Lectuur: “A prayer for Owen Meany” van John Irving

Als het op de BBC lectuurlijst staat – apocrief of niet – én op de Big Read, dan moet het wel goed zijn, toch? Mijn volgende boek werd dus bestseller, prijswinnaar en klassieker “A prayer for Owen Meany”, en volledig terecht.

Het is een ietwat vreemd boek, op de keper beschouwd. Het hele verhaal wordt verteld door John Wheelwright, beste vriend van Owen Meany, maar dan vanuit zijn perspectief als volwassene van 46. Het boek wisselt af tussen de volwassene die John is en de momenten die hij in zijn jeugd – in de jaren 1950-1960) – gedeeld heeft met Owen Meany, maar dan wel hoe hij zich die achteraf herinnert en vooral ook interpreteert.
Irving vertelt gewoon kleine anekdotes: hoe ze speelden op zolder in de oude kleerkast van de gestorven grootvader, hoe ze gingen zwemmen in een steengroeve, wat ze uitspookten op vakantie bij nonkel en tante, dat soort dingen. De meeste van die dingen zijn op zich onbelangrijk, maar ze schetsen wel, beetje bij beetje, het karakter van zowel John als Owen Meany én alle opgelopen trauma’s. Want die zijn er, vooral als Owen bij het baseballen als elfjarige per ongeluk de slaap van de moeder van John raakt en zij sterft. John neemt het Owen niet kwalijk, maar het drukt wel een stempel op beide jongens.

Het boek schetst daardoor ook het leven in een klein stadje in New Hampshire en weet ook de tijdsgeest bijzonder goed te vatten.

Af en toe heb ik zitten schateren: een kerstspel dat compleet uit de hand loopt, of het gedoe rond een VW kever die door het basketbalteam probleemloos een trap opgedragen wordt en op een podium wordt gezet, maar die daar, wel, iets minder probleemloos weer af geraakt.
Maar tegelijk is het een diep tragisch boek, waarbij je echt meeleeft met beide hoofdpersonages. Ik heb bij momenten ook gehuild, ja, zeker op het einde, ook al zie je dat van mijlenver aankomen en wordt het ook echt aangekondigd.

In het begin stoorden de verwijzingen naar het christendom – in al zijn vormen: katholiek, congregationalist, episcopalian, … – me een beetje, maar langzamerhand wordt duidelijk dat dit echt wel relevant is voor het verhaal. En eigenlijk blijft Irving neutraal – ik heb er geen idee van of hij nu zelf gelovig is of niet.

Een gemakkelijk boek is het niet, maar het heeft me echt wel geraakt. Ik heb mezelf erop betrapt dat ik er al regelmatig aan zitten denken heb, aan de achterliggende filosofieën en denkpistes.

Een van de bekendste quotes, eentje die diep raakt:

“When someone you love dies, and you’re not expecting it, you don’t lose her all at once; you lose her in pieces over a long time—the way the mail stops coming, and her scent fades from the pillows and even from the clothes in her closet and drawers. Gradually, you accumulate the parts of her that are gone. Just when the day comes—when there’s a particular missing part that overwhelms you with the feeling that she’s gone, forever—there comes another day, and another specifically missing part.”

Een aanrader voor diepe, donkere dagen. En eigenlijk ook de vrolijke dagen. Eigenlijk voor elke dag.

Lectuur: “Little Women” van Louisa May Alcott

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Het volgende boek werd dus “Little Women” van Alcott, een boek waar ik eigenlijk nog nooit van gehoord had. Het is intussen verschillende keren verfilmd, soms zelfs in moderne settings. Tsja…

Ik moet eerlijk toegeven: het lag me niet zo, en tegelijk wilde ik toch steeds verder lezen. Hoezo? Wel, het boek valt onder “didactische roman”, een boek dat dus een morele les wil meegeven, en dat laatste ligt er nogal dik op, vond ik. Voortdurend zijn er verwijzingen naar de bijbel en hoe jonge meisjes eigenlijk hun leven zouden moeten leiden, geduldig en ijverig zijn, bescheiden, lief, dat soort dingen… Aan de andere kant mogen de personages ook ambitieus zijn, non-conformistisch, een eigen persoonlijkheid ontwikkelen…

Afbeeldingsresultaat voor little women book

Het gaat dus over een gezin van vier dochters met de moeder, terwijl vader het grootste deel van de tijd nog in de oorlog zit. Ze zijn niet bepaald rijk, maar maken er het beste van en zijn duidelijk welopgevoed, met de juiste connecties in de hogere kringen. De morele waarschuwingen zitten in het verhaal verweven, en toch, toch… Toch leef je mee met de vier meisjes, hun wel en wee, hun kleine besognes en grote ambities, hun verdriet, hun verliefdheden… Het verhaal is geschreven in de tijd van lange jurken, hoge hoeden, lange reizen doorheen Europa, soirées en theekransjes, in een welstellend Amerika, en ook dat laatste is verfrissend: de Amerikaanse opvattingen zijn behoorlijk anders dan die van pakweg Engeland of Frankrijk.

Vond ik het een goed boek? Goh, ik weet het eigenlijk niet. Ja en nee. Het morele gezaag werkte soms danig op mijn zenuwen, maar het verhaal zelf is eigenlijk gewoon heerlijk, meeslepend en bijzonder echt. Het zorgt dus ook tijdens het lezen zelf voor die tweespalt, en dat maakt het niet altijd makkelijk.

Lectuur: “To Kill a mockingbird” van Harper Lee

Zoals gezegd wissel ik fantasy en science fiction af met klassiekers, en in mijn lijst stond deze hoog aangeschreven.

En jawel, ik was redelijk van mijn sokken geblazen, ja. Het gebeurt niet zo vaak dat ik moet huilen bij een boek, maar bij deze heb ik dat dus wel gedaan. Een paar keer. Damn, zo mooi…

Het uitgangspunt is vrij simpel: een klein meisje in het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren dertig vertelt over haar leven met haar broer, haar beste vriend en haar vader. Haar moeder is blijkbaar overleden, en vader is een advocaat die op een bepaald moment een zwarte moet verdedigen die beschuldigd wordt van verkrachting. Alleen al het feit dat hij zwart is, maakt hem in veel blanke ogen per definitie schuldig.

Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van de zesjarige Scout, waardoor het allemaal een zekere onschuld en naïviteit vertoont, maar in feite gaat het hier om een keiharde aanklacht over vooroordelen, rassendiscriminatie en de enggeestigheid van kleine samenlevingen. Of hoe een klein meisje nog niet die bekrompenheid van een volwassene bezit.

Het verhaal is prachtig geschreven, in een heerlijke vertellende stijl, zonder te dramatiseren. En het is net die eenvoud die het uiteindelijk zo ongelofelijk ontroerend maakt.

Met heel veel recht en reden een klassieker. Eentje die ik wellicht ooit nog wel eens zal herlezen.

Lectuur: “Catch 22” van Joseph Heller

In mijn afwisseling tussen fantasy, science fiction en klassiekers besloot ik de BBC-lectuurlijst te volgen. Het eerste boek dat ik gewoon staan had op computer was “Catch 22”, iets wat me sowieso al aangeraden was.

Ja, ik was diep onder de indruk: ik heb ervan gedroomd, ik zat er ook overdag mee in mijn hoofd. Zelden heb ik een boek gelezen dat zo chaotisch was, zo intuïtief, zo… onoverzichtelijk, om mee te beginnen. Het lijken allemaal bijzonder rare, losse gedachten die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken, maar naarmate de focus verschuift van het ene personage naar het andere en je dus andere standpunten krijgt, vallen de puzzelstukjes op hun plaats. En wat voor een puzzelstukjes.

Het verhaal – een echte plot is er niet en is ook niet nodig – speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog, waarbij bombardier Yossarian zich steeds meer en meer afvraagt hoe hij in hemelsnaam uit de hel die de oorlog is, weg kan raken. De situatie rondom hem en zijn… vrienden? Lotgenoten? Collega’s? Medeslachtoffers? is ronduit kafkaiaans en nihilistisch, en het deed me ongelofelijk vaak aan de reeks M.A.S.H. denken: ik heb die als vroege tiener gezien en vroeg me vaak af waar die kinderachtige grappen en rare grollen voor nodig waren. Wel, de mosterd kwam duidelijk van dit boek, en met recht en reden: humor is de enige manier om niet compleet gek te worden in een dergelijke situatie waar de een na de ander rondom jou sterft.

Ja, het boek had een stevige mentale impact. Het heeft me ook aan het denken gezet, meermaals. Ik weet waarom ik klassiekers lees, dus.

Yossarian lives!