die hij dan ook op bijzonder tragische wijze weer verliest, verliest dan ook haar en komt dan opnieuw in zijn eerste, ongelukkige relatie terecht. Berooid, ongelukkig, zonder ooit te hebben kunnen studeren, sterft hij. In alle obscuriteit, zonder iets na te laten.

Eind goed al goed? Het zal toch niet bij deze Hardy zijn. Ik geef het toe, bij momenten had ik het lastig om verder te lezen, want het was bij momenten echt wel deprimerend. En toch wilde ik weten hoe het zou aflopen: het kon toch niet allemaal kommer en kwel zijn? Jawel dus.

Maar als het een iets heeft opgeleverd, dan is het wel dat je je gelukkig voelt met wat je zelf hebt, dat je dankbaar wordt voor jouw eigen leven. En dat is eigenlijk toch ook al heel wat.